Noord-Spanje

6-26 juli 2001

Vrijdag 6 juli 2001

Na een wat turbulente vlucht landen we om even voor twaalf op het vliegveld van Bilbao. Helaas blijken de weersvoorspellingen dit keer te kloppen: een lagedrukgebied in de Golf van Biskaje zorgt voor slecht weer in Baskenland. Nat en troosteloos grijs is dus onze eerste indruk van Noord-Spanje.

In onze gehuurde Opel Corsa (splinternieuw en duidelijk nog niet ingereden) rijden we via een toeristische route in de richting van San Sebastian. De rit wordt een klein avontuur. Volgens Krista staat er een stuk weg niet op de kaart en dat blijkt aardig dicht in de buurt van de werkelijkheid. Nadat de weg eerst een stuk bijna loodrecht omhoog is gegaan (ons Corsaatje kan het nauwelijks aan) wordt de weg smaller en slechter, totdat er vrijwel geen weg meer is. Een hobbelig pad vol plassen en gaten voert ons over zo’n beetje de hoogste berg in de buurt, hier en daar komen we een huisje tegen, totdat de weg ineens weer breder wordt en we langzaam weer van een weg kunnen spreken. De kaart klopte dus. We doen onderweg boodschappen en bezoeken Getaria en Aspezia. Als we aan het begin van de avond in Zarautz aankomen, klaart het weer op en breekt zowaar de zon door. We maken van de gelegenheid gebruik om, nadat we ons tentje op de camping hebben neergezet, langs de boulevard te flaneren en op een terrasje wat te drinken en te eten.

Zaterdag 7 juli 2001

Na een redelijk goede nachtrust en ontbijt rijden we naar San Sebastian. De auto gaat in de parkeergarage. Het weer is totaal omgeslagen: de zon staat aan een strak blauwe hemel en de temperatuur is tot grote hoogte gestegen. Wandelend bekijken we San Sebastian, een zeer aangename stad met een werkelijk schitterende baai en dito strand. Vanaf de Mont Urgull heb je een prachtig uitzicht over de baai. Rond kwart voor vier hebben we ons omgekleed en de boulevard verwisseld voor het strand. Hier relaxen we, waarna we nog naar het Parq Miramar lopen. Aan het begin van de avond keren we terug naar de camping om te eten, douchen en slapen.

Zondag 8 juli 2001

Vanaf Zarautz nemen we de doorgaande weg naar Pamplona. Hier aangekomen zoeken we de geplande camping op. Dit blijkt de drukste camping die je kan verzinnen. Vanwege de feesten in Pamplona zijn de Spanjaarden en andere toeristen massaal op Pamplona afgekomen en deze camping is één van de weinige mogelijkheden om te overnachten (naast wildkamperen op een parkeerplaats, dat in deze tijd oogluikend wordt toegestaan). We kunnen niettemin een plekje krijgen, al betalen we daar een aanzienlijk bedrag voor. Nadat we de tent hebben opgezet, rijden we ’s-middags de valeienroute ten oosten van Pamplona. Deze route leidt door prachtige valeien, via haarspeldbochten over passen, langs ruw graniet en groen begroeide berghellingen. (Deze route vult de hele middag (een beetje teveel van het goede, aldus Krista). De avond brengen we op de camping door.

Maandag 9 juli 2001

Vandaag om half zes (!) de wekker gezet (achterlijk vroeg voor tijdens de vakantie) om op tijd (dat wil zeggen twee uur van tevoren) in Pamplona te kunnen zijn voor het stierenrennen. Zoals al de hele nacht komt de regen met bakken uit de hemel en onweert het flink. We trotseren dit alles echter en gooien in hoog tempo alles in de auto. Nog voordat het licht wordt, verlaten we de camping. Omdat we wat later in Pamplona zijn dan verwacht, is het moeilijk om nog een goed plekje te bemachtigen, maar tussen de houten afzettingen en andermans benen door, lukt het toch om wat van het spektakel te aanschouwen. Hierna bekijken we de rest van Pamplona, wat niet zo heel veel is. De stad ziet eruit als Leiden na 3 oktober. Heel Spanje lijkt te zijn uitgelopen voor San Fermín en dronken jongeren die de hele nacht hebben gefeest, bepalen het straatbeeld. Als we Pamplona in westelijke richting verlaten, klaart het weer op en wordt het meteen weer warmer. De weg naar Burgos is lang en redelijk saai, het landschap weids, maar weinig opwindend. Als we ’s-middags rond twee uur een camping hebben gevonden, begeven we ons naar Burgos. Het weer is redelijk, hoewel iets meer zon best zou mogen. Burgos heeft een paar aardige bezienswaardigheden, met als belangrijkste de kathedraal. Aan het begin van de avond hebben we het (na een lange, intensieve dag) wel gezien en keren we terug naar de camping om nog even rustig te eten en te relaxen.

