Mexico

31 maart – 14 april 2009

Dinsdag 31 maart 2009

Een reis naar Mexico stond al een tijdje op m’n wensenlijstje en vandaag is het zo ver. Om 8.45 uur trekken we de voordeur achter ons dicht en vertrekken we voor twee weken naar Mexico. De bus laat akelig lang op zich wachten, maar op Schiphol zijn we in recordsnelheid ingecheckt en langs de douane, zodat we alle tijd hebben voor koffie. Wegens een “technisch mankement” laat het vertrek van onze vlucht langer op zich wachten dan gepland. In plaats van kwart voor één vertrekt onze Boeing 767 van Martinair pas om kwart voor twee. Het is ruim tien uur vliegen naar Mexico, een lange zit in dit oude toestel, met smalle stoelen en zonder film om de tijd te doden. Om vijf uur ’s middags plaatselijke tijd lopen we op de luchthaven van Cancún door de douane. Welkom in Mexico! 

Buiten is het een aangename 28 graden en staat een contactpersoon van de lokale agent van onze reisorganisatie al op ons te wachten. Nog geen half uur later worden we voor de deur van het hotel afgezet. Goed geregeld! Margaritas is een standaard toeristenhotel in het centrum van Cancún, dat door het ontbreken van hoogbouw veel dorpser aandoet dan ik had verwacht. Cancún is halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw gebouwd als vakantieresort aan de Caribische zee. Voor die tijd bestond Cancún niet en de stad heeft dan ook geen oud centrum. De toeristen (veel Amerikanen) komen hier vooral voor zon, strand en uitgaansleven. Hiervoor moet je in de ‘zona hotelera’ zijn, een smalle strook land langs de kust, waar het strand- en uitgaansleven van Cancún zich afspeelt. Hier vind je wel veel hoogbouw. Voor ons is Cancún slechts een overnachtingsplek voordat we morgen naar Chitzén Itzá vertrekken. Hoewel onze biologische klok al ruim na middernacht staat, gaan we in een restaurant vlak bij het hotel wat eten. Zo komen we meteen in de stemming. Daarna gaan we moe naar bed, het was een lange reisdag.

Woensdag 1 april 2009

De autoverhuurder blijkt niet downtown te zitten, maar in de ‘zona hotelera’, ongeveer acht kilometer van het hotel. Niet handig, we nemen dus maar een taxi. Om half negen nemen we onze huurauto in ontvangst, een witte ‘Chevy’. We rijden terug naar downtown en van daar nemen we weg nummer 180 richting Mérida. Er gaan twee wegen richting Mérida: de 180 cuota (de tolweg) en de 180 libre. De tweede is langzamer, maar we hebben geen haast. Als we langs een Oxxo komen (de lokale buurtsuper) stoppen we om brood, water en een grote beker koffie te kopen. Net nadat we Cancún hebben verlaten, worden we door de politie aan de kant gezet. Een agent vertelt me vriendelijk dat ik te hard heb gereden. Dat heb ik volgens mij niet, maar discussie daarover lijkt weinig zin te hebben. Hier zijn we voor gewaarschuwd: de politie in Mexico maakt er een gewoonte van om mensen aan de kant te zetten om ze een boete op te leggen, of je nou wat hebt gedaan of niet. De agent wil m’n rijbewijs innemen, die ik terug krijg als ik morgen op het politiebureau van Cancún m’n boete van 1500 pesos (ongeveer 75 euro) kom betalen. Dat lijkt me geen goed idee. Ik leg uit dat we niet meer in Cancún komen en dat ik graag m’n rijbewijs terug wil. Ik doe alsof ik maar de helft van het boetebedrag bij me heb en suggereer om de kwestie met hem te regelen. De agent gaat akkoord en geeft me m’n rijbewijs terug. Geregeld. De rest van de vakantie zal ik wat vaker dan normaal in m’n achteruitkijkspiegel kijken .

