Ierland

3 – 19 juli 2000

Maandag 3 juli 2000

Om vijf uur opgestaan. Om kwart voor zeven moeten we op Schiphol zijn want het is de bedoeling dat ons vliegtuig om tien voor negen vertrekt. Maar dat gaat even niet door. Het vliegtuig is vertraagd en pas om een paar minuten voor elf gaan we de lucht in. De vlucht is kort (een uur en tien minuten) en om kwart over elf lokale tijd zetten we voet op Ierse bodem. Bij Budget halen we onze auto op: een donkerblauwe Nissan Micra. Onze eerste indrukken van Ierland betreffen dan ook de auto: links is hier de kant van de weg waar je rijdt en rechts de kant van het stuur. Alles wat in een auto hoort te zitten, zit er ook wel, maar niet waar je het verwacht. Eenmaal op weg is het oppassen geblazen, maar het gaat goed. Zodra we de ringweg om Dublin hebben verlaten lost het verkeer op, worden de wegen smaller en het landschap bergachtig. We rijden de Wicklow Mountains binnen. Op korte afstand van de hoofdstad van Ierland, maar zeer dunbevolkt, met nauwelijks dorpen van betekenis, maar wel een prachtige route over smalle weggetjes langs kabbelende beekjes en door het glooiende landschap waar Ierland om bekend staat. De Sally Gap biedt niet het uitzicht dat was beloofd, maar bij Lough Tay, Powerscourt Waterfall en diverse andere mooie plekken staan we terecht even stil. Aan het eind van de middag zetten we de tent op in Roundwood, waar het de rest van de avond goed rusten is.

Dinsdag 4 juli 2000

Na een nacht die niet tegenviel, werpen we een blik naar buiten. Het weerbericht bevestigt later wat we zien: Ierland is bedekt door een stevig pak grauwe bewolking waar zo nu en dan druppels uitvallen. Niets aan te doen. Nadat we hebben ontbeten, wordt alles provisorisch achterin de auto
gegooid en gaan we richting Glendalough. Deze monestic site ligt in een werkelijk prachtige vallei met beboste heuvels en twee verlaten meren. Een serene rust, die in mindere mate dan verwacht af en toe wordt verstoord door een groepje toeristen. Na Glendalough gaan we richting Meeting of the waters, niet veel meer dan een kruispunt van twee riviertjes. Hierna volgt een lange tocht door het zeer heuvelachtige landschap, over opnieuw smalle weggetjes en door nauwelijks noemenswaardige dorpjes, naar Kilkenny. Hier wordt de tent weer opgezet. Inmiddels lopen we een volle dag voor op schema – en dat op dag twee! ’s-Avonds lopen we van de camping naar het centrum van Kilkenny, dat we nu vast bezichtigen. Morgen Kilkenny Castle.

Woensdag 5 juli 2000

Liepen we gisteren nog in trui en lange broek, vandaag is zelfs een t-shirt en korte broek te warm. Met andere woorden: het is zéér wisselvallig weer – het ene moment schijnt de zon, het andere moment valt er een bui. De enige twee buien van vandaag vallen echter precies als we in de auto zitten, dus we hebben mazzel. Allereerst bezoeken we Kilkenny Castle in het centrum van Kilkenny City. Mooi kasteel met een mooie tuin. Nadat we de kaarten voor het thuisfront op de bus hebben gedaan, rijden we via de Cashel scenic drive richting Cashel. Ook nu weer dezelfde smalle wegen en mooie vergezichten. Onderweg kopen we broodjes. The rock of Cashel is een op een berg gelegen fort, een prachtige plek met mooi uitzicht. Na weer de nodige prentjes te hebben geschoten, rijden we naar Lough Gur. Rondom dit meer ligt een aantal archeologische opgravingen die we uiteraard even bezoeken. Hierna rusten we uit aan de andere kant van het meer – gelukkig is het op dat moment mooi weer. De camping waar we naartoe moeten ligt ten westen van Limerick – het lijkt eenvoudig, maar het vinden van de juiste plek blijkt lastiger dan gedacht. Aan het begin van de avond vinden we de in het bos gelegen camping.

