Moskou & Sint Petersburg

27 februari – 6 maart 1993

Moskou

Zaterdag 27 februari 1993

Om 7.15 uur, na zéér vroeg te zijn opgestaan, vertrekt de bus vanaf het station in Haarlem. Het gaat richting Den Haag, waar de tweede lichting (van de Hogeschool Holland) klaarstaat. Onderweg krijgen we van reisleider Quadvlieg instructies over hoe te handelen als we in Brussel zijn. Om 9.45 uur komen we aan op vliegveld Zaventem. Zonder problemen maar wel na lang wachten wordt er ingecheckt. Om 12.40 uur melden bij gate 71. Het toestel staat klaar. Aangezien ze hier het fenomeen ‘slurf’ niet kennen en de motoren van het toestel al draaien is het aan boord gaan een kwestie van oren dicht en rennen. Ik besluit in het midden te gaan zitten. Na 25 minuten vertraging bewegen we. Dit is mijn eerste ervaring met vliegen, maar de eerste indruk is meer dan fantastisch. Dit is gaaf! Plankgas over de baan en soepel de lucht in. Geweldig! De vlucht verloopt prima. we krijgen lekker eten en met hartenjagen wordt de tijd gedood. Een blik uit een raampje op afstand tijdens de landing levert een fraai besneeuwd beeld op. Dat is lang geleden. We landen om 18.30 uur plaatselijke tijd. Eigenlijk zouden we om 18.00 uur in het hotel zijn. O ja, onderweg blijkt dat we in een ander hotel zitten. Dat is echt Russisch; het wordt je op het laatste moment gewoon even droogjes medegedeeld. Geen commentaar leveren, dit is hier heel gewoon. Buiten is het een zootje. Ruziënde chauffeurs schreeuwen iets maar het is niet te volgen. Ik ben wel even bang mijn koffers zojuist kwijt te zijn geraakt. Ze verdwenen in een andere bus als ik waarvan ik niet zeker ben dat ze naar hetzelfde hotel gaan…

De buschauffeur rijdt nogal asociaal. Later zal blijken dat iedereen dat hier doet. De eerste indruk bij aankomst bij het hotel is goed. De kamers zien er sober maar redelijk uit. Een tweede keer kijken: mmm… toch wat minder. We hebben huisdiervriendjes op de kamer! Er is maar één oplossing: knop omdraaien en niet aan denken. Het is inmiddels al 21.30 uur. Eten: echt ontiegelijk slecht! Er liggen op de gedekte tafel een soort notenkoekjes klaar en er is appelcider. Dat is wel lekker, maar het intens zoute visje, zo stijf als een plank en vast al een dag of drie oud is niet te vreten. De zure salade laat ik ook maar voor wat ze is. Dat wordt wat morgen. We lopen wat rond in het hotel en samen met wat anderen gaan we de stad in. Nachtelijk avontuur in Moskou. Je koopt hier tien ritmuntjes voor de metro voor 1 cent per stuk (omgerekend). 10 dollar is 6.500 roebel. Met de metro crossen we dwars onder Moskou door. Met zo’n twintig man komen we even later aan op het Rode Plein. Dit is echt schitterend! Iets wat je alleen kent van de televisie en daar sta je dan. Als simpele Hollander op het beroemde Rode Plein in Moskou. Op het Kremlin wappert de Russische vlag in de schijnwerpers, verder alleen zwarte lucht en de sneeuw op de begroeiing voor de muur. Prachtig, maar wel stom om je fototoestel in het hotel te laten liggen. We gaan op zoek naar wodka. Hiervoor wordt een plaatselijk burger zonder vaste woon- of verblijfplaats (‘ons mannetje’) ingeschakeld. Het is midden in de nacht en op straathoeken staan vrouwen die voedsel en drank te koop aanbieden. Dit is armoede. Het is overigens verboden en dat merken we als we net met één van die vrouwtjes staan te praten. een politie-Lada (militia) rijdt voorbij, ziet ons en wil op het kruispunt zo snel omkeren dat er een pirouetje volgt. Wij weg. Om half twee zijn we terug in het hotel, dankzij de taxichauffeur die ons na enig onderhandelen voor vijf dollar dwars door Moskou brengt. Ik ben moe en ben blij te kunnen slapen. Morgen om 7.30 uur eruit.

