Istanbul

1 – 5 oktober 2007

Maandag 1 oktober 2007

Onze tweede vakantie van dit jaar is een stedentrip en de Turkse stad Istanbul is onze bestemming. Van mensen die er geweest zijn, hebben we enthousiaste verhalen gehoord en nadat we ons hebben verdiept in wat er allemaal te zien is, lijkt het ook ons een erg aantrekkelijke stad. Gelegen aan de Bosporus, op de grens van het Europese en het Aziatische continent is het een stad vol bazaars, moskeeën en lekker eten, kortom: de verwachtingen zijn hoog J.

We vliegen met Swiss Air, met een tussenlanding in Zürich, waardoor de heenreis wel wat langer duurt, maar ook een stuk voordeliger is. Als we op de luchthaven van Istanbul aankomen, blijkt die overstap toch nadelig uit te pakken, want onze bagage staat op dat moment nog in Zürich. Nadat we de nodige papieren hebben ingevuld, wordt ons beloofd dat onze bagage morgenavond alsnog in het hotel zal worden afgeleverd. Dat hopen we dan maar.

Vanaf de luchthaven nemen we de metro naar het centrum van Istanbul. Deze rit duurt ongeveer een half uur en kost (net als alle andere metroritten in de stad) 1,30 lire, omgerekend ongeveer tachtig cent. Ons eindstation is Aksaray, vlakbij de straat waar ons hotel zit en die dezelfde naam heeft: de Aksaray caddesi. Als we het station uitlopen, worden we meteen overspoeld door de hectiek van de stad. Op het plein voor het station zitten tal van handelaren in fruit, kleding en andere spullen, het lawaai van het verkeer klinkt van alle kanten en allerlei geuren bereiken onze neuzen. Welkom in Turkije, welkom in Istanbul.

Aan de hand van onze kaart vinden we de weg naar hotel Royal, war we een prima (maar wel wat warme) kamer hebben, gelukkig gelegen aan de rustige achterkant van het hotel. Het is al tegen acht uur en echt veel zin om de stad in te gaan om uitgebreid uit eten te gaan, hebben we niet, maar om de hoek van het hotel zitten diverse goedkope restaurantjes. Niet bijzonder, maar, zo blijkt, best ok om te eten. De kebab met aubergine smaakt in ieder geval prima. Een goede afsluiting van deze eerste dag.

Dinsdag 2 oktober 2007

Nadat we vannacht heerlijk hebben geslapen staan we om acht uur op voor onze eerste echte dag in Istanbul. Na het (eenvoudige) ontbijt lopen we om half tien ons hotel uit, het drukke Bazaar district in. We lopen langs de Ordu caddesi, waar winkeltjes en het drukke verkeer het straatbeeld domineren. Waar de Ordu caddesi overgaat in de Yeniçerber cadessi loop je van het Bazaar district de wijk Sultanahmet in. Dit is het oude deel van het centrum. Asfalt heeft plaats gemaakt voor keitjes. Aan het eind van de straat ligt het Sultanahmet plein, een park met een grote vijver in het midden. Als je midden in het park gaat staan, kijk je aan je linkerkant tegen de Aya Sofia camii (camii = moskee) aan en zie je aan je rechterhand de enorme Sultanahmet camii, oftewel de Blauwe moskee. Die laatste is van de buitenkant de meest indrukwekkende, met zes langgerekte minaretten die tegen de blauwe lucht afsteken (alleen de Grote moskee in Mekka heeft ook zes minaretten). Het is een overweldigend gevoel om tussen deze twee grote kunstwerken in te staan.

Bij de ingang van de Blauwe moskee doen we onze schoenen uit. Binnen in de moskee, die gebouwd is in de zeventiende eeuw, is het te druk om van een serene sfeer te kunnen spreken. Maar toch, het gebouw is indrukwekkend. In het midden van de moskee bevindt zich een enorme koepel, die op vier dikke pilaren steunt. Het licht valt door grote ramen, die van gekleurd glas zijn voorzien. Het is er lastig fotograferen.

Aan de noordwestkant van de Blauwe moskee bevindt zich het Hippodrome, de plek die in de tijd dat Istanbul het hart van het Byzantijnse rijk vormde, het politieke centrum was (vergelijkbaar met het Forum Romanum in Rome). Nu is het een parkje met bankjes, alleen de twee obelisken en de tekst in de reisgids herinneren aan de geschiedenis van deze plek.

