Kroatië

28 mei – 11 juni 2007

Maandag 28 mei 2007

Het is even voor half zeven als we bij Rovinj een grillrestaurant induiken. Buiten komt de regen met bakken uit de hemel. De hele weg van Zagreb tot aan Rijeka is het zonnig weer geweest, maar zodra we Istrië binnenreden, kwam de donkergrijze lucht ons tegemoet. De weersvoorspelling klopte dus…

Vanochtend zijn we vanuit Leiden vertrokken voor een rondreis van twee weken door Kroatië. Na een vlucht van een uur en vijftig minuten en met een half uurtje vertraging landen we op de kleine luchthaven van Zagreb. De paspoortcontrole en bagage-afhandeling gaan snel en vervolgens halen we onze huurauto op, een donkergrijze Seat Ibiza. Even later rijden we de snelweg op. Zoals gezegd is het op dat moment nog prachtig weer. Onderweg tanken we, halen we een broodje en doen we een vergeefse poging om geld te pinnen. De weg wijst zich vanzelf en loopt door de bergketen Gorski Kortar. Veel tunnels en viadukten. De Ibiza blijkt niet erg veel trekkracht te hebben. In Istrië moeten de ruitenwissers hard werken. Camping Valdaliso, de camping die we thuis hebben uitgezocht om de komende drie nachten te slapen, is snel gevonden. Maar het is zo nat, dat we eerst maar gaan eten. Het grillrestaurant is een goede keuze. We krijgen een prima mixed grill en het blijkt nog goedkoop om hier uit eten te gaan ook: voor 27 euro per persoon zijn we klaar. Na het eten rijden we naar de camping. Het regent nog steeds, maar niet zo héél hard meer, dus we trekken onze regenjassen aan en zetten de tent zo snel mogelijk op. Er zit niet veel anders op dan nog een uurtje in de auto door te brengen. Hopelijk is het morgen beter weer.

Dinsdag 29 mei 2007

Het heeft vannacht veel en hard geregend, maar onze tent heeft al het water goed doorstaan. De buien hebben ons wel een deel van de nacht uit onze slaap gehouden, maar we zijn nog droog J. Als we opstaan is het weer een stuk beter, er is zelfs blauwe lucht te zien. Zijn de weergoden ons vandaag gunstiger gezind? Na het douchen halen we ontbijt bij de campingwinkel. Vervolgens rijden we naar Rovinj en parkeren de auto aan de rand van het stadje. Inmiddels is het prachtig weer. Rovinj is een klein oud stadje, prachtig gelegen op een schiereilandje dat ooit een echt eiland was. Vanaf een afstand is het al een fotogeniek stadje. Een wirwar van kleine straatjes met oude keien. Oude huisjes, sommige keurig opgeknapt en van een nieuw laagje verf voorzien, andere minder goed onderhouden, met afbladderdende luikjes en grauwe muren. Dat laatste is misschien wel mooier en geeft het stadje sfeer. Rovinj is maar een klein stadje, maar erg de moeite waard. Als we een uurtje hebben rondgewandeld drinken we een kop koffie op een terrasje aan het water. In de zon en met uitzicht op de Adriatische zee, wat wil je nog meer?

Na Rovinj rijden we naar Pula, ruim dertig kilometer naar het zuiden. We doen er ruim een uur over, met name omdat het verkeer in Pula zelf vaststaat. We parkeren de auto bij de haven en lopen een willekeurige kant op. Een paar honderd meter verder stuiten we op dé bezienswaardigheid van Pula: het ruim tweeduizend jaar oude Romeinse amfitheater. De buitenmuur is nog vrijwel geheel intact en dat maakt deze arena een indrukwekkend bouwwerk. Van binnen is er helaas nog maar weinig authentiek. De blauwe plastic stoeltjes verraden dat er nog steeds voorstellingen worden gegeven. Vervolgens lopen we het centrum van Pula in. In één van de zijstraatjes gaan we op een terrasje zitten voor de lunch. De heerlijke pizza’s zorgen ervoor dat we de middag wel door zullen komen. Pula zelf is verder niet zo bijzonder, al is het Forum wel een gezellig plein. Hier staan twee voormalige Romeinse tempels: één voor de god Diana (nu het stadhuis) en één voor keizer Augustus. Via een aantal trappen komen we bij het fort, vanwaaruit je in alle richtingen over Pula kan kijken. Vanaf hier zie je goed dat Pula vandaag de dag vooral een drukke, moderne stad is. Het oude amfitheater vormt een scherp contrast met de grote loodsen en kranen van de haven.