De weg van Cancún naar Valladolid, onze eerst stop, is in feite één lange rechte weg. Veel uitzicht is er niet: dat wordt belemmerd door de bomen en struiken links en rechts van de weg. Langs de route staan veel ‘ranchos’, eenvoudige huizen met een stuk grond met kokospalmen, fruitbomen en hier en daar wat vee. Af en toe komen we door een klein dorpje, meestal niet veel meer dan wat huizen, een paar lokale winkel en een school. De snelheid moet regelmatig terug naar bijna nul: overal liggen zogenaamde ‘topes’, verraderlijke drempels om het verkeer te dwingen in bewoond gebied rustig aan te doen. In Valladolid parkeren we de auto langs de straat en gaan we eerst op zoek naar een plek om te eten. Het is inmiddels bijna één uur en we lusten wel wat. Bij het centrale plein vinden we een oude markthal waar nu wat winkels en kleine eettentjes zitten. We bestellen iets wat er typisch lokaal uitziet en ook zo smaakt: iets met vlees, saus, rijst en tacos. Voor deze lunch betalen we slechts 40 pesos. Als ons rekensommetje ons niet bedriegt, is het eten hier in Mexico ontzettend goedkoop.

Valladolid, een stadje uit de Spaanse koloniale tijd, wordt voornamelijk door Maya’s bewoond. Het stadje heeft een centraal parkje, voornamelijk laagbouw, een grote kerk en wat winkeltjes en restaurantjes. Na een korte wandeling hebben we het wel gezien. Het behoorlijk warm: ruim boven de dertig graden. In het stadje is een ‘cenote’, in dit geval een halve, want hij is aan één kant open. Cenotes vind je overal op het schiereiland Yucatán. Door de poreuze limestone grond blijft er geen water aan de oppervlakte staan (er zijn dus geen meren), maar zakt het water naar ondergrondse grotten, die dus cenotes worden genoemd. Vroeger waren deze ondergrondse waterreservoirs belangrijk voor de watervoorziening. Even buiten Valladolid komen we langs een andere cenote (Xkeken). Deze bevindt zich wel helemaal onder de grond, door een gat in het dak van de grot valt het licht naar binnen. Hierna rijden we door naar Pisté, een dorpje vlak bij de opgravingen van Chitzén Itzá. Hier overnachten we. Het is vijf uur ’s middags als we bij het Piramide Inn hotel het zwembad induiken. Even lekker relaxen na deze eerste volle dag in Mexico. We eten ’s avonds bij Mestizas, een restaurant iets verder langs de weg. Het is er rustig, het eten is prima en voor anderhalve euro laten we de cocktails niet staan.

Donderdag 2 april 2009

We staan vandaag vroeg op zodat we vóór de touringcars vol toeristen bij de vervallen Mayastad Chitzén Itzá zijn. Als we wakker worden is het nog bewolkt, maar als we bij Chitzén Itzá aankomen, slechts vijf minuten van het hotel, breekt de lucht open en brandt de zon weer op ons hoofd. Het is bloedheet, maar ja, we zijn ook in Mexico…  Het is nog erg stil bij de ruïnes: nog geen spoor van de hordes toeristen die hier vanaf het middaguur zullen verschijnen. Chitzén Itzá is één van de mooiste en (ook omdat we hier als eerste komen) indrukwekkendste plekken die we deze vakantie zullen bezoeken. Dat is mede te danken aan ‘el Castillo’, de waanzinnige Maya piramide die solitair is gelegen temidden van wat ooit het centrale plein van deze Mayastad geweest moet zijn (nu een grasveld). Eromheen bevinden zich de ruïnes van diverse andere gebouwen, waarvan slechts delen bewaard zijn gebleven. Mede dankzij het nodige renovatiewerk is de grote piramide vrijwel intact. Aan de vier zijden bevinden zich trappen naar de tempelruimte bovenop. Iedere trap telt 91 treden, bij elkaar opgeteld en inclusief de ene trede naar de tempelruimte zijn dat er 365, gelijk aan het aantal dagen van de aloude Mayakalender (die net zoveel dagen telde als onze moderne kalender, die van veel latere datum is). De 18 vlakken op de zijkanten van de piramide staan voor het aantal maanden van de Mayakalander. De bloeitijd van de Mayacultuur viel grofweg samen met de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk in wat nu Europa is. Die tweede gold destijds als een hoogontwikkelde cultuur en men dacht vooruitstrevend te zijn op gebieden als wetenschap, bouwkunde en kunst. Men was zich er niet van bewust dat aan de andere kant van de wereld ook een geavanceerde beschaving bestond, die van de Maya’s.

