Californië

3 – 18 mei 2005

Dinsdag 3 mei 2005

Het is half twaalf en ik ben zojuist opgestegen vanaf luchthaven Charles de Gaulle in Parijs. Ruim een half uur te laat, maar op zo’n afstand zal dat niet veel uitmaken. Vanochtend om vier uur opgestaan, snel gedouched en aangekleed en daarna naar het station gelopen (want om die tijd rijden er nog geen bussen). De vlucht van Amsterdam naar Parijs duurde slechts 55 minuten. Op CdG was de overstap toch wel wat krap. Via een paspoortcontrole, een bus, nog een paspoortcontrole en nog een bus kwam ik net op tijd bij de Boeing 777 van Air France aan. En nu dus nog een dikke tien uur vliegen naar Los Angeles. Ik dood de lange vlucht met het kijken van een film en het lezen van de Lonely Planet, maar hij blijft lang. Vanaf Amsterdam gerekend ben ik in totaal veertien uur onderweg.

Op LAX moet ik m’n vingerafdruk afgeven en een foto laten maken (onderdeel van de verscherpte veiligheidsmaatregelen sinds 9/11). M’n bagage wordt echter niet doorzocht (op CdG ook al niet). M’n tas is gelukkig ook meegekomen (zucht) dus in vijftien minuten sta ik buiten. Een busje brengt me van de terminal naar het terrein van Budget, waar m’n goudkleurige Ford Focus (US edition) klaar staat. De weg naar Venice Beach (de aan de kust gelegen wijk van LA waar m’n hostel staat) is niet moeilijk, maar eenmaal ín Venice is het wel even zoeken naar het Cadillac Hotel. Kleine straatjes en veel
eenrichtingsverkeer. Het Cadillac Hotel staat pal aan de Pacific Ocean en het is zonovergoten weer. Je snapt het, ik ben in één keer in vakantiestemming! M’n auto parkeren valt niet mee, maar lukt na een rondje extra op Rose Avenue, om de hoek bij het hostel. Hierna meld ik me bij de balie van het Cadillac Hotel. De kamer is prima. Maximaal vier personen en een eigen (grote) badkamer. Goed geregeld!

Het is inmiddels drie uur geweest, middernacht volgens m’n biologische klok. Met korte broek en camera loop ik het hostel uit, direct de Ocean Front Walk op. Dit is de 1,5 kilometer lange wandelboulevard die langs het strand van Venice loopt, ook wel bekend als Venice Board Walk. Langs de boardwalk zitten allemaal winkeltjes die de bekende toeristische prullaria verkopen en diverse cafeetjes en eettentjes. Op de boardwalk zelf tref je een bonte verzameling van straatverkopers, muzikanten en handlezers. Verder loop je hier tussen veel toeristen, veel jongeren ook en de als voormalige hippies of anderszins vreemd uitgedoste idioten die de boardwalk dagelijks bevolken (idioten ofwel omdat ze er zo uitzien ofwel omdat ze zich zo gedragen). Langs de boardwalk loopt ook nog een fiets- annex skatepad en verderop zijn jongeren aan het basketballen. Het strand zelf is vrij leeg, slechts hier en daar ligt iemand. Al met al heerst er een relaxte sfeer. De van Baywatch bekende huisjes van de life guard zijn echt geweldig om te zien. Bijna een etmaal geleden vertrok ik op een vroege dinsdagmorgen uit een koud Nederland en terwijl het nu middernacht zou moeten zijn, zit ik midden op de dag in prachtig weer in Venice Beach.

Woensdag 4 mei 2005

Vanochtend al vroeg wakker (want al om negen uur gaan slapen), gedouched en om half acht stap ik in de auto richting Hollywood. Het is nog bewolkt, hopelijk wordt dat straks beter. Na lang zoeken kom ik eindelijk in Hollywood aan. Het verkeer rijdt hier vrij makkelijk mee en de straatnamen staan hele
duidelijk met grote borden midden boven de weg aangegeven. Maar borden die aangeven waar je naartoe moet (rechtsaf, linksaf, richting zus en zo) kennen ze hier niet. Ik moet het dus met de plattegrondjes in de Lonely Planet doen. Ik rij te ver door en beland bijna in downtown. Om een uur of tien vind ik dan toch een (gratis) parkeerplekje, vlakbij Hollywood Boulevard. Als ik niet was omgereden, zou de rit van Venice naar Hollywood, aan de andere kant van de stad, toch bijna twee uur geduurd hebben. Dit om even aan te geven hoe enorm uitgestrekt LA is. Ik ga eerst even langs de Paramount Studios, de grootste nog actieve televisie- en filmstudio in Hollywood. Vandaag zijn er zo te zien opnamen voor Dr. Phil. Vervolgens loop ik Hollywood Boulevard af. Aan weerszijden bestaat de stoep hier uit de beroemde Walk of Fame, met sterren met namen van bekende acteurs, muzikanten, schrijvers etc. Ik loop langs het Egyptian Theatre (de oudste bioscoop van LA), El Capitan Theatre, Mann’s Chinese Theatre (de beroemdste bioscoop in LA) en het Roosevelt Hotel, waar in 1929 de eerste Academy Awards (de Oscars) werden uitgereikt. Via Sunset Boulevard loop ik weer terug. Niet echt een interessante straat, waarom dacht ik dat toch bij het horen van de naam Sunset Boulevard? De Lonely Planet biedt uitkomst: even verderop is Sunset bekend als de ‘Sunset
Strip’, een gedeelte met vele billboards en nog meer bars en clubs waar veel bekende artiesten ooit hun carrière zijn begonnen. Vandaar dus.