De terugweg van Pula naar Rovinj vinden gaat wat minder makkelijk dan de heenweg, maar tegen vijf uur zijn we dan toch terug op onze camping. Na een uurtje relaxen gaan we Rovinj weer in om een restaurantje te zoeken. De prijzen zijn hier verbazingwekkend laag. Een liter rode wijn uit Istrië kost hier op een terrasje 50 kuna (zeven euro), biefstuk met champignons, frites en salade kost maar 95 kuna (dertien euro). De pizza van vanmiddag was ook maar 35 kuna (4,50 euro). Kom daar in Nederland maar eens om.

Woensdag 30 mei 2007

Na een goede tweede nacht op camping Valdaliso breken we de boel op om op weg te gaan naar het binnenland van Istrië. We doen rustig aan en vertrekken om tien uur. We rijden noordwaarts naar het Limski Kanal, een langgerekt fjord met dichtbeboste heuvels aan weerszijden en helder, groen-blauw water. Via slingerweggetjes rijden we naar Vrsar, een klein dorpje aan de Istrische kust. We wandelen langs de grote marina en klimmen vervolgens het tegen een berg aangebouwde dorpje door, op weg naar de klokkentoren, vanwaar je een wijds uitzicht hebt. Op een terrasje drinken we een kop koffie, voordat we onze route door Istrië vervolgen. Istrië is bergachtig en doet een beetje aan Toscane denken. Zeker stadjes als Motovun, bovenop een heuvel gelegen temidden van het groene landschap. Het mooiste van Motovun is eigenlijk het uitzicht óp het stadje als je vanaf een afstand komt aanrijden. Bij een bocht in de weg heb je een mooi uitzicht over de vallei, de bergen en het stadje. Een perfecte plek om te lunchen. Via een aantal haarspeldbochten komen we bij het stadje aan, de rest lopen we, want de straatjes in het oude stadje zijn wel èrg smal J. Net als in Rovinj bestaan ook hier de straten uit grote keien, heel pittoresk, maar af en toe ook spekglad. We lopen door wat straatjes en over een deel van de oude stadsmuur, om vervolgens via dezelfde slingerweg weer naar beneden te rijden.

Van Motovun rijden we richting Buzet, om vanaf daar de weg naar het zuiden te nemen richting Cerovlje. Het is een bergachtige route met vergezichten zowel links als rechts. Wat ons opvalt is hoe ontzettend groen Istrië is. Kilometer na kilometer met dichtbeboste heuvels, slechts af en toe afgewisseld door een klein dorpje of een wijngaard. Al dat groen contrasteert mooi met de blauwe lucht en de roestbruine aarde. Als we onze route door het binnenland van Istrië hebben gereden, rijden we terug naar Rijeka en verlaten we het schiereiland door de lange Učka toltunnel. De omgeving van Rijeka is weinig inspirerend. We vinden de kustweg en rijden vanaf daar zuidwaarts, op weg naar de omgeving van Senj. Daar zullen we vannacht slapen. We zetten ons tentje neer op een heel kleine camping net voorbij Senj, met uitzicht over zee. Eten koken doen we vandaag zelf. Morgen rijden we vanaf hier naar de Plitvice meren.

