USA Deep South

9 – 24 september 2006

Zaterdag 9 september 2006

Het is even voor vier uur ’s-middags, lokale tijd, en ik zit op de luchthaven van Atlanta te wachten op m’n vlucht naar New Orleans. M’n biologische klok staat op tien uur ’s-avonds en ik ben nu al moe J. Typisch zo’n eerste vakantiedag: veel te vroeg opgestaan, met de bus naar het station, met de trein naar Schiphol, inchecken, paspoortcontrole, wachten en vervolgens lang in een niet al te comfortabele vliegtuigstoel. M’n maag protesteert tegen het eten dat Delta Airlines me heeft voorgeschoteld. In het vliegtuig heb ik in m’n Lonely Planet de geschiedenis van het diepe zuiden en het gedeelte over New Orleans zitten lezen. Ik ben benieuwd wat ik er ga aantreffen, een jaar nadat orkaan Katrina er heeft huisgehouden.

De vlucht van Atlanta naar New Orleans duurt maar anderhalf uur, het vliegtuig is voor nog geen kwart gevuld. De bagage-afhandeling gaat snel en vervolgens brengt een busje van Budget me naar het verhuurterrein, waar ik een iets grotere auto meekrijg dan ik had gereserveerd: een blauwe Hyundai Sonata V6. Ik rijd de Interstate 10 East op richting New Orleans. Het eerste stuk ziet eruit zoals iedere snelweg bij een stad in de VS. Op een gegeven moment doemt voor me de skyline van downtown New Orleans op. Rechts van de wolkenkrabbers staat de Superdome, het sportstadion van de stad. Maar welke afslag moet ik hebben?? Ik mis de goeie en beland in de buitenwijken van de stad. Gelukkig zit ik in een auto, want de buurten waar ik doorheen rijd, zou ik niet graag in m’n eentje doorheen lopen J. Even later kom ik via Broad Street op Canal Street, de brede weg die dwars van de ene naar de andere kant van New Orleans loopt. M’n hostel zit in een zijstraat van Canal Street.

Net als Canal Street heeft de buurt waar het India House hostel staat een jaar geleden volledig onder water gestaan, nadat orkaan Katrina was overgetrokken en de dijken bij New Orleans het hadden begeven. In de lobby kan je precies zien tot hoe hoog het water heeft gestaan. Het hostel is inmiddels weer helemaal opgeknapt, maar veel huizen in de buurt nog niet. Het hostel zelf is primitief, maar wel ok. Hoewel het hier pas acht uur is, is het voor mij twee uur ’s-nachts. Een uur later lig ik dan ook in bed.

Zondag 10 september 2006

Omdat ik vrij vroeg ben gaan slapen, word ik ook vroeg wakker. Om acht uur sta ik op en ga douchen. Vanuit het hostel loop ik Canal Street af in de richting van het French Quarter. Het hostel ligt niet in het toeristische deel van de stad, maar in wat ze hier Midcity noemen. Het ziet er hier allemaal een beetje vervallen uit. Veel leegstaande en/of dichtgetimmerde panden, waar tot vorig jaar winkels waren gevestigd, maar die als gevolg van Katrina hun deuren hebben moeten sluiten. Op sommige gebouwen en op de lantaarnpalen kan je ook hier zien hoe hoog het water heeft gestaan.

Het is zondagochtend, dus het is nog rustig op straat. Het is erg warm, klam weer. Het duiden van de VS is subtropisch en zo voelt het ook. Als ik bij het French Quarter kom, zien de straten en gebouwen er ineens een stuk beter op. Dit deel van de stad is (gelukkig) minder zwaar getroffen en ook sneller hersteld. Het leven op straat begint langzaam op gang te komen. In Royal Street kom ik langs Café Beignet, een klein koffiezaakje, waar ik ontbijt met koffie en verse croissants. Bij Starbucks bestel ik altijd de coffee of the day, hier heeft dat tot gevolg dat ik koffie krijg die naar witte chocola en amandelen smaakt J. Met de jazzmuziek op de achtergrond word ik langzaam wakker.

