28 september – 19 oktober 2003

Maandag 29 september 2003

Het is half tien ‘s-ochtends als ik ben ingechecked in het Bangkok Palace Hotel. Hier zullen we de eerste drie dagen van deze reis verblijven. De vlucht was lang (11 uur). De douane en bagageafhandeling op Bangkok International Airport gaan snel en in de hal staat onze reisleider van Fox, Paul, al op ons te wachten. Als we de terminal uitlopen, heb ik het idee een oven binnen te stappen. Het is hier zeven uur ‘s-ochtends en naar verluidt 25 graden, maar het voelt als een enorme warme, benauwde deken. Bij de bus krijgen we van een Thaise dame bloemen omgehangen. De bus zelf is gelukkig airconditioned. Tijdens de rit naar de stad maken we meteen kennis met een echt Bangkokverschijnsel: verstopte wegen. Het is bewolkt en een beetje regenachtig. In de bus is de stemming uitstekend (later ongetwijfeld meer hierover). Onze Thaise gids (Odé, wat vrij vertaald ‘kikkervisje’ betekent) vertelt ons dat Thailand ons ‘tweede thuis’ is. Buiten de bus veel hoge kantoorgebouwen (sommige niet afgebouwd na de Azië-crisis eind jaren negentig), grote reclameborden en apartementengebouwen zoals je die in iedere grote wereldstad ziet. Eenmaal in de stad vallen de ‘sloppenwijken’ op: midden in de stad staan tussen de overige bebouwing bij elkaar gepakte onderkomens van golfplaat en pallets. Onze gids merkt terecht op dat Thailand nog altijd een ontwikkelingsland is. In het hotel krijgen we tot 12 uur om uit te rusten, daarna gaan we gezamenlijk lunchen. Dit doen we in de Bayoke Tower, het één na hoogste gebouw van Azië, zeg maar het Empire State Building van Bangkok. Het is nogal heiig, dus het uitzicht is niet optimaal. De lunch is heerlijk: allerlei soorten vlees en vis, groenten, noodles, rijst en sushi. Terug in het hotel gaan we met een paar mensen wat drinken in de bar. Om zes uur legt Paul in een apart zaaltje de hele reis uit. Alles bij elkaar ziet het er overweldigend uit, veel vooral ook. Nadat we wederom heerlijk hebben gegeten (weer zo’n uitgebreid Thais buffet), ben ik bekaf en zoek ik al om kwart over acht m’n hotelkamer op. Net als de meesten trouwens. Gelukkig kunnen we komende nacht gewoon slapen. Morgenochtend wel om zes uur op om om half acht te vertrekken naar het Koninklijk Paleis en een aantal van de mooiste tempels.