Ik pak de auto en ga op zoek naar het Hollywood sign, je weet wel, die grote letters op die berg. In de LP staan twee plekken waar je ze kan zien, maar één is te ver weg en op de andere plek zie je helemaal niks (ik in ieder geval niet). Na lang zoeken en proberen en via een omhoog lopende bochtige straat in een verder vrij verlaten woonwijk (met overal bordjes “no access to Hollywood sign”), kom ik uiteindelijk vrij dicht bij de beroemde letters. Verder is er niemand te bekennen hier. Maar goed dat ik een auto heb, want anders was ik hier nooit gekomen. Na dit korte avontuur rijd ik Sunset af richting Melrose Avenue, parkeer m’n auto en ga weer lopen. Inmiddels is de zon erbij gekomen en is het behoorlijk warm geworden. Ik ben er inmiddels wel achter dat LA inderdaad die uitgestrekte stad is wat men beweert. Allemaal laagbouw, brede wegen en straten en enorme afstanden. Ook Melrose is weer een heel stuk lopen. Eigenlijk is het niet veel meer dan een drukke weg met winkels, boutiques en galeries. Leuk shoppen voor de wat meer welgestelden onder ons, dat wel. Bij de Daily Grid, een koffie- en bagelszaakje, ga ik even zitten voor inderdaad… koffie en bagels :-). De omliggende straten hier zien er trouwens niet verkeerd uit: lommerrijk en mooie huizen.

Na Melrose ga ik naar Beverly Hills, waar de huizen nog mooier zijn. Deze wijk is inderdaad wat je van televisie kent. Brede lanen met mooie bomen, kasten van huizen en dure auto’s op de oprijlanen. Zelfs de straatnaambordjes zijn hier nèt even chiquer dan in de rest van de stad. Ik rijd via Rodeo Drive naar het bekende (roze) Beverly Hills Hotel, het peperdure hotel waar veel beroemdheden hebben gelogeerd. Tot slot rijd ik nog langs de televisiestudio’s van CBS en daarna rijd ik (enigszins op de gok) Fairfax Avenue af in de hoop richting Venice te rijden. Zowaar kruis ik na een hele tijd Venice Boulevard, die recht naar Venice toe loopt. Dat heb ik dus efficiënter gedaan dan vanochtend.

Donderdag 5 mei 2005

Volgens de verhalen heeft LA geen downtown, geen centrum. Volgens de LP wel en eenmaal daar ben ik het met LP eens: LA heeft wel degelijk een downtown, bestaande uit het Financial District en het ten noorden daarvan gelegen Civic Center. Dit alles op anderhalf uur rijden van Venice. Ik parkeer de auto op de rand van het Financial District. Hier domineren de hoge gebouwen van glas en beton. Om die reden (en omdat het op een heuvel ligt) wordt het Financial District ook wel ‘Bunker Hill’ genoemd. Ik duik eerst een Starbucks in voor een Italian Coffee (nee geen espresso maar een gebruikelijk grote beker ‘gewone’ koffie) en een ‘smoked turkey havarti rustic’ (dat is een buitengewoon lekker broodje). Behalve Bunker Hill is de rest van downtown LA zoals de rest van de stad: brede streets en avenues, lage bebouwing (vier tot vijf verdiepingen) en dus uitgestrekt.

Ik loop via Fifth Street en Grand Avenue, langs de Public Library en de nieuwe Walt Disney Music Hall, langs City Hall, het gebouw van de LA Times helemaal naar Union Station. Vlakbij Union Station is een Mexicaanse wijk, inclusief een Mexicaanse markt, waar vandaag ‘Cinquo de Mayo’ wordt gevierd (ter gelegenheid van het verslaan van de Fransen door de Mexicanen, lang geleden). Op Wilshire Boulevard kom ik langs het vervallen (zonde!) voormalige Ambassador Hotel, waar in 1965 Robert Kennedy is vermoord. Terug in Beverly Hills loop ik over Rodeo Drive, waar alle dure kledingmerken en zo zitten. Shopping area for de rich and famous. Een stukje verder Wilshire Boulevard af, in de wijk Westwood, neem ik nog even een kijkje op het Westwood Memorial Park, een begraafplaats waar Marilyn Monroe begraven ligt. Haar graf bevindt zich in een muur en is eigenlijk best een beetje simpel voor een celebrity, maar goed.

