9 – 23 oktober 2004

Zaterdag 9 oktober 2004

Zo, de vakantie is begonnen. M’n tweede verre reis van dit jaar. Een half jaar geleden was ik nog in Cuba en sinds vanochtend bevind ik me in Sri Lanka, het eiland voor de kust van India. Eerlijk gezegd ben ik nú al moe! Vrijdagmiddag zijn we namelijk vertrokken en na ruim tien uur vliegen en een overstap in Amman zijn we vanochtend om kwart over zes plaatselijke tijd geland op de luchthaven van Colombo. Volgens m’n bioklok is het nu diep in de nacht en in het vliegtuig heb ik natuurlijk weer niet geslapen. Beetje brak dus, maar vanmiddag gaan we met z’n allen wel meteen Colombo bekijken… Eerst heb ik maar even een uurtje slaap gepakt en gedouched. Ik ben benieuwd wat deze
vakantie gaat brengen. Mijn kamer (vanaf de receptie helemaal aan de andere kant van het hotel/resort, heeft in ieder geval uitzicht op de Indische oceaan, dus dat zit alvast goed. Echt handig is het niet dat Fox (of eigenlijk de lokale agent, Visit Lanka) meteen op de eerste dag de tour door Colombo op het programma heeft staan. Iedereen is nog hartstikke moe en uit z’n ritme. Na
de lunch voel ik me overigens wel een stuk beter dan vlak na aankomst. Prima lunch trouwens, het eerste oosterse buffet van deze vakantie.

De stadstour zelf is leuk, maar ik heb wel eens betere gehad. Ik had een paar dingen nog graag gezien en een beetje de tijd gehad om door de straten van Colombo te lopen en foto’s te maken. Op die manier maak je toch beter kennis met zo’n stad, de straatbeelden, de geluiden en zo. Nu worden we toch wel een beetje van plek naar plek gereden en de verhaaltjes van Sampath (onze gids/reisleider) zijn nou ook niet echt geweldig. Maar misschien vind ik dit allemaal wel vanwege de jetlag. Tussendoor valt even een kort buitje, maar het klaart al snel weer op. Volgens Sampath duurt de zuidwest-moesson tot november (de reisgidsen zeggen allemaal september…), dus we zullen nog wel vaker een bui krijgen. Het levert trouwens wel erg fraaie wolkenluchten op. Ondertussen is het wel snikheet. Iedere keer als je de bus of je hotelkamer uitstapt, is het of je een hete luchtoven instapt. Wat verder opvalt is het chaotische verkeer (men rijdt als gekken en duwt voortdurend op de claxon) en de toch wel erg rommelige aanblik van de straten. Veel mensen, kraampjes, auto’s, tuktuks, slecht wegdek en ouder, slecht onderhouden huizen en
gebouwen. Op basis van wat ik tot nu toe heb gezien oogt Sri Lanka rommelig, soms zelfs ronduit smerig (afval langs de weg, veel zwerfhonden) en armoediger dan bijvoorbeeld Thailand. Na bezoekjes aan o.a. een Boeddhistische en Hindoeïstische tempel, de Galle Face Green (een soort
boulevard langs de oceaan), de Independence Commemoration Hall, de Nederlandse Wolvendaal Kerk en zo nog wat bezienswaardigheden, keren we moe terug in hotel Dolphin in Negombo (o ja, we zitten niet in Colombo, maar anderhalf uur rijden noordelijker). Om acht uur diner en daarna snel slapen.

Zondag 10 oktober 2004

Het is even na half vijf ’s middags en ik ben aardig verbrand. Vandaag heb ik namelijk heerlijk relaxed in de zon gelegen, onder de palmen, met een groot zwembad binnen handbereik, kortom: een heerlijk relaxed dagje. Vanochtend heeft Sampath in een ‘information meeting’ e.e.a. over Sri Lanka verteld en
wat dingen over het programma en zo. Vanavond gaan we een boottocht maken door een nabijgelegen lagune en daarna is er een BBQ bij lokale vissers. Ik ben benieuwd. Vanmiddag kon je ook nog een boottocht maken, maar op drie enthousiastelingen na verkoos de rest van de groep het
zwembad en de zon. De komende dagen krijgen we nog genoeg te zien en hebben we een aardig vol programma, dus even een dagje niks doen is ook wel lekker. Maar vandaar dus dat ik verbrand ben.