Dinsdag 30 september 2003

Vannacht prima geslapen, maar zes uur is wel erg vroeg… Na te hebben gedouched en ontbeten (continental breakfast) ben ik er weer helemaal klaar voor. Eerst rijden we naar de Gouden Boeddha: een massief (!) gouden boeddhabeeld in een klein en verder niet zo bijzonder tempeltje. Vervolgens
bezoeken we de Wat Po, een tempelcomplex waar zich de ‘reclining Boeddha’ bevindt, een groot (45 meter lang en 15 meter hoog) liggend boeddhabeeld van goud. Het beeld is prachtig en erg indrukwekkend, alleen is het tempeltje dat ze eromheen hebben gebouwd een beetje te klein. Het complex zelf bevat diverse tempelgebouwen en chedi’s met rijk gedecoreerde torens. Het doet sprookjesachtig aan. De volgende ‘stop’ zijn de Wat Phra Kaeo en het Koninklijk Paleis. Beide zijn eveneens enorme complexen met diverse prachtige gebouwen. Sommige geheel in Thaise bouwstijl, andere in Englse koloniale stijl. In de Wat Phra Kaeo staat de Emerald Boeddha, één van de heiligste boeddha’s van Thailand. Een klein beeldje van smaragd op een hoog soort podium. We lunchen op een (stilliggende) boot aan de Chao Praya en gaan dan naar het Vivanmek House, een houten paleis waar binnen diverse interieurtjes te zien zijn. Persoonlijk vind ik hier niet zoveel aan. Het is wel de derde keer vandaag dat we onze schoenen uit moeten doen, want het dragen van schoenen is in paleizen uit den boze. Ook in tempels kom je alleen op blote voeten en ‘gepast gekleed’ binnen. Inmiddels is het gaan regenen (tja, regentijd hè…). Van vier tot zes hebben we weer even de tijd om te relaxen in het hotel. Het diner vindt plaats op een varende boot op de Chao Praya. Nadat we hebben gegeten gaan we naar het achterdek, waar we gezellig wat kletsen en foto’s proberen te maken van de verlichte tempels langs de rivier. Rond een uur of tien worden we afgezet bij de uitgaanswijk Patpong. De rest van de avond mogen we zelf invullen. Met een klein groepje lopen we over de drukke avondmarkt, waar je voortdurend wordt aangesproken door verkopers van allerlei toeristische spulletjes: t-shirts, horloges, sieraden, cd’s, kleding etc. Daartussendoor wordt me regelmatig ‘pingpong’ aangeboden, of gewoon ‘sex show’. Ook de meiden krijgen dit trouwens aangeboden. Na de markt nemen we plaats op een overdekt terras. We hebben als tip van Paul gekregen om voor de terugweg een tuktuk te nemen. Voor 90 baht per tuktuk worden we naar ons hotel gebracht. De drie chauffeurs maken er een heuze wedstrijd van. Met een noodgang razen ze tussen het verkeer door. Het gegil van de meiden spoort de lachende chauffeur van onze tuktuk aan om nog wat harder te rijden. Een buitengewoon enerverende rit als slot van een heel gezellige avond!

Woensdag 1 oktober 2003

Na een vrij korte nacht krijg ik om acht uur m’n wake up-call. De ochtend brengen we door in een longtail-boot die ons over de Chao Praya en door een aantal ‘klongs’ (kanalen) brengt. Onderweg zien we allerlei soorten huizen: grote aan de oevers, houten huizen op palen in het water, bootjes, Thai
(die vaak lachend zwaaien als we langskomen) en onderweg zien we ook nog een baby-krokodil langs de kant. Zo’n boot is echt een hele mooie manier om dit stukje Bangkok te zien. Sommige huizen zijn alleen via het water bereikbaar. Grappig is wel dat zelfs de meest goedkoop ogende houten huisjes wèl een vaak fraai geesteshuisje hebben, èn een grote televisie binnen. ‘s-Middags lig ik op de derde verdieping van het hotel in het openluchtzwembad. Vlak naast de snelweg, maar toch heerlijk. Om half zes ben ik weer helemaal opgekikkerd in m’n hotelkamer. Om half zeven gaan we weg voor het diner en het ‘Calypso-cabaret’. Geen idee wat het is, maar het blijkt een travestietenshow te zijn. Grappig om te zien. Sommige mannen zijn echt hele mooie vrouwen geworden. Bij sommige acts staan alle fases van het ‘ombouwproces’ op het podium (mannen, mannen die van boven wel geholpen zijn maar van onder nog niet, geheel omgebouwde mannen). Sommigen zijn na afloop helemaal onthutst als ze horen dat er ècht geen vrouwen bijzaten. Voorafgaand aan de show hebben we trouwens in hetzelfde gebouw gedineerd. Weer een erg goed buffet, maar opgeleukt met een waanzinnig slechte Elvis-imitatie. Zo slecht dat het grappig was. Na de Calypso-belevenis wil een deel van de groep gaan stappen. Ik heb daar echt geen behoefte aan. Met een paar mensen gaan we nog wat drinken in in de lobbybar van het hotel. Het is bijna één uur als ik naar bed ga.