Dinsdag 10 juli 2001

Na lekker uitgeslapen te hebben, vertrekken we vanuit Burgos richting Léon. De weg leidt over de Meseta, een warme, droge hoogvlakte met voornamelijk graanvelden. Af en toe leidt de weg door een klein dorpje (dat wil zeggen: wat huizen en minstens één kerk). Het weer is ronduit zomers: geen wolk aan de hemel en èrg warm. Precies zoals het voor het binnenland van Spanje was voorspeld. We maken een tussenstop in Sahagún, één van de dorpjes in deze weidse vlakte en tevens één met een erg hoge kerkdichtheid. Nadat we recht op de camping zijn afgereden, komen we rond vier uur aan in de binnenstad van Léon. Deze stad heeft veel bezienswaardigheden, waaronder de imposante en erg fraaie kathedraal, en het mooie weer maakt volop genieten mogelijk. ’s-Avonds drinken en eten we op een terras in het centrum van de stad. Even na tien uur zijn we moe maar voldaan op de camping terug.

Woensdag 11 juli 2001

Vanochtend onze spullen weer gepakt en weer in westelijke richting vertrokken. Net als gisteren is het weer stralend weer. Onze eerste stop is Astorga, een klein stadje met een oud gedeelte, alwaar zich de vestingmuur, kathedraal en nog wat aardige plekjes bevinden. Omdat we de parkeerautomaat nergens konden vinden, hebben we de auto zo achtergelaten, hetgeen we moeten bekopen met een parkeerboete. Bij de politie vinden ze het echter niet nodig om deze te betalen, dus laten we dat maar zo. Vervolgens rijden we door naar Ponferrada. Hier is het even zoeken naar de ‘zone monumental’, maar we vinden het oude en ernstig vervallen kasteel van de tempelridders toch. Het kasteel is één van de weinig interessante dingen in Ponferrada, dus rond zes uur vertrekken we weer en rijden ‘El Bierzo’ in. Hier is het opnieuw zoeken geblazen, dit keer naar een camping. De beoogde camping vinden we niet (we belanden via een lange weg-in-aanleg in een heel klein en erg krap opgezet dorpje, niet een plek voor een camping volgens mij). Uiteindelijk vinden we een afgelegen en volgens gids en kaart onbekende camping in het gehucht Viella. Na te hebben gegeten en na een kortstondige duik in het ijskoude riviertje, brengen we hier de nacht door.

Donderdag 12 juli 2001

Na een rustige nacht vertrekken we tegen elf uur wederom in westelijke richting met als bestemming Santiago de Compostella. De rit voert door ‘El Bierzo’, een bergachtig gebied met groen beboste hellingen en mooie vergezichten. We verwachten de Rio Miño te kruisen, maar die blijkt hier volgens het bordje Rio Loyo genoemd te worden. Tegen drieën hebben we honger en eten we in een langs de weg gelegen restaurant, hoewel uit de reacties van de serveerster blijkt dat dit enigszins ongebruikelijk is. De Ensalada de la casa en de tortilla’s (lees: omelet) zijn erg lekker. Hierna vervolgens we onze weg naar Santiago de Compostella. De tourist office is snel gevonden, maar op weg naar de camping raken we opnieuw hopeloos de weg kwijt en moeten we zeker 20 kilometer de verkeerde kant oprijden voordat we kunnen omdraaien. Met wat hulp van een ander informatiepunt belanden we uiteindelijk op de goede plek. Omdat het (wederom) prachtig weer is, is een duik in het zwembad niet te versmaden. Morgen staat het mekka van de pelgrims op het programma: Santiago de Compostella.