Donderdag 31 mei 2007

In Senj halen we ontbijt en maak ik wat foto’s. Papa vertelde dat hij hier is geweest toen hij in 1964 Joegoslavië bezocht, misschien herkent hij de foto’s. Vanaf de kust rijden we landinwaarts richting Plitvička Jezera, oftewel de Plitvice meren. De rit duurt precies twee uur en leidt ons door het heuvelachtige binnenland van Kroatië. Ook hier veel bos, alles is groen. De weg slingert zich van links naar rechts en omhoog en omlaag door het landschap. Het ene moment rijdt je nog in de bergen, waar de ene haarspeldbocht (hier toepasselijk ‘serpentina’ genoemd) na de andere volgt, het volgende moment rijdt het flink door over de lange wegen in de vlakkere gedeeltes. Onderweg passeren we kleine dorpjes, soms niet meer dan één of twee huizen groot. Langs de kant van de weg staan kleine stalletjes waar de lokale bevolking kaas en olijfolie verkoopt.

Om precies twaalf uur komen we aan bij de meest noordelijke van de twee ingangen van het park. In het park kan je verschillende routes lopen, variërend van twee tot acht uur. Wij knippen ons bezoek in tweeën. Eerst bezoeken we het noordelijke gedeelte van het park, waar zich de ‘veli slap’, oftewel de grote waterval bevindt. Het pad loopt eerst stijl bergafwaarts en vervolgens langs het water. Overal langs de kant zwemmen vissen. De Plitvice meren is een zeven kilometer lange keten van turquoisekleurige meren, verbonden door een reeks watervallen. De kleur van het water is inderdaad fel turquoise, heel apart. Helaas zijn we hier niet de enige toeristen en lopen tussen diverse touringcarladingen met andere nationaliteiten.

Nadat we een tijdlang langs en om de meest noordelijke meren zijn gelopen, gaan we terug naar de auto en rijden we naar de tweede ingang van het park, een paar kilometer zuidelijker. Het water is hier misschien nog wel helderder dan bij de eerste meren. Overal klinkt het ruisende geluid van de watervallen. Grote, kleintjes, het zijn er in ieder geval veel. Het pad loopt om de meren heen omhoog en omlaag om het hoogteverschil te overbruggen. Omdat we er al een hele wandeling op hebben zitten, is het best een zware wandeling, die eerlijk gezegd best wat korter had mogen zijn. Moe en met zere voeten komen we bij het eindpunt aan, vanwaar een shuttleservice ons naar de parkeerplaats terug brengt. Het is inmiddels half vijf, tijd om de camping op te zoeken. Autokamp Korana ligt zes kilometer ten noorden van de Plitvice meren. Met een strakblauwe lucht boven ons koken we ons eten en komen we bij van de inspannende dag.

Vrijdag 1 juni 2007

Het begint weer routine te worden: douchen, ontbijten en de tent opbreken. We rijden eerst weer terug naar de kust, langs dezelfde route als gisteren. Wat ons toen niet opviel, maar vandaag wel, is dat er onderweg veel lege en soms vervallen huizen staan, vaak vlak naast relatief nieuwe huizen. De lege huizen zijn het resultaat van de etnische zuiveringen die in de burgeroorlog (1991-1995) hebben plaats gevonden. Dit gebied behoorde tijdens de oorlog tot de Krajina, het deel van Kroatië waar veel etnische Serviërs woonden en waar destijds fel om gevochten is. Nadat de Kroaten het gebied op de Serviërs hadden heroverd, zijn veel Serviërs weggetrokken, hun lege huizen achterlatend.

Even later hebben we de auto even langs de kant van de weg gezet, als van de andere kant een touringcar komt aanrijden die stopt. De vrouwelijke Kroatische gids maakt ons druk gebarend duidelijk dat we niet het veld in moeten lopen: er liggen mijnen. Ik bedank haar voor de waarschuwing, die toch ook wel confronterend is. Sta je tijdens je vakantie zonder het te weten aan de rand van een mijnenveld… Even later komen we door het dorpje Otoçac, een dorpje dat er vrijwel volledig hersteld uitziet, op dat ene pand na, dat niet is opgeknapt en waarvan de gevel vol zit met kogelgaten. Even is de burgeroorlog heel zichtbaar. Indrukwekkend.