Na m’n ontbijt loop ik naar Jackson Square, het centrale plein van het French Quarter. Midden op het als park ingerichte plein staat een standbeeld van Andrew Jackson, de held van de burgeroorlog en latere president van de VS. De noordwestkant van het plein wordt gedomineerd door de presbyteriaanse kerk, aan de andere kant ligt de Mississippi. Aan de kade langs de rivier ligt de Natchez, een klassieke stoomboot met zo’n groot radarwiel aan de achterkant. Een prachtige boot. Aan de hand van de wandelroute in de Lonely Planet loop ik door het French Quarter. Het is niet erg druk op straat. Het French Quarter is een uiterst pittoresk wijkje, een beter woord heb ik er geloof ik niet voor J. Er is overigens weinig Frans aan het French Quarter: vrijwel alle gebouwen uit de Franse tijd zijn verdwenen als gevolg van brand of overstromingen. De meeste gebouwen stammen uit de tijd dat Louisiana in Spaanse handen was. Wat het French Quarter zo bijzonder maakt zijn de gietijzeren balkons. De sierlijk gedecoreerde balkons, vaak uitvoerig voorzien van hangplanten, geven de gebouwen een heel eigen karakter. De straatnaambordjes zijn tweetalig: Engels en Frans. Bij CC’s Coffee House op de hoek van Royal en St. Philip ga ik even zitten voor een kop koffie. Vervolgens loop ik verder door Royal Street, langs de vele kunst- en antiekwinkeltjes die hier zitten, een winkeltje dat maskers verkoopt voor Mardi Grass en een enkele voodooshop. Bourbon Street is daarentegen één aaneenschakeling van cafés, bars en sexshops. Dit is dé uitgaansstraat van New Orleans, met andere woorden: veel neon, harde muziek en veel bier.

Aan restaurantjes geen gebrek in het French Quarter, met name de Cajunkeuken en de Creoolse keuken zijn goed vertegenwoordigd. Bij Pontalba, een Creools restaurant op de hoek van Jackson Square bestel ik Jambalaya en ben benieuwd wat ik voorgeschoteld zal krijgen. Het blijkt pittig gekruide rijst met gebakken vlees en garnalen te zijn. Best lekker en na m’n wandeling door het French Quarter gaat het er ook wel in. Na m’n lunch loop ik naar de Moonwalk, de wandelboulevard langs de rivier, want ik heb op een bord gezien dat de Natchez om half twee terugkomt van een rondvaart door de haven en dat levert natuurlijk een paar mooie plaatjes op. Het geluid van de stoomhoorn en het rad dat door het water klotst, echt heel gaaf om te zien. Naar goed tropisch gebruik valt er aan het eind van de middag een flinke onweersbui, een welkome verkoeling op deze warme dag. De balkons zijn nu handig om te schuilen.

Op m’n rondje door het French Quarter heb ik nog nergens live muziek gehoord, maar als ik tegen drie uur op Bourbon Street langs het Famous Doors Café loop, klinkt er goeie muziek uit de ramen en deuren. Een onbekende band en geen jazz of blues, maar wel erg lekkere popnummers. Ook in House of Blues staat (gek genoeg) een rockband te spelen. De volgende livemuziek komt uit Krazy Korner. Hier staat een band Zydeco te spelen, wat het beste te omschrijven valt als uptempo folkmuziek met veel accordeon. Swingende muziek waar ik meteen vrolijk van word J. Het is inmiddels avond en Bourbon Street vult zich met uitgaanspubliek, vooral veel tieners. In de loop van de avond wordt Bourbon een groot uitgaansfestijn, nou niet echt mijn ding. Een eindje verder kom ik langs een patio, waar drie mannen zitten te spelen voor een klein gezelschap. Ik word (door de muziek heen) meteen welkom geheten en uitgenodigd om aan te schuiven. Ik bestel een broodje en een diet coke en ga zitten. De band blijkt Steamboat Charlie & his New Orleans Jazzband te heten. Ze spelen vrolijke deuntjes op trompet, banjo en bass. Erg leuk. Als ik aan het eind van de avond terug ben in het hostel, heb ik genoeg indrukken opgedaan om het thuisfront te mailen.

Maandag 11 september 2006

Ik heb goed geslapen en ben weer vroeg wakker. Voor vandaag heb ik een swamp tour gereserveerd, een boottocht door de moerassen van Louisiana. Met een busje word ik bij het hostel opgehaald en met een stuk of acht andere toeristen naar Honey Island Swamp gereden. Onderweg komen we langs de oostelijke buitenwijken van New Orleans. Dit deel van de stad is het zwaarst getroffen door de overstromingen na orkaan Katrina. Veel huizen zijn verwoest. Degenen die nog overeind staan, zijn zwaar beschadigd, vaak staat er een mobile home voor de deur waar de bewoners tijdelijk wonen. Veel anderen hebben de stad verlaten om nooit meer terug te keren. Het toerisme is met 70% afgenomen. Ik ben zeker niet als ramptoerist naar New Orleans gekomen, maar als je hier bent, blijkt Katrina nog dagelijkse realiteit te zijn. Je ontkomt er niet aan en de gevolgen zijn indrukwekkend om te zien. Ook op de terugweg zien we veel van wat Katrina heeft aangericht: verwoeste huizen, boten die midden op het land langs de weg zijn beland en bergen autowrakken.