Donderdag 6 juli 2000

Na te zijn gewekt door de vogels, vertrekken we richting Limerick. Op het programma staan St. John’s Castle en de stad zelf. Maar het valt tegen. Het kasteel stelt niet zoveel voor en de industriestad Limerick: niet doen. We ontvluchten de stad snel richting Bunratty. Hier aanschouwen we het plaatselijke kasteel. We vervolgens onze weg naar het noorden, waar we Knappogue Castle tegenkomen. Dit prachtige kasteeltje ligt op een mooi verlaten plekje, waar nauwelijks bezoekers komen. Een mooie plek om rustig te lunchen. Via binnenweggetjes rijden we richting Lough Derg. Ook hier een scenic drive. Aan het meer zoeken we weer de rust op en genieten we van het uitzicht. Na al deze mooie locaties volgt een lange weg via Ennis naar Kilkee, aan de westkust van county Clare. Nadat de eerste met moeite gevonden camping door ons wordt afgekeurd, nemen we met tegenzin genoegen met een andere (dure) camping met nauwelijks faciliteiten. Na een eenvoudige maaltijd besluiten we (alsof we nog niet genoeg hebben gezien vandaag) vanavond de tocht naar Loop Head te maken. Geen spijt van. De verhalen over de prachtige westkust van Ierland met z’n spectaculaire kliffen worden buitengewoon waargemaakt. Op de zonsondergang wachten we niet – daarvoor is het te hard afgekoeld. Morgen weer een dag – we lopen nu twee dagen voor op schema.

Vrijdag 7 juli 2000

Aan de kust is het een stuk kouder en dat hebben we vannacht gemerkt! Vandaag is het opnieuw bewolkt (gaat aardig om en om). We komen pas laat op gang en het is dan ook al middag als we de beroemde Cliffs of Moher bezoeken. Opnieuw prachtige uitzichten over spectaculaire kliffen. Hierna
rijden we door naar Doolin, een klein dorpje dat volgens Lonely Planet bekend staat om z’n muzikale avonden in de lokale kroegen. ’s-Avonds staat dan ook een bezoek aan de bekendste pub van het dorp op het programma: O’Connors.

Zaterdag 8 juli 2000

Omdat het regent, slapen we vanochtend uit. Nadat we hebben gedouched, ziet het er niet naar uit dat het weer er beter op wordt en dus besluiten we een binnenactiviteit te ondernemen: een bezoek aan de Ailwee Cave bij Ballyvaughan. Naast wat boodschappen en het plannen van de tweede vakantieweek, is dit het enige dat we vandaag doen. Het blijft de hele dag onophoudelijk regenen.

Zondag 9 juli 2000

Met zo nu en dan een gat in de bewolking en af en toe een bui is het weer nog niet om over naar huis te schrijven, maar in ieder geval beter dan gisteren. Vandaag maken we dan eindelijk de geplande Burren-tour (= Doonagore en Ballinalacken Castle, de coastal route via Black Head, Caher Valley, de
Poulnabrone dolmen en Kilfenora terug naar Doolin). The Burren is een indrukwekkend, rauw leistenen landschap aan de rand met een groen hart. De Poulnabrone dolmen is wat kleiner dan verwacht, maar de route is de moeite waard. Uiteraard weer regelmatig de auto uit om foto’s te maken dus. Bij terugkeer in Doolin is het aldaar inmiddels aardig weer. Morgen vertrekken we weer. Net als gisteren de avond canasta-spelend doorgebracht.

Maandag 10 juli 2000

Vandaag uit Doolin vertrokken richting county Galway. Onderweg Dunguaire Castle aangedaan evenals Oughnanure Castle. Met name die laatste was de moeite waard. vervolgens op zoek naar een camping. De beoogde camping bij Salthill bleek niet meer te bestaan en kamperen in de buurt van Oughterard bleek al helemaal niet mogelijk. Uiteindelijk toch maar een camping bij Salthill
gezocht. Vervolgens het reisschema maar weer aangepast en verder ingevuld. Verder nix.

Dinsdag 11 juli 2000

Salthill is een afschuwelijk toeristisch oord, waar de camping de afgelopen nacht is gedomineerd door Engelse en Noord-Ierse camping-hooligans. Weinig nachtrust gehad dus. Zo snel mogelijk weg hier. Vandaag staat een bezoek aan Galway op het programma. Op zich best een leuk stadje, maar net als alle andere dorpen en stadjes stelt ook Galway weinig voor. Als we het gezien hebben, vertrekken we richting Connemara. We rijden via de zuidkust naar Carraroe. Hier bevindt zich een strand dat bestaat uit koraal- en schelpenstukjes. Het is ineens het mooiste weer van de wereld, dus we nemen het er even van. Hierna vervolgen we de kustroute om later landinwaarts te duiken richting Rinvyle. Het landschap verandert snel (droger, meer steen, minder begroeiing) en voor ons zijn de bergen van Connemara al te zien. De camping is er weer één zoals het hoort: rustig, aan een baai gelegen. Laten
we hopen dat het de komende dagen zo blijft als vandaag.