Omdat het nog rustig is, heerst er nog een beetje een serene sfeer. Overal zijn Maya’s bezig hun stalletjes op te bouwen, waar ze de rest van de dag souvenirs aan toeristen zullen proberen te verkopen. We maken prachtige foto’s en zijn onder de indruk van wat we zien. Onder een boom (een beetje schaduw is zeer welkom) brengen we ons vochtgehalte op peil en genieten we van het uitzicht op ‘el Castillo’. Hierna vertrekken we naar Mérida. Deze keer nemen we wel de cuota: je mag hier 110 km/u, dus kunnen we even doorrijden. Opmerkelijk genoeg wordt de tolweg nauwelijks gebruikt, we rijden over een grotendeels lege weg. Vlakvoor Mérida tanken we bij Pemex, het staatsbedrijf dat in Mexico een monopolie heeft op de exploitatie van benzinestations. We worden opgewacht door twee medewerkers: één gooit de tank vol, de andere maakt voor een kleine fooi je voorruit schoon. In Mérida zoeken we eerst ons hotel op. Hotel Colonial ligt midden in het centrum, dat bestaat uit genummerde straten (oneven noord-zuid en even oost-west). Alles is hier éénrichtingsverkeer. We checken alvast in en brengen de bagage naar onze kamer, waarna de bellboy van het hotel ons naar de twee straten verderop gelegen parkeerplaats van het hotel brengt.

Het is inmiddels twee uur, de zon staat hoog aan de hemel en het is dus erg warm. Mérida is gebouwd op de plek van een oude Mayastad die door de Spanjaarden werd veroverd. Nu is het met één miljoen inwoners de grootste stad van het schiereiland Yucatán. Het is een drukke, lawaaiige stad, met veel verkeer in de smalle straten. Het oude centrum is geconcentreerd rond het Plaza Independencia, ook wel Plaza Major of Plaza Grande genoemd. Het is een groen park, met aan één kant de kathedraal van de stad. Veel van de gebouwen stammen uit de Spaanse koloniale tijd, toen Mérida een belangrijke schakel was in de handelsroutes van Europa naar Noord- en Zuid-Amerika. Als we een rondje door het centrum hebben gelopen, lopen we langs café El Hoyo, waar we op de binnenplaats een koude frappucino drinken en een broodje eten. Om half vijf gaan we terug naar het hotel, waar we douchen en even relaxen. Daarna gaan we eten bij Pane e Vino, een Italiaans restaurant (iedere dag Mexicaans is ook niet alles ). Iedere avond van de week is er ergens in Mérida live muziek op straat. Op donderdagen is er de ‘Serenata Yucateca’ op het Plaza Santa Lucia. Op dit kleine plein zijn een podium en kleine tribunes gebouwd, die al snel vol zitten, voornamelijk met toeristen. De muziek is oude ‘troba’-muziek, een eerbetoon aan de volksmuziek van Yucatán. Gitaren, blazers en dansers dus, in de open lucht dus en volgens de plaketten op de muur doen ze dit al meer dan 25 jaar, iedere week. Erg leuk.

Vrijdag 3 april 2009

Omdat we al vroeg wakker zijn, kunnen we op tijd vertrekken naar Uxmal. Deze oude Mayastad ligt 65 kilometer ten zuiden van Mérida. Er gaat een prima weg naartoe, waar we maar weinig verkeer tegenkomen. Ook bij de ruïnes van Uxmal is het rustig. Bij binnenkomst kom je meteen bij de Piramide del Adivino (magiër), een apart ogende piramide met afgeronde basis en zijkanten. Uxmal beleefde zijn hoogtepunt ongeveer 1000 jaar voor het begin van onze westerse jaartelling, maar desondanks zijn veel gebouwen (deels) bewaard gebleven. Veel van de bewerkte gevelstenen met vormen en figuren zijn nog goed te zien. Het Palacio del Gobernador is een groot complex, dat deels is gerestaureerd. Van bovenaf heb je een mooi uitzicht op de Piramide del Adivino en het Quadrángulo de las Monjas, een groot vierkant ‘plein’ met gebouwen aan vier kanten. Op het enorme complex is weinig schaduw, in de zon is het 40 graden, in de schaduw is het met 35 graden iets koeler .