Zondag 28 februari 1993

Half acht gaat de wekker. Acht uur ontbijt. Half tien weg. We krijgen een stadsrondrit (Moskou is zo groot als de provincie Utrecht). Alle highlights komen voorbij. De universiteit van Moskou, de Mussenheuvel die vroeger Leninheuvel heette en vanwaar je uitziet over de rivier de Moskva en het olympisch stadion. Moskou is grauw en grijs. Iedereen woont in flats. Er spelen geen kinderen op straat. Vanuit de bus zie je het niet maar achter die ramen van de flats is het echt armoede. De bus zelf trouwens ook. Hiervoor wordt geen huur betaald, het is een soort staatsvoorziening. De mensen betalen alleen gas, licht en water, slechts een paar cent. (Ik schrijf dit op in mijn hotelkamer waar op dit moment een dame de bedden verschoont en de badkamer doet. Dit leidt in de badkamer tot een penetrante stank.) Moskou kent veel monumenten, beelden van onder andere Lenin (al zijn de meeste stenen Lenins weggehaald na de revolutie), Marx en Gagarin. Op de Mussenheuvel koop ik matroushka’s, vanaf nu ‘poppetjes’ genoemd. Hier doen we de eerste ervaringen op met fanatieke bontmuts-verkopers. Op het Rode Plein zijn we getuige van de wisseling van de wacht. Die lui staan daar een half etmaal achter elkaar zonder enkele beweging bij de ingang van het mausoleum. Wat een baan. Ik koop wat ansichtkaarten en vervolgens bezoeken we het mausoleum. Dit is echt de meest indrukwekkende gebeurtenis deze week en misschien nog wel langer. In een verduisterd kamertje ligt, in een door halogeen-spotjes verlicht glazen sneeuwwitje-kistje, de man die de russen opriep tot revolutie en in 1924 (!!!) overleed. En die ligt hier alsof hij elk moment kan gaan lunchen, zo mooi!

Terug naar de bus wordt ik tot vervelens toe aangesproken door opdringerige verkopers van bontmutsen en horloges, en natuurlijk van poppetjes. Ook veel zwervende kinderen klampen je aan. Een vreemd gevoel bekruipt je als je hier loopt. We bezoeken vervolgens de grootste kerk in Moskou, alwaar ik besluit een icoontje te kopen voor m’n moeder. Bedenk intussen even dat het hier overdag zo’n zes graden vriest, ‘s nachts is het zo’n min 20-30. We hebben een Nederlands sprekende gids: Tanja. We lunchen in het hotel, ‘s middags staan twee musea bezoeken op het programma. In één ervan hangt ook Nederlands werk. Helaas is het niet echt interessant, ik weet niet veel van kunst en bovendien is het niet mooi wat hier hangt. Toch schijnen ze er hier trots op te zijn. De avond wordt doorgebracht in de ‘roebelbar’ (er is ook een bar waar je alleen met dollars kan betalen). We bestellen aan de bar twee wodka. En krijgen vervolgens twee flessen (!) wodka voorgezet, met twee glazen. Kost 1.500 roebel. Als de bar sluit, om twaalf uur, is één fles inmiddels leeg en gaan we naar ‘1001 nacht’, de harde valutabar, waar de rest inmiddels ook is. Nog een paar biertjes en om 1.15 uur besluit ik mijn kamer op te zoeken. Ik kan niet meer. Ja, vindt je het gek. Nog even dit: het eten vandaag soms wat beter maar meestal slecht. Slechte koffie, raar vlees, vreemde soep (soort afwaswater), soort broodjes, raar allemaal. Selectief te werk gaan. Ik eet niet echt veel. Het is in Moskou niet echt veilig om alleen of zelfs met z’n tweeën over straat te lopen als toerist. Je bent zeer herkenbaar en voor je het weet ben je je geld kwijt. Tijdens deze reis worden dertien (!) mensen van de hele groep van 60 op straat beroofd.

Maandag 1 maart 1993

Half acht gaat de wekker weer. Mmmm… Ik ben ziek. Doodziek. Ik besluit niet te ontbijten en zie voor de lunch de andere kant van de deur niet. Héél langzaam gaat het iets beter. Ik sla de lunch over (moet ik niet aan denken) maar ik ga vanmiddag wel weer mee. We maken een rondrit langs de mooiste metrostations van Moskou. Moskou is onder de grond mooier dan erboven. Hierna gaan we naar een grote winkelstraat. Het is hier één en al straatverkoop wat de klok slaat. Helaas hebben we weinig tijd want het eten in het hotel wacht. Dit bestaat vandaag uit een ielig iets waarin ik een kippenpoot herken. ‘s Avonds bezoeken we na een eind rijden een professioneel folk-gezelschap dat een Russische folkavond aanbiedt. Leuke muziek (hier en daar echt goed zelfs) en best indrukwekkend. Rond 10 uur zijn we terug in het hotel. We gaan in de bar zitten kaarten om roebels. Voorbijkomende russen kijken met grote ogen naar de stapel roebels op tafel, die voor ons echter weinig waarde hebben. Zij zien daar maandsalarissen verspeeld worden. Om twee uur vertrek ik naar onze kamer, 1411. Morgen een lange en drukke dag. O ja, even de badkamer beschrijven. Het verouderde sanitair is wel voor te stellen, je moet daar even wat kruiperig spul bij denken. Als je een glas water vult uit de kraan dan krijg je een soort verdunde melk in je glas dat naar chloor ruikt. Lekker tanden poetsen. Als je het bad vult daarentegen, dan blijken de leidingen nogal verroest en zit je dus in een bruin bad. Daar wordt je nog eens schoon van.