Donderdag 2 oktober 2003

Vandaag gaan we door Bangkok fietsen. Vijf uur lang maar liefst. De wandeling naar het Skytrainstation is lang en bloedheet (de zon is doorgebroken). Het is echt héél warm. De skytrain (een soort metro op palen) brengt ons tot vlakbij een hotel vanwaaruit we gaan fietsen. Een Nederlandse man (Michiel) is onze gids. Hij weet volgens mij echt ieder straatje in Bangkok te vinden, afgaand op de manier waarop hij ons door de stad loodst. In een lange rij fietsen we achter hem aan, onderweg stoppend voor foto’s. We komen door buurten waar je anders waarschijnlijk nooit zou komen. Langs
panden waar Thaise arbeiders schoenen in elkaar zetten, dwars over een Chinese markt waar een overvloed aan etenswaren wordt aangeboden, door nauwe steegjes in arme buurten waar de huizen van golfplaat zijn. Ongeveer halverwege moeten alle fietsen en wijzelf op een boot en worden we naar de andere kant van de rivier gebracht. Daar komen we in een heel ander stukje Bangkok. Hier wonen mensen in houten huizen in de jungle, tussen al het groen van palmbomen en andere tropische planten. Het gebied is alleen bereikbaar via een betonnen pad van ongeveer een meter breeddat ongeveer anderhalve meter boven het water ligt. Daar wil je dus niet vanaf vallen. Voorzichtig fietsen dus. Als Michiel op een onoverzichtelijke hoek afslaat en er een Thaise jongen van de andere kant komt, moet of hij of de Thai het water in. Het wordt de Thai. Het is een bijzondere fietstocht. Om zes uur zijn we terug waar we begonnen zijn. Vandaar nemen we de skytrain en een taxi naar ons hotel. We weten niet zeker of onze chauffeur het hotel wel kent of het adres waar we naartoe moeten, maar het valt mee. Om zeven uur kunnen we douchen. Ik ruik echt niet fris meer. Vanavond eten in het hotel en morgen om half zes (!) op. Morgen verlaten we Bangkok.

Vrijdag 3 oktober 2003

Het is even na zes uur als ik langs de kant van de rivier, midden in de jungle, dit stukje schrijf. We zijn net aangekomen in ons ‘Jungle Raft Hotel’, bestaande uit een rij drijvende kamers van hout en rieten daken. Geen electriciteit, wel en douche, maar alleen met koud water. ‘s-Avonds alleen een olielampje. Het is prachtig om hier te zijn, niet iets dat je op eigen initiatief snel zal doen. Een prachtige plek. Vanochtend zijn we vroeg vertrokken en hebben we eerst een drijvende markt bezocht. Het is de enige die nog over is en nogal toeristisch. Leuk, al die bootjes met tropisch fruit en ander eten. Daarna naar de omgeving van de River Kwai gereden. Een begraafplaats bezocht waar dwangarbeiders (ook Nederlandse) begraven liggen die in de Tweede Wereldoorlog aan de Birmaspoorlijn hebben gewerkt. Indrukwekkend en het roept herinneringen op aan Normandië afgelopen zomer. De zon is doorgebroken en het is meteen èrg warm. De volgende stop is de beroemde brug over de River Kwai. Net als ik aan de andere kant van de brug ben, begint het te regenen. Een kort buitje, maar ik ben wel zeiknat. We lunchen op een groot overdekt vlot dat over de rivier vaart. Mooi uitzicht! Eén van de (vele) hoogtepunten is de treinreis over een deel van de Birmaspoorlijn. We stappen in in Chaong Keb en rijden tot aan Tachilen. Tijdens de rit heb je fantastisch uitzicht. Hierna worden we naar de jungle gebracht. Een longtail-boot brengt ons over de rivier naar het hotel, zo’n twintig minuten varen. Hier genieten we de rest van de avond van de rust en de omgevingsgeluiden.