Bij Senj stoppen we voor koffie (voor een dubbele espresso en een cappuccino betaal je hier nog geen twee euro) en rijden we langs het Nehaj kasteel dat op het stadje uitkijkt. Vanaf hier rijden we langs de kustweg, Magistrale geheten, richting Jablanac. Het is een fraaie kustweg die zich langs de rotsachtige bergkust slingert met geweldig uitzicht over de eilanden voor de kust van Kroatië. Halverwege nemen we even pauze om te lunchen. Als we bij Jablanac aankomen, leidt een stijle weg ons naar beneden, naar de aanlegplaats van de veerboot. Tien minuten later komt de boot aan en nog eens tien minuten later komen we (na een niet al te spannende overtocht) aan op het eiland Rab. Het is inmiddels half drie en we rijden rechtstreeks door naar camping Padova III. We vinden een klein plekje vlakbij de douches en de zee. Nadat we de camping hebben verkend (en er een paar druppels regen zijn gevallen), besluiten we naar het stadje Rab te rijden. Dit oude stadje is bekend vanwege z’n klokkentorens. In een goed uurtje loop je het hele stadje rond. In de Veli Svonik (de grote klokkentoren) klimmen we naar boven, waar je een fraai uitzicht hebt. Als we weer terug zijn waar we begonnen, zoeken we een terrasje op om bij te komen van de toch wel weer drukke dag. Vanavond gaan we uit eten bij Santa Maria, een restaurantje met een mooie patio in het centrum van Rab.

Zaterdag 2 juni 2007

Vannacht zijn er weer een paar buien gevallen. Zolang die ’s-nachts vallen is het prima. Vandaag is een reisdag: vanaf Rab pakken we eerst de veerboot terug naar het vasteland (gek genoeg is het kaartje voor de boot geen retourkaartje en moet je een nieuw kaartje kopen om weer van het eiland af te komen). Vervolgens rijden we via de Magistrale naar het zuiden. De kustweg slingert voortdurend, zonder al die bochten zou de afstand zeker tweederde korter zijn J. Het is wel een prachtige route. Links de indrukwekkende bergen van het Velebit gebergte, alleen maar grijs gesteente met hier en daar wat begroeiing. Rechts het uitzicht over zee en op dit deel van de route het eiland Pag, dat er onherbergzaam en kaal uitziet. Het is voortdurend opletten op de tweebaansweg, waar op lang niet alle stukken een vangrail staat. De wegen zijn overigens wel goed en vaak voorzien van een vers laagje asfalt. Opvallend is wel dat de Kroaten erg hard rijden. Inhalen lijkt hier volkssport nummer één te zijn.

Vanaf Maslenica nemen we de snelweg, anders zouden we nog veel langer aan het rijden zijn. Om kwart voor drie komen we aan op onze plaats van bestemming: het plaatsje Murter. Murter is niks bijzonders, maar geldt als uitvalsbasis voor boottochten langs de Kornati-eilanden. We willen morgen zo’n tocht maken, maar helaas, morgen is het zondag en dan zijn er geen boottochten. Het leek ons leuk, maar ook weer niet zó leuk dat we er een dag extra voor willen blijven. We besluiten onze tent neer te zetten op een camping nabij Jezera en morgen door te rijden naar Trogir. De rest van de middag en avond relaxen we bij de tent, in de zon, met een flesje rosé erbij.

Zondag 3 juni 2007

Overal waar we komen wordt gebouwd (vooral veel vakantieappartementen) en worden wegen aangelegd of verbeterd (wat is Nederland dan ontzettend áf). Je kan goed zien dat Kroatië zich economisch ontwikkelt. Je hebt hier niet het gevoel in een Oost-Europees land te zijn. Kroatië doet eerder Zuid-Europees, Mediterraan aan. Rond elf uur komen we aan in Primošten, een klein stadje, mooi gelegen op een schiereilandje, net als Rovinj. We drinken koffie op een terrasje, lopen het stadje rond en lunchen aan het water. We rijden de komende dagen niet zulke grote afstanden meer als de afgelopen dagen. We komen dan ook al snel langs Sibenik (waar we doorheen rijden) en iets na enen komen we aan in Trogir. Ook Trogir ligt op een schiereilandje, althans, het oude deel van de stad. Ook hier kleine straatjes met oude keien, oude huisjes met luiken, de onvermijdelijke kerkjes en… een fraaie boulevard, Riva, langs het water. Een perfecte plek om een terrasje te pakken J. Om half vijf hebben we onze tent opgezet op camping Rozac, op het schiereiland Čiovo bij Trogir, waar we eten koken en gaan zitten lezen.