Om kwart over tien zijn we terug in het hotel. Na een aardig (maar niet echt spectaculair) boottochtje door de lagune van Ranweli hebben we gegeten bij een lokale familie. Zij hebben van een dak van bamboebladen op palen een soort eetgelegenheid gemaakt. Hier krijgen we een buffet van lokale
(m.n. vis-) recepten te eten. Ik moet zeggen: helemaal niet slecht! Vooral de gamba’s zijn èrg lekker. En zoals goed Sri Lankees gebruik voorschrijft hebben we hier met de handen gegeten. Drie vingers van de rechterhand wel te verstaan, de linkerhand is bestemd voor minder hygiënische dingen.

Maandag 11 oktober 2004

Als ik aan het ontbijt zit (in de overdekte, maar verder open eetzaal van het hotel) komt er een enorme stortbui naar beneden. Het is het begin van een dag met veel regen. Na het ontbijt worden de koffers en tassen weer in de bus geladen en verlaten we Negombo. Eerst rijden we naar Pinawela, waar zich
een olifantenweeshuis bevindt. Net zoals vorig jaar in Thailand is ook dit weer een plek waar veel foto’s worden gemaakt. Het is weer behoorlijk toeristisch allemaal, maar de olifanten zelf zijn wel leuk. Uiteraard moet er ook weer een (kort) ritje worden gemaakt op de rug van zo’n beest en de echte fanaten onder ons mogen een exemplaar wassen in de rivier. De olifanten zelf ondergaan alles schijnbaar gelaten. We lunchen in een restaurant met uitzicht over de rivier waar een hele groep olifanten in staat. Niet verkeerd en prima eten.

Na de lunch rijden we verder naar Habarana. De route leidt door het prachtige landschap van Sri Lanka. Rijstvelden worden afgewisseld door palmbossen, ananasplantages en dorpjes, waar vooral de hoeveelheid en veelkleurigheid van de reclameborden opvalt. Een schril contrast met de vervallen gebouwtjes waar ze aan hangen. Onderweg valt er aardig wat regen, wat opvallend is, omdat het hier meestal niet erg lang achter elkaar regent. Na deze reis (we leggen vandaag ongeveer 175 km af) komen we aan in Dambulla. Hier bevinden zich de beroemde rotstempels. In vijf “zalen” die zich in de rotsen bevinden, staan enkele tientallen Boeddhabeelden. De wanden en plafonds van de rotsen zijn beschilderd en de beelden worden uitgelicht in de schemerige ruimtes. Een erg mooi gezicht en erg fraaie beelden. De grootste is een 40 meter lange liggende Boeddha, uitgehakt uit de rots. Als we aan het begin van de avond in Habarana aankomen, regent het nog steeds. Hopelijk is het morgen, als we naar Polonnaruwa gaan, weer wat beter. Tot slot van deze dag eten we in het restaurant van het hotel. Het eten in Sri Lanka is op zich prima, al was ik over het eten in Thailand enthousiaster. Menig gerecht is toch wel èrg scherp.