Dan de swamp tour. Die is geweldig! Het is prachtig weer en we varen met een platte boot door het moeras. Een beetje fan van de Muppets weet dat dit de omgeving is waar Kermit de Kikker oorspronkelijk vandaan komt J. We zien veel alligators, echt geweldig zo in het wild. De gids voert de alligators marshmellows, die ze blijkbaar erg lekker vinden en waardoor ze vlak bij de boot komen. Dankzij de gids kom ik van alles te weten. Niet alleen dat alligators van marshmellows houden, maar ook wat het verschil is tussen een alligator en een krokodil en dat het een fabeltje is dat moerassen stinken en vol muggen zitten. Door het stromende water is er juist geen mug te vinden. Het is een prachtige, rustige omgeving, absoluut de moeite waard.

Om half zes ben ik terug in de stad. Op Jackson Square werk ik m’n reisverslag bij. Eten doe ik vanavond in The Corner (on the square): cajun gekruide sciampi pasta. Dat je voor authentieke kroegjes met live jazz niet op Bourbon Street moet zijn, dat heb ik gisteravond al ontdekt, reden waarom ik vanavond naar Frenchmen Street loop. Deze straat ligt iets buiten het French Quarter, maar er zitten een paar leuke tentjes. In The Spotted Cat (klein en donker) staat een bandje heerlijke muziek te spelen en ook Snug Harbor aan de overkant heeft live jazz. Ik maak het niet te laat, want dit is niet een relaxte plek om ’s-avonds in je eentje over straat te lopen.

Dinsdag 12 september 2006

Ik word echt iedere ochtend vroeg wakker. Vandaag komt dat ook goed uit, want ik heb veel kilometers af te leggen. Ik pak m’n spullen en verlaat New Orleans. Dat doe ik via de River Road, die aan beide zijden van de Mississippi loopt en precies de loop van de rivier volgt. Het eerste deel rijd ik over de oostoever van de Mississippi. Dit is Plantation Country, vernoemd naar de suikerrietplantages die hier vroeger zaten. Maar die plantages zijn allemaal verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor olieraffinaderijen en chemische industrie. Het is dan ook niet bepaald een mooie route. Tussen de fabrieken door liggen kleine dorpjes, met straatnamen als Tip Top Street en Big Boy Street. Ook staan er nog diverse plantagehuizen, die eigendom waren van de rijke plantage-eigenaren. De huizen worden hier antebellum houses genoemd, verwijzend naar het feit dat ze van vóór de burgeroorlog zijn.

Nadat ik San Francisco Plantation heb bezocht, rijd ik iets verder de enorm hoge Veterans Memorial Bridge over en beland zo op de westoever van de rivier. Op dit stuk geen industrie, aan m’n linkerhand mijl na mijl uitgestrekte suikerrietplantages en aan m’n rechterhand de levee, oftewel de dijk, die overigens het hele stuk het zicht op de rivier ontneemt. Ik bezoek Oak Alley Plantation, een statig huis, prachtig gelegen aan het eind van een lange oprijlaan met eeuwenoude eiken. Ook Houmas House Plantation gaat op de foto. Via de Sunrise Bridge kom ik weer aan de andere kant van de rivier. Ik blijf de River Road volgen tot aan Baton Rouge, de hoofdstad van Louisiana. Ik heb geen reden om hier te stoppen en vervolg m’n weg in noordelijke richting naar Natchez. Een bord langs de weg vertelt me dat ik Mississippi inrijd. Ik moet dan nog een lang, vrij saai stuk naar Natchez. Het landschap is heuvelachtig en groen, maar niet echt spannend. Totdat ik plotseling langs katoenvelden kom. Ik heb nog nooit katoen zien groeien, dus ik zet de auto langs de kant van de weg en klauter over het hek het veld in. Echt leuk om dit eens te zien. Ik schiet een paar close up-plaatjes en neem een paar witte bollen mee voor thuis.

Aan het eind van de middag kom ik aan in Natchez. Het blijkt een vrij suf stadje te zijn, maar wel prachtig gelegen op een hoog punt langs de Mississippi. Langs Broadway Street heb je een geweldig uitzicht over de rivier. Dankzij een beetje wind (het is nog steeds meer dan dertig graden) kan je hier heerlijk genieten van het uitzicht over de rivier. Verder zijn er in Natchez een aantal antebellum houses en aan het eind van de middag rijd ik langs een paar daarvan. Onderweg kom ik langs een Subway, waar ik een broodje cajun chicken als avondeten haal. Daarna meld ik me bij de Days Inn, een goedkope hotelketen, om vannacht te slapen. Heerlijk om weer wat privacy te hebben na het hostel van de afgelopen dagen.