Via het Sultanahmet plein lopen we naar de Aya Sofia, waar we buiten op het terras eerst een kop koffie drinken. De Aya Sofia is niet meer als moskee in gebruik: men heeft er een museum van gemaakt, wat handig is want voor een museum kan je entree vragen J. De Aya Sofia is aan de buitenkant minder indrukwekkend dan de Blauwe moskee, maar moet het van z’n binnenkant hebben. De moskee is gebouwd in de zevende eeuw en daarmee maar liefst duizend jaar ouder dan de Blauwe moskee. Toch is het de bouwers van de Blauwe moskee niet gelukt om een koepel zoals die van de Aya Sofia na te bouwen, die zonder zichtbare steunpilaren boven de centrale ruimte van de moskee lijkt te zweven. De koepel wordt gerestaureerd en staat daarom voor een deel in de steigers. Die restauratie is ook wel nodig, want de staat van de schilderingen aan de binnenkant van de koepel is beroerd.

Nadat we de Aya Sofia hebben bekeken en terugzijn in het park, klinkt van alle kanten de oproep tot gebed. Om en om schalt een stem uit de luidsprekers van de Aya Sofia, de Blauwe moskee en een nabijgelegen derde moskee. Het is al tegen half twee als we op de hoek van het plein op een terrasje gaan zitten voor de lunch. Nogal een toeristische plek, maar de Tekirdag Koftesi (gekruide gehaktballetjes met pittige tomatensaus) smaakt prima.

Na de lunch gaan we naar de Yerebatan Sarnici, oftewel de Basilica Cisterne. Dit is een groot ondergronds waterreservoir uit de Byzantijnse tijd (zesde eeuw). Onder een toenmalige basiliek (vandaar de naam) was dit één van de wateropslagplaatsen van Istanbul (toen Byzantium). Nu kan je over houten vlonders door de cisterne lopen. Het bouwwerk doet met z’n zuilen en gewelven een beetje denken aan een ondergrondse kathedraal. Door de mooie verlichting weerspiegelen de gewelven in het water, wat op de foto’s een surrealistisch effect geeft.

Als we weer boven de grond zijn, lopen we langs de Hürren Sultan Hamami, een oud badhuis, dat nu dienst doet als karpettenwinkel. Rare combinatie. Bij de ingang van het Topkapi paleis, blijkt deze de rest van de dag gesloten te zijn, dus lopen we verder naar het Sirkeci Gari, het treinstation dat in de glorietijd van de Orient Express het eindpunt was van de treinen die vanuit Europa kwamen. Het Orient Express restaurant op perron 1 is er nog steeds.

Even verderop komen we bij de kade van de wijk Eminönü. Hier, aan het begin van de Haliç (The Golden Horn) meren de veerboten aan die van hier naar elders langs de Bosporus varen. Het is er een drukte van bedoening. Langs de kader staan vissers met hun hengels over de reling en veerboten varen af en aan. Moe van het lopen zoeken we een terrasje op onder de Galata Küprüsü (de Galatabrug), één van de twee bruggen die dit deel van Istanbul verbindt met het noordelijke deel van de stad, aan de andere kant van de Golden Horn. Onder de brug, aan het water, bevinden zich allemaal cafeetjes en restaurantjes met uitzicht over het water en beide oevers. Een perfecte plek voor een drankje.

Het restaurant van onze keuze (Hamdi, met dakterras met uitzicht over de Golden Horn en volgens de Lonely Planet erg goed eten) serveert wegens de Ramadan pas na half tien. Dat vinden we wat te laat, dus lopen we de Galatabrug over om een restaurantje te zoeken in de wijk Beyoglu. We komen terecht bij Sofyali 9 (naar het adres waar het restaurant is gevestigd). Volgens de Lonely Planet een erg goed restaurant en dat kunnen we alleen maar beamen. De lokale wijn is prima en de mezzes overheerlijk: Turkse zalm met dille, aubergine met yoghurt en knoflook, in bladeren gewikkeld gehakt met rijst, gekruid zeewier en gegratineerde champignons met tomaat. Heerlijk buiten eten na een boeiende dag, sfeervoller wordt het niet.

Woensdag 3 oktober 2007

Het duurt even voordat we waterdruk hebben zodat we kunnen douchen, maar om tien uur lopen we dan toch opgefrist de stad in. We lopen naar de Kapali Çarsi, oftewel de Grote Bazaar. De bazaar bestaat uit een wirwar aan overdekte straatjes met winkeltjes. Sieraden, kleding, waterpijpen, theeglazen, karpetten, leren jassen, je kan het zo gek niet bedenken of je kan het hier kopen. Een echt shoppers paradise, als je het tenminste van veel bling bling houdt en het niet erg vindt dat het Ralph Lauren-logo op je overhemd vals is J. Je kan eindeloos in de bazaar rondslenteren.

We lunchen bij Havuzlu, volgens Lonely Planet één van de beste eetgelegenheden in dit deel van de stad. De Iskender kebab is in ieder geval heerlijk. Nadat we genoeg van de bazaar hebben gezien, lopen we een aantal straatjes door waar de inwoners van Istanbul zelf hun inkopen doen. Ook hier allemaal winkeltjes die hun spullen voor en aan hun gevel hebben uitgestald. Ook hier is het druk, maar anders dan in de Grote Bazaar zijn hier weinig toeristen. Des te meer oude mannetjes en gesluierde vrouwen.

