18 – 19 januari 2010

Op weg naar Vietnam, waar ik een kleine drie weken zal gaan rondreizen, heb ik een stopover in Hong Kong. Daar heb ik een kleine tien uur voordat m’n vlucht naar Hanoi vertrekt, precies genoeg om een dag in deze wereldstad door te brengen. Een soort bonus bij m’n Vietnam-reis. Ik vertrek op maandag 18 januari rond één uur ’s middags. De vlucht naar Hong Kong duurt lang, ongeveer elf uur. Door het tijdsverschil van acht uur is het dinsdagmorgen zeven uur als ik in Hong Kong aankom. Onderweg heb ik niet echt geslapen. Ik ben moe van de lange vlucht en m’n biologische klok staat op midden in de nacht, maar ik ben niet van plan om dat m’n dagje Hong Kong te laten verpesten.

De moderne luchthaven van Hong Kong is ruim opgezet. De lange, grotendeels lege gangen doen wat kil aan. Ik vind snel m’n weg naar de douane. M’n bagage is in Amsterdam al gelabeld voor Hanoi, dus die hoef ik niet op te halen. In de grote centrale hal vind ik een ATM, waar ik Hong Kong dollars haal. Daarmee koop ik meteen twee flesjes water en een kaartje voor de metro. Iedere tien minuten rijdt er een moderne, schone en comfortabele metro van de luchthaven naar het centrum van de stad, de Airport Express. Na 25 minuten loop ik Hong Kong Station uit, de drukte van de stad in. Nog geen honderd meter verder loop ik langs een Starbucks. Ik kan het niet laten: om kwart voor negen zit ik met een ‘coffee of the day’ en een verse bagel op het terras van de Starbucks in Hong Kong.

Hong Kong was tot 1997 een onderdeel van het Britse Gemenebest en maakt sindsdien officieel deel uit van China. Maar met uitzondering van het buitenlands beleid heeft Hong Kong vrijwel volledige autonomie. Hong Kong bestaat uit een aantal eilanden, waarvan Hong Kong Island het grootste is, plus een deel dat op het vaste land van China ligt. Daartussen ligt de Victoriabaai. Het grondgebied van Hong Kong bedraagt ruim duizend vierkante kilometer en daarop wonen ruim zeven miljoen inwoners. Ik ben in de wijk ‘Central’, dat aan de noordkant van Hong Kong Island ligt en – zoals de naam al aangeeft – het centrum van de stad vormt. De schaarse grond wordt effectief gebruikt, de stad is één en al hoogbouw. Blinkende moderne gebouwen naast lelijke oude betonblokken.

Hong Kong heeft niet echt een strak stratenpatroon zoals bijvoorbeeld