Woensdag 13 september 2006

Als ik opsta, blijkt het buiten bewolkt en grijs te zijn. Vandaag ga ik via de Natchez Trace Parkway via Jackson naar Vicksburg. De Natchez Trace Parkway is een mooie, rustige tweebaansweg door het heuvelachtige landschap van centraal Mississippi. De weg volgt de route van een oud indianenpad en generaal Jackson is via deze weg naar het noorden teruggekeerd na de overwinning op het zuiden. Veel bos, hier en daar een katoenveld en af en toe een auto, veel meer kom je er niet tegen. Tegen half één kom ik aan in Jackson, de hoofdstad van Mississippi. Hier wil ik het State Historic Museum bezoeken, maar een groot doek op de gevel van het historische gebouw vertelt me dat het museum gesloten is due to Katrina. Jammer. Er zit niks anders op dan door te rijden naar Vicksburg. De Interstate 20 West, gewoon rechtdoor blijven rijden. Om kwart voor twee check ik in bij het Battlefield Inn, een goedkoop, maar prima motel aan de rand van Vicksburg. Hier blijf ik twee nachten. Morgen heb ik dan alle tijd om het stadje te bekijken en een beetje te relaxen.

Vandaag bekijk ik nog wel het Vicksburg National Military Park. Dit park ligt op de plek waar tijdens de burgeroorlog de slag om Vicksburg is gevoerd. Deze lange, bloedige strijd was voor het noorden essentieel om de oorlog te winnen, omdat Vicksburg op een strategisch punt langs de Mississippi ligt. Met de auto rijd je over het slagveld, dat nu is bezaaid met monumenten voor de helden en gevallenen. Ook staan er oude kanonnen langs de linies van toen en is er een grote begraafplaats waar 17.000 soldaten begraven liggen. Terug in het motel maak ik van de gratis internet-pc gebruik om het thuisfront te mailen. Na een blik op het menu besluit ik vervolgens om in het restaurant van het motel te gaan eten. Dit blijkt een prima keuze. De rest van de avond zit ik te lezen.

Donderdag 14 september 2006

Sinds gistermiddag zit heel Vicksburg zonder water. Er zit een lek in de hoofdleiding vanaf Jackson en de hele watervoorziening richting Vicksburg is daarom afgesloten. Ze hopen het lek binnen 24 uur te kunnen repareren. Ik hoop het maar, want je kan erg weinig zonder water (niet douchen, geen tandenpoetsen, geen wc doortrekken, geen koffie zetten…) en in de supermarkt is inmiddels geen fles water meer te krijgen. Het is stralend weer en ik parkeer m’n auto in een straatje in het oude gedeelte van Vicksburg, naast het Biedenharm Museum. In dit kleine pand zat ooit de oorspronkelijk vestiging van Coca-Cola. Lang voordat Coca-Cola een wereldberoemd merk zou worden, werd hier de eerste cola gebotteld. Ik loop verder door historic Vicksburg, waar een aantal fraaie oude huizen en gebouwen van voor de burgeroorlog staan. Het mooiste is wel het op een heuvel gelegen Old Court House. Verder is Vicksburg eigenlijk net zo’n slaperig stadje als Natchez. De paar toeristen die hier komen, vallen niet op (ok, ik wel, met m’n rugzak, korte broek en camera in de hand J). Vicksburg heeft serieus werk gemaakt van z’n geschiedenis, met het Military Park en een heuse scenic drive door het stadje zelf, maar het is allemaal op een kleine, misschien wel typisch zuidelijke, schaal. Geen grootse dingen, geen drukte, geen pretenties, gewoon down to earth jezelf zijn en je geschiedenis levend houden, zo is het karakter van zuidelijke stadjes als Natchez en Vicksburg misschien het beste te omschrijven.

Vervolgens neem ik een kijkje bij de rivier. Vicksburg ligt op een punt waar de Mississippi vroeger nog iets verder rechtdoor liep, maar nu een bocht naar het westen maakt. De kleinere rivier die nu rechtdoor loopt, is de Yazoo River. Hier geen industrie langs de rivier, maar een groen beboste oever aan de overkant. Het water van de Mississippi is bruin en de rivier wordt veel gebruikt voor vrachtvervoer. Enorme sleepbootcombinaties varen langs. Met het uitzicht over de rivier breng ik de middag lunchend en lezend door in het Riverfront Park.