Rond het middaguur hebben we het wel gezien. Op de terugweg stoppen we bij Hacienda Ochil. Hacienda’s zijn oude landhuizen uit de Spaanse tijd, met een stuk grond er omheen waar, zoals in het geval van Ochil, henequen werd verbouwd, een cactusachtige plant waarvan de vezels voor touw werden gebruikt. Ochil heeft een restaurant waar je in de open lucht, temidden van de Spaanse architectuur en de sfeer van een oude hacienda kan eten. We zijn de enigen in de prachtige omgeving met palmbomen, varens, yucca’s en vogels. Een aanrader. In de loop van de middag zijn we terug in Mérida. We gaan wat eten in El Trapiche, een simpel eetcafé waar je goedkoop kan eten. Voor 30 of 40 pesos eet je hier al taco’s of fajita’s. Een ‘gewoon’ restaurant is met zo’n 70 tot 100 pesos overigens niet veel duurder. Ik voel me niet echt lekker, verkouden en grieperig. Vroeg naar bed vanavond…

Zaterdag 4 april 2009

Ben nog steeds snipverkouden. We pakken onze spullen, na twee nachten verlaten we Mérida met als bestemming Celestún. Twintig minuten buiten Mérida belanden we onbedoeld in Uman, een klein, typisch Mexicaans dorpje, dat niet op toeristen gericht is. Het is zaterdag en op het centrale pleintje vindt de wekelijkse markt plaats. Dit levert mooie plaatjes op van stalletjes met tropisch fruit en oude vrouwtjes in traditionele kleding. Niet verwacht, maar erg leuk om even rond te kijken. Na Uman rijden we over een grotendeels lange rechte weg naar Celestún, wat nog ongeveer anderhalf uur rijden is. Vlak voor Celestún kom je langs een grote lagune met mangrovebomen. In tegenstelling tot het vrij droge binnenland van Yucatán (het is het eind van het droge seizoen), komt de tropische sfeer je hier tegemoet. We stoppen en kopen kaartjes om een boottochtje van ongeveer een uur door de lagune te maken. Het bootje is overdekt en de wind biedt welkome verkoeling. Behalve langs de mangroves bezoeken we onderweg een grote kolonie flamingo’s. Een paar honderd roze vogels staan met hun lange poten in het ondiepe water van de lagune. Een prachtig gezicht. Celestún is een klein dorpje aan de Golf van Mexico. Een wit strand, palmbomen en een azuurblauwe zee, wat wil je nog meer? Onder een palapa (een rieten dak) aan het strand eten we heerlijke gegrilde vis. Beter dan dit gaat het echt niet worden! 

Na de lunch krijgen we een lesje kaartlezen voor dummies. Als de meeste wegen op de kaart rood of geel zijn, kan je beter niét dat ene witte weggetje nemen. Om van Celestún naar Campeche te komen, is het korter, maar de weg is zo slecht dat je er stapvoets moet rijden. Zelfs een onverharde weg is beter. Het laatste stuk naar Campeche is gelukkig weer een goede doorgaande weg en voor het eerst is er veel verkeer op de weg. Tegen vijf uur komen we aan in Campeche, waar we meteen naar hotel América rijden om te douchen en even te relaxen. Om zeven uur lopen we naar het Parque Principal, het centrale plein van de stad, dat ’s avonds mooi verlicht is. In het weekend zijn de straten rond het plein afgesloten voor het verkeer en staan er stalletjes waar je eten kan kopen. We sluiten aan bij deze lokale traditie en bestellen bij een stalletje iets wat er wel lekker uitziet. Geen idee wat het is, maar het is lekker (en goedkoop). Het is erg gezellig: overal lopen mensen op straat en zitten mensen op de bankjes rondom het plein. In dit klimaat is het natuurlijk heerlijk om ’s avonds zo buiten te zijn.

Zondag 5 april 2009

Het oude centrum van Campeche beslaat slechts een paar blokken en aangezien ons hotel midden in het centrum zit, is alles makkelijk te belopen. Het stadje ziet er leuk uit, vooral dankzij de in pastelkleuren geschilderde gevels. Campeche was ooit een belangrijke handelsstad, strategisch gelegen aan de Golf van Mexico. Als gevolg van de handel waren de stad en bezoekende schepen ook vaak doelwit van piraten en die geschiedenis vind je hier nog overal terug. Aan weerszijden van het oude centrum staan nog twee oude stadspoorten (de Puerta del Mar aan de zeezijde en de Puerta del Tierra aan de landzijde). Even buiten Puerta del Tierra bevindt zich de lokale markt. Lunchen doen we vandaag bij het lokaal favoriete La Parroquia. Ik bestel een lokale specialiteit: Pan de Cazón, een lasagna van tortilla’s, gehakt haaienvlees en een rode saus. Smaakt uitstekend. Na de lunch is het een stuk rustiger op straat. Niet zo gek, want de zon staat op z’n hoogst. Ook wij gaan dus maar even siesta houden. ’s Avonds eten we weer bij La Parroquia (zelfde restaurant, ander gerecht) en gaan we nog even mensen kijken in het Parque Principal.