Woensdag 12 juli 2000

Regen, droog en opnieuw regen. Dat is zo’n beetje het weerbeeld vandaag. Echt veel doen we wederom niet. Eerst bezoeken we Connemara National Park, maar dit park(je) maakt niet echt indruk. Vervolgens rijden we naar Clifden, waar de zogenaamde Sky Road mooie uitzichten biedt over de eilandrijke noordwestkust van Ierland.

Donderdag 13 juli 2000

Nadat onze tent gisteravond een flinke storm heeft doorstaan, rijden we vandaag de scenic drive door Connemara. Helaas is het niet zo’n mooi weer als gehoopt, maar toch. Allereerst langs Kylemore Abbey, (te duur om naar binnen te gaan, maar wel mooi gelegen), vervolgens van Leenane naar Maan Cross en terug via Cong en de Joyce county scenic drive.

Vrijdag 14 juli 2000

Vandaag pakken we onze spullen weer in en vertrekken we voor het eerste deel van de terugreis naar Dublin. Dit doen we via de Lough Inagh Valley in Connemara, waar opnieuw (net als gisteren) de nodige plaatjes worden geschoten. Vervolgens rijden we naar Clonmacnoise (een belangrijke
historische site). Logeren doen we vandaag in Ballykeeran. Morgen het tweede deel van de terugreis.

Zaterdag 15 juli 2000

Na een nacht naast een kabbelend (klotsend) beekje rijden we verder richting Dublin. Het weer is redelijk (wel bewolkt). Via wat binnenweggetjes rijden we naar Tara (ongeveer 25 kilometer boven Dublin), vanwaaruit ooit een groot deel van Ierland werd bestuurd, maar waarvan niet veel meer rest dan een op een mislukte golfbaan lijkende heuvel. Na deze ervaring arriveren we aan het eind van de middag op de camping in Shankhill, waar we tot woensdag zullen blijven. Het weer is inmiddels sterk verbeterd. De zomer lijkt nu ook in Ierland aangebroken. Een Engels dames-duo met kids dat buitengewoon rumoerig (lallerig) is, wordt vakkundig van de camping verwijderd, nog voordat ze onze
nachtrust kunnen verstoren.

Zondag 16 juli 2000

Na uitgeslapen te hebben en vervolgens rustig ontbijt met eitje te hebben genuttigd, rijden we naar Dublin. Het eerste deel van de dag bestaat vooral uit het contact met Budget om de auto te verlengen. Hiervoor moeten we niet alleen bellen (zoals bij het ophalen was verteld), maar ook naar het lokale
Budget-kantoor komen. Na een lange wandeling blijkt deze echter niet te vinden. Opnieuw bellen dus. Auto langer houden dan afgesproken is geen probleem. Woensdag terug in plaats van vandaag? Ook goed. Wandeling en zoektocht voor nix dus. Verder is het opnieuw een stralende zomerdag en net als Dubliners brengen we deze zomerse zondagmiddag door in St. Stephen’s Green, het lokale stadspark. Na ergens wat te hebben gegeten is ook deze dag alweer voorbij. De andere highlights van Dublin komen morgen dus aan bod.

Maandag 17 juli 2000

Opnieuw is het prachtig weer. We’re lucky! Nadat we moeilijk hebben gedaan over het vinden van een goedkope parkeerplek (niet gelukt), lopen we eerst langs Dublin Castle (nou ja, kasteel…). Hebben we al snel gezien. Vervolgens naar Trinity College. Had de Universiteit Leiden maar zo’n campus! De
Book of Kells laten we voor wat het is, de rest wordt wel bewonderd. Hierna lopen we nog door Crafton street, de belangrijkste winkelstraat van Dublin. Vervolgens halen we de auto weer op en rijden we naar de brouwerij van Guiness (ook een beetje een must in Dublin), alwaar ik een poloshirt koop. Na een uurtje in de zon in Phoenix Park rijden we terug naar het centrum om na een korte route langs de rivier de Liffey het Temple Bar-district te bezoeken. In het café met dezelfde naam drinken we een Guiness, waarna fastfood op z’n Iers (fish & chips) het avondeten vormt.