Om vier uur ben ik terug in Venice, waar het een beetje treurig weer is (morgen wordt het geloof ik beter). Na m’n dagelijkse wandelingetje over de boardwalk duik ik het Sidewalk Café in. Tijd voor een biertje. Tegen de tijd dat in trek begin te krijgen, loop ik op de gok het Firehouse Café binnen, een aardige bar op Rose Avenue, waar ik een Budlight en een ‘chef’s salade’ bestel. Goeie keuze! De salade is enorm, met sla, tomaat, ei, ham, spekjes en kip. De grote schaal is genoeg voor twee dagen.

Vrijdag 6 mei 2005

Het is vandaag prachtig weer en dus neem ik m’n strandspullen mee naar Santa Monica. Voor het eerst hoef ik niet ver te rijden: Santa Monica ligt vlak naast Venice. Als ik zou moeten kiezen, zou ik het wel weten: Santa Monica is een erg aangenaam stadje. Mooi ingericht, schoon, niet te druk, met een mooi strand en zonder de weirdo’s van Venice. Langs het strand loopt een wat hoger gelegen boulevard annex parkje (Palisades Park) vanwaar je prachtig uitzicht hebt over het strand en de beroemde pier van Santa Monica. Nadat ik wat plaatjes heb geschoten loop ik terug naar de Third Street Promenade, een leuk wandel- en winkelgebied. Op het terras van The Coffee Bean (een Starbucks-imitatie) neem ik m’n dagelijkse ontbijt (coffee and bagels).

Vervolgens loop ik terug naar en over de pier, waarna ik een plekje op het strand zoek. Anders dan wij Nederlanders trekken de Amerikanen niet massaal naar het strand als het mooi weer is. Het strand ligt er dus vrij verlaten bij, hier en daar ligt iemand. Na twee uurtjes houd ik het voor gezien, wil niet verbranden. Ik lunch bij Starbucks en ben even na drie uur terug in Venice, waar parkeren weer een crime is. Ik sta echt drie straten verderop… Het eind van de middag en de avond breng ik door met wat lezen, m’n spullen pakken, een biertje in het Sidewalk Café, een broodje halen bij Subway en nog meer lezen. Morgen vertrek ik uit LA voor het eerste deel van Highway 1, oftewel de Pacific Coast Highway, van LA naar Santa Barbara.

Zaterdag 7 mei 2005

Ik heb LA achter me gelaten en bevind me op Highway 1. Om acht uur vertrokken en voor ik het wist was ik door Santa Monica heen en reed ik de Pacific Coast Highway op. Prachtig weer, de radio aan, wat wil je nog meer? Onderweg stop ik voor koffie in Malibu. Hier schijnen de beste surfstranden te zijn en inderdaad zijn er vele ‘beach boys’ actief. Highway 1 loopt dwars door Oxnard en vanaf daar tot aan Santa Barbara moet ik verplicht over Highway 101, omdat er op dat stuk geen Highway 1 is. Om elf uur kom ik in Santa Barbara aan, bekend van de gelijknamige soapserie. Een leuk stadje met allemaal witte huisjes met rode dakpannetjes. Totaal anders weer dan de beachtowns van LA. Het hostel ligt zeer centraal, drie blokken van het strand en hey, free parking in front. Ik wandel meteen richting Stearn’s Wharf, de pier van Santa Barbara. De pier wordt druk bezocht door toeristen. Verder vindt je er vissers, meeuwen en pelikanen. Die laatste vliegen wat rond en duiken af en toe een vis op uit het water, maar ze wagen zich helaas niet op de pier zelf.

Nadat ik wat heb rondgekeken haal ik m’n zwembroek en handdoek uit de auto en ga ik op het strand liggen. Ook hier is het aantal zonaanbidders op twee handen te tellen. Santa Barbara is een vriendelijk uitziend stadje, dat in de jaren twintig door een aardbeving geheel werd verwoest en toen geheel opnieuw is opgebouwd. Vandaar die consequent doorgevoerde mission achtige bouwstijl. Het geeft Santa Barbara meer een Mediterrane sfeer dan een Amerikaanse. Pal achter de stad rijzen de Santa Ynez Mountains op, een
bergketen waar de wolken blijven hangen, wat iets dreigends heeft, maar in het stadje zelf en op het strand is het het mooiste weer van de wereld. Ik hang nog even de toerist uit in het toch wel heel Spaans aandoende stadje (echt àlles is hier wit met rode pannetjes). Vervolgens bemachtig ik een plekje bij Madison’s, een druk café aan State Street, de centrale (winkel-)straat van Santa Barbara. Zo’n café zonder voorgevel, zodat je aan het bartafeltje het idee hebt half op een terras te zitten. Ondertussen besluit ik van San Luis Obispo een te bezichtigen tussenstop te maken in plaats van een overnachtingsplaats. Daardoor heb ik de volgende dag meer tijd voor het mooiste stuk van Highway 1: The Big Sur. Moet nog wel even een plek om te slapen vinden.