Dinsdag 12 oktober 2004

Vannacht goed geslapen (wel een beetje hard kussen). Als ik na het douchen van m’n huisje naar het restaurant loop, zie ik dat de regen van gisteren heeft plaatsgemaakt voor mooi, zonnig weer. Dat komt goed uit, want Polonnaruwa staat op het programma. Deze voormalige hoofdstad (uit de tijd dat Sri Lanka nog een koninkrijk was) bestaat uit de restanten van de oude citadel met de ruïnes van diverse tempels en stoepa’s. Prachtig om te zien, indrukwekkend. Het doet me aan Ayutaya denken, een voormalige hoofdstad van Thailand, waar ook zulke ruïnes te vinden zijn. Het is snikheet, dus behoorlijk zweten geblazen. En veel water drinken. Om half drie staat nog een heuse jeepsafari op het programma. In twee open jeeps rijden we door een natuurreservaat. Op wat olifanten na zien we echter geen dieren. Halverwege betrekt de lucht en pakken onheilspellende wolken zich boven ons samen. Het is het begin van een onweersbui die de rest van de avond duurt. Een onwaarschijnlijke
hoeveelheid water komt naar beneden. Het dak van de jeep lekt aan alle kanten en de weg (beter: het pad) staat af en toe volledig blank (en dan heb ik het nog niet eens over alle hobbels, kuilen en plassen waar we doorheen moeten). Rond zeven uur zijn we terug in ons hotel (The Village, toepasselijke naam met al die huisjes). Morgen gaan we naar Sigiriya en Kandy. Kan dan, net als vanochtend, de regen weer voorbij zijn?

Woensdag 13 oktober 2004

Vannacht weer heerlijk geslapen. Net als gisteren is het ook vanochtend weer prachtig weer. Zo te merken is het hier ‘s-ochtends mooi en betrekt het ‘s-middags. Daar hebben we mazzel mee, want het past perfect in het programma. Na Polonnaruwa gisteren hebben we vandaag het tweede hoogtepunt, zowel letterlijk als figuurlijk: de leeuwenrots van Sigiriya. Om de rots heen liggen (de opgravingen van) oude tuinen, die ooit fraai aangelegd geweest moeten zijn. Bovenop de rots bevond zich het paleis van de toenmalige koning van Sri Lanka. De 150 meter omhoog gaat per trap, pal langs de verticale gevel van de rots. Goddank is dit de schaduwkant van de rots, want in de volle zon zou deze klim niet te doen zijn geweest. In de schaduw met wat wind gaat het wel. Halverwege de klim is een grot met
1500 jaar oude fresco’s. Dit, maar zeker ook de hele klim, de imposante rots en het geweldige uitzicht maken het een indrukwekkend geheel. Nat van het zweet kom ik bovenop de rots aan.

Na Sigiriya rijden we richting Kandy. Onderweg lunchen we bij een ‘spice garden’, waar we ook een rondleiding en uitleg krijgen. Hier wordt van alles gekweekt dat een medicinale werking heeft: van aloëvera tot kruidnagel. Deze vormen de basis van de hier veel toegepaste ayurveda-geneeskunde, die op
natuurlijke ingrediënten is gebaseerd. Nadat diverse mensen inkopen hebben gedaan, rijden we naar het Swiss Residence (ons hotel voor vannacht) in Kandy. Om zes uur vertrekken we weer. We wonen een voorstelling van Kandiaanse dansers bij waar aan het eind ook nog een demonstratie vuurlopen wordt gegeven. Vervolgens gaan we naar de beroemde Tempel van de Tand, waar naar verluidt een tand van Boeddha wordt bewaard. Dit is zo’n beetje het heiligste der heiligen voor de Boeddhistische Srilankanen. De tand zelf krijg je niet te zien, maar de plek waar hij wordt bewaard wel en de tempel
zelf is ook erg fraai om te zien. Al met al is het een drukke dag geweest. Ik ben dan ook best moe als ik om tien uur m’n bed opzoek.

Donderdag 14 oktober 2004

Vanochtend staan een edelstenenmuseum en een botanische tuin op het programma. Geen dingen waar ik erg enthousiast van word, dus ik besluit een alternatief programma te doen. Ik laat me door de bus afzetten aan de rand van het stadje, dat niet erg groot is en dus makkelijk te voet te bekijken. Op
m’n gemak loop ik door Kandy. Drukke straatjes waar ze van alles en nog wat verkopen: van speelgoed tot kleding tot auto-onderdelen. Veel van hetzelfde. Ik verbaas me erover dat er steeds vijf of tien dezelfde winkeltjes naast elkaar zitten. Tien winkeltjes met fruit naast elkaar, vijf winkeltjes met auto-onderdelen naast elkaar, acht juweliers en ga zo maar door. Okee, je weet in ieder geval waar je moet zijn als je iets nodig hebt, maar ze verkopen allemaal hetzelfde en je betaalt ook overal hetzelfde. Raar idee van concurrentie hebben ze hier… Er lopen nauwelijks toeristen ‘los’ rond. Ik heb dan ook geen gebrek aan aandacht van de Srilankanen die me hun waar willen verkopen. Ik loop langs het meer van Kandy met de daaraan gelegen Tempel van de Tand. En ik bezoek de lokale markt. Een gebouw van twee verdiepingen met een binnentuin en galerijen waar veel kruiden, fruit, rijst, vis en vlees wordt verkocht. Ik schiet uiteraard weer de nodige plaatjes en ga even op een
stoeprand zitten om wat mensen op straat te fotograferen.