Zaterdag 4 oktober 2003

Wat een uitvinding, zo’n hangmat! Met de kabbelende rivier naast me even opschrijven wat we vandaag hebben gedaan. Vannacht in ieder geval goed geslapen. Warm, want geen airco. De dag begint met een koude douche (letterlijk). Om half zeven dus meteen klaarwakker. Het ontbijt in dit exotische oord is nogal engels: ham & eggs, toast, marmelade en koffie. Per boot zijn we teruggegaan naar de plek waar de bus ons had afgezet. Als eerste vandaag de Hellfire pass bezocht. In WOII hebben dwangarbeiders hier rotsen uitgehakt voor de aanleg van de Birmaspoorlijn. Hierna gaan we naar Sai Yok National Park. Bij de waterval gaan we weer aan boord van een overdekte ‘raft’, die ons naar een andere waterval brengt. Beide zijn niet spectaculair, maar enkele van de ons nemen wel een duik. Oppassen voor de sterke stroming. Het duurt even voordat ons eten (per longtail-boot arriveert. Eén van de gerechten die ik opschep is èrg scherp, de eerste keer deze vakantie dat ik iets heets eet. De terugreis naar het drijvende hotel gaat weer per longtail-boot. We komen van de andere kant en de tocht duurt bijna een uur. Aan beide kanten van de Kwai niets dan oerwoud. Af en toe iemand in een bootje langs de kant, een huisje (al dan niet drijvend) of kinderen die in de rivier spelen. Je bent hier ècht weg van de ‘bewoonde wereld’ en ver weg van het alledaagse leven.

Zondag 5 oktober 2003

Om half zes opgestaan en bij het licht van het olielampje geschoren en gedouched. Vandaag verlaten we alweer de mooie en rustige omgeving van de River Kwai. We zitten vandaag veel in de bus. Eerst naar Ayutaya, de oude hoofdstad van Thailand. Hier bezoeken we de ruïnes van de Wat Chai
Wattanaram en de Phra Sri Sanphet (die namen heb ik ook niet zelf bedacht). Mooie ruïnes, weer eens iets heel anders dan die van de Romeinen die je overal in Europa tegenkomt. Het is wel erg warm, de zon schijnt nu vrijwel voortdurend. We lunchen in het Ayutaya-hotel. Hierna weer de bus in naar Pitsanulok, een lange rit door een vrij saai, vlak landschap. In het hotel aangekomen eerst iemand laten komen die het toilet kon maken (bleef maar doorspoelen) en daarna gedouched, want ik was inmiddels ècht niet fris meer! Met een riksha (zo’n fiets met drie wielen en een zitje achterop zijn we naar ons restaurant gebracht. Op de terugweg nog even gestopt op de avondmarkt (waar voor toeristen met groente wordt gegooid), maar het gezelligst was het bezoek aan de karaokebar naast het hotel. Niet teveel bij voorstellen, het was meer een kippenhok met een karaoke-jukebox, maar toch. Enkele nummers zijn uit volle borst meegezongen. Waarschijnlijk spijt dat het één uur is geworden als morgen om zes uur de wekker gaat.

Maandag 6 oktober 2003

Na het vroege ontbijt bezoeken we een schoolplein, waar zoals iedere ochtend om acht uur ceremonieel de vlag wordt gehesen. Daarna naar de Wat Mahathat (ook in Pitsanulok), naar verluidt één van de belangrijkste tempels van Thailand. Hierna begint de lange reis naar Chiang Rai. Onderweg stoppen we een aantal keren, inder meer in Sukothai. Hier kijken we rond in een
rijstverwerkingsfabriek. De arbeidsinspectie en keuringsdienst van waren zouden hier eens een kijkje moeten nemen. Onvoorstelbaar oud en smerig. Gemiddeld, volgens Paul, zo schijnt het over te zijn. In Sukothai bekijken we per fiets ook nog wat ruïnes van oude tempels, die in een soort park bij elkaar
liggen. Terug in de bus gaat het door heuvel- en bergachtig gebied. Om kwart voor acht arriveren we in het Golden Pine Resort even buiten Chiang Rai. Een halfjaar oud en werkelijk prachtig complex, met kleine huisjes als kamers, ieder voorzien van een zeer luxe badkamer en een veranda. Wat jammer dat we hier maar één nacht blijven! ‘s-Avonds heerlijk gezwommen in het mooi verlichte en door palmbomen omringde zwembad.