Vrijdag 15 september 2006

Vicksburg heeft weer water, dus ik heb gelukkig weer kunnen douchen J. Ik laat Vicksburg achter me en neem Highway 61 naar het noorden, richting Greenville. De weg leidt dwars door het agrarische binnenland van de staat Mississippi. Katoenbouw domineert hier. Veel velden zijn al geoogst en langs de weg liggen grote, samengeperste balen katoen, klaar om getransporteerd te worden. Onderweg kom ik door kleine gehuchtjes, vaak niet meer dan een paar huizen, een school en een kerk. De mensen hebben hier alle ruimte, dus ze wonen niet op elkaar gepakt zoals in Nederland, waar iedere vierkante meter grond kostbaar is.

Zoals over zitten de winkels in de kleine en middelgrote stadjes in de VS aan de rand. Het is redelijk voorspelbaar: voordat je een stadje binnenrijdt, kom je eerst langs één of twee kilometer met veel billboards, supermarkten, bezinestations, autodealers etc.. De grotere supermarkten zijn voorzien van indoor-McDonalds, toiletten en kinderspeelparadijs. Zit je op de snelweg, dan zijn de food exits, lodging exits en gas exits erg handig. Bij de food exits vind je ketens als McDonalds, KFC, Wendy’s en Subway, de lodging exits brengen je naar goedkope motelketens als Days Inn, Comfort Inn en Motel 6. Erg handig.

Als ik Greenville binnenrijd weer hetzelfde beeld: eerst twee kilometer fastfoodketens, benzinestations en autodealers. Bij het Mississippi Welcome Center, dat is gevestigd in een namaak-radarboot, bemachtig ik een plattegrond van het stadje. Ik rij wat rond, maar heb het snel gezien. Greenville stelt niet veel voor: het is een relatief arm stadje met een hoofdzakelijk zwarte bevolking, een paar kerken en een paar cafés. Het stadje staat symbool voor dit deel van de VS. Hoewel een onderdeel van hetzelfde land, is het een totaal andere wereld dan New York of Californië. Hier vind je geen wolkenkrabbers of zesbaans snelwegen. Dit is de Mississippi Delta, het agrarische, arme zuiden, waar bijna de helft van de bevolking zwart is, een werkloosheid van soms 20% heerst, het land van de katoenvelden en de geboortestreek van de blues (die niet voor niets zo heet). Mississippi is de op één na armste staat van de VS (op Alabama na). Het is apart om hier rond te reizen.

Ik overnacht in het Ramada in Lake Village, aan de andere kant van de rivier, net over de grens in de staat Arkansas. Ik doe nog boodschappen en ga nog wat zitten lezen, verder de ik vandaag niks meer.

Zaterdag 16 september 2006

Ieder jaar in september wordt in Greenville het Mississippi Delta Blues Festival gehouden. Omdat het van alle kanten werd aangeraden, heb ik gezorgd dat ik precies vandaag, de dag van het festival, in Greenville ben. Ik smeer me in tegen de zon en spuit me in tegen de muggen en ga vervolgens op zoek naar het festivalterrein. Het is even zoeken, maar een paar kilometer ten zuiden van Greenville parkeer ik m’n auto in een weiland en haal ik m’n gereserveerde toegangskaartje op. Het festival wordt gehouden op een open stuk grasland, waar een podium, toiletten en een aantal eetkraampjes zijn neergezet. Ik gok dat een paar honderd mensen hun plekje al hebben gezocht als ik aankom. Op het podium staat een blueszanger uit een naburig stadje. Andere bezoekers komen ook nu pas aan en betreden het festivalterrein met koelboxen, kampeerstoeltjes en paraplu’s tegen de felle zon. Dat laatste is zeker geen overbodige luxe, want de zon staat hoog aan de hemel. Nadat ik wat heb rondgekeken, zoek ik daarom een plekje aan de rand van het terrein, waar dankzij de zon wat schaduw is. Hier ga ik een tijdje zitten lezen, met de klanken van de bluesmuziek op de achtergrond.

Vervolgens loop ik weer een rondje, maak wat foto’s en bekijk de bezoekers van het festival. Ook hier is de overgrote meerderheid zwart. De mensen zitten in een soort halve cirkel voor het podium, vrijwel allemaal met een paraplu op, wat een maf gezicht is. Als ik weer een schaduwplekje heb opgezocht, rijden twee grote touringcars langs. De ene heeft “Denise LaSalle” op de zijkant staan, de andere “Steve Azar on tour”. Blijkbaar de grote namen voor het avondprogramma. Tot het begin van de avond komen er nog mensen bij. Door de dalende zon wordt het wat minder heet. Ik vermaak me met de muziek en met rondkijken. Het is geen festival van wereldklasse, maar leuk is het wel.