Rond kwart voor twaalf laat ik me door een tuktuk (eigenlijk: trishaw) weer naar het hotel brengen, waar ik het zwembad induik en even in de zon ga liggen. Na een tijdje betrekt het weer. Ik bestel een sandwich als lunch, waar men ongetwijfeld blij mee is, want ik ben op dat moment bijna de enige gast in het hotel. De groep is nog weg en voor de rest zit er bijna niemand. Privé-zwembad en terras dus. Om kwart voor drie is het niet echt warm meer en ga ik douchen. Ik ga nog even op bed liggen (en dommel geloof ik nog even weg), totdat ik op de gang stemmen hoor: de rest is ook weer terug. We drinken wat in de ‘bar’ van het hotel (het hotel is verder nogal ongezellig) en om acht uur gaan we aan tafel.

Vrijdag 15 oktober 2004

Gisteravond na het eten zijn we met een deel van de groep (het jonge deel) naar de discotheek geweest. Dat wil zeggen de kleine discotheek tegenover het hotel. We waren de enige gasten, want hij was speciaal voor ons op donderdagavond open. Wat gedronken en een tijdje gedanst. Om half
twaalf vond ik het welletjes en ben ik naar bed gegaan. Vanochtend hebben we Kandy verlaten. Het eerste deel van de reis leggen we per trein af. De rit duurt drie kwartier en de trein zit stampvol (want wordt ook gebruikt door lokale Srilankanen), dus zitten is er niet bij. Het idee achter het ritje is denk ik
vooral een indruk krijgen van hoe een ritje met de trein hier gaat, want verder is er weinig bijzonders te zien.

Vervolgens rijden we met de bus verder. Onderweg bezoeken we een theeverwerkingsfabriek. De busreis leidt dwars door de bergen die het centrale deel van Sri Lanka domineren. Het uitzicht is echt schitterend. Et is er ontzettend groen en loofbomen, naaldbomen, palmbomen en bananenbomen worden afgewisseld door de vele theeplantages, die hele berghellingen bestrijken. Vergezichten, watervallen, in mist en wolken gehulde bergtoppen en ontelbare haarspeldbochten, deze rit heeft het allemaal.

We lunchen onderweg en rijden door naar Nuwara Eliya. Dit stadje ligt op 1800 meter hoogte, om even aan te geven hoe hoog we zitten. Het is zwaarbewolkt en af en toe mottert het. Heel ander weer dan in de lager gelegen delen van het land. In Nuwara Eliya kan je niet om de verkopers van jassen en truien heen. Ze verkopen voor erg weinig geld bekende merken als Columbia, Helly Hansen en Kappa. Ik koop een fleecetrui voor 1000 rupees, ongeveer acht euro, kom daar in Nederland maar eens om. Na Nuwara Eliya is het nog twee uur rijden naar Bandarawela, waar we overnachten voor we morgen naar Unawatuna rijden. Het hotel is saai en sober, maar we krijgen ‘savonds wel een heus zes-gangendiner geserveerd. Aan de buitenkant van het hotel valt het niet af te zien, maar de keuken is erg goed.