Dinsdag 2 maart 1993

Dit wordt een drukke dag. Na het ontbijt gaan we met de bus naar een klooster dat het centrum is van de Russisch orthodoxe kerk. Het is wel 1,5 uur rijden. De lunch zal ook daar zijn. Ik heb weinig met kloosters, foto’s maken kost geld. Weinig aan allemaal. ‘s Middags bezoeken we een ‘arbat’, een soort markt die je binnenkomt door zo’n supermarkt-draaihekje. Veel van hetzelfde hier: Poppetjes, horloges, bontmutsen, t-shirts etc. Om 18.45 uur eten we in het hotel. Na het eten moeten we onze spullen pakken, want om 19.45 uur moeten we klaarstaan in de lounge om naar St. Petersburg te gaan. We vliegen met een binnenlandse vlucht vanaf vliegveld Sheremjevo I. Om 10 voor elf vertrekken we, in een wat kleiner vliegtuig dan de vorige keer. Je kan wel zeggen dat het zeer vermoeiende dagen zijn. Een barstensvol programma, veel in de bus zitten omdat alles zo groot is en natuurlijk véél te laat naar bed. Ik kan m’n ogen in het vliegtuig nauwelijks open houden. De landing verloopt veel te snel. Met een duizelingwekkende vaart zakt de piloot omlaag, wat dan ook bij velen duizelingen oplevert. We moeten enige tijd in de ijzige kou naast het vliegtuig blijven kleumen, waarna een gammel busje ons naar het gebouwtje brengt dat het vliegveld voor moet stellen. Onze nieuwe bussen en gidsen staan klaar. Het hotel blijkt een hele vooruitgang. Dit is tenminste een hotel. Verder ben ik te moe en ga slapen. Het is dan al 01.30 uur.

Sint Petersburg

Woensdag 3 maart 1993

Om half acht gaat de wekker. Ik ben nog steeds moe. Ik ga toch maar ontbijten, al wordt opstaan wel met de dag moeilijker. Nee maar… Zowaar een echt lopend buffet! Gekookte eieren. Echt eten. Fantastisch toch. ‘s Ochtends maken we een stadsrondrit. St. Petersburg doet veel ‘westerser’ aan. Ze hebben hier tenminste echte straatverlichting. Ook de bouwstijl is heel anders. Volgens de gids is dat onder andere te danken aan Franse, Duitse en enkele Nederlandse architecten (die gids zegt dat natuurlijk om ons een plezier te doen). De stad ligt in een rivierdelta en kant daardoor nogal wat bruggen. De meeste gebouwen zijn uit de tijd van tsaar Peter I. De gids spreekt slecht en vermoeiend Engels. Bij een marineschip dat we bezoeken koop ik een t-shirt (met opdruk van Moskou nota bene). Na de lunch gaan we naar de beroemde Hermitage. Vroeger was het een winterpaleis van de tsaar, nu een museum. De grote zalen en de overweldigende luxe is indrukwekkend. De kunst die er hangt is weer minder interessant. Het vele in de bus zitten wordt nu een beetje vervelend. De lunch is zeer goed te eten, het leven lijkt hier beter dan in Moskou.

Donderdag 4 maart 1993

De wekker gaat… inderdaad, weer om half acht. Ik zet ‘m af en wordt om half negen weer wakker. Shit! 8.45 uur moeten we in de bus zitten! In sneltreinvaart aangekleed en gelukkig zitten we nog net op tijd in de bus. We moeten ruim een half uur rijden om bij twee zomerpaleizen van de tsaar te komen. Om foto’s te maken moet je betalen. In dollars graag. Ook deze paleizen zijn ingericht als musea. Al die musea wordt ik nu toch wel een beetje zat. Ik ben overigens nog steeds moe. sommigen schijnen daar helemaal geen last van te hebben en terwijl ik probeer in de bus nog wat uit te rusten wordt er dan ook voortdurend aan me getrokken of ik nog een leuk liedje weet. Je hebt nauwelijks tijd om tot jezelf te komen. Om twee uur zijn we terug voor de lunch. Om drie uur de bus weer in om te gaan winkelen in de stad en op weer zo’n ‘arbat’. Da’s wel leuk. We hebben ook wat meer tijd als de vorige keer. O ja, Ik heb nog nooit zo snel geluncht. Gisteren liep het nogal uit (we bleven zitten want het was gezellig) en dat vond het hotelpersoneel geloof ik niet zo leuk. Ze keken ons zowat weg. Vandaag pakten ze het anders aan. Je kreeg de volgende ronde al voordat je het voorafgaande op had. Wel was dit het lekkerste wat we tot nu toe gehad hebben (gebakken aardappeltjes, soort grote visstick, ijs(je) en soep zoals altijd). Misschien wen je ook wel aan het eten.