Dinsdag 7 oktober 2003

Ik dacht dat ik vakantie had, maar we staan ‘s-ochtends net zo vroeg op als wanneer ik naar m’n werk ga – of vroeger! Na één nacht in het resort in Chiang Rai vertrekken we naar het noordelijkste puntje van Thailand. Dit is in Mae Sai, waar een brug de grenspost vormt met Myanmar (vroeger: Birma). Ik loop hier een stukje over de lokale markt, de mooiste die ik tot nu toe heb gezien. manden met pepers, groenten, knoflook in verschillende soorten, vis (levens en spartelend) en zakken met kruiden. De bakken met 2 cm grote rupsen zien er minder aantrekkelijk uit. Hierna rijden we naar de Mekong rivier, waar we met een boot een mooie tocht over maken. Onderweg stoppen we aan de kant van Laos. Dit is geen officiële grensovergang, maar lokale inwoners hebben er een soort post opgezet waar je een papiertje krijgt met een stempel en er zitten wat winkeltjes. Ik kan dus zeggen dat ik in Laos ben geweest. Drie kwartier om precies te zijn. Dit gebied vormt de Gouden Driehoek waar Thailand, Laos en Myanmar samenkomen. Het is een prachtige bergachtige omgeving met veel rijstvelden. En een berucht opiumgebied. Dat merkten we onderweg hiernaartoe, toen we langs de weg regelmatig controleposten van de politie tegenkwamen. Sinds een jaar voeren de Thai een ‘oorlog tegen drugs’ en men probeert de smokkel van opium in dit gebied dus tegen te gaan. ‘s-Middags stappen we van de bus over in pickups waar achterin bankjes zijn gemonteerd (een gebruikelijke vorm van taxivervoer hier). In de pickups rijden we verder de bergen in en bezoeken we de bergstammen Akha en Yao. Bij de laatste worden we meteen belaagd door een grote groep kinderen die ons bij de hand nemen en door hun moeders en oma’s die ons armbandjes en mutsjes willen aansmeren. Ook ik word door een klein jongentje vastgepakt en het dorp rondgeleid. Dit zijn hele arme mensen die geen opleiding hebben. Het zijn ook geen Thai maar Laotianen. Een vreemde ervaring. Het vervolg van de rit gaat verder omhoog. Rijstvelden maken plaats voor theeplantages. Vanuit de overdekte pickup is het helaas niet goed mogelijk het landschap goed te fotograferen. We komen om exact vijf uur aan in Maesalong. Onze accomodatie hier liegt er ook niet om: een soort apartementjes met een veranda en een prachtig uitzicht.

Woensdag 8 oktober 2003

Dag 11, we zijn dus halverwege. Ik heb het gevoel al zoveel te hebben gezien en gedaan. Tegelijkertijd denk ik dat ik de helft al weer kwijt ben, zoveel indrukken en zo’n vol programma ook. Het is kwart over vijf en we zijn net in het Chiang Mai Hill hotel aangekomen. Niet zo mooi als de vorige twee, maar wel ok. Vanochtend zijn we in Sankaem Paeng geweest, waar ze beschilderde
parasols en waaiers maken. Je kan er ook andere dingen laten beschilderen. Na de lunch (wéér een buffet met rijst, kip, varkensvlees, geroerbakte groenten en ananas en watermeloen toe) rijden we in twee uur naar Chiang Mai, de tweede stad van Thailand. Hier bezoeken we Gems Gallery, waar -naar
men zegt beroemde- handgemaakte sieraden maakt met diamanten, robijnen en safieren. Je kan ook zien hoe ze worden gemaakt. Met name de dames in de groep doen uitgebreid inkopen. De kwaliteit is goed en de prijs laag, dus ja. De avond brengen we door in een Kanthoke-restaurant, een heel fraai
openlucht-restaurant in Lanna-stijl, met hele lage tafeltjes, muziek en dans als entertainment en eten dat typerend is voor noord-Thailand. Wat het allemaal was, weet ik niet, maat het was wel lekker. Vervolgens zijn we gaan shoppen op de avondmarkt. Al met al weer een leuke avond.