Maandag 4 juni 2007

De lucht is donker boven Split en de bliksemschichten schieten loodrecht omlaag. We laten de tweede stad van Kroatië links liggen en slaan af naar Salona. Hier liggen de ruïnes van een oude Romeinse stad, waaronder een amfitheater. Er is helaas maar weinig van over. Iets verderop in de bergen ligt Klis. Bovenop een bergtop staat daar een eeuwenoud fort. Als we hier aankomen en in een lokaal supermarktje wat eten hebben gehaald, breekt de zon door. Het is meteen een stuk warmer. Ook het fort heeft onder de tijd geleden, maar staat er nog altijd fotogeniek bij. Vanaf grote hoogte kijk je uit over Split, dat vanaf hier uit louter witte hoogbouw lijkt te bestaan.

Via een stuk snelweg komen we weer bij de kustweg, de Magistrale. Deze volgen we tot Omiš. Vanaf daar rijden we via een klein weggetje langs de Cetina rivier. De rivier stroomt door een vallei, terwijl de weg zich via haarspeldbochten langs de bergen omhoog slingert. Het mooiste uitzicht heb je aan het begin, bij Omiš en tegen het eind, bij Zadvarje. Vanaf Zadvarje volgen we weer de kustweg tot even voorbij Makarska. We vinden een camping in Podgora, een klein toeristenplaatsje aan de kust. Ik ben de slingerende kustweg en de haarspeldbochten zo langzamerhand wel een beetje zat. De routes zijn prachtig, maar het is erg inspannend rijden. Ik ben dan ook best moe als we op de camping aankomen. Vanavond doe ik niks meer, behalve een beetje lezen. Morgen steken we over naar het eiland Brač.

Dinsdag 5 juni 2007

We zijn al vroeg wakker. Voordat we naar de veerboot rijden, doen we eerst boodschappen bij de grote Konsum supermarkt in Makarska. Daarna is het even zoeken naar de aanlegplaats van de veerboot. Die blijkt overigens pas om half één te gaan. De overtocht naar Brač duurt een uur. Brač blijkt een groot, groen eiland. We rijden rechtstreeks naar Bol, een klein vissersdorpje aan de zuidkant van het eiland. Een leuke boulevard langs het water, een haventje en wat oude huisjes, dat is het wel zo’n beetje. Niet heel bijzonder, maar we kunnen vandaag rustig aan doen. We relaxen op het terras van een cocktailbar en lopen nog wat rond. Daarna gaan we op zoek naar een camping. De enige boot die naar de vaste wal gaat, halen we niet meer, dus we zitten vast op het eiland J. Op de kleine camping Kanun zetten we de tent neer, met uitzicht over het water en het eiland Hvar op de achtergrond. Daar gaan we morgen naar toe. Terwijl de zon ondergaat, koken we eten en drinken we Kroatische wijn (prima wijn trouwens).

Woensdag 6 juni 2007

Om van Brač op Hvar te komen (hemelsbreed niet meer dan een Olympische zwemafstand) moeten we van Bol weer terug naar de boot naar Makarska en vervolgens vanuit Drvenik met de boot naar Hvar (misschien is een directe lijndienst Brač-Hvar een idee?). Drvenik blijkt gelukkig maar een half uurtje rijden van Makarska. Daardoor halen we de boot van één uur. De rij auto’s is alleen wel èrg lang… Maar we hebben geluk: als één van de laatste auto’s mogen we de boot op.