‘s Middags gaan we de stad in. Een aantal van onze groep koopt bij een ijsverkoper z’n hele voorraad op en beginnen uit te delen. Die Russen vinden het schitterend, de ijsverkoper is binnen voor deze week en voor ons kost dat ijs bijna niets. Ook lopen we door een soort warenhuis à la V&D. Beneden is het heel druk want daar zijn de goedkope, dagelijkse spullen te koop. hoe hoger je in het gebouw komt (5 of 6 verdiepingen), hoe duurder de spullen. Het wordt ook steeds rustiger. Boven vinden we ineens dingen als OMO waspoeder, Douwe Egberts koffie, 8×4 deodorant en zo, voor de gewone rus hartstikke duur en dus op de bovenste verdieping. Geinig. Tegen etenstijd zijn we weer terug. Na het eten gaat een groep met de bus naar een balletvoorstelling, maar ik ga met een andere groep naar een bioscoop. Dat kost zo’n twee dubbeltjes en voor dat geld krijg je een zeer slechte Amerikaanse film die Russisch nagesynchroniseerd is. Door het Russisch heen hoor je ook nog het oorspronkelijke geluid en een Russische mannenstem doet alle stemmen uit de film. Tamelijk primitief dus. We lopen nog wat rond na afloop en gaan met de metro terug naar het hotel. In de roebelbar op de zesde verdieping en de bar op ‘onze’ vijfde sluiten we de avond af. Al om kwart voor twaalf. Kennelijk begint de vermoeidheid bij meerderen te spelen.

Vrijdag 5 maart 1993

Ik heb besloten om vanochtend uit te slapen. De excursies gaan vandaag naar een kathedraal en een museum. Nou, vergeet dat laatste maar, dat heb ik genoeg gehad hier. Om half negen kom ik eruit. Lekker relaxed. Vandaag is de laatste dag. Dan besef je pas hoe snel het gegaan is en hoeveel je eigenlijk gezien hebt. Vanmiddag gaan we nog een keer de stad in. Winkel in winkel uit. Er staat een koude wind (St. Petersburg is kouder als Moskou. Het ligt aan water, met Finland aan de overkant). Ik koop m’n tweede matroushka op een ‘arbat’. Inmiddels is het echt koud geworden. Nu kunnen we nog wat laatste inkopen doen want het is de laatste dag. ‘s Avonds blijkt het eten ineens heel goed. Moeten ze nu mee komen! We krijgen biefstuk (of iets wat er op lijkt) en gebakken aardappelen. Sommigen beginnen nu al met wat nog een lange feestavond zal worden. Ergens op de avond gaan we boven in het hotel kijken waar volgens horen zeggen een soort feestelijk iets zou zijn. Er is een goochelaar bezig en ze doen hun best om het ‘westers’ te laten lijken maar het komt nogal flauw over. Op een gegeven moment vliegt er een glas over onze hoofden en valt achter ons neer. Aan de andere kant van de zaal zitten een aantal dronken russen die onze aanwezigheid niet echt op prijs stellen. Ze lopen in het Russisch tegen ons te schelden en als het echt dreigend begint te worden besluiten we om weg te gaan. Hotelpersoneel wordt gewaarschuwd en komt kijken. Niet iedereen kan tegelijk in de lift, er ontstaat een lichte paniek onder de dames meer gelukkig komen we goed weg. De bar is onze bestemming. Morgen moeten we er al om zes uur uit. Om zeven uur vertrekt de bus naar het vliegveld. We zullen pas in het vliegtuig te eten krijgen. Tegen de tijd dat dat komt heb ik dus echt honger. Dit is Russisch eten en dus minder als op de heenreis. Terug op Zaventem, Brussel wacht nog een lange busreis naar Haarlem. Een deel wordt in Den Haag al uit de bus gezet, nadat afgesproken is dat we over een paar weken nog een keer bij elkaar zullen komen om foto’s uit te wisselen. Ik ben ontzettend moe geworden deze week en dat merk je vooral als je op de terugweg in de bus zit en eindelijk wat tot rust komt. In Haarlem aangekomen gaat de tas over de schouder en gaan ik de bus naar Lisse in. Verrek, hier ligt geen sneeuw. Het is dan zaterdag 6 maart 1993. M’n horloge weer terug naar Nederlandse tijd, zit ik in een vertrouwde NZH-bus, in een vertrouwde omgeving, op weg naar een vertrouwd bed maar met een gedachte nog vol met al die fantastische ervaringen van de afgelopen week.