Maandag 6 april 2009

Yucatán is voornamelijk vlak land en tot nu toe hebben we voornamelijk tussen bomen en struiken gereden zonder al teveel uitzicht. Vanaf Campeche is het landschap heuvelachtiger en groener. De weg loopt langs de Golf van Mexico en het uitzicht bestaat dus uit palmbomen en de azuurblauwe zee. Af en toe vliegt er een groepje pelikanen langs de kustlijn. Na een korte stop in Champotón rijden we door tot aan Sabancuy. Hier is een restaurant pal aan het water met stoeltjes onder een palapa aan het strand. Hier nemen we een heerlijke duik in de Golf van Mexico. Na een uurtje relaxen, rijden we weer verder. Vanaf de kust gaan we landinwaarts, het is nog ongeveer vier uur rijden naar onze bestemming: Palenque. Onderweg komen we (net als op andere dagen) regelmatig langs controleposten van de politie of het leger. Bij iedere staatsgrens (Mexico is een Unie van staten en heet – analoog aan de Verenigde Staten van Amerika – officieel Los Estados Unidos de México) is een controlepost ingericht waar bewapende militairen (vaak dienstplichtigen) passerende auto’s laten stoppen en desgewenst controleren. Wij mogen (op één keer na) altijd doorrijden, omdat we toeristen zijn. De controles zijn dan ook voornamelijk gericht op criminaliteitsbestrijding, zoals drugshandel. Vandaag moeten we wel even stoppen. Raampje open en doen alsof je geen Spaans spreekt (wat in ons geval aardig in de buurt van de waarheid komt), dan is het al snel teveel moeite en mag je doorrijden. Ook nu is de omgeving weer grotendeels vlak, maar Palenque ligt precies op de grens waar het vlakke land overgaat in de bergen van de Sierra Madre de Chiapas. Als we aankomen, hangt er een dikke laag bewolking tegen de bergen aan. We checken in bij het Maya Tulipanes hotel en eten in het bij het hotel horende restaurant. Mijn Mechelada cocktail (Corona met limoen en Worcestershiresaus) blijkt een slecht idee (ook al is het een lokaal favoriet drankje). Morgen gaan de ruïnes van Palenque bekijken, als het goed is een volgend hoogtepunt.

Dinsdag 7 april 2009

Voor het eerst deze vakantie regent het als we wakker worden. We blijven dus nog een uurtje langer liggen . Tegen de tijd dat we zijn opgestaan en hebben gedouched en ontbeten, is het weer droog. Gelukkig, want vandaag gaan we Palenque bezoeken. Deze oude Mayastad beleefde haar hoogtepunt tussen het jaar 300 en 900 en was toen de machtigste stad in wat nu Chiapas en Tabasco is. In tegenstelling tot Chitzén Itá en Uxmal (die beide in een vlakke omgeving liggen) ligt Palenque prachtig tegen de achtergrond van de met jungle begroeide bergen. Als je sommige ruïnes beklimt kan je van bovenaf de omgeving zien. Palenque is ook veruit de drukste Mayasite die we bezoeken. Ook ’s ochtends vroeg lopen hier al veel toeristen rond. Dat maakt het helaas wel erg toeristisch, maar een bezoek aan Palenque is wel de moeite waard. Behalve van de ruïnes maken we ook mooie foto’s van tropische bloemen en bananenbomen (met bananen ). Als we alles hebben gezien, rijden we terug naar het moderne dorpje Palenque, negen kilometer van de vervallen Mayastad. Het is geen bijzonder dorp. We lunchen in een restaurantje in het centrum en gaan daarna terug naar het hotel. Daar houden we een paar uurtjes siesta, lopen nog een rondje door het dorp en drinken een frappucino bij een klein cafeetje naast het hotel. We eten vandaag bij een restaurantje dat luistert naar de naam El Huachenango Feliz (de vrolijke red snapper), waar we heerlijke ‘pescado a la Veracruz’ eten.