Zondag 8 mei 2005

Vandaag ga ik onder andere langs bij twee missieposten. Waar ik eindig, weet ik nog niet, er is een Bed & Breakfast annex Hostel in Cambria, maar we zien wel hoe ver we komen. Eerst weer een stukje 101, maar na een uurtje kan ik weer de Pacific Coast Highway op. De tweebaans weg voert door een groen heuvellandschap. Bij Lompoc neme ik de afslag naar Highway 246, waar een klein stukje verder de missiepost La Purisima Conception ligt. Dit was één van demissieposten langs de Camino Real. Een erg rustige plek in een mooie groene omgeving.

In Lompoc gooi ik de tank vol en haal ik koffie en donuts. De weg vervolgt zich door het heuvelachtige landschap, nu met meer landbouwgrond. Het groen heeft plaats gemaakt voor afwisselend groen, aarde en zand. De weg is soms vierbaans, soms tweebaans. Na een klein uurtje kom ik door dorpen als Oceano, Grover Beach en Pismo Beach. De eerste twee lijken volledig uit Recreation Vehicles en Mobile Homes te bestaan. Keurig in wijkjes met straatjes en tuintjes, een bizar gezicht. Pismo is een erg toeristisch badplaatsje met naar verluidt goede stranden. Maar ik vervolg m’n weg naar San Luis Obispo. De missiepost staat hier midden in het dorp (of beter: het dorp is om de missiepost heen gebouwd). Er naast ligt een parkje met bankjes in de schaduw en compleet met een kabbelend beekje. Verder is San Luis Obispo een keurig aangeharkt stadje, net als Santa Barbara, maar dan zonder de aantrekkelijkheid van het strand.

Ik rijd verder via ‘Route 1’ en kom al snel bij Morro Bay, een klein vissersdorpje aan de kust, dat met name bekend is vanwege Morro Rock, een grote rots vlak voor de haven, die het resultaat is van Vulkanische activiteiten in dit gebied. Het is er nogal druk met dagjesmensen en voor mij slechts een korte tussenstop. Naarmate ik verder rijd richting Cambria, verandert het weer in uiterst zonnig in uiterst grijs en dreigend. Ik wil eigenlijk vanmiddag ook Hearst Castle nog bekijken, maar daar (ongeveer zes mijl voorbij Cambria, bij San Simeon) is het zo bewolkt, dat het ‘kasteel’, dat bovenop een berg ligt, geheel in de wolken gehuld is. Dat heeft dus weinig zin. Ik rijd terug naar Cambria, een
dorpje met veel winkeltjes met artistieke spulletjes, restaurantjes, motelletjes en Bed & Breakfasts. Ik kan slapen in de Bridge Street Inn, een B&B met ook twee kamers die gedeeld worden à la een hostel. Maar eerst strijk ik neer in Las Cambritas, een Mexicaans eetcafé, voor een Budlight en wat lezen over de Big Sur, die morgen op het programma staat. Eten doe ik later deze avond bij Lombardi’s, de lokale Italiaan, die me een prima ‘Cambria’s favorite’ voorschotelt.

Maandag 9 mei 2005

Heerlijk geslapen in dit schattige huisje (en wat een privacy met dat gordijntje voor het bed!). Vandaag dus de Big Sur, het mooiste en bekendste stuk van de Pacific Coast Highway. Het weer is perfect. Het eerste stuk van de route is nog redelijk vlak. Iets voorbij San Simeon stop ik even. Het strand ligt hier bezaaid met zeeleeuwen. Ik denk dat het er wel tweehonderd zijn, zonder overdrijven. Een geweldig gezicht. Ze maken een ontzettend kabaal en stinken bovendien enorm, maar het is leuk om te zien. Een eindje verderop wordt het landschap ruiger. De bergen worden hoger. Je rijdt hier echt pal langs de soms bijna verticale rotsen. De borden ‘rock sliding’ staan er niet voor niets, op diverse plekken liggen stenen op de weg. Ook kom ik borden tegen met de tekst: “$1000,- fine for littering”! Dat laat je dus wel uit je hoofd. Het uitzicht over de oceaan is adembenemend. Ik stap regelmatig uit om van het uitzicht te genieten en foto’s te maken. Dat dit de mooiste kustweg is die er
bestaat, is niks teveel gezegd. Zeer de moeite waard. De weg lijkt uitgesneden uit de rotsen en slingert zich met vele bochten omhoog en omlaag in noordelijke richting, steeds weer nieuwe vergezichten prijsgevend. Point Sur Lighthouse en Bixby Creek Bridge zijn bekende en opvallende punten op de route, maar eigenlijk is de hele route de moeite waard.

Tegen het eind van de middag ben ik in Monterey, waar het nog steeds erg aangenaam weer is. Ik check in in het Monterey Hi Hostel en ga eten in een Thais restaurantje op Cannery Row (een nogal toeristisch stukje Monterey met souvenir shops en restaurantjes).

