Kreta

17 – 24 september 2008

Woensdag 17 september 2008

Met hele kleine oogjes zitten we om vijf uur ’s-ochtends  met een kop koffie te wachten. Om drie uur opstaan is wel èrg vroeg. Maar gezien de drukte in vertrekhal 3 is dit geen ongebruikelijk tijdstip voor het vertrek van een vakantiecharter. En je moet wat overhebben voor een goedkoop weekje Kreta. Last minute geboekt – we zijn benieuwd.

Om precies één uur ’s-middags (lokale tijd, In Griekenland is het één uur later dan in Nederland) leg ik m’n badlaken op een ligbedje aan het zwembad bij Konstaninos, het appartementencomplex aan de rand van Hersonisou (in het Nederlands Chersonissos). Het is 27 graden, de zon staat hoog aan een strakblauwe hemel. Dit is waarvoor we gekomen zijn: een weekje relaxen, mooi weer, een beetje lezen, het eiland verkennen en lekker eten.

Om ons heen horen we veel Nederlands, bij de bar staat de televisie op een Nederlandse zender en zelfs de parasolletjes bij het zwembad zijn gesponsord door Nederlandse touroperators. Kreta is een echt vakantie-eiland en bezaaid met dit soort kleine appartementencomplexen. Eigenlijk niks voor ons (wij trekken liever rond en komen tijdens onze reizen liever zo min mogelijk Nederlanders tegen), maar voor een low budget-weekje Kreta voldoet Konstantinos prima.

Nadat we een tijdje bij het zwembad hebben gerelaxed, halen we bij de nabijgelegen supermarkt wat boodschappen. Vervolgens stippelen we op het balkon van ons appartement uit wat we de komende dagen van Kreta willen zien. Om te eten lopen we de berghellling op naar Koutouloufari, een klein dorpje met een keur aan leuke restaurantjes. Ook Koutouloufari moet het van de toeristen hebben, maar het is een stuk sfeervoller dan het centrum van Hersonisou. En je kan er goed eten: bij taverna (restaurant) Pithari krijgen we twee gangen met heerlijke mezzes voorgeschoteld, een prima rosé en baklava met ijs toe.

Donderdag 18 september 2008

Onze kamer is nog donker als we op de wekker kijken: kwart voor tien! Op datzelfde moment wordt er op de deur geklopt. Het blijkt de autoverhuurder te zijn die onze huurauto komt brengen. Buiten is het warm en zonnig, we hebben zo lang geslapen omdat er geen licht door de luiken komt. Ik trek snel wat aan en neem de huurauto in ontvangst, een Toyota Aygo. De wekker blijkt nog steeds op Nederlandse tijd te staan, in werkelijkheid is het dus al elf uur. We douchen en ontbijten op ons balkon. Om twaalf uur stappen we in de auto en rijden naar het oosten. Even na Hersonisou gaat er een weg rechtsaf de bergen in. De weg gaat snel omhoog en vanaf hier heb je een mooi uitzicht over de badplaatsen Hersonisou en Malia beneden.

Via een aantal haarspeldbochten komen we bij het Lasithi-plateau. Deze hoogvlakte ligt op 900 meter boven de zeespiegel tussen de bergen in. De vlakte wordt gebruikt als landbouwgrond en staat vol met olijfbomen, hier en daar wat fruitbomen en kleine wijngaarden. We rijden door kleine, rustige dorpjes. Een paar huizen, een kapelletje en wat tavernas, dat is het meestal wel. We krijgen honger en stoppen bij een kleine taverna langs de weg. Op het terras drinken we een frappé (de hier veel gedronken ijskoffie), de lunch bestaat uit souflaki. Tussen de vele olijfgaarden staan zeer fotogenieke windmolens, waarvan de zes wieken zijn voorzien van wit doek. Oorspronkelijk waren al deze windmolens van steen, maar de meeste zijn vervangen door metalen exemplaren. Onderweg komen we nog één oud stenen exemplaar tegen, die mooi afsteekt tegen de strakblauwe lucht.

Als we de hoogvlakte verlaten en via een reeks haarspeldbochten door de bergen richting Agios Nikolaos rijden, betrekt de lucht. Dreigende grijze wolken pakken zich samen. Geen zon dus als we in Agios Nikolaos aankomen en langs het haventje lopen. Het dorpje heeft een soort klein binnenmeertje, met een reeks terrasjes langs de kade. Ook aan de haven, waar de boten aanleggen die naar de omringende eilanden varen, zijn tal van cafés en restaurantjes te vinden. ’s-Avonds is het er ene drukte van belang. Nadat we het centrum van Agios Nikolaos zijn rondgelopen, gaan we op een terrasje zitten voor een drankje, waarna we weer terugrijden naar Hersonisou.

Vrijdag 19 september 2008

We worden weer wat later wakker dan gepland en trekken er ook vandaag weer op uit. Onze bestemming vandaag is Rethymno, zo’n 120 kilometer ten westen van Hersonisou. Gelukkig hoeven we deze afstand niet via kronkelige bergweggetjes te rijden. Aan de noordkant van Kreta loopt van oost naar west namelijk een grote doorgaande weg (de ‘new national road’), waardoor we in ruim anderhalf uur naar Rethymno rijden. Ik pas me al snel aan aan de lokale rijstijl. De Kretenzers rijden hard en trekken zich weinig aan van verkeersregels. De belijning op de weg hoef je je niet aan te houden, rechts rijden doe je bij voorkeur op de vluchtstrook (zodat sneller verkeer je links kan inhalen) en op een tweebaansweg passen best drie auto’s naast elkaar. O ja: en parkeren doe je gewoon bij een bord ‘verboden te parkeren’. Serieus, hier op Kreta maakt het allemaal niets uit.

Vanwege de Griekse rijstijl en de toch wel bochtige weg, is het niet echt relaxed rijden, maar om twaalf uur komen we toch heelhuids in Rethymno aan. Het is even zoeken naar een parkeerplaats en vervolgens lopen we het oude centrum in. Eerst maar even koffie drinken op één van de vele terrassen. Frappé natuurlijk – want met dit weer drink je je koffie bij voorkeur koud. Rethymno is leuk gelegen aan een kleine haven, die nog stamt uit de tijd dat de Venetianen hier de baas waren. De vuurtoren in de haven is echter Turks – de latere bezetters van Kreta. De havenkade is stampvol gezet met terrassen. Niet zo vreemd, want het wemelt hier van de toeristen. Aan de rand van het oude centrum, strategisch op een heuvel gelegen, bevindt zich een oud fort, vanwaar je een mooi uitzicht hebt over Rethymno, de haven en de zee.

Rethymno is een leuk stadje, maar mist de charme van bijvoorbeeld Montepulciano (Toscane) of Rovinj (Kroatië). Nadat we nog wat door de straatjes zijn gelopen, zoeken we weer een terrasje op, deze keer eentje met loungebanken en uitzicht op zee. Even relaxen met een ijskoude frappé. Rond half vijf zoeken we de auto weer op en rijden we terug naar Hersonisou. We eten vanavond weer in Koutouloufari. Op het terras van taverna Esperos, met uitzicht op zee, een schotel met veel vlees en een prima lokale wijn.

Zaterdag 20 september 2008

Het is vandaag bewolkt. We slapen uit en doen rustig aan. Na het ontbijt gaan we op het balkon zitten lezen. Aan het begin van de middag slenteren we Hersonisou in. De drukke hoofdstraat is vol met kleding-, tassen- en souvenirwinkeltjes en fastfood-restaurants. Rondom de haven is het uitgaansgebied. Hier vind je nachtclubs, feestcafés en kroegen, zijn de menu’s in het Nederlands en kan je tosti’s de kroketten krijgen. Op de balkons van de appartementen hier hangen de jongeren, die hier gisteravond hebben gefeest, hoewel het niet druk meer zal zijn als in het hoogseizoen. Voor sommige mensen is dit misschien het idee van een ‘leuke’ vakantie, voor ons volstaat één woord van drie lettergrepen: vre-se-lijk!

Nadat we langs de boulevard zijn teruggelopen, halen we boodschappen. Terug in ons appartementje gaan we nog wat zitten lezen, voordat we weer naar Koutouloufari lopen om te gaan eten bij taverna Fabrica.

Zondag 21 september 2008

Een weekje naar de zon, ja ja… het is vandaag wederom bewolkt. Nadat we rustig hebben ontbeten, stappen we in de auto en rijden richting Irakleio (in het Nederlands Heraklion), de hoofdstad van Kreta. Iets ten zuiden van deze stad ligt Cnossos, waar in de eerste helft van de twintigste eeuw een paleis van koning Minos is opgegraven. Voor zover dat ging met de gevonden resten en met behulp van de fantasie van de opgravers, zijn sommige (delen van de) gebouwen gereconstrueerd, inclusief donkerrood geschilderde zuilen en kopieën van de fresco’s die hier ooit gehangen moeten hebben. Het doet allemaal een beetje geforceerd aan, maar Cnossos is wel dé toeristische trekpleister van Kreta. Er zijn in Griekenland indrukwekkendere opgravingen te zien.

Op de terugweg rijden we ene stukje ‘binnendoor’ via het oude Heronisou, dat wat hoger is gelegen dan het partycentrum aan zee. Tegen drie uur zijn we terug. Het weer is wat opgeknapt en de zon laat zich weer voorzichtig zien, dus gaan we even aan het zwembad liggen. Een uur later is de lucht echter alweer betrokken en komt de regen ineens met bakken uit de lucht. Maar dan zitten wij inmiddels met ons stokbroodje tzaziki en wijntje droog op ons balkonnetje.

Maandag 22 september 2008

Vandaag gaan we een route door het binnenland van Kreta rijden. Daarvoor moeten we eerst via de hoofdweg naar Irakleio. Even voorbij de stad slaan we af en rijden we via een binnenweggetje verder in de richting van Anogia. De weg slingert zich langs de berghellingen tussen de eindeloze olijfgaarden door. Af en toe komen we door een klein dorpje, meestal niet meer dan een paar huizen en een klein kerkje. Ook Anogia is zo’n bergdorpje, maar dan iets groter. Het heeft een klein dorpsplein met kafeneios, waar mannen met elkaar koffie drinken. Oude vrouwtjes, geheel in het zwart gekleed, verkopen geborduurde tafelkleden en lakens. Anogia is het tegenovergestelde van het toeristische Hersonisou: geen toeristen, rustig en authentiek. We drinken Griekse koffie op het terras van een oude familie-taverna, waar oma (ook in het zwart) het vlees aan het spit roostert. Aan de overkant zitten twee oude, maar stoere gelaarsde mannetjes op een bankje voor de kerk.

We rijden verder via de weg die zich tussen de bergen verder slingert, langs gehuchtjes als Axos, Garazo en Perama. Aan het eind van de route – weer terug bij de kust – ligt Panormo, een kleine kustplaats met een aantal tavernas rond een klein haventje met een even zo klein strandje. Hier gaan we zitten voor een frappé en lunch. Kleftiko blijkt een in zilverfolie verpakt mengeling van lamsvlees, groente en aardappel. Terug in Hersonisou zitten we nog een uurtje in de zon, voordat we weer naar Koutouloufari lopen, waar we vanavond gyros eten (inderdaad: weer vlees).

Dinsdag 23 september 2008

Het is een stralende dag (waarom nu pas?) en we doen vandaag – de laatste dag van onze vakantie – helemaal niks. Om half tien zoeken we een plekje bij het zwembad, om de hele dag in de zon (en later onder een parasolletje) te liggen. Beetje lezen, beetje relaxen, heerlijk op zo’n laatste dag. Pas aan het eind van de middag gaan we naar binnen om even af te spoelen, spullen in te pakken en nog één laatste keer de berg op te lopen naar Koutouloufari. Nog één keer mezzes eten bij Pithari. Morgenochtend om negen uur komt de bus ons halen om naar het vliegveld te gaan, terug naar Nederland, na een lekker weekje relaxen op Kreta. Het weer viel een beetje tegen, maar we hebben gedaan waar we voor kwamen: lezen (ik heb twee boeken uit gelezen), het eiland verkennen en relaxen. Afgezien van de partyscene, is Kreta daarvoor een prima bestemming.