Vrijdag 13 juli 2001

Santiago is vooral nat. Het is bekend dat het hier veel regent en aan de donkergrijze lucht te zin, valt die regen vandaag. Op deze camping blijven heeft dus weinig zin (wie gaat er met dit weer nou het zwembad in?), dus pakken we de spullen in en gaan we de stad bekijken. De kathedraal is het eindpunt van de vele pelgrims die hierheen komen lopen. Binnen staat dan ook een lange rij voor de crypte van Jacobus en is het een drukte van belang. De kathedraal zelf valt wat tegen en is binnenin gewoon niet mooi. De rest van de oude binnenstad is bezaaid met kerken, kloosters en kapellen. Ondanks het weer (miezer, miezer) bekijken we een deel ervan voordat we de stad achter ons laten en richting de kust rijden. Het was de bedoeling dat het daar mooi weer zou zijn en wij op het strand konden gaan liggen, maar dat gaat niet door. Forse regenbuien en een dik wolkendek maken het tot een treurig geheel. Vanaf de camping in Muros maken we nog wel een strandwandeling (even uitwaaien) voordat we in het restaurant van de camping gaan eten. Morgen schijnt het net zulk weer te worden….

Zaterdag 14 juli 2001

Omdat het weer weer nix is, hebben we lang in ‘bed’ gelegen. Vannacht heeft het echt gestortregend. Als we zijn opgestaan begint het rond het middaguur echter op te klaren. Langzaam breekt het wolkendek open en breekt de zon door. We besluiten de kustroute tussen Noia en Muros nogmaals te rijden en de bovenste van de Riás Baixas te verkennen. Hoe anders is deze kustweg als de zon schijnt! Vergezichten over de Riás, stranden en dorpjes waar gisteren nog mist en regen domineerden. Na deze toeristische rit zoeken we in Muros het strand op, waar het aan het begin van de avond nog steeds goed toeven is.

Zondag 15 juli 2001

Hoe wisselvallig het hier kan zijn, blijkt vandaag maar weer eens. De ochtend begint met stralend weer. We pakken de spullen in en rijden naar Cabo Finisterre. We zouden hier blijven, ware het niet dat het weer langzaam dichttrekt en een middag op het strand er niet echt inzet. We besluiten om naar La Coruña door te rijden. Als we ’s-middags door deze stad lopen, is het weer prachtig weer. Aan het eind van de middag domineert echter weer de sluierbewolking. La Coruña hebben we dan inmiddels wel gezien. We rijden door naar Miño, een klein dorpje aan de kust voorbij La Coruña, waar we vannacht zullen blijven.

Maandag 16 juli 2001

Na de overnachting in Miño vertrekken we verder richting de noordkust. Na de Riás rond La Coruña en Ferrol rijden we langs de Riás bij Cedeira, Ortigueira, Viveiro en Ribadeo (de Riás Altas). We genieten kort van de zon op het kleine, maar prachtig tussen de rotsen gelegen Playa de As Cathedrais. Terwijl de wolken en blauwe lucht elkaar afwisselen, rijden we door tot aan Luarca, waar we op de camping verder rustig aan doen.

Dinsdag 17 juli 2001

Nadat het vannacht èrg hard heeft gewaaid, vertrekken we richting tussenstop Oviedo. Deze stad heeft een klein maar leuk centrum met een paar bezienswaardigheden. In tegenstelling tot de wisselende bewolking aan de kust, is het in het binnenland 100% zonnig en warm. Als we Oviedo hebben gezien, rijden we weer richting de kust, althans, zo is de bedoeling. Maar omdat het aan de kust minder mooi weer is, en ook een beetje omdat we verkeerd rijden, besluiten we via een route door het binnenland naar Fuente Dé te rijden. Hiervan krijgen we geen spijt, want de gekozen route is adembenemend mooi. We rijden dwars door het gebergte, langs hellingen en ravijnen, langs stuwmeren en kleine dorpjes. Bijna de hele weg is het mooi weer, totdat we de Picos inrijden en vanuit het dal een grote (en ondoorzichtige) hoeveelheid mist opstijgt. We zetten de tent op in Turieno, even vóór Fuente Dé.

Woensdag 18 juli 2001

We hebben ongelooflijk mazzel met het weer: prachtig zonnig. In Fuente Dé nemen we de kabelbaan naar boven. In nog geen drie minuten en het laatste stuk vrijwel loodrecht omhoog. ‘Boven’ is slechts een houten hokje op de rand van de berg. Het uitzicht is overweldigend. De temperatuur is, ondanks dat de zon volop aan de blauwe hemel staat, slechts zes graden (!) en op sommige plekken ligt zelfs nog sneeuw. We hebben de route van een 14 kilometer lange wandeling bij ons. Met name het eerste (makkelijke) stuk door de Picos is prachtig en absoluut de moeite waard. De lange afdaling is wat minder. Na een stop voor de lunch is het nog 4 kilometer lopen (lees: klimmen), een stuk dat ‘killing’ blijkt. Redelijk op van de klim keren we terug in Fuente Dé, nog steeds is het prachtig weer (mazzel!). ’s-Avonds eten we in een restaurant Serna, in het nabij gelegen Potes.