Dinsdag 18 juli 2000 – Woensdag 19 juli 2000

Aan het eind van de vakantie blik ik terug. Om te beginnen was het een geslaagde vakantie: geen ongelukken, ziektes of andere rampen. Ik heb de ruim 2000 kilometer die we hebben afgelegd zelfs schadevrij gereden. En dat is best een prestatie als je bedenkt dat er regelmatig schapen langs de
weg opduiken, honden spontaan voor je auto langs vliegen en Ieren on top of it rijden als gekken. Wat wij hier een ‘plattelandsweggetje’ noemen (zo’n bochtig weggetje waarop je elkaar maar net kan passeren), dat is in Ierland de gemiddelde provinciale weg, waar zo’n 80 km/u wordt gereden. En echte snelwegen kennen ze niet (m.u.v. rond Dublin). In het begin is het wel vreemd, zo’n auto met het stuur rechts. Alles zit er wel in, maar niks zit op de plek waar je het verwacht. Versnellingspook links, buitenspiegel rechts, de eerste dag was het best wennen. Ook het feit dat je rechts wordt ingehaald en het na een bocht op de goede weghelft terechtkomen was even wennen, maar na twee
dagen werd het een beetje een tweede natuur en ging het eigenlijk vanzelf. Wel een ervaring!

Op zich is Ierland een prachtig land, heel groen, veel mooie vergezichten, gevarieerd landschap en er is veel te zien/doen. Maar ik zou er absoluut niet willen wonen. Het is toch een beetje een achtergebleven gebied. Op een paar steden van betekenis na bestaat Ierland voornamelijk uit hele
kleine dorpjes. Terwijl in Nederland ieder dorpje minstens een paar huizen en een kerk heeft, is een typisch Iers dorp een paar huizen en een pub. Deze liggen dan aan een doorgaande weg met verder nog een benzinepomp annex supermarkt annex begrafenisondernemer. Ik moet er toch niet aan denken om daar op het Ierse platteland te wonen. In Dublin zou ik me daarentegen wel kunnen vermaken geloof ik. Goede winkels, gezellige pubs, een prachtige universiteit (Trinity College, ik wou dat Leiden zo’n campus had!). Verder dus veel kastelen en ruines van kastelen. Erg veel. Op een gegeven moment rijdt je ze gewoon voorbij (“nee hè, niet weer een kasteel”). Maar een paar waren er wel erg mooi. Vooral Aughnanure castle is een heel mooi, niet te groot kasteeltje, gelegen op een heuvel met prachtig uitzicht en een perfect gazon voor een picknick ervoor.

Wat misschien wel de meeste indruk heeft gemaakt was de Atlantische kust met z’n spectaculaire kliffen. Hel apart hoe Ierland zomaar ineens ophoudt en als het ware loodrecht in zee ‘valt’. Verder natuurlijk de twee bergachtige gebieden waar we zijn geweest: de Wicklow Mountains ten zuiden van Dublin en Connemara in het westen. In beide gebieden was het weer een stuk slechter dan in de rest van Ierland. De vaak laaghangende regenwolken blijven tussen de bergen hangen, wat enerzijds wel een mooi mystiek beeld oplevert (die bergtoppen in de mist), maar anderzijds wel voor een nat pak kan zorgen. Wanneer je dan de bergen weer uitrijdt, klaart het ineens op, heel opvallend. Vooral de laatste 4 dagen in Dublin hadden we heel mooi (zomers) weer. We hebben trouwens best mazzel gehad met het weer. Alleen in die berggebieden was het slecht weer en toen we in Doolin aan de westkust zaten heeft het een dag geregend, maar voor de rest was het best goed weer. Erg wisselvallig, dat wel. De ene dag liep ik in een trui en spijkerbroek, de volgende dag waren een korte broek en t-shirt nog te warm. Voordeel van het wisselvallige weer was wel dat we bijna alle bezienswaardigheden ‘droog’ hebben kunnen bezichtigen. Een paar keer waren we onderweg ergens naar toe terwijl het water met bakken uit de hemel kwam. Bij de betreffende bezienswaardigheid was dan net een bus met Duitse toeristen aangekomen die ongeveer 10 minuten hadden om rond te kijken en dan weer in de bus moesten zitten. Die stonden dan met z’n allen zijknat te regenen, terwijl wij lekker in de auto bleven zitten. Als de touringcar met toeristen dan weg was, de regen voorbij en de zon weer doorbrak, dan gingen wij kijken, met als gevolg dat er bijna niemand meer was en ik wat mooie plaatjes kon schieten!