Zaterdag 16 oktober 2004

We zijn op onze strandbestemming! Vanochtend zijn we uit Bandarawela vertrokken voor een echte reisdag, want het is een heel eind rijden naar Unawatuna. Onderweg stoppen we een paar keer om mooie plaatjes te schieten van de prachtige omgeving. Het eerste uur is het landschap nog
bergachtig, daarna belanden we weer op het platte deel van het eiland en rijden we richting de kust. De temperatuur is dan alweer naar tropische waarden gestegen. Onderweg luister ik (voor het eerst deze vakantie) naar wat cd’s. Ook de lunch en de ‘teabreak’ zijn welkome afwisselingen. Bij het
zuideliijkste puntje van het eiland stoppen we nog bij een mooi groot Boeddhabeeld en even later, precies als de zon ondergaat, treffen we een Srilankaan die aan het ‘steltvissen’ is (dat wil zeggen in een paal boven het water hangt). Met de zonsondergang levert dit een prachtig mooi plaatje op.

Om zeven uur komen we aan in Unawatuna. Zo op het eerste gezicht ziet het ‘beach resort’ (dat uiteraard direct aan het strand ligt) er mooi uit, maar het is dan al donker. We maken een groepsfoto en nemen vervolgens afscheid van Sampath. Ik bedank hem voor alles, mede dankzij hem is dit een heerlijke
vakantie. Mijn appartementje in het resort ligt pal naast receptie, bar en restaurant en die laatste twee liggen weer direct aan de oceaan. Het restaurant is open en tijdens het eten kijk je over de baai uit. Prachtig. Zo kan het dus gebeuren dat ik, na heerlijk te hebben gegeten, uitgebreid ‘natafel’. Drankje erbij, het geruis van de oceaan en een zwoele temperatuur… Lang nadat de andere gasten naar bed zijn gegaan, de meeste lampen al uit zijn en op één arme Srilankaan na al het personeel al is vertrokken, besluiten wij ook maar te gaan slapen. Het is dan kwart voor twee ‘s-nachts…

Zondag 17 oktober 2004

De eerste volle dag in ons ‘beach resort’. Ondanks het late tijdstip gisteravond ben ik om kwart over acht wakker. Gedouched en ontbeten en vervolgens een eind langs het strand gaan lopen. Het resort ligt aan een sikkelvormige baai met palmbomen, bootjes en aan de rechterkant een stoepa bovenop een heuvel. Het is zonovergoten weer (en warm), dus het ziet er helemaal uit zoals je van een tropisch beach resort zou verwachten. Met anderen van de groep lig ik een tijdje op het strand, maar wel een beetje in de schaduw van de palmbomen, want anders verbrand ik levend. Na de lunch krijgen we van de lokale Fox-vertegenwoordiger (Wasanta, door ons washandje genoemd) te horen wat hier de excursiemogelijkheden zijn. Ik besluit (net als de meeste anderen) alleen de excursie naar Galle (een must) en de boottocht over het Koggolameer te doen (respectievelijk dinsdag en donderdag). De rest
van de tijd wordt dus relaxen. De middag lig ik aan het zwembad, beetje lezen, beetje slapen.

Maandag 18 oktober 2004

Echt heel vervelend zo’n vakantie op een tropisch eiland. Heel vermoeiend ook, de hele dag een beetje bij het zwembad liggen, beetje lezen, eten, kletsen, beetje slapen, zwemmen, weer eten… Vanochtend nog even gekeken of er zoiets is als een dorp Unawatuna, maar meer dan wat huizen en winkeltjes langs een drukke doorgaande weg is er niet. Via een andere weg kom ik weer bij het strand uit. Al met al toch een uurtje gelopen. En voor de rest dus helemaal niks gedaan.

Dinsdag 19 oktober 2004

Vannacht weer prima geslapen. Na het ontbijt verzamelen we ons om naar Galle te gaan. Dit stadje ligt ongeveer 10 kilometer van Unawatuna en is ooit een belangrijke VOC-stad geweest. Uiteraard bezoeken we het oude fort, dat aanvankelijk door de Portugezen is gebouwd, maar door de Nederlanders is overgenomen en uitgebreid en sindsdien bekend staat als ‘Dutch Fort’. Een echt stukje Nederlandse historie in Sri Lanka dus. Boven de hoofdingang van het fort staat het logo van de VOC. Vanaf de vestingmuren heb je mooi uitzicht over de Indische oceaan. Zo’n oud fort heeft altijd wel wat, vind ik. Binnen de vesting staan met name huizen uit de Portugese tijd, maar ook het huis van de Nederlandse gouverneur en de oudste protestantse kerk van Sri Lanka, gesticht door de Nederlanders.