Woensdag 8 april 2009

Het is weer (of nog steeds) bewolkt als we Palenque verlaten. De weg slingert al snel omhoog, de bergen in. Het is hier in Chiapas veel groener dan in het noorden van het schiereiland Yucatán, met uitzicht op dichtbegroeide bossen en langs de weg veel bananen- en palmbomen. Onderweg komen we een aantal keren groepjes kinderen of jonge vrouwen tegen die, als je komt aanrijden een touw over de weg omhoog trekken om je te laten stoppen. Ze proberen je bananen, mango’s of sinaasappels te verkopen. Als je stapvoets doorrijdt en ze hebben door dat je niet van plan bent iets te kopen, laten ze het touw weer zakken. Dit is een arm gebied en gezinnen proberen zo iets bij te verdienen. Ook de kleine dorpjes waar we langs komen, ogen armoedig. Hier woont de inheemse bevolking van Chiapas, de Tzotzils en Tzeltals, afstammelingen van de oude Maya’s. Ze worden hier gezien als tweederangs burgers en achtergesteld. Hier en daar zie je een bord waaruit blijkt dat dit Zapatista-gebied is. In de jaren negentig kwamen de Zapatista’s in opstand tegen de centrale regering van Mexico, die niets voor de lokale bevolking deed. Wel een beetje begrijpelijk als je ziet hoe arm men hier is.

Onderweg komen we langs twee watervallen. Mizol-Há is een smalle, hoge waterval, waar je komt door een paar oude mannetjes met een touw over de weg te betalen ‘voor het gebruik van de weg’. Agua Azul is erg toeristisch, veel touringcars en stalletjes met toeristische spulletjes. De weg slingert verder langs dichtbegroeide bergen. Onderweg veel kinderen (al dan niet met hun moeder erbij) die van alles omhoog houden als je langs rijdt. Net als je alle bochten zat begint te worden, kom je in Ocosingo. Geen bijzonder stadje, maar tegelijkertijd wel kenmerkend voor een plattelandsstadje in dit deel van het land. We eten bij restaurant Delicias aan het centrale plein van Ocosingo, waar (oude) mannen met cowboyhoeden en (oude) vrouwen in kleurige traditionele kleding op de bankjes onder de bomen zitten. Voor ons even een welkome tussenstop. Vervolgens is het nog twee uur naar San Cristobal de las Casas. Nog twee uur bochtige bergweggetjes dus. En goed opletten op alles wat zich op en naast de weg bevindt: honden, kippen, paarden, koeien, schapen, mensen en vooral heel veel topes…  Tegen vijf uur zijn we bij ons hotel in San Cristobal de las Casas. Het was een lange reisdag, maar de zon schijnt en we hebben nog even tijd om rustig in de zon te gaan zitten lezen. Daarna gaan we eten bij Emiliano’s Moustache, een leuk restaurant waar we heerlijke taco’s eten. Over taco’s gesproken: dat gaat hier iets anders dan in Mexicaanse restaurants in Nederland. Je krijgt je vlees en groente en wat je verder hebt besteld op een bord en een stapel tortilla’s er los bij. Vervolgens mag je je eigen taco’s bouwen .

Donderdag 9 april 2009

Het is prachtig weer, maar omdat San Cristobal de las Casas tussen de bergen ligt op ongeveer 2500 meter hoogte, is de temperatuur een stuk lager dan we tot nu toe gewend zijn. Vannacht is het ook heel koud geweest. San Cristobal is in 1528 door de Spanjaarden gesticht en is altijd het centrum van deze regio geweest. Als gevolg van politieke en religieuze conflicten zijn grote groepen ‘indigenas’ (de inheemse Tzotzils en Tzeltals) naar de stad getrokken. Je ziet ze overal in de stad, waar ze in hun traditionele klederdracht kleding, kettingen en andere artikelen verkopen. San Cristobal heeft een compact en ademt een hele relaxte en vriendelijke sfeer. De Calle Hidalgo / 20 Noviembre is autovrij en doet modern aan. In het centrum bevindt zich natuurlijk het onvermijdelijke plein (Parque 31 de Marzo). Een aantal blokken verder is de Mercado Municipal, de lokale markt. Een hele grote en we verdwalen al snel in de smalle straatjes. Er wordt hier van alles verkocht: veel fruit, groenten en bonen, maar ook kippen, vis en kleding. Ook hier veel traditionele geklede mensen. Tussen de middag gaan we even terug naar het hotel. Na de lunch lopen we de trappen op die naar de Cerro de San Cristobal leiden, een heuvel aan de rand van de stad, waar vandaan je een mooi uitzicht hebt. Daarna drinken we een drankje in één van de gezellige straatjes, voordat we terugslenteren naar het hotel, waar we nog een uurtje in de zon gaan zitten lezen. Lekker relaxed dagje zo . Vanavond eten we bij een klein eettentje aan een pleintje, eigenlijk niet meer dan een keuken met een paar tafeltjes buiten. Je kan hier erg goedkoop en prima eten. Ondertussen zien we half San Cristobal langs komen. Het is Semana Santa, de heilige week voor Pasen en dus gaan de katholieke Mexicanen ieder avond naar de kerk.