Dinsdag 10 mei 2005

Precies een week in Californië. Vanochtend weer vroeg wakker, gedouched, geld gepind, croissantjes gehaald bij een Frans bakkertje, getankt en vervolgens on my way richting Yosemite National Park. Nog een klein stukje Highway 1 en dan neem ik afscheid van de Pacific Coast Highway, die gisteren
veel indruk heeft gemaakt. Via Highway 152 gaat het door stadjes als Gilroy en Los Banos richting Merced. Geen kust meer, de weg loopt dwars door de San Joaquin Valley, het lager gelegen deel van Californië tussen de coastal ranges en de Sierra Nevada in. Een wijds landschap met veel landbouwgrond en hier en daar wijngaarden. Richting Mariposa verandert het landschap echter en
wordt het steeds bergachtiger. Langzaam rijd ik de Sierra Nevada in. Het is een prachtige route, dwars door het Sierra National Forest. Heel mooi en dat maakt alleen de reis naar Yosemite toe al de moeite waard.

Na vier uur rijden kom ik via Highway 41 precies om twaalf uur aan bij de zuidelijke ingang van Yosemite. Na betaling van de $20,- entree sla ik meteen rechtsaf, richting Mariposa Grove. Ik parkeer (net als enkele andere bezoekers) de auto en loop het bos in. In de Mariposa Grove staat diverse
zogenaamde ‘Giant Sequoia’s’, enorme redwoods die de grootste levende organismen op aarde zijn. In het bos ligt op sommige plekken nog sneeuw, wat met de zon die door de bomen valt mooie plaatjes oplevert.

Na Mariposa Grove is het via de Wawona Road nog een aardig stukje rijden naar Yosemite Valley. Het totale park is echt enorm groot, maar de vallei is het bekendste en meest bezochte gedeelte. De weg gaat eerst omhoog en vervolgens weer naar beneden, totdat na een stukje tunnel een absoluut verplichte stop is, genaamd Tunnel View. Vanaf dit punt heb je een
adembenemend uitzicht over de vallei, El Capitan, The Half Dome, de Yosemite Falls, de Bridaveil Fall en Cathedral Rock, kortom alle hoogtepunten van Yosemite Valley. Echt waanzinnig mooi en indrukwekkend! Je leest zoveel lyrische verhalen over de schoonheid van Yosemite en de indruk die
de granieten formaties maakten op de mensen die ze voor het eerst zagen, maar als je er zelf zo staat en naar kijkt, dan overvalt je datzelfde gevoel. Terwijl ik de weg door de vallei afrijd, ontvouwt zich het ene na het andere mooie uitzicht. De Bridaveil Fall bijvoorbeeld, waar je heel dichtbij kan komen.
Waar je vervolgens heel erg nat van wordt :-). Je wordt ook meteen getrakteerd op de enorme rots El Capitan en de Half Dome. Hoewel er redelijk wat wolken overdrijven, waar zo nu en dan ook een spat regen uit valt, schijnt tussen de wolken door de zon meer dan voldoende, wat natuurlijk fantastisch is voor de foto’s.

Om vier uur kom ik aan bij de Lower Pines Campground, waar ik twee nachten zal blijven. Ik word er (voor de zoveelste keer) op gewezen álle voedsel e.d. uit de auto te halen en op te bergen in de bear-proof boxes op iedere site. Een waarschuwing die je echt niet zomaar in de wind slaat! Die berenvallen langs de rand van de camping zullen er immers ook niet voor niets staan. Ben benieuwd of ik nog een beer ga zien.

Woensdag 11 mei 2005

Jezus wat is het hier koud! Het heeft vannacht gevroren en het is nog steeds rond het vriespunt. Zo van: waar zijn m’n handschoenen, dat gevoel. Het was ook heel helder vannacht, want je kon tussen de bomen door de sterren zien. Het is half acht als ik opsta, het is helder weer, een bijna strakblauwe lucht en de zon schijnt, dus perfect weer om door het park te gaan wandelen. Als eerste loop ik naar Mirror Lake. Het is heerlijk rustig, ben bijna voortdurend alleen. Mirror Lake (eigenlijk een poel in de Tanaya Creek) is ontzettend mooi. Recht voor je zie je de Half Dome, die reflecteert in het water. Daarna loop ik westwaarts, helemaal naar Yosemite Falls. Onderweg kom ik nog een andere waterval tegen. En af en toe wat mensen, maar het is zeker niet zo druk als de reisgids en tijdschriften je doen geloven. In het hoogseizoen misschien en misschien komt het doordat ik vroeg in het seizoen ben, maar ik loop vrijwel voortdurend alleen. Na Yosemite Falls loop ik naar Yosemite Village. Even na half één kom ik terug op de camping. Ik weet niet hoeveel mijl ik heb gelopen, maar ik heb wel weer genoeg vet verbrand voor vandaag. Inmiddels is ook de temperatuur weer wat opgelopen en kan de trui uit (vanochtend drie lagen over elkaar heen aangetrokken).