Zondag 17 september 2006

Om een uur of elf kom ik aan in Clarksdale, een klein stadje in het hart van de Mississippi Delta. Het lokale Delta Blues Museum is op zondag helaas gesloten en verder is Clarksdale een klein, typisch Deltastadje. Stil (zeker op zondagochtend, als iedereen in het sterk religieuze zuiden de kerk zit), arm, veel dichtgetimmerde panden en een enkele juke joint (een kleine, vaak houten bar, waar de lokale bevolking komt voor blues en bier).

Ik was van plan om hier een dag te blijven en morgen door te reizen naar Memphis, maar omdat er hier verder weinig te doen is, besluit ik Clarksdale voor gezien te houden en door te rijden naar Memphis. Dit gebied heet Tunica County. Hier, op de katoenplantages, is de blues ontstaan. Het is één van de armste delen van de VS en des te cynischer is het eigenlijk dat er langs de snelweg tussen Clarksdale en Memphis een aantal grote casino’s is gevestigd, waarvoor langs de weg uitvoerig reclame wordt gemaakt.

In de loop van de middag rijd ik via Highway 61 de grens van Mississippi met Tennessee over. Vergeleken met de kleine plaatsjes waar ik de afgelopen dagen ben geweest, is Memphis een grote stad. Ik beland per ongeluk midden in het centrum van de stad. Even per ongeluk rijd ik iets later langs een Motel 6, waar ik voor de komende vier nachten een kamer boek. Verder doe ik niet veel meer dan wat lezen, tv kijken en uitzoeken wat er zoal in Memphis te doen is.

Maandag 18 september 2006

Vandaag is een regenachtige dag en dus een mooie dag om twee musea te bezoeken: het National Civil Rights Museum en het Rock & Soulmuseum. Ik begin met het National Civil Rights Museum. Dit museum is gevestigd in het voormalige Lorraine Motel. Op 4 april 1968 werd Martin Luther King op het balkon van zijn kamer in dit motel doodgeschoten. Van buiten is het gebouw nog in dezelfde staat als toen, zelfs de auto van King staat nog voor de deur. Binnen is een mooie tentoonstelling ingericht, een completer beeld van de burgerrechtenbeweging kan je je niet voorstellen. Na het Civil Rights Museum ga ik op zoek naar koffie en wat te eten, want het loopt tegen lunchtijd. Ik ga naar Peabody Place, een modern winkelcentrum in hartje downtown. Temidden van de winkels is een soort overdekte binnentuin, waar onder andere een Starbucks en een aantal eettentjes zitten. Terwijl ik door de Memphian blader (een soort Metro), concurreert een matige blueszanger op een podium met de Dixie Chicks die uit de luidsprekers klinken. Peabody Place staat in schril contrast tot het authentieke, agrarische zuiden waar ik de afgelopen dagen geweest ben. Memphis ligt midden tussen het diepe zuiden en het meer ontwikkelde noorden van de VS, halverwege New Orleans en Chicago en heeft wat van beide culturen.

Ik lunch bij Dyers, waar ze al sinds 1912 hamburgers maken. Je zou dus denken dat ze daar wel weten wat een goeie hamburger is, maar helaas. Na de lunch ga ik naar het Rock & Soulmuseum. Ook dit museum is de moeite waard. Het begint met de katoenbouw op het plattenland van de Mississippi Delta en neemt je vervolgens mee door de geschiedenis van de blues, de country en de rock & roll. De geschiedenis van het zuiden van de VS komt in dit museum prachtig samen met de geschiedenis van deze muzieksoorten.

Dinsdag 19 september 2006

Echt levendig kan je downtown Memphis overdag niet noemen. Beale Street komt pas ’s-avonds tot leven. Dan gaan de mensen de straat op om te eten en klinkt er muziek uit alle café s en restaurants. Ik loop wat rond, haal koffie bij Starbucks en loop vervolgens naar het Peabody Hotel. Hier vind iedere dag een bizar ritueel plaats. Midden in de klassieke, van grote kroonluchters voorziene hal van het hotel is een kleine vijver, waarin vijf eenden rond zwemmen. Het verhaal gaat dat deze eenden een suite bovenin het hotel bewonen. Iedere dag worden deze vijf eenden vanuit hun suite met veel ceremonieel begeleid naar hun vijver in de hal. Om precies elf uur klinkt er muziek, wordt de komst van de Peabody ducks aangekondigd en lopen de eenden parmantig vanuit de lift over een rode loper naar hun vijver, bewonderd en gefotografeerd door tientallen bezoekers. En iedere dag om vijf uur worden de eenden weer naar hun suite begeleid. En zo gaat het al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw.