Donderdag 9 oktober 2003

Vanochtend weer om half zeven opgestaan. Na het ontbijt in de bus naar het olifantenkamp Chiang Dao. Hier worden fotorolletjes volgeschoten van mensen naast, op en voor olifanten, olifanten in de rivier, voetballende olifanten etc. Hierna maken we een uur durende rit op de rug van een olifant. Ver gaan we niet, maar die beesten lopen zo langzaam dat de rit een uur duurt. Onderweg genieten we van de mooie natuur. We lunchen ook in het park (rijst! kip! ananas!). Het kamp ligt aan de rivier Ring, waar we per vlot een tochtje over maken. Bij het eindpunt staat de bus weer te wachten. Op de terugweg stoppen we nog even bij een orchideeënkwekerij. In het hotel hebben we anderhalf uur voor we vertrekken voor een twee uur durende Thaise massage. De dames zitten al op ons te wachten en ik ben nog niet binnen of eentje heeft me al beetgepakt en leidt me naar één van de matrassen. We krijgen een soort pyjamapakje aan en een kopje thee. Wat volgt is twee uur lang trekken, duwen en kneden. Op een paar vierkante centimeter na wordt ieder plekje aangepakt. Dat is soms trouwens best pijnlijk. Maar het is over het algemeen niet onaangenaam en erg relaxend. Met nieuwe energie kom ik terug in het hotel, waar we vanavond eten. Om de nieuwe energie niet meteen te verspelen, besluit ik vanavond niet meer weg te gaan. Het is uiteindelijk toch nog half één als ik m’n bed inkruip.

Vrijdag 10 oktober 2003

Vanochtend bezoeken we de Wat Doi Suthep in Chiang Mai. Deze ligt bovenop een berg, maar de mist ontneemt het uitzicht op Chiang Mai. Pas als we terugrijden en de berg afdalen, kijken we over de stad uit. Hierna gaan we nog naar een fabriek waar ze Thaise zijde maken en één waar ze teakhouten
meubelen maken. Na de lunch in het hotel meoten we onze spullen pakken voor de komende zes dagen. De grote koffers gaan terug naar Bangkok en wij gaan de bergen in met minibusjes. We nemen afscheid van de chauffeur en de ‘busboy’ van de bus. Het oude en aandoenlijjke mannetje dat deze reis het hulpje was (o.a. drinken in de bus rondbracht) is zichtbaar geroerd door onze dank, fooi en het afscheid. Hierna duik ik het zwembad in. Na een uurtje relaxen op bed heb ik met een paar mensen afgesproken om ergens te gaan eten. Per tuktuk gaan we door de donkere straten van Chiang Mai, totdat we bij een zeer goed restaurant aankomen. Pizza hebben ze niet, maar het eten is
prima, de Singa (bier) smaakt prima en de band die optreedt is echt goed. We blijven tot sluitingstijd. We zijn de enige in het restaurant die luidkeels meezingen en dansen, maar who cares? De aanwezige Thai vinden het prachtig en wij hebben een topavond. Per tuktuk gaan we terug naar het
hotel. Het is kwart over drie als ik m’n bed induik. Een leuke avond, veel gelachen en waarschijnlijk iets teveel Singa.

Zaterdag 11 oktober 2003

Inderdaad, iets teveel Singa. Een maar vier uurtjes slaap. We vertrekken vandaag met minibusjes uit Chiang Mai naar Pai, in de regio waar de Karen-stammen wonen. De omgeving is er prachtig. Het is het meest bergachtige gebied tot nu toe. Onderweg bezoeken we een Karen-dorp, houten huisjes in
een modderige omgeving, erg primitief allemaal). De lunch wordt vandaag door Odé bereid (rijst met kip en groente, eenvoudig maar prima te eten). ‘s-Middags komen we in Pai aan. Ook hier een soort bungalows die echter wel heel sober zijn ingericht. ‘s-Avonds zitten we nog met wat mensen buiten
rond een groot kampvuur, voordat we rond middernacht gaan slapen.