Het is weer snikheet, dus ik zweet me weer suf vandaag. We drinken wat en gaan daarna nog even ‘shoppen’ in het stadje Galle zelf. Weer vele van hetzelfde, vooral nep-merkkleding wordt je voortdurend aangesmeerd. Ook hier weer veel winkeltjes naast elkaar die hetzelfde verkopen. Kleine vlaggetjes voor op m’n tas maken ze hier niet, dus dat gaat helaas niet lukken. Wel koop ik drie gevlochten mandjes met Ceylonthee voor het thuisfront. Eenmaal terug ga ik bij het zwembad liggen. Om zeven uur (en vers gedouched) drink ik een cocktail (‘sunset delight’) aan de bar en om acht uur gaan we weer aan tafel.

Woensdag 20 oktober 2004

Vandaag de hele dag bij het zwembad gelegen. In de schaduw, dat wel. Mijn dag: beetje lezen, kletsen, slapen, een potje poolen, douchen, eten, nog een paar caiperina’s… Om half één ga ik slapen.

Donderdag 21 oktober 2004

Vanochtend een buitengewoon enerverende excursie gehad. Not! Het boottochtje over het Koggolameer is op zich wel rustgevend, maar een beetje té (lees: niet zoveel aan). De ‘catamaran’ bestaat uit twee kano-achtige bootjes die met twee planken aan elkaar zijn gebonden. Gaat nèt, met z’n tienen. Maar het weer is goed, dus. Even gestopt bij een familie die kaneel kweekt en gezien hoe ze het kaneel van de takken halen (kaneel is de schil onder de bast van de tak) en een kopje kaneelthee gedronken (yeah!). Vervolgens stoppen we nog bij een waterschildpaddenopvang (of kwekerij?). En dan zit de laatste excursie van deze vakantie erop. ‘s-Middags lig ik bij het zwembad te lezen. Moet je ook niet teveel doen hoor, zes dagen in dit resort is best lang. Bij Cuba en Thailand hadden we te weinig stranddagen (wat heet: er was nauwelijks strand) en hier teveel. Aan het eind van de middag speel ik nog een potje pool (ik presteer het om drie keer de zwarte bal in de verkeerde
pot te schieten en daardoor het spel te verliezen). Morgen de laatste dag.

Vrijdag 22 oktober 2004

We hebben het echt getroffen met het weer. Het is vrijwel de hele vakantie prachtig geweest, op de regen tijdens de ‘safari’ en een enkel buitje tijdens een busrit daargelaten. Ik hoorde gisteravond dat het vorige week hier in Unawatuna de hele week slecht weer is geweest. De afgelopen dagen is het
echter onafgebroken meer dan dertig graden en volop zonnig! Ik ben deze vakantie liters vocht kwijtgeraakt van het zweten en heb evenveel liters water gedronken om het tekort weer aan te vullen. Maar hé, je bent op vakantie op een tropisch eiland of niet hè. Je hoort mij niet klagen. Maar het is bijna voorbij. Vanochtend nog een eindje langs de baai gelopen en daarna bij het zwembad een tijdje in de zon (jawel, ín de zon) gelegen. Na de lunch ga ik op bed liggen en pak ik twee uurtjes slaap. Vervolgens pak ik m’n tas in en gaan we nog één keer met de hele groep aan tafel. Vanavond om twaalf uur precies vertrekken we richting de luchthaven van Colombo, wat ruim drie uur rijden is. Het is dus morgenochtend vroeg als we vertrekken en zaterdagmiddag vier uur als we in Amsterdam aankomen. Het ene moment boek je een vakantie naar Sri Lanka en kijk je er weken naar uit, en het volgende moment is het alweer voorbij…