Hvar heeft slechts één hoofdweg, die van oost naar west over het langgerekte eiland loopt. Het vervelende van deze weg is niet zozeer dat-ie omhoog en omlaag slingert (Kroatië hééft volgens mij geen rechte wegen), maar dat-ie vrij smal is en geen berm heeft. Naast de weg gaat het loodrecht omlaag en er staan geen vangrails. De temperatuur is inmiddels opgelopen tot boven de 26 graden, dus airco aan. Hvar is een groen eiland, dat volstaat met olijfbomen, af en toe afgewisseld door een wijngaard of een klein lavendelveld. Hvar staat bekend om de lavendel, maar meer dan een paar kleine veldjes kunnen wij niet ontdekken. Helemaal aan het eind van het eiland ligt het stadje Hvar, een klein stadje zoals we die al meer hebben bezocht, maar mooi gelegen aan een baai. We lopen over het centrale plein, langs de haven en vervolgens de heuvel op naar de 16e eeuwse citadel. Het pad zigzagt omhoog, een hele klim, zeker gezien de warmte. Vanaf de citadel heb je een mooi uitzicht over de haven en de oude rode dakpannetjes van de huizen. Terug bij de haven pakken we een welverdiend terrasje om even bij te komen. Het is tegen etenstijd, maar we zijn vrij moe en besluiten eerst maar eens een camping te gaan zoeken. Ten westen van Hvar-stad vinden we er één, maar die biedt veel te slechte plaatsen voor veel te veel geld, dus we besluiten naar een camping in Milna te gaan, een paar kilometer verderop. Deze kleine camping is eigenlijk nog niet helemaal klaar voor het seizoen (de receptie is dicht en de herendouches werken nog niet), maar we kunnen er wel staan. We vinden een prima plekje vlakbij het water en ik kan bij de dames douchen.

Donderdag 7 juni 2007

Dit is het moment waarop onze planning weer een beetje in de war loopt. We wilden met de boot van Hvar naar het naastgelegen eiland Korčula, maar omdat het nog geen hoogseizoen is, vaart deze boot slechts twee keer per week (!). Vanaf vaste wal gaat er ook wel een boot naar Korčula, maar slechts één keer per dag, om half zes ’s-middags. We passen ons plan dus aan. Korčula wordt geschrapt en in plaats daarvan rijden we vanochtend terug naar de oostkant van Hvar (inderdaad, weer via die leuke weg) om de boot naar de vaste wal te nemen. We halen (tot onze eigen verbazing) de boot van kwart voor tien en een goed half uurtje later rijden we weer over de Magistrale naar het zuiden. Onderweg halen we boodschappen, gooien we de tank vol en eten we. Na iets meer dan 20 kilometer rijden we langs de Baćinska-meren en iets later loopt de weg door de Neretva-vallei. Tussen de bergen ligt vlak laagland met moerassige grond, dat (voor zover we kunnen zien) wordt gebruikt voor de fruitteelt. Langs de kant van de weg staan hier diverse stalletjes waar sinaasappels en ander fruit wordt aangeboden (soms staan er tien stalletjes op een rijtje, waardoor je je afvraagt of al die mensen op een dag wel wat verkopen).

We stoppen rond lunchtijd in Klek, een dorpje dat bestaat uit een paar huisjes en een mooi kiezelstrandje. We drinken eerst koffie op een terrasje en omdat het prachtig weer is, pakken we daarna onze badhanddoeken en gaan we twee uurtjes op het strand liggen. Even heerlijk relaxen. Even voorbij Klek is de grens met Bosnië-Herzegovina. Bosnië-Herzegovina heeft ongeveer negen kilometer kustlijn, waardoor het zuidpuntje van Kroatië als het ware ‘los’ ligt van de rest van het land. De douanebeambten nemen niet eens de moeite om onze paspoorten te bekijken en we rijden dus zonder problemen Bosnië-Herzegovina binnen. Na negen kilometer passeren we weer de grens. Aan onze rechterhand ligt Pelješac, het langgerekte schiereiland dat bekend staat om z’n wijnbouw. Van de week hebben we al ervaren dat hier prima wijn vandaan komt J. Bij het plaatsje Ston ligt camping Prapratno, waar we vandaag onze tent neerzetten.