Donderdag 12 mei 2005

Het is wederom erg koud als ik opsta. Ik vertrek vanochtend via de Big Oak Flat Road naar de westelijke uitgang van het park, naar highway 120 richting San Francisco. De weg voert eerst nog een eind door het park. Bij Valley View heb je een fantastisch uitzicht over de vallei. Even later bereik ik volgens de bordjes een hoogte van ruim 6000 feet. Hier ligt nog behoorlijk wat sneeuw! Het levert plaatjes op die een bizar contrast vormen met de andere (zomerse) foto’s. Vervolgens verlaat ik Yosemite National Park en rijd ik weer dwars door de San Joaqiun Valley. Even voor Oakland worden de wegen breder en het verkeer drukker. Ik zit inmiddels op de Interstate 580, een vijfbaans freeway. De borden zijn duidelik dus de weg is makkelijk te vinden. Gewoon de borden Bay Bridge/San Francisco volgen. Om precies twaalf uur (hoe doe ik dat toch steeds?) en na het betalen van $3,- tol, rijd ik de Oakland Bay Bridge over. Rechts van me doemt de skyline van San Francisco op, inclusief de San Francisco Bay, Alcatraz Island en de Golden Gate Bridge. Een geweldig gezicht!

Het eerste dat ik doe als ik aan de andere kant van de brug de stad in gereden ben, is (behalve een straat met eenrichtingsverkeer vanaf de verkeerde kant inrijden…) de auto inleveren bij Budget. De Focus heeft zijn taak prima vervuld, de afgelopen negen dagen zijn probleemloos verlopen. Twee blokken verder is m’n hostel: het Adelaide Hotel. Op de bovenste (derde) verdieping is m’n kamer voor de komende zes nachten. Nummer 12, een vierpersoons kamer. Op de gang wordt gewerkt om het geheel wat mooier te maken, waardoor het wel een beetje een zooitje is. Er is een wastafel op de kamer en een toilet op de verdieping, de douches zijn beneden. Ik zal het hier wel uithouden denk ik.

Omdat het pas twee uur is, besluit ik alvast wat te gaan rondkijken. Vlakbij het hostel is Union Square, het hart van downtown San Francisco. Het plein is modern aangelegd met allemaal trapjes en verhoginkjes, waar met dit mooie weer allemaal mensen zitten. Langs het plein loopt Powell Street, samen met California Street één van de twee straten waar de beroemde cable cars rijden. Hier zie je wel meteen hoe stijl de straten hier zijn. Het is het bekende beeld van ‘the streets of San Srancisco’, de stad die op heuvels is gebouwd. Ik loop via Powell omhoog naar California, een aardige klim, en vanaf daar een stukje het Financial District in. Hier staat onder andere de TransAmerica Pyramid, één van de beeldbepalende gebouwen van de skyline van San Francisco. In het echt is het toch best een indrukwekkend gebouw. Na nog wat gebouwen (Federal Reserve, Bank of California, allemaal oude monumentale panden) loop ik weer terug naar Union Square. De rest van het Financial District komt
later wel. Ik ga nog even op Union Square van de zon genieten.

Aan het begin van de avond loop ik naar Chinatown, altijd leuk om even rond te lopen en bovendien een goede plek om goedkoop te eten. Dat doe ik vandaag in het Far East Café.

Vrijdag 13 mei 2005

Vrijdag de dertiende? Maar hopen dat het echt ‘bijgeloof’ is… Ik ga eerst een ticket boeken voor Alcatraz. Ik ben gewaarschuwd dat Alcatraz soms al dagen van tevoren volgeboekt is en die waarschuwing blijkt terecht. De eerst volgende mogelijkheid is zondag om kwart over elf. Nou ja, ook prima. Ik haal een broodje en koffie bij de Starbucks om de hoek en ontbijt op het nog rustige (m.u.v. het verkeer) Union Square. Hierna loop ik Market Street af richting het Embarcadero Center in het hart van het Financial District. Het Embarcadero Center is een modern kantoren- en winkelcomplex en
naar mijn mening een toonbeeld van een ernstig gebrek aan creativiteit. Louter grijze betonnen kolossen.

Van hier kom ik op de Embarcadero, de brede boulevard die om de oost- en noordkant van de stad heen langs de hele baai loopt, van de Bay Bridge tot aan Fisherman’s Wharf. Ik bevind me bij de Bay Bridge en besluit de Embarcadero af te lopen, steeds met uitzicht over de baai en de pieren rechts en de stad links. Eerst bewonder ik echter nog de Bay Bridge. Vroeger was het ding oranje (of rood) net als de Golden Gate Bridge, maar om één of andere reden is de brug tegenwoordig grijs geschilderd. De wandeling langs de Embarcadero is best wel lang en omdat de zon weer is gaan schijnen ook best warm. Pier 39 is vooral een toeristische attractie (veel winkeltjes, restaurantjes en het Hard Rock Café), vooral de zeeleeuwen trekken veel aandacht. Ook iets teveel Nederlanders hier. Ook Fisherman’s Wharf is zo’n toeristische attractie. Hier wordt vooral veel vis gegeten.