Zondag 12 oktober 2003

Tot nu toe nog geen last gehad van ongedierte of zo. Ook nu niet, hoewel de huisjes in dit ‘resort’ allesbehalve afgesloten zijn. Na het ontbijt (eenvoudig: toast, gebakken ei, spek en koffie) volgt de tweede etappe van de reis naar Mae Hong Son. Over een kronkelige weg met haarspeldbochten gaat het door het bergachtige landschap. Af en toe stoppen we, onder andere op een mooi uitzichtpunt, bij een rijstveld waar wordt gewerkt en bij een Lisu-dorp (één van de bergstammen in dit gebied). Iedereen is blij als we rond twee uur in het hotel in Mae Hong Son aankomen. Hier blijven we twee nachten en zowel vandaag als morgen hebben we de middag en avond vrij. Een kwartier later lig ik bij het zwembad in de zon. Het is zo warm dat het in de zon bijna niet uit te houden is. Na een tijdje verschuif ik m’n ligbed naar de schaduw, waar ik even later in slaap val. Een goed half uur later word ik weer wakker. Nog even relaxen in het zwembad, douchen en om half acht aan tafel.

Maandag 13 oktober 2003

Vandaag het laatste beetje cultuur gehad. De Wat Doi Kong Mu (bovenop de gelijknamige berg) was de laatste tempel van deze vakantie. Maar goed ook, want ik heb nu wel genoeg tempels en Boeddha’s gezien. Vanaf de berg heb je mooi uitzicht over Mae Hong Son. Voor deze laatste excursie zijn we eerst nog naar de bekende langnekstammen geweest. Eerst weer met een boot een minuut of tien varen. Ook deze stam woont in een afgelegen dorpje met houten huisjes, vergelijkbaar met de Karen en Lisu. De vrouwen met de ringen om hun nek zitten verspreid voor hun huisjes en verkopen kleine souvenirs in ruil voor foto’s. Deze oude cultuur (die ringen werden ooit als  schoonheidsideaal gezien) schijnt steeds minder voor te komen, maar wordt in stand gehouden voor het toerisme. Een raar stukje cultuur als je het mij vraagt en best een beetje ziek. Na de prima lunch zijn we weer vrij en dus lig ik (net als veel anderen) vanaf een uur of twee tot kwart voor vijf in en bij het zwembad. Het is toch wel èrg relaxed om in het zwembad een Pina Colada geserveerd te krijgen. Foto van gemaakt, anders geloven ze het thuis niet. Het diner (beetje groot woord voor een standaard Thaise maaltijd) is in een tentje in het dorp. Na het eten zit ik nog even met wat mensen in de lobby, waar sommige reisgenoten zich uitleven met de pianist. Karaoke is volkssport nummer één in Thailand. Echt overal vindt je karaoke-bars en lokalo’s Thaise liedjes lopen mee te blèren.

Dinsdag 14 oktober 2003

Nog één excursie en ik val dood neer, zei iemand vanmiddag. Het is ook wel van het ene uiterste in het andere. Moesten we tot nu toe iedere ochtend vroeg op en werden we de hele dag en avond geëntertaind, sinds gisteren gaat het er een stuk rustiger aan toe. Vanochtend tot half negen uitgeslapen, rustig gedouched, tas gepakt en ontbeten. Om half twaalf naar het vliegveld voor de vlucht van Mae Hong Son naar Chiang Mai. Precies als we op het vliegveld(je) zijn, barst er een enorme onweersbui los. Binnen enkele minuten staat de startbaan blank. Even zijn we bang dat de vlucht genannuleerd zal worden en we met de minibusjes terugmoeten. Het valt mee, met ongeveer drie kwartier vertraging vliegen we terug naar Chiang Mai. Een vlucht van nog geen half uur. Om half drie nemen we onze intrek in het Chinag Mai Hill Hotel. Ik heb met een paar mensen om zeven uur afgesproken om in de stad te gaan eten. In het ‘Brauhaus’ (een Duitse tent waar de bediening in lederhosen loopt) eet ik voor het eerst in twee-en-halve week een keer géén rijst, maar biefstuk met champignons en patat. Heerlijk, hoewel het eigenlijk jammer is dat we niet gewoon Thais zijn gaan eten. Na het eten lopen we nog even over de avondmarkt. Daarna gaan we naar een bar in de buurt, waar nog meer mensen van de groep blijken te zitten. De dames hier serveren niet alleen, ze zitten desgevraagd ook aan je en voor 700 baht gaan ze mee naar je hotel. Ook enkele van de groep hebben al snel iemand om hun nek hangen. Om twaalf uur besluit een aantal mensen om weg te gaan, voor mij een mooie gelegenheid om er eveneens tussenuit te knijpen.