Na de regen van gisteren is het vandaag weer stralend weer. In het park langs de Riverside Drive geniet ik van de rust en het uitzicht over de Mississippi. Het moderne Memphis is niet echt een aantrekkelijke stad of zo. Memphis is Memphis omdat de blues en de rock & roll hier groot zijn geworden en omdat Elvis Presley hier zijn Graceland had. Dat is waarvoor je naar Memphis komt. Na een paar uurtjes bij de rivier loop ik Beale Street weer in. De straat is nu afgezet voor verkeer en het wordt langzaam drukker. Vanavond ga ik maar weer eens uit eten. Dat doe ik bij King’s Palace Café, een prima restaurant, waar ze prijswinnende Gumbo serveren. Een soort dikke soep met rijst, vlees en garnalen, erg lekker. Ook de gegrilde zwaardvis is prima. Misschien wel het beste eten deze vakantie. En dat alles met op de achtergrond het getokkel van een blueszanger die inderdaad echt de blues heeft.

Woensdag 20 september 2006

Als je in Memphis bent, moet je de kans niet voorbij laten gaan om een bezoek te brengen aan Graceland, het huis van wijlen Elvis Presley. Voor de fans van de king of rock & roll is het waarschijnlijk heilige grond, voor een nuchtere maar nieuwsgierige Hollander zoals ik is het een vooral een commercieel toeristisch iets. Maar een bezoek aan Graceland geeft ook wel een aardig kijkje in het leven van Elvis. Met een koptelefoon op word je door het huis geleid, dat wil zeggen: de benedenverdieping, want de eerste etage was privé en dat blijft zo. De slaapkamer en de badkamer waar Elvis dood werd gevonden, krijg je dus niet te zien. Wel een extravagant ingericht huis, z’n gouden en platina platen en een reeks vitrines met memorabilia die Elvis’ carrière belichten. Het is wel een eenzijdig verhaal: dat Elvis’ filmcarrière feitelijk mislukte wordt er niet bij verteld en ook wordt er met geen woord gerept over z’n drankprobleem en

pillenverslaving. Aan het eind van de rondleiding kom je langs het graf van Elvis en die van z’n ouders. Je moet het gezien hebben, maar indruk maken, nee.

Na Graceland haal ik boodschappen bij de Piggly Wiggly (da’s een supermarktketen) en vanuit een internetcafé mail ik het thuisfront. Omdat ik een dag eerder in Memphis ben aangekomen dan gepland, heb ik eigenlijk tijd over. Ik breng de rest van de middag daarom relaxed door met wat lezen.

Donderdag 21 september 2006

Ik verlaat Memphis in noordoostelijke richting. Eerst rijd ik door een aantal fraaie suburbs en vervolgens langs een reeks shopping malls. Het duurt een half uur voordat ik Memphis uit ben en op Highway 40 richting Nashville beland. Highway 40 wordt de Music Highway genoemd, maar ze hadden ‘m beter Truck Highway kunnen noemen, wat een vrachtverkeer. Voor de rest is het gewoon een lange, saaie snelweg.

Even na de middag kom ik aan in Nashville. Het is even zoeken naar het hostel en als ik het eenmaal heb gevonden, blijk ik pas om vijf uur te kunnen inchecken. Ik parkeer de auto aan de rand van downtown (net buiten het betaald parkeren gebied) en loop door het centrum van Nashville. Het centrum van de stad is compact en overzichtelijk en een mengeling van eind negentiende eeuwse gebouwtjes met saloons en honky tonks, en hypermoderne kantoorgebouwen die vanaf de snelweg de skyline van Nashville bepalen. Als je vanuit het diepe zuiden komt, is het alsof je een andere wereld binnen stapt. In tegenstelling tot het zuiden is downtown Nashville hoofdzakelijk blank, de juke joints hebben plaats gemaakt voor honky tonks, de blues heeft plaats gemaakt voor country. Niet alleen in de bars, maar in de hele sfeer van de stad. Hoorde Memphis gevoelsmatig nog tot het zuiden, Nashville behoort tot het noorden.