Via een paar omhoog en omlaag lopende straatjes, komen we bij de Süleymaniye camii, een grote moskee die bovenop een heuvel ligt en daardoor in de hele omgeving te zien is. In tegenstelling tot bij de Aya Sofia en de Blauwe moskee is het hier een stuk rustiger (wat beter past bij de sfeer van een moskee). De binnenplaats van de Süleymaniye moskee is erg fotogeniek, wat een paar mooie plaatjes oplevert.

Vervolgens lopen we richting de Misir Çarsisi, oftewel de kruidenbazaar. Ook weer via kleine straatjes vol met winkeltjes. De kruidenbazaar is een stuk kleiner dan de Grote Bazaar. Hier verkoopt men vooral kruiden, baklava en ‘Turkish delight’. Onze voeten hebben inmiddels wel wat rust verdiend. Even buiten de kruidenbazaar zoeken we daarom een terrasje op voor een glaasje thee. Als we zijn bijgekomen halen we in de bazaar een doos baklava. We zijn langs zoveel winkels gelopen waar de baklava ons verleidelijk lag aan te staren, dat er wel een doos mee naar huis móet .

We drinken nog wat onder de Galatabrug en eten aan de andere kant, eveneens onder de brug, bij restaurant New Galata. Met uitzicht over het Topkapi paleis en de Bosporus.

Donderdag 4 oktober 2007

Het is vandaag bewolkter dan de afgelopen dagen. Na het ontbijt begeven we ons met de tram naar het Topkapi paleis. Dit Ottomaanse paleis is grotendeels in de vijftiende eeuw gebouwd en bestaat uit diverse ommuurde tuinen en uitvoerig met gekleurde tegeltjes en bladgoud gedecoreerde gebouwen. Hier leefde de sultan met zijn harem en van hieruit bestuurde hij zijn rijk. Vanaf de laatste tuin heb je een mooi uitzicht over de Bosporus. Na het Topkapi paleis, lopen we naar de haven van Eminönü. Hier liggen kleine bootjes aan de kade, waar je voor drie lire een broodje vers gebakken vis kan krijgen. Terwijl we op het pleintje ons broodje opeten en de Istanbulu’s voorbij slenteren, klinkt opnieuw de oproep tot gebed.

Vanmiddag maken we een boottocht over de Bosporus (lokaal bekend als de Istanbul Bogazi). De rondvaart leidt ons eerst langs de Europese kant van de stad. Vanaf het water zien we de wijken Besiktas en Ortaköy, het Dolmabahçe paleis en de Ortaköy camii. Deze kleine moskee staat vlak naast de Bosporus köprüsü, de eerste brug die het Europese continent verbond met het Aziatische. Verder noordwaarts ligt de tweede verbinding, de Fatih köprüsü. Vandaar varen we terug langs de Aziatische kant van de stad (Üsküdür). Het waait behoorlijk en aan boord is het best koud, maar de tocht is de moeite waard.

Als we terug zijn op vaste wal, nemen we de tram richting de Grote Bazaar, waar we nog wat rondslenteren en ons tegoed doen aan baklava, voordat we terug gaan naar ons hotel. We eten vanavond in de buurt van het hotel. Nog één keer Sis kebab voordat we morgen weer naar huis gaan.

Vrijdag 5 oktober 2007

Onze laatste dag in Istanbul. We laten de bagage achter in het hotel en nemen de tram naar Beyoglu, de wijk ten noorden van de Galatabrug. De wijk ligt op een heuvel en het eerste stuk vanaf de brug loopt dan ook vrij stijl omhoog. De Galata toren is de laatste bezienswaardigheid die we bezoeken. Beyoglu is vooral de wijk van de restaurantjes en de lange winkelstraat Istikal caddesi. Dit is het moderne Istanbul. De autovrije winkelstraat (met klassiek trammetje), het hoogstaande winkelaanbod en de vele koffiebars geven dit deel van de stad een modern, bijna hip uiterlijk. De Istikal caddesi zou evengoed kunnen doorgaan voor een winkelstraat in Parijs of Barcelona. Maar dan een stuk goedkoper. Ik koop er drie kwaliteitsoverhemden voor 65 lire, omgerekend ongeveer 35 euro.

De lunch is een döner kebab in een zijstraatje van de Istikal caddesi. Tegen twee uur nemen we de tram terug naar het hotel, vanwaar we naar de luchthaven gaan voor onze vlucht terug naar huis. Onze citytrip Istanbul zit erop. De stad is absoluut de moeite waard. Als je Istanbul moet vergelijken, dan is het een combinatie van Rome en Barcelona plus een vleugje Midden-Oosten. Een hectische, overweldigende en tegelijkertijd sfeervolle stad, met mooie bezienswaardigheden en vele restaurantjes waar je heerlijk kan eten. Een aanrader!