Woensdag 15 oktober 2003

Ik schrijf m’n verslag vandaag in de trein van Chiang Mai naar Bangkok. We zijn om kwart voor vijf vanmiddag vertrokken en morgenochtend om kwart voor zes komen we aan. Een terugreis van dertien uur.

Donderdag 16 oktober 2003

De nacht in de trein is een hele belevenis. Al vanaf acht uur worden de zitjes omgetoverd in bedden. Eén boven en één beneden, gordijntje ervoor, klaar. Tegen tienen ga ik maar eens proberen te slapen. Dat lukt redelijk, al wordt ik wel regelmatig wakker. Hoewel we pas om kwart over zes aankomen, beginnen ze al om half zes met het opruimen van de bedden. Vroeg wakker dus. Eenmaal in Bangkok ontbijten we in een hotel tegenover het station. Hier staat ook een bus klaar met de bagage die we zes dagen geleden naar Bangkok hebben gestuurd. Goed geregeld dus. We nemen afscheid van reisleider Paul en met alleen Odé als steun en toeverlaat rijden we in drie uur naar Hua Hin. Hoe dichter we bij onze strandbestemming komen, hoe harder het gaat regenen. Door de slechte afwatering staat de weg grotendeels blank, mensen lopen tot boven hun enkels in het water en laaggelegen winkels langs de weg worden met zandzakken gebarricadeerd. Wat een bizar contrast met het droge en bloedhete noorden. Als we in Hua Hin aankomen is het droog, maar nog wel bewolkt. Vanaf nu doe ik niet veel anders meer dan relaxen en bijkomen van alle indrukken van de afgelopen weken.

Vrijdag 17 oktober 2003

Vandaag loop ik met een aantal mensen het stadje in om te shoppen. We eten in een klein Italiaans restaurantje (letterlijk een éénmanszaakje), waar we na de pizza geruime tijd doorpraten. ‘s-Avonds gaan we naar Capo’s, een Italiaans restaurant. We nemen plaats op het balkon, maar dat blijkt een risicovolle keuze. Net als we met het voorgerecht bezig zijn, slaat de bliksem in een electriciteitspaal die pal naast het balkon staat, waardoor kortsluiting ontstaat in de lichtreclames van het naastgelegen pand. De enorme klap, de lichtflits en de vonkenregen ogen spectaculair. Iedereen schrikt enorm, sommigen staan in minder dan een seconde twee meter verder in een hoek te trillen. Het
hoofdgerecht besluiten we maar binnen te eten. Nog één nachtje en één dag (die grotendeels uit inpakken zal bestaan) en dan zit het erop.

Zaterdag 18 oktober 2003

Vandaag is eigenlijk de laatste dag. We vertrekken om half acht vanavond richting de luchthaven van Bangkok. Daarvoor hebben we nog een laatste gezamenlijk diner in het hotel. Ik heb weer goed geslapen en doe ‘s-ochtends rustig aan. Ontbijten en inpakken. Met een par mensen gaan we lunchen bij Buffalo Bill’s. Helaas geen chicken sandwich (“sorry, no chicken”), dan maar een steak sandwich. Na de lunch gaan we poolen in het snookercentrum naast het hotel. Jongens tegen de meisjes: 3-1. De kamers hebben we om twaalf uur moeten verlaten. Er zijn drie kamers vrij gehouden om de handbagage neer te zetten en ‘s-middags te douchen en om te kleden. Voor het eten nog een paar
potjes poolen. Nu 2-1 verloren. Even na half acht rijden we weg. Onderweg moeten we weer regelmatig stapvoets rijden als gevolg van overstromingen. Hele dorpjes staan blank. Eenmaal op de luchthaven is het een kwestie van wachten, inchecken, afscheid nemen van Odé, oprotpremie betalen (500 baht om het land uit te kunnen), exitvisum, weer wachten. Om kwart voor drie ‘s-nachts (wat een tijdstip) vliegen we. Ben blij dat we teruggaan. Maar het was een fantastische reis!