Vrijdag 10 april 2009

We verlaten San Cristobal de las Casas en rijden door de bergen in de richting van Tuxtla Gutierrez. Het is een mooie route door de bergen, weer veel bochten rijden dus . We hoeven vandaag maar ongeveer 85 kilometer te rijden. Na twee uur komen we aan in Chiapa de Corso, onze bestemming voor vandaag. Chiapa de Corso is een klein dorpje dat zelf niet zo heel veel te bieden heeft. Dé attractie hier is de Cañon del Sumidero. Het is vandaag Goede Vrijdag – heel Mexico is dus vrij – en het lijkt wel of iedereen vandaag naar Chiapa de Corso is gekomen. Het is er gezellig druk . De kade in het dorp is het vertrekpunt voor een twee uur durende boottocht over de Rio Grijalva na de Cañon del Sumidero. We kopen kaartjes en mogen in de eerstvolgende boot instappen. Met een behoorlijke vaart varen we de kloof in. Af en toe stoppen we om foto’s te maken van vogels of een (kleine) krokodil. Het zicht vanuit de boot op de stenen wanden van de kloof, die loodrecht uit het water omhoog rijzen, is adembenemend. Op het hoogste punt zijn de rotsen 800 meter hoog. Het is zo’n 35 graden en in het bootje zitten we in de volle zon, gelukkig biedt de wind een beetje verkoeling. Nadat we de spectaculaire kloof ook weer helemaal terug zijn gevaren, gaan we in een restaurantje vlakbij de kade even zitten om (zij het wat laat) te lunchen. Daarna lopen we naar het hotel, waar we de auto hebben geparkeerd. We checken in en nemen een verfrissende duik in het zwembad, waarna we twee ligbedjes opzoeken om even een tijdje te relaxen.

Zaterdag 11 april 2009

M’n verkoudheid van vorige week was blijkbaar nog niet alles. Sinds vannacht ben ik aan de diarree en vandaag heb ik me het grootste deel van de dag ontzettend beroerd gevoeld. Niet echt leuk als je met vakantie bent… We laten de staat Chiapas achter ons en rijden Tobasco in. De bergen maken plaats voor heuvels en later voor vlak land. Hier veel veeteelt en akkerbouw, onder andere grote bananenplantages. Net als we de grens met Tabasco zijn gepasseerd, stoppen we even bij een restaurantje langs de weg om even wat te drinken. Eten doe ik amper vandaag. Misselijk en met dichtvallende ogen van vermoeidheid rijd ik verder. In de loop van de middag komen we aan in Villahermosa, een grote stad die niet echt interessant is. Wel heb je hier Parque La Venta, waar diverse beelden staan die zijn gevonden in de streek La Venta, Een regio ten westen van Villahermosa en die zijn gemaakt door de Olmeken. De Olmeken stammen uit de tijd van vóór de Maya’s en wordt daarom ook wel de ‘moedercultuur’ genoemd. De beelden zijn gemaakt van basalt, wat voor die tijd als erg knap moet worden beschouwd. De beelden zijn weliswaar uit hun oorspronkelijke omgeving gehaald om hier in een stadspark tentoongesteld te worden, maar het is leuk om een uurtje door het park te wandelen. Vervolgens rijden we door naar hotel Plaza Independencia, waar we de tijd nemen om even goed uit te rusten.