Donderdag 19 juli 2001

Dat we gisteren mazzel hadden, blijkt vandaag: vannacht en ook de hele ochtend is het grijs en (erg) nat. Ook als we de Picos weer uitijden. We maken een korte tussenstop in Comillas (Palazio Sobrellano, Gaudi’s capricho en nog iets) en rijden daarna door naar de camping in Santander, waar afwisselend zon en regenwolken gepaard gaan met veel (zee)wind. Aan het eind van de middag lopen we nog naar de vuurtoren en kijken daar uit over de Golf van Biskaje.

Vrijdag 20 juli 2001

Vanochtend bekijken we Santander, geen stad met een historisch centrum, zoals vele deze reis, maar een moderne stad aan (het moet gezegd) prachtige baai met vele stranden. Zoals overal is álles in het Spaans: bewegwijzering, plattegronden, menukaarten, bijschriften in musea etc. Met Engels kom je bij de meeste Spanjaarden ook niet veel verder. Eigenlijk een weinig gastvrij volkje, die Iberiërs. Maar goed, dit is ook de reden waarom de ‘rondleiding-voor-twee’ door de bezochte bibliotheek maar kort duurt. Solo Español. Nadat we de stad hebben gezien (nauwelijks een zaak te vinden waar je broodjes en zo kan kopen, de Spanjaarden zelf lunchen warm), genieten we ’s-middags op het strand van het inmiddels weer prachtige weer.

Zaterdag 21 juli 2001

De zon brandt ons op deze langste dat van het jaar uit onze tent. Na het ontbijt vertrekken we richting Santillana del Mar (terug dus). Dit dorpje is één groot openluchtmuseum. Sinds de late middeleeuwen is hier naar verluidt weinig veranderd. In de loop van de middag bevinden we ons op het strandje vlakbij de camping. Totdat de vloedlijn aan de ene kant en de schaduw van de rotsen aan de andere kant het strandje steeds kleiner maken. ’s-Avonds testen we het restaurant van de camping ui (krijgt het predikaat ‘matig’).

Zondag 22 juli 2001

Vanochtend bezoeken we de grotten in Puente Viesgo. De grotten zelf zijn niet zo bijzonder, maar de 115.000 jaar oude rotstekeningen zijn dat wel. Helaas is de rondleiding in het Spaans, maar dat was te verwachten. Hierna rijden we naar het natuurpark Cabarceno, een soort mix tussen Artis en de Beekse Bergen. Helaas zijn veel dieren niet te zien (verstopt of gewoon niet aanwezig) en de dieren die wel te zien zijn, liggen voor pampus, waarschijnlijk vanwege de warmte midden op de dag. Omdat ik in de loop van de dag steeds zieker wordt (darmen van slag, pijnaanvallen, koorts, hoofdpijn, slap, slapper, slapst) onderbreken we het wat tegenvallende bezoek en rijden we terug naar de camping. Ik mag eerst uitzoeken.

Maandag 23 juli 2001

Ik ben nog steeds ziek. Beroerde nacht gehad, 38,6 graden koorts, hevige pijnaanvallen in m’n darmen en diarree: kortom: ziek, zwak en misselijk.

Dinsdag 24 juli 2001

Ik ben nog steeds niet in orde (nog steeds koorts en pijnaanvallen). Toch rijden we vandaag naar Castro Urdiales, want anders loopt de planning wel erg in de war. We doen verder rustig aan, ’s-avonds wandelen we (net als alle andere bewoners van dit havenstadje) over de boulevard langs het water en het historische stadsgezicht.

Woensdag 25 juli 2001

Ik ben nog steeds ziek: diarree, koorts en pijnaanvallen. We blijven dus op en om de camping. Ik vermaak me met liggen, slapen en naar de wc lopen, Krista doet boodschappen en ligt in de zon. Aan het eind van de middag, begin van de avond gaat het met mij wat beter en worden de tassen ingepakt en de rommel opgeruimd. Morgen nog een ‘bliksembezoek’ aan Bilbao (als mijn fysieke toestand het toelaat) en dan ’s-middags terug naar Nederland.