18 mei – 6 juni 2008

Zondag 18 mei 2008

Vandaag vertrekken we voor drie weken naar het zuidwesten van de Verenigde Staten. Het belooft een prachtige reis te worden: Las Vegas, Zion National Park, Bryce National Park, Arches National Park, Monument Valley, de Grand Canyon, Canyon de Chelly, Antelope Canyon, Death Valley: alle highlights in dit uitgestrekte deel van de VS staan op het programma van onze rondreis.

Een taxibusje brengt ons in nog geen half uur naar Schiphol, waar we inchecken voor de lange vlucht over de oceaan. In Cincinnati (Ohio) moeten we overstappen. Hier komen we de Verenigde Staten binnen en dus moeten we ook onze bagage ophalen en door de douane. We zijn dan al redelijk moe van de eerste vlucht, die acht uur heeft geduurd. Het tweede stuk, naar Las Vegas, duurt nog eens vier uur. Als we in Las Vegas aankomen, is het zes uur lokale tijd. We hebben er vijftien uur reizen opzitten en voor ons is het drie uur ’s-nachts (negen uur tijdsverschil).

Een shuttlebus brengt ons naar het Car Rental Centre, even buiten de luchthaven, waar een witte Chevrolet Cobalt voor ons klaar staat. Vanuit het vliegtuig hebben we al gezien dat McCarran International Airport midden in de stad ligt, aan de zuidkant van het bekendste stukje Las Vegas: de Strip, met de grote casino’s en de neonreclames. Het is dus niet ver rijden naar ons hotel, Stratosphere, dat aan de noordkant van de Strip staat en met z’n futuristische toren overal bovenuit steekt.

Omdat we over de Strip naar ons hotel rijden, krijgen we al meteen een eerste indruk van Las Vegas. Als we bij de Stratosphere aankomen, moeten we ons eerst een weg banen door het casino, alvorens we kunnen inchecken. Eenmaal op onze hotelkamer zijn we eigenlijk te moe om nog wat te gaan doen, maar we kunnen de verleiding niet weerstaan en laten ons met de lift naar de 108e verdieping van de Stratosphere Tower brengen. Vanaf hier heb je een geweldig uitzicht over de stad. De warme wind blaast als een hete föhn om onze oren. Vijftien uur geleden vertrokken we van huis en nu staan we hoog boven Las Vegas uit te kijken over een bontverlichte Strip.

Maandag 19 mei 2008

Las Vegas is één groot entertainmentcomplex. De stad is vierentwintig uur per dag in bedrijf, het casinowezen is een fulltime business. Of je nu ’s-ochtends of ’s-avonds een casino binnenloopt, er zijn altijd mensen aan het gokken. De gelukszoekers van de avond en nacht worden ’s-ochtends afgelost door weer nieuwe bezoekers.

We ontbijten in het Courtyard Buffet in het hotel, een uitgebreid ontbijtbuffet in een verder wat sfeerloze omgeving. Als we buiten komen stappen we als het ware een heteluchtoven in: het is 105 graden fahrenheit, oftewel 43 graden celsius! Las Vegas is een miljoenenstad temidden van niets dan woestijn en dat zullen we weten ook. Het is enorm warm, maar gelukkig niet benauwd of te heet om iets te doen.

We kopen flessen water en nemen vervolgens de Las Vegas Monorail naar het andere eind van de Strip. De monorail loopt aan de oostkant van de Strip achter de hotels langs en zorgt is een handig hulpmiddel als je in deze hitte niet twee keer de hele Strip (anderhalve kilometer) wilt lopen.

Las Vegas bestaat nog maar relatief kort. De stad werd in 1905 gesticht en sinds 1940 is het aantal inwoners iedere tien jaar verdubbeld. Tegenwoordig wonen er 1,8 miljoen mensen in de stad, die jaarlijks een veelvoud aan bezoekers krijgen. Als je ziet hoeveel lichtreclames hier zijn en je bedenkt dat in alle gebouwen hier de airconditioning op volle toeren draait, moet de hoeveelheid energie die Las Vegas jaarlijks gebruikt gigantisch zijn.

Aan de zuidkant van de Strip staat het goudkleurige Mandalay Hotel met daarnaast de piramide en sfinx van Luxor. Iets verderop sta je tussen het gigantische MGM Grand, het Excalibur (dat eruit ziet als het kasteel van Koning Arthur) en New York, New York, een compleet nagebouwde skyline van Manhattan, inclusief Vrijheidsbeeld, Empire State Building en Brooklyn Bridge. Tussen de casino’s bevinden zich grote shopping malls, waar je de hitte van buiten even kan ontvluchten. We maken er dankbaar gebruik van om even koffie te drinken bij The Coffee Bean.

Langs het hart van de Strip staan de bekendste casino’s: het Bellagio, Ceasar’s Palace en Mirage. Tegenover het Bellagio (waar de fonteinen omhoog spuiten op de maat van Frank Sinatra) is een namaak-Parijs neergezet, natuurlijk met Eiffeltoren en Arc de Triomphe. Iets verderop staat het Venetian, een enorm casino- en winkelcomplex in Venetiaanse stijl. Binnen varen gondeliers rond en is een San Marcoplein nagebouwd. Boven de klassieke Venetiaanse gevels is het dak zo beschilderd dat je het idee hebt buiten in de schemering te lopen, terwijl je toch echt binnen bent. Net echt, heel bizar.

Als we aan het eind van de middag terugkomen in ons hotel, hebben we zere voeten van het lopen en blijken we ongemerkt vies te zijn geworden van al het stof in de lucht. Eerst maar even douchen dus. Om zeven uur gaan we terug naar de Strip, deze keer om de Las Vegas Boulevard (zoals de weg eigenlijk heet) in het donker te zien. De sfeer op de Strip is ’s-avonds heel anders dan overdag. Zo kleurloos als het overdag is, zo sfeervol is de Strip als alle neonverlichting aan is. De casinobusiness is een bedrijfstak waar je je vraagtekens bij kan hebben en alles wat je hier ziet is namaak en op entertainment gericht, maar toch is Las Vegas de moeite waard om een dag aan te besteden als kick-off van de vakantie.

Dinsdag 20 mei 2008

Na het ontbijt verlaten we Las Vegas. We rijden de Interstate 15 North op en zodra we de stad achter ons laten, rijden we de kale, woestijnachtige omgeving in. Het bruisende Vegas ligt temidden van een droge, kale, desolate vlakte, met alleen wat bergen aan de horizon en slechts doorkruist door de I15. We maken twee tussenstops: één om te lunchen en één bij het Utah Visitor’s Centre. Als we binnenkomen en ik “good morning” zeg, klinkt het “good afternoon” terug, “you’re on mountain time now”. Klopt, Utah ligt in een andere tijdzone dan Nevada.

Het is nog steeds ruim 100 graden fahrenheit (38 graden celsius). Een uurtje later begint het landschap te veranderen. De omgeving wordt begroeider en bergachtiger. Na St. George slaan we rechtsaf, Highway 9 op richting Springdale. Dit gehucht (één doorgaande weg met restaurants en wat winkels) ligt bij de ingang van Zion National Park, het eerste nationale park dat we deze reis zullen bezoeken. Bij de ingang schaffen we eerst een nationale parkpas aan. Deze is een jaar geldig en biedt gratis toegang tot alle nationale parken in de VS. Voordeliger dan alle parken apart betalen.

We rijden naar Watchman Campground, een camping net binnen het park, die voornamelijk door eekhoorns wordt bewoond en waar we twee nachten zullen blijven. De camping ligt prachtig tussen de bergen in, maar douches blijken er helaas niet te zijn. Ook horen we dat het weer gaat veranderen: vanaf morgen wordt het koeler en er bestaat een kans op regen. Dat laatste zou jammer zijn, maar iets koeler is geen probleem.

Omdat het pas half drie is, besluiten we om vandaag al een deel van het park te gaan bekijken. Auto’s zijn in Zion niet toegestaan, je kan de ‘scenic drive’ dus niet zelf rijden. Vanaf het visitor’s centre rijdt iedere zes minuten een shuttlebus door Zion Canyon. Dit is gedaan om het park te beschermen en verkeersopstoppingen in het hoogseizoen te voorkomen. De shuttle rijdt in  anderhalf uur heen en weer door Zion Canyon en je kan zo vaak in- en uitstappen als je wilt.

Het park is adembenemend mooi. Hoge roestbruine zandstenen bergen rijzen vrijwel loodrecht omhoog aan weerszijden van een kloof die in miljoenen jaren is uitgesleten door de Virgin River (nu niet meer dan een klein stroompje). De canyon is nog steeds in beweging, door vorst breken er iedere winter stukken van de bergen en af en toe komen er stenen naar beneden. De bodem van de canyon is groen en begroeid met bomen. De ‘scenic drive’ brengt ons langs prachtige fotostops: Court of the Patriarchs, Weeping Rock en Big Bend. Temidden van deze indrukkende bergen (miljoenen jaren oud) voel je je als mens (die gemiddeld niet ouder dan tachtig jaar wordt) erg nietig.

Omdat we geen campinggas kunnen vinden die op onze brander past, halen we alleen boodschappen voor morgen en eten we vanavond bij Zion pizza in Springdale.

Woensdag 21 mei 2008

Als we wakker worden is het achttien graden kouder dan gisteren. Na het ontbijt trekken we onze wandelschoenen aan en nemen we de shuttlebus tot aan Zion Lodge. Vanaf daar kan je een trail lopen naar de Emerald Pools, kleine, ondiepe poelen. We willen eigenlijk de korte trail lopen (een half uur lopen), maar we volgen onbedoeld een langere, maar ook mooiere route. De trail loopt langs de roestbruine bergen omhoog. Omdat de zon inmiddels is doorgebroken, hebben we het al snel warm, maar het is de moeite waard: het uitzicht is fantastisch. Onderweg komen we herten tegen (nadat we eerder al wilde kalkoenen langs de weg hebben gezien) en langs twee kleine watervallen. Het is een prachtige wandeling, die in totaal ruim anderhalf uur duurt.

Terug bij de Zion Lodge gaan we even zitten voor een kop koffie. Als we met de shuttlebus terugrijden, betrekt de lucht en begint het te regenen. Onze timing was dus perfect. Aan het eind van de middag is de bewolking alweer weggetrokken en breekt de zon weer door. We rijden naar Rockville, niet ver van Zion, waar vlakbij een oud verlaten stadje zou moeten zijn. Grafton wordt aangeduid als ‘ghost town’, maar in werkelijkheid is het niet meer dan één verlaten huis-met-veranda en een oude mormoonse kerk.

Terug in Zion brengen we de tijd door met lezen en het plannen van de komende dagen. Voor Bryce wordt sneeuw voorspeld, dus waarschijnlijk zullen we in een motel overnachten. Eerst maar eten: Thais in Springdale.

Donderdag 22 mei 2008

Een dag met veel indrukken! Tegen negen uur verlaten we de camping en rijden via Highway 9 richting de oostelijke uitgang van Zion. De weg leidt door een langer donkere tunnel, die in de jaren twintig van de vorige eeuw dwars door de bergen is aangelegd. Aan de andere kant ziet Zion er ineens heel anders uit. De geërodeerde zandstenen bergen zijn hier opgebouwd uit dunne lagen, alsof ze uit een grote berg opgestapelde flagstones bestaan. Een hele mooie omgeving en als er geen auto’s langskomen, heerst er een serene rust.

Iets verderop rijden we Zion National Park uit. We stoppen onderweg voor een kop koffie en rijden daarna via ‘scenic byway 89’ noordwaarts. Het landschap verandert snel: hier wisselen grasland en bos elkaar af. De temperatuur daalt snel naarmate we hoger op het Colorado-plateau komen. De thermometer daalt naar 6, naar 4, naar 2 graden…. Af en toe valt er wat sneeuw uit de grijze wolken. Wat een contrast met de 43 graden in Las Vegas!

Als we op Highway 12 zitten (die vanaf de 89 naar Bryce leidt), komen we langs Red Canyon. Hier zijn de rotsformaties roodgekleurd. Weer heel anders dan in Zion, heel bijzonder om te zien hoe het landschap in een goed uur rijden zo enorm kan veranderen. Nadat we foto’s hebben gemaakt, rijden we verder naar Bryce National Park. Anders dan in Zion, waar je vanaf de valleibodem omhoog kijkt, bevindt je je in Bryce bovenaan de rand van een canyon en kijk je neer op een bizar schouwspel van geërodeerde rotsformaties. Bij Sunrise Point werpen we onze eerste blik op wat Bryce Theater wordt genoemd. Het is een onwaarschijnlijk indrukwekkend uitzicht. Het zachte steen in de rotsen is hier zo weggesleten dat er verticale stenen pilaren zijn ontstaan (‘hoodoos’ genoemd). Bovendien kan je vanaf de diverse uitkijkpunten langs de rand van de canyon enorm ver over het Colorado-plateau kijken.

Ook de andere uitzichtpunten, zoals Agua Point, Natural Bridge, Rainbow Point, Swamp Canyon en Fairyland Point bieden adembenemende uitzichten. Rainbow Point is het hoogste punt in Bryce National Park, op ruim 3000 meter. Het mooiste punt is toch wel Bryce Point, vanwaar je een prachtig panoramisch uitzicht hebt op heel Bryce Theater. Terwijl sneeuw en zon elkaar afwisselen, laten we het indrukwekkende uitzicht op ons inwerken.

Het is rond vier uur als we Bryce weer verlaten. We rijden naar Tropic, een saai plaatsje iets verderop (niet veel meer dan een paar motels, een supermarkt en een benzinestation). Omdat de omgeving hier te koud is om te kamperen, slapen we vannacht in het Pioneer Village Motel. Een paar deuren verder eten we een (hele goeie) pizza.

Vrijdag 23 mei 2008

Een dag vol contrasten! We verlaten het slaperige Tropic. Onze eerste stop is het Grand Staircase Escalante Visitor’s Centre. Dit is een op het Colorado-plateau gelegen nationaal park, dat vooral tot park is gebombardeerd om het te behouden zoals het is. Het is dan ook nauwelijks toegankelijk gemaakt voor toeristen. De twee onverharde wegen die door het gebied leiden, zijn met een gewone auto niet aan te raden. ‘scenic byway 12’, oftewel Highway 12 North, loopt er echter langs (en tussen Escalante en Boulder er doorheen) en die weg gaan we vandaag rijden. Het eerste deel van de route is grotendeels kaal en desolaat. Alleen daar waar de grond vruchtbaar is door de nabijheid van een riviertje, is wat begroeiing.

Naarmate we verder rijden, wordt het weer slechter. Na Boulder loopt de weg door het Dixie National Forrest. Hoe hoger we komen (Boulder Mountain, de top van dit bergachtige gebied, ligt op ruim 3000 meter) daalt de temperatuur onder het vriespunt en kleurt de wereld om ons heen wit. Er ligt hier een goeie tien centimeter sneeuw! Door de sneeuwbui waar we doorheen rijden zien we bijna geen hand voor ogen. Als we bij Torrey aankomen, hebben we de sneeuw achter ons gelaten en is het weer wat opgeknapt. We halen een broodje bij de lokale Subway en slaan rechtsaf Highway 24 East op. Na een paar mijl rijdt je automatisch Capitol Reef National Park in. Wat een contrast: in een uurtje rijdt je van een besneeuwd bos naar een roestbruin gekleurd landschap met fraai vormgegeven rotsen.

Na Capitol Reef leidt Highway 24 ons naar Hanksville. Na de rode rotsen van Capitol Reef bevinden we ons nu temidden van een landschap dat meer aan een maanlandschap doet denken. Afwisselend lichtgrijze, lichtgele en lichtbruine bergen van zandsteen en limestone. Een uitgestrekte, maar desolate omgeving. In Hanksville nemen we de 24 North richting Green River. De weg is er hier één zoals je die verwacht in dit deel van de VS: een oneindig lange rechte tweebaansweg, die heuvel na heuvel doorgaat, met aan weerszijden helemaal niets. Mijl na mijl alleen maar wat bergen aan de horizon, een onwaarschijnlijke uitgestrektheid. Wat we zien is echter maar een (naar Amerikaanse begrippen) klein stukje van zuid-Utah en Utah is slechts één van de vijftig staten in dit immense land.

Green River lijkt louter uit motels te bestaan. Eten doen we vandaag bij Tamarisk, een populair restaurant met goed en goedkoop eten. De zalm is in ieder geval een aanrader.

Zaterdag 24 mei 2008

We rijden vanochtend van Green River over Highway 24 richting het oosten en slaan vervolgens af, Highway 191 op richting Moab. Onderweg valt er weinig bijzonders te zien. Behalve uitgestrekte vlakte dan. Rond de middag komen we bij de afslag die naar Canyonlands National Park leidt. De ingang van het park ligt echter nog een goede 25 mijl verder. Canyonlands is het grootste nationale park van Utah en bestaat uit een uitgestrekt gebied waar de Green River en de Colorado River samenkomen. Het gebied tussen deze twee rivieren is een hooggelegen plateau, ‘High in the sky’ geheten, met diverse uitkijkpunten waar je een fantastisch uitzicht hebt over het lager gelegen stroomgebied van de twee rivieren en de indrukwekkende kliffen die het plateau scheiden van de canyons. Voor de andere delen van het park heb je ofwel een four weel drive nodig ofwel een ervaren hiker zijn die Canyonlands meerdere dagen wil verkennen, maar dat zijn wij niet, dus wij houden het bij het aanschouwen van de canyons vanaf ‘high in the sky’.

Vanaf Canyonlands is het niet ver meer naar Moab, een strategisch gelegen plaatsje, precies tussen Canyonlands en Arches National Park in. Moab moet het dan ook hebben van de toeristen. Het is ook het eerste plaatsje van betekenis dat we tegenkomen sinds Las Vegas. We lopen een dag voor op ons reisplan en hebben pas voor morgen en overmorgen een plek gereserveerd op Slickrock Campground, maar dat blijkt gelukkige geen probleem, we kunnen ook vandaag terecht. Bij de lokale supermarkt doen we boodschappen, meteen voor drie dagen, want morgen is het zondag en maandag Memorial Day. Het weer is inmiddels een stuk opgeknapt en de verwachtingen zien er goed uit. Na twee dagen in een motel zitten we vanavond weer heerlijk buiten.

Zondag 25 mei 2008

We hebben de hele dag de tijd om Arches National Park te bekijken. Ook in Arches hebben erosie, water en extreme temperaturen duizenden jaren hun werk gedaan. Maar waar deze natuurlijke ontwikkelingen in Zion hebben geleid tot een diepe canyon en in Bryce tot de typische ‘hoodoos’, hebben zich hier stenen bogen gevormd. Vandaar: Arches. De bekendste, Delicate Arch genoemd, is zelfs uitgegroeid tot het staatssymbool van Utah en staat op iedere kentekenplaat in deze staat.

Het is druk in het park, voor gezinnen is een bezoek aan Arches een uitstapje in dit Memorial day-weekend. Om bij Delicate Arch te kunnen komen, moet je een klim van 4,5 kilometer overwinnen (wij zien Delicate Arch vanaf een iets grotere afstand), maar ook de andere bogen zijn indrukwekkend: Double Arch, North & South Window, Turret Arch en Skyline Arch. Ook lopen we de 1,5 kilometer lange trail naar Landscape Arch, die met een overspanning van 100 meter de grootste natuurlijke stenen boog ter wereld is. Eigenlijk is dit Delicate Arch, maar door een foutje van een kaartenmaker, lang geleden, zijn de twee bogen van naam gewisseld.

Maandag 26 mei 2008

Met de zon hoog aan de hemel en de temperatuur weer boven de twintig graden vertrekken we uit Moab. We rijden over Highway 191 naar het zuiden. Aan onze linkerhand liggen de besneeuwde toppen van de La Sal Mountains, maar verder is het een lange, niet erg inspirerende weg, slechts onderbroken door de roadside villages Blanding en Monticello. Bij Bluff nemen we de afslag naar Highway 63. Deze weg zal ons naar de grens tussen Utah en Arizona brengen. En precies op die grens, net nadat je het Navajo-indianenreservaat bent ingereden, ligt één van de bekendste en fotogeniekste plekken van de Verenigde Staten: Monument Valley. Dit klassieke beeld van het ‘wilde westen’ is het resultaat van duizenden jaren erosie van het Colorado-plateau, waardoor alleen de hardstenen rotsformaties zijn blijven staan. De roodbruine formaties staan als ware standbeelden in de verder kale woestijnachtige vlakte (Monument Valley is eigenlijk helemaal geen vallei maar vlak land).

Omdat Monument Valley in indianengebied ligt, is het geen nationaal park van de federale overheid, maar een Navajo Tribal Park. Je kan met je eigen auto het park in en via de hobbelige onverharde weg kan je zelf de hele vallei rondrijden. Voor wie in het zuidwesten van de VS rondreist, is Monument Valley een ‘must see’. De monumenten temidden van de weidsheid van dit land zijn fantastisch om te zien.

Aan het eind van de middag zetten we onze tent neer op Goulding’s Campground, waar we een plek hebben met uitzicht op Monument Valley. Een betere plek om je tent op te zetten kan niet.

Dinsdag 27 mei 2008

Kort nadat we van de camping zijn vertrokken, passeren we de grens tussen Utah en Arizona. In Arizona is het officieel een uur eerder dan in Utah (omdat Arizona geen zomertijd kent), maar de Navajo’s doen met Utah mee, waardoor dit deel van Arizona een andere tijd kent dan de rest van de staat. Verwarrend.

Er is geen wolk te bekennen als we Highway 63 afrijden naar Kayenta. Kayenta bestaat uit niet veel meer dan een aantal trailerhomes waar Navajo’s wonen, wat benzinestations en een McDonalds. We zijn op weg naar Canyon de Chelly en kiezen ervoor om daar via Highway 59 naartoe te rijden. Het is een rustig stukje Arizona, of beter gezegd: Navajo Nation, zoals de indianenstam hun reservaat noemen. Vlak land met hier en daar een huis of een trailer met een pickup en wat vee. Dat is zoals de Navajo’s (of ‘diné’, zoals ze zichzelf noemen) tegenwoordig leven. Enerzijds houden ze tradities in ere (iedere familie bezit een traditionele ‘hogan’ en alcohol is hier verboden), anderzijds hebben ze zich aangepast aan de moderne Amerikaanse samenleving (dus wel auto’s en gsm’s).

Via Highway 191 komen we bij Chindle, bij de ingang van Canyon de Chelly National Monument. Na Zion en Canyonlands is de vallei in Canyon de Chelly op zich niet zo bijzonder, of zouden we last hebben van canyonmoeheid? Het bijzonder aan Canyon de Chelly is echter dat de bodem van de vallei nog steeds bewoond wordt. 700 jaar geleden woonden hier de voorouders van de Pueblo’s, een indianenstam die later (om onduidelijke redenen) is weggetrokken, waarna de Navajo’s hun plaats innamen. Enkele Navajo-families bewonen de vallei nog steeds en zijn daar zelfvoorzienend. De Navajo’s noemen de vallei ‘Tsegi’, vandaar de verbastering ‘Chelly’.

Een weg langs de zuidkant van de canyon leidt langs diverse uitkijkpunten. Het is veruit het rustigste park dat we tot nu toe hebben bezocht. Aan het eind van de middag zetten we onze tent neer op Cottonwood Campground bij de ingang van het park. Er zijn geen douches, maar de overnachting is dan ook gratis.

Woensdag 28 mei 2008

De weg terug van de Canyon de Chelly via Kayenta, Highway 163 en Highway 98 richting Page laat maar weer eens zien hoe uitgestrekt het hier is. Weidse uitzichten en een rit van bijna drie uur met onderweg nauwelijks verkeer en slechts een enkele bewoonde plek. Het is een lange rit met weinig interessants onderweg. Eenmaal bij Page aangekomen hebben we Navajo Nation verlaten – de klok mag dus weer een uur terug.

Bij Page bezoeken we de Glenn Canyon Dam. Deze stuwdam, bijna even groot als de veel bekendere Hoover Dam, is gebouwd in de gelijknamige canyon waar de Colorado doorheen stroomde. Door de bouw van de dam (omstreden vanwege de natuurwaarde van de Glenn Canyon) is Lake Powell ontstaan, een groot stuwmeer temidden van een fraai landschap. Lake Powell National Recreation Area is nu één van de populairste watersportgebieden van dit deel van de VS is. De dam zelf voorziet de wijde omgeving van elektriciteit en zoetwateropslag.

Voor ons is Lake Powell even een rustpunt in de vakantie. Op de camping in Wahweep, de marina aan Lake Powell, nemen we even de tijd om te relaxen en te lezen met uitzicht op het meer.

Donderdag 29 mei 2008

Vlakbij Page, aan Highway 98, ligt Antelope Canyon Navajo Tribal Park. De indianen verdienen hier goed geld (26 dollar entree) aan een niet zo bekende, maar daarom niet minder mooie kloof. Antelope Canyon is heel anders dan de grote canyons die we tot nu toe hebben gezien. Het is een zeer nauwe kloof, waar je alleen te voet en met enig klauterwerk doorheen kan. Het zonlicht valt van bovenaf in de smalle kloof, wat een fantastisch licht geeft. De wanden hebben zachte lijnen en samen met het mooie licht levert dat prachtige foto’s op. Je kan de kloof alleen met een begeleide groep bezoeken, maar die groep zijn we al snel kwijt, zodat we alle tijd hebben om foto’s te maken. Tegen de tijd dat we aan het eind van de kloof komen, hebben we er tientallen gemaakt. Thuis maar even uitzoeken welke de mooiste zijn.

Nadat we bij Wal-Mart boodschappen hebben gedaan, rijden we naar Horseshoe Bend, even buiten Page aan Highway 89. De Colorado River maakt hier een bocht van ruim 180 graden (vandaar de naam ‘hoefijzer bocht’). Via een wandeling van een kilometer kom je bovenaan een hoge, steile klif, vanwaar je beneden de Colorado kan zien. Als je oppast dat de wind je niet van het randje van de klif waait, is het uitzicht naar beneden fantastisch.

Vrijdag 30 juni 2008

Highway 89 van Page naar Flagstaff is lang en saai. Niets dan kale woestijnachtige leegte. Bij Wupatki National Monument slaan we af. Een slingerweg brengt ons langs een aantal ruïnes van oude pueblo’s, nederzettingen van de Wupatki-indianen. Over de indianen die hier leefden is erg weinig bekend: ze bouwden huizen (vandaar de ruïnes), maar welke taal ze spreken of waarom ze zijn weggetrokken, men heeft geen idee.

Wellicht heeft het wegtrekken te maken met de iets verderop gelegen Sunset Crater, de vulkaan die een groot deel van de omgeving heeft voorzien van een dikke laag vulkanisch gesteente. Rondom de vulkaan is de grond donker antracietgrijs: kleine korrels gestolde lava en vulkaanstof. Het is hier wel een stuk groener: de bergen (we zitten aan de rand van de San Francisco Mountains) zijn hier bedekt met naaldbos.

Aan het eind van de middag zijn we in Flagstaff, een wat groter stadje dat floreert dankzij zijn ligging: op de kruising van de oude Route 66 (nu Interstate 40) en Highway 89 en langs de Santa Fé-spoorweg. Omdat de nachten hier (op 7000 feet hoogte) nogal koud zijn en een ‘gewoon’ bed ook wel eens lekker is, overnachten we in een motel aan de rand van Flagstaff. Eten doen we bij Outback Steakhouse, een restaurant met een Australisch tintje.

Zaterdag 31 mei 2008

We blijven vandaag in Flagstaff. Het eerste deel van de dag gebruiken we om het historische centrum van het stadje te bekijken. Flagstaff is een oud wild west-stadje uit de negentiende eeuw. Een aantal gebouwen (zeg maar uit de tijd dat cowboys te paard hier de saloons onveilig maakten) staan er nog steeds, waardoor Flagstaff een beetje die wild west-sfeer heeft behouden. Maar het centrum is maar klein en in een uurtje heb je het wel gezien.

De middag brengen we door in de Flagstaff Mall, het winkelcentrum aan de noordkant van de stad. We kopen er nieuwe slippers en ik loop tegen een wel erg aantrekkelijk afgeprijsde rugzak aan. Om de kosten in de hand te houden, gaan we vannacht weer kamperen, op de KOA Campground aan de noordkant van Flagstaff.

Zondag 1 juni 2008

Beschrijvingen van de Grand Canyon variëren van “een grote scheur in de grond” tot “het grootste natuurwonder van Noord-Amerika”. Ongeveer zeventig miljoen jaar geleden werd het Colorado-plateau gevormd, omhoog gestuwd door botsende aardlagen. Tot zo’n vijf miljoen jaar geleden stroomde de Colorado River over dat plateau en sindsdien heeft het beetje bij beetje de aarde uitgesleten tot de Grand Canyon zoals die nu is. De canyon legt aardlagen bloot die tot 1840 miljoen jaar oud zijn. Indrukwekkend en fascinerend, 446 kilometer lang, op het breedste punt 26 kilometer breed en 1,6 kilometer diep. Niet goed voor te stellen als je niet zelf aan de rand van de immense canyon hebt gestaan.

Wij besluiten de Grand Canyon niet te benaderen via de populaire south entrance, maar via de oostelijke ingang bij Desert View. Vanaf hier leidt de east rim drive richting Grand Canyon Village, het hart van dit nationale park. De top van de klif bestaat uit naaldbos en om de zoveel mijl is er een uitzichtpunt over de canyon. Desert View, Navajo Point, Lipan Point en Grandview Point zijn allemaal de moeite waard, maar de mooiste plek staat niet vermeld op de plattegrond die je bij de ingang van het park krijgt en staat ook niet aangegeven langs de rim drive. Shoshone Point ligt een goede anderhalve kilometer lopen vanaf de weg en vormt een oase van rust in het druk bezochte park. Bij Shoshone Point heb je een panoramisch uitzicht van ruim 180 graden over de Grand Canyon. Hier krijg je een goed beeld van de uitgestrektheid van de canyon, je ziet de north rim aan de overkant en de Colorado River diep beneden in de canyon. Wij denken dat dit de mooiste plek is om in alle stilte van de indrukwekkende schoonheid van de Grand Canyon te genieten.

Na dit hoogtepunt van de dag, rijden we naar Mather Campground, waar we twee nachten zullen blijven. Weer even tijd om te relaxen, te lezen en wijn te drinken.

Maandag 2 juni 2008

We blijven nog een dag in Grand Canyon National Park. Vanochtend bekijken we de canyon bij Yavapai Point en lopen vanaf daar naar Mather Point, de twee drukst bezochte plekken van het park. Op het tweede gezicht is de Grand Canyon al even indrukwekkend. Het westelijke deel van de south rim is niet met je eigen auto bereikbaar, op dit stuk rijden shuttlebussen. Op die manier komen we ook nog bij Maricopa Point en Hopi Point. We maken weer heel veel foto’s. Voldaan komen we in de loop van de middag terug op de camping. Nog alle tijd om van het prachtige weer te genieten, te lezen en te kijken waar de laatste dagen van onze vakantie ons gaan brengen.

Dinsdag 3 juni 2008

We verlaten Grand Canyon National Park via Highway 64 naar het zuiden. Bij Williams slaan we rechtsaf Interstate 40 op, om deze snelweg even later alweer te verlaten. Even na Ash Fork ligt namelijk, min of meer parallel aan de I40, een authentiek stukje Route 66. De legendarische weg, ook wel de ‘motherroad’ of ‘main street of America’ genoemd, is als oost-westverbinding al jaren geleden in onbruik geraakt door de aanleg van nieuwe snelwegen, maar sommige stukken zijn bewaard gebleven en het is in principe nog steeds mogelijk om (deels via de nieuwe snelwegen en deels via de oude weg) de hele route van de oude ‘US 66’ van Chicago naar Los Angeles te rijden.

Wij rijden slechts een klein stukje Route 66, van As Fork tot Kingman. Op de radio heeft country plaats gemaakt voor oldies J. Het is misschien niet het meest interessante stukje Route 66, onderweg kom je nauwelijks iets noemenswaardig tegen (op het gebruikelijke motel en benzinestation na). Alleen in het gehucht Seligman en in Kingman wordt de legende van Route 66 uitbundig levend gehouden. Overal hangen bordjes met ‘historic route 66’, motels, diners en winkels hebben zich naar de weg vernoemd en overal kan je Route 66-souvernirs kopen.

Vanaf Kingman rijden we noordwaarts. De omgeving wordt weer droger en kaler en op een gegeven moment wijst de thermometer van de auto 40 graden aan. En dan weet je het wel: we komen weer in de buurt van Las Vegas J. Voor het zover is, stoppen we bij de Hoover Dam, na de Glenn Canyon Dam de tweede stuwdam in de Colorado River. Ook hier is aan de voorkant van de dam een groot stuwmeer ontstaan: Lake Mead National Recreation Area. Ondanks de doordeweekse middag is het bij de dam behoorlijk druk. Het is warm en het waait hard als we over de dam lopen.

We hebben gepland om hier op de camping te overnachten, maar als we daar aankomen blijkt het water afgesloten te zijn. Er is dus geen gelegenheid om te douchen en ook de toiletten doen het niet. Omdat we dat toch niet geheel onbelangrijk vinden, rijden we verder. Boulder City, de eerste plaats die we tegenkomen, net over de grens met Nevada, is niet de moeite van het stoppen waard (behalve om even te eten) en dus rijden we door naar Las Vegas, waar we een goedkoop motel opzoeken aan de noordkant van de stad. Dankzij de televisie op de motelkamer ben ik er getuige van dat Barack Obama zich (eindelijk, na zes maanden primaries) verzekerd weet van de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen in november. Zijn speech na de primaries van vandaag is bevlogen en inspirerend als altijd. Voor het eerst zal een zwarte kandidaat een serieuze kans maken op het presidentschap van de Verenigde Staten. Het is een historische avond.

Woensdag 4 juni 2008

Wat moet je zeggen over Death Valley? Het is enorm groot. Het is er snikheet (tijdens ons bezoek veertig graden, wat nog niet eens extreem heet is voor dit gebied). Het is er gortdroog. En toch is het de moeite waard om (als je toch in de buurt bent) een (halve) dag uit te trekken om Death Valley National Park te bezoeken. Het begint al met de weg naar Death Valley toe: lange rechte wegen die doorgaan zover als je kan kijken. Eerst nog wat cactussen en yucca’s langs de weg, maar gaandeweg steeds minder begroeiing. Death Valley zelf ligt tussen twee bergketens in en is behalve het warmste ook het laagst gelegen punt van Noord-Amerika.

De bergen aan de oostkant van de vallei zien eruit alsof ze geschilderd zijn, in bruine, beige en rode tinten. De laagvlakte tussen de bergen in is desolaat. De wind heeft er vrij spel en veroorzaakt regelmatig zandstormen. De bodem van de grote, lege vlakte is zo droog, dat de toplaag gebarsten is. Een paar mijl naar het zuiden ligt een gebied dat Bad Water Basin heet. De laagvlakte is hier witgekleurd als gevolg van zoutafzetting. Het is een surrealistische omgeving.

In de loop van de middag is het hard gaan waaien. Zo hard, dat kamperen een lastige aangelegenheid wordt. Het gebrek aan een camping op aanvaardbare (rij)afstand trouwens ook. Omdat we morgenavond (de laatste avond voor vertrek) sowieso in Las Vegas willen slapen, besluiten we dat vanavond ook al te doen.

Donderdag 5 juni 2008

We eindigen onze reis door het zuidwesten van de Verenigde Staten waar we zijn begonnen: in gok-, trouw- en entertainmentstad Las Vegas. Het contrast met de uitgestrekte natuur van de afgelopen weken en met de kleine achtergebleven gehuchten onderweg, kan niet groter zijn. Het bevestigt maar weer eens wat de Verenigde Staten is: een land van extremen. Je vindt er de grootste steden en de mooiste natuur, de drukste drukte en leegste leegte. Het mooiste en het lelijkste, het beste en het slechtste, er is niets dat je in de VS niet vindt. Ook wij hebben deze reis enkele extremen meegemaakt: 43 graden in Las Vegas en daarna sneeuw en nul graden op weg naar Bryce. Weelderig groen in Zion en de kale rotsen in Monument Valley, de toppen van het Colorado-plateau en de diepte van Death Valley. Vier staten (Utah, Arizona, Nevada en California), 11 natuurparken en 2230 mijl (3568 kilometer) gereden. Onze vakantie zit erop. De laatste dag besteden we aan het inpakken van onze spullen (’s-ochtends), shoppen in één van de grote outlet centres (’s-middags) en nog een laatste keer uit eten (’s-avonds). Tapas bij Ba-ba-reeba op de Strip. Het was een fantastische reis. We hebben gezien wat we wilden zien, meer dan dat zelfs. Het weer werkte (op een paar dagen na) mee en de omgeving was indrukwekkend mooi. Morgen vliegen we (wederom met een tussenstop in Cincinnati) terug naar Nederland.