Vrijdag 8 juni 2007

We blijven vandaag bij Ston, dus we hoeven onze spullen niet te verhuizen. We slapen uit en doen rustig aan. Aan het eind van de ochtend rijden we naar Ston, een klein, pretentieloos dorpje. Ooit was dit de voorste linie van de verdedigingswerken van Dubrovnik, toen dit nog een stadstaat was (Ragusa). Dit is te zien aan de enorm lange verdedigingsmuur die om het dorpje en vervolgens over de bergen loopt. Een soort mini-Chinese muur. Een deel van de muur is voor publiek toegankelijk en wij wagen ons op deze snoeihete dag aan de beklimming van een deel ervan. Na afloop zoeken we een terrasje op en gaan we terug naar de camping. De rest van de dag bestaat uit relaxen, een beetje lezen en een beetje in de zon liggen. Morgen vertrekken we weer, op weg naar onze laatste bestemming: Dubrovnik.

Zaterdag 9 juni 2007

Van alle stadjes die we de afgelopen twee weken hebben bezocht, was Rovinj tot nu toe favoriet. Maar aan het eind van deze vakantie moet dit stadje in Istrië zijn nummer één positie afstaan aan wat (qua bezienswaardigheden) misschien wel het hoogtepunt van de vakantie is: Dubrovnik. Tijdens het beleg van Dubrovnik in 1992 is de stad deels aan puin geschoten door de Serviërs (een volstrekt zinloze actie), maar inmiddels is de stad vrijwel volledig hersteld (getuige alle splinternieuwe rode dakpannetjes). Als een zwaar ommuurd bastion ligt het oude centrum van Dubrovnik aan de Adriatische zee. Een absolute ‘must’ als je hier bent, is een wandeling over de oude stadsmuur. In goed anderhalf uur lopen we over de muur om de hele stad heen, met een geweldig mooi uitzicht over de stad, de Adriatische zee en de oude haven, waar nu drie enorme cruiseschepen liggen. De opvarenden van deze cruiseschepen komen we tegen als we inde stad zelf rondlopen. Van alle plekken in Kroatië waar we geweest zijn, is Dubrovnik verreweg het drukst. We lopen over Stradun, de hoofdstraat van de stad, met het Luža-plein aan het eind. De oude panden zijn goed bewaard gebleven resp. knap hersteld. Niets doet hier nog denken aan de burgeroorlog. De vele toeristen en de volle terrassen maken dat ook wat moeilijk.

Tegen drie uur rijden we naar Kupari, een klein dorpje op 10 minuten rijden va Dubrovnik. Hier zetten we de tent neer. Aan het begin van de avond gaan we terug naar Dubrovnik. Tijdens een heerlijke warme avond eten we scampi’s op het terras van konoba Mediterano.

Zondag 10 juni 2007

Vandaag is onze laatste echte vakantiedag. Nadat we door de zon uit onze tent gebrand zijn en ontbeten hebben, halen we bij de lokale supermarkt wat boodschappen. Vervolgens rijden we naar de berg Srj bij Dubrovnik. Via een stijl en smal (één auto breed) weggetje kom je bovenop de berg, vanwaar je een adembenemend uitzicht hebt over Dubrovnik. ’s-Middags gaan we naar het strand van Kupari, een mooi kiezelstrandje aan een baai met helder water (zoals overal hier in Kroatië het water erg helder is). Het is eigenlijk te warm om het in de zon lang uit te houden, maar gelukkig biedt het water verkoeling. De laatste avond van deze vakantie gaan we nog één keer uit eten in Dubrovnik, dit keer bij restaurant Coloseum. Morgenochtend gaan we inpakken en naar de luchthaven van Dubrovnik, waar we na bijna 1.850 kilometer onze huurauto moeten inleveren en vanwaar even na half twee onze vlucht naar huis vertrekt.