Zondag 10 april 2009

We staan vandaag vroeg op, want we hebben een lange rit voor de boeg. Zo’n 450 kilometer, van Villahermosa naar Xpujil. Het is nog donker als we Villahermosa verlaten. We rijden in oostelijke richting, naar het licht toe en zien de zon recht voor ons opkomen. We hebben genoeg drinken en snacks bij ons en stoppen alleen voor een sanitaire stop (en natuurlijk voor de militairen bij de twee staatsgrenzen die we passeren). De weg is goed, grotendeels 80 en 100 kilometerwegen, dus het rijdt lekker door. Rond het middaguur komen we bij de afslag naar Calakmul, die we aanvankelijk voorbij rijden omdat wegen wegwerkzaamheden de borden zijn weggehaald. Vanaf de afslag leidt een smal weggetje je 60 kilometer van de doorgaande weg af, weg van de bewoonde wereld. Hier, 60 kilometer de jungle in, ligt Calakmul, een vervallen Mayastad. Er zijn weinig bezoekers, maar de site is zeer de moeite waard. Midden tussen de begroeiing staan grote bouwwerken (enigszins fantasieloos aangeduid als ‘structure IX, X en XI’) rond een open plek die wordt aangeduid als ‘Grand Plaza’. Als we verder lopen, zit er een aantal zwarte aapjes in een boom, die ons licht verbaasd, maar daarom niet minder fotogeniek aankijken. Iets verderop staat het meest imposante bouwwerk: de ‘Grand Piramide’. De top van de piramide kan je vanaf de grond niet zien, omdat die iets naar achteren is gebouwd. Hiervoor moet je eerst alle treden van de steile trap aan de voorkant van de piramide beklimmen. Halverwege de klim vraag ik me af waarom ik dit eigenlijk doe, het antwoord krijg ik boven: vanaf de top van de piramide kan je kilometers ver over de omgeving kijken. Tot aan de horizon niets dan jungle. Boven de boomtoppen steekt de top van een andere Mayaruïne uit. Als ik weer voorzichtig naar beneden ben geklommen, lopen we terug naar de auto voor het laatste stuk van de reis van vandaag. Rond vijf uur komen we aan bij ons hotel in Xpujil. Het is een wat desolaat aandoend hotel, maar met zwembad en ligbedjes, dus prima relaxen. We hebben geen zin om op zoek te gaan naar een restaurant (als het gehucht Xpujil er al één heeft), dus eten we in het deprimerende restaurant van het hotel. Niet erg, want morgen gaan we naar Tulum! 

Maandag 13 april 2009

Na weer een lange rit komen we aan op onze laatste bestemming van deze vakantie: Tulum. De Maya’s hebben hier op de rotsen een havenstad(je) gebouwd, van waaruit ze handel dreven met volken in andere delen van Yucatán en in wat nu Belize en Guatemala is. De ruïnes van de vervallen stad zijn prachtig gelegen bovenop de rotsen en uitkijkend over de azuurblauwe Caribische zee. De ruïnes zijn een populaire bestemming voor badgasten uit Cancún en dat is te merken aan de drukte. Het is warm, maar hier aan de kust staat een stevige wind. Onze laatste nacht verblijven we in een cabaña, vrijwel direct aan zee en inclusief een eigen terrasje met hangmat. Hier kunnen we de hele middag en morgenochtend nog relaxen. En als dat niet genoeg is: een paar meter verder is een wit strand met een helderblauwe zee en ligbedjes onder de palmen. Hier brengen we dan ook een aantal uurtjes door en sluiten de dag af met piña colada’s op het terras van het restaurant van het hotel, dat vlakbij onze cabaña zit.

Dinsdag 14 april 2009

De laatste dag van onze vakantie. Na het ontbijt zoeken we het strand weer op. Door de harde wind is er een behoorlijke branding met hoge golven, wat ons er niet van weerhoudt het water in te duiken. Na deze laatste uurtjes aan dit ‘bountystrand’ pakken we onze spullen en vertrekken we richting de luchthaven van Cancún, wat nog twee uurtjes rijden is. In negen en een half uur vliegen we weer terug naar Nederland. Zoals gezegd stond Mexico al een tijdje op het wensenlijstje en deze vakantie heeft in alle opzichten aan de verwachtingen voldaan. Het is vrijwel alle dagen prachtig mooi weer geweest, we hebben indrukwekkende Mayasteden gezien, leuke Spaans koloniale stadjes bezocht, lekker (en goedkoop!) gegeten, heerlijk onder de palmen aan het strand gerelaxed, alles was goed geregeld, kortom: een heerlijke vakantie!