Hoewel enigszins een uitdaging besluit ik om verder te lopen, via Fort Mason en Marina richting Presidio en – uiteindelijk, als ik dat haal – de Golden Gate Bridge. Een wandeling van zeker vijf mijl, maar ik heb de hele dag, dus why not? Fort Mason is een oud militair complex, Marina een fraaie buitenwijk. Steeds loop ik langs de baai – in Marina zijn de pieren vervangen door jachthavens – en heb ik de stad aan m’n linkerhand. Onderweg rust ik even uit met een kop koffie op de rand van Marina en Presidio. Vanaf hier heb je al uitzicht op de Golden Gate Bridge, die op dit tijdstip (zo rond het middaguur)
echter nog steeds voor een deel in de wolken gehuld is. ‘s-Ochtends is de brug helemaal niet te zien en in de loop van de dag trekken de wolken langzaam op en komt de brug tevoorschijn. Heel apart.

Dit deel van mijn zelfbedachte wandelroute is ook een officiële: de Golden Gate Promenade. Tegen drie uur kom ik aan bij de brug zelf. Het laatste stuk van de wandeling zijn de wolken geheel verdwenen en heb ik fantastisch uitzicht op de naderende brug. Het is en blijft toch met afstand de mooiste brug ter wereld! De Golden Gate Bridge is waarschijnlijk het derde en laatste echte hoogtepunt van deze reis (na Big Sur en Yosemite). Heel fraai, je kan er uren naar blijven kijken. Dat (en het bijwerken van m’n reisverslag) doe ik even later op misschien wel het mooiste viewpoint dat er is: Fort Point Lookout, met links de brug, recht voor me de baai met Alcatraz en rechts de skyline van de stad.

Zaterdag 14 mei 2005

Vanochtend zowaar tot negen uur ‘uitgeslapen’. Ik haal koffie en een broodje bij Starbucks en loop daarmee zoals gebruikelijk naar Union Square. Vandaag staan het Civic Center en The Haight op m’n programma. Civic Center is vlakbij en omvat onder andere het United Nations Square, waar aandacht
wordt besteed aan het feit dat in 1945 in San Francisco het UN-charter is getekend. Ook staat hier het niet te missen City Hall, met een met goud versierde koepel die hoger is dan die van het Capitol in Washington. Hoezo statement? Voordat ik bij het Civic Center ben kom je eerst nog langs een stukje van de wijk Tenderloin, zeg maar de ‘slechte’ wijk hier. Veel zwarte daklozen op straat. Het is me overigens al opgevallen dat er hier in San Francisco sowieso veel daklozen en bedelaars op straat zitten en rondlopen. Ik vind het een beetje een armoedig beeld en een teken dat de stad iets toch niet helemaal op orde heeft. Of het komt door het ‘zero tolerance’-beleid, weet ik niet, maar ik kan me niet herinneren dat ik in New York zoveel daklozen en bedelaars heb gezien.

Vanaf het Civic Center loop ik Grove Street af, de wijk The Haight in. Hier vindt je veel van die bekende houten huizen in Victoriaanse stijl. M’n doel is Alamo Square, dat aan Steiner Street grenst. Vanaf hier heb je een geweldig uitzicht over de stad met op de voorgrond de bekende ‘painted ladies’, een rij van zeven Victoriaanse huizen. Een classic picture. Op het gras van Alamo Square kom ik bij van de klim. Ik neem de tijd (genietend van het uitzicht en het weer), wat ik niet kan zeggen van de toeristen die af en toe uit een touringcar komen rennen om in drie minuten een foto te maken en weer terug naar de bus te rennen. Doodzonde als je je op zo’n manier door de stad laat slepen. The Haight is verder een aardige wijk om te wonen, al wordt Haight Street wel getypeerd door vage eettentjes, een heuse coffeeshop en Afro-Amerikanen.

Ik loop verder terug via Mission Street, die evenwijdig aan Market Street loopt. Dit is de wijk SoMa, oftewel South of Market. Het ziet er allemaal nogal troosteloos uit, hier is nog veel werk te verrichten. Pas vanaf Fourth Street ziet SoMa er weer uit alsof er aandacht aan wordt besteed. De Yerna Buena Gardens (een soort parkje), het Museum of Modern Art en het moderne entertainmentcomplex Metreon zijn hier gevestigd. Eten doe ik vandaag om de hoek van m’n hostel bij Pinecrest Diner, een old-fashioned Amerikaanse diner, een soort jaren vijftig-versie van het hedendaagse fastfood-restaurant. Typisch Amerikaans. OK, m’n cheeseburger met bacon is maar zozo en m’n salade verzuipt in de dressing, maar goed. Ik heb gisteren al even zitten kijken of er misschien een leuke film draait. In het Metreon is een bioscoop gevestigd (Loew’s Theatre) waar de film Crash draait. Ik besluit om na het eten naar die film te gaan. Dit blijkt een goeie keus. Crash is een indringende film over racisme en vooroordelen, ‘goeie’ en ‘slechte’ en hoe dat alles door het lot ineens omgedraaid kan zijn en dat alles met de nodige humor. Goeie film!