Nadat ik langs het State Capitol, het Ryman Auditorium, de Country Music Hall of Fame en de cafés op Broadway ben gelopen, ga ik op het terras van Quizno’s zitten om te lunchen. Aan het eind van de middag meld ik me weer bij het Music City Hostel, om me een uurtje later weer richting het centrum te begeven. Vanavond ga ik rondkijken in het uitgaansgebied van Broadway. De honky tonks aan beide zijden van Broadway zijn geen klassieke saloons met klapdeurtjes (al zullen die hier vast ooit gestaan hebben), maar bars met een even simpele als doeltreffende inrichting: een open deur, een bar wat tafeltjes en een podium waar zeven dagen in de week live muziek wordt gespeeld. Legends Corner, Second Fiddle, Full Moon Saloon en The Stage, overal klinkt muziek en is het buitengewoon gezellig. In je eentje is het wat saai, maar de muziek is goed.

Vrijdag 26 september 2006

Vanochtend breng ik drie uur door in de Country Music Hall of Fame. Alleen het gebouw (1996) is al indrukwekkend, met name de enorme hal. Binnen wordt een uitvoerig beeld gegeven van de geschiedenis van de countrymuziek. Van Hank Williams en Ray Price, via Johnny Cash en Willy Nelson tot Garth Brooks en Tim McGraw. De geschiedenis is interessant, maar qua muziek heb ik meer met wat ze hier contemporary country noemen, een mix van country en popmuziek. Aan het eind van het museum is de eigenlijke Hall of Fame, met bronzen plaquettes van de ‘grote namen’ van de countrymuziek. Garth Brooks hangt hier nog niet, maar zal er ongetwijfeld ooit hangen als één van de mensen die grote invloed hebben gehad op de geschiedenis van de countrymuziek.

Na de lunch (bij Subway) slenter ik langs de winkeltjes langs Broadway. ‘The place to be’ in Nashville schijnt de Wildhorse Saloon te zijn. Een beetje groot voor een saloon heeft het een grote dansvloer, een groot podium waar iedere avond live optredens plaats vinden en ook kan je er goed eten. Goed en èrg veel. Terwijl ik zit te eten krijgt een deel van het publiek een snelcursus linedancing. Dat countrydansen veel meer is dan alleen linedancing blijkt maar weer eens als diverse bezoekers even later de dansvloer opgaan om te dansen op de actuele hits uit de Billboard Country Chart. Ook de tieners, waarvan je zou denken dat ze eerder in een discotheek te vinden zouden zijn, kennen de hits uit hun hoofd en dansen erop los.

De band die daarna optreedt valt tegen. Door de grote dansvloer is het podium te ver weg en de gevoelige ballads vallen weg in de grote ruimte. Beetje jammer. De meeste tieners die eerder op de avond nog op straat of in de Wildhorse te vinden waren, zijn dan inmiddels op weg naar het Gaylord Entertainment Center (een soort Ahoy’ midden in downtown), waar vanavond een groot concert van de Rascal Flats plaats vindt (zeg maar het huidige Take That van countryminnend Amerika).

Zaterdag 23 september 2006

Even buiten Nashville, om precies te zijn zeven mijl ten noordoosten van de stad, ligt Music Valley. Music Valley is minder idyllisch dan het klinkt. Het is een enorm winkel- en entertainmentgebied. In de jaren zeventig is de Grand Ole Opry, hèt podium voor countrymuziek in Nashville, vanuit het centrum hiernaartoe verhuisd. In de grote concertzaal (4400 stoelen) hebben alle grote namen van de countrymuziek opgetreden. Naast de Grand Ole Opry staat Opry Mills, een enorme shopping mall, met ruime 200 winkels en eetgelegenheden. Hier kan je zo’n beetje alles kopen (nou ok, bijna alles…). Hier vind je op zaterdagmiddag de gemiddelde Amerikaan. Jong en oud, dik en dun, met en zonder kinderen, maar wel 90% blank. Wat een oord om je laatste vakantiedag door te brengen.

Zondag 24 september 2006

Voor de laatste nacht heb ik het hostel ingeruild voor een kamer in de Comfort Inn, één van de goedkope motels aan de rand van Music Valley. Vanaf hier is het niet ver meer naar de luchthaven. Ik lever m’n auto weer in en meld me bij de balie van Delta Airlines. M’n vlucht naar Atlanta gaat eigenlijk pas om twee uur, maar omdat het op dat moment erg slecht weer is in Atlanta, word ik op een vroegere vlucht gezet, zodat ik in Atlanta meer tijd heb om m’n aansluitende vlucht naar Amsterdam te halen. De vlucht naar Atlanta duurt slechts een half uur, waarna ik drie uur de tijd heb voor de volgende vlucht. In het vliegtuig lees ik m’n boek uit. Het is al maandagochtend, lokale tijd, als ik in Nederland aankom. De twee weken USA Deep South zitten erop.