Zondag 15 mei 2005

Om een uur of negen bevind ik me zoals gebruikelijk met m’n Starbucks ontbijtje op Union Square. Het plein is op zondagmorgen een stuk rustiger. Ik neem even de tijd om een artikel te lezen over Alcatraz, waar ik even later naartoe zal gaan. Vervolgens loop ik Powell Street af, die uitkomt bij Pier 41, vanwaar de ferry naar Alcatraz vertrekt. Alcatraz is best indrukwekkend. Rijen celblokken met zware tralies en centraal te sluiten deuren, de cellen niet groter dan twee bij tweeënhalve meter. Degenen die hier gezeten hebben, hebben geen fijne tijd gehad. Als je de film Escape from Alcatraz hebt gezien, kan je je wel iets voorstellen bij hoe het hier was.

Terug op het vasteland loop ik (noodgedwongen) Russian Hill op, richting Lombard Street, het stuk dat de “crookedest street in the world” wordt genoemd. Typisch toeristisch plekje. Vervolgens loop ik naar North Beach, dat ook wel Little Italy wordt genoemd. De Italiaanse wijk dus. Je ziet het als je er bent aan de Italiaanse vlaggetjes die op de lantaarnpalen zijn geschilderd. En Columbus Avenue heet hier Corso Christophoro Colombo. Veel Italiaanse eettentjes ook. Tegen de tijd dat ik terug ben in het hostel, heb ik het behoorlijk gehad met het beklimmen van al die heuvels. Kan geen heuvel meer zien.

Maandag 16 mei 2005

Gisteravond ben ik met m’n ‘roommates’ (de Canadees Nabil en de Britse meisjes Yvonne en Jenny) op stap geweest. Eerst zijn we in een Mexicaans aandoende sportsbar beland (ook zoiets typisch Amerikaans: de sportsbar) waar we wat hebben gedronken en zitten kletsen. Daarna zijn we nog met
een taxi naar een vaag tentje in The Mission geweest (het was zondagavond en ruim na middernacht, niet echt een uitgaansavond). Pas tegen een uur of twee waren we terug in ons hostel. Pas om een uur of tien word ik wakker. Ik hoef vandaag geen bezienswaardigheden meer te zien en heb vandaag en morgen nog om te relaxen, een beetje te shoppen en te lezen. Ik begin met het shoppen. Ik loop diverse souvenirwinkeltjes langs (die je met name in Chinatown vindt), waar je wordt doodgegooid met prullaria als miniatuur-cable cars, San Francisco-mokken, Alcatraz-t-shirts etc. Om kwart over zes ga
ik wat eten. In de LP las ik over een taiquera (een soort Mexicaanse snackbar) op de hoek van Market en Taylor, waar ze (volgens de SF Chronicle) de beste burito’s in de stad zouden hebben. Het blijkt een populaire tent, in het pijpenlaatje is het een drukte van bedoening. Het eten is misschien niet top of the bill, maar smaakt prima.

Dinsdag 17 mei 2005

M’n laatste ‘echte’ dag in San Francisco. Het is bewolkt en dus een stuk koeler dan de afgelopen dagen. Meer typisch San Francisco-weer dus. Op Union Square drink ik m’n koffie en lees ik in de LP de zoveelste lovende woorden over San Francisco. Langzaam aan begin ik te begrijpen waarom iedereen zo lyrisch is over deze stad. Het heeft een paar dagen geduurd, maar het gevoel begint te komen. Ik weet nu de weg een beetje, kan me oriënteren, dingen en plekken beginnen bekend terrein te worden en inderdaad: er is veel te doen en te zien hier wat San Francisco ongetwijfeld een leuke stad maakt om te wonen en te leven. Joggen in het Golden Gate Park of langs de Embarcadero, half
price tickets halen op Union Square voor een spontaan theaterbezoek, films, muziek, festivals, vele restaurantjes, vriendelijke mensen en een ‘picture postcard’-stadsbeeld. OK, ik begin het te begrijpen.

Woensdag 18 maart 2005

Zo, m’n vakantie zit erop. Het regent vandaag, dus het is een goede dag om te vertrekken. Om elf uur check ik uit en om half twee brengt een shuttlebus me naar SFO (de luchthaven). De terugvlucht zal verder wel niet zo interessant zijn om over te schrijven (hoewel, je weet maar nooit), dus m’n reisverslag eindigt hier. Eindconclusie: Californië is meer dan de moeite waard, het was een geweldig mooie reis, veel mooie en indrukwekkende dingen gezien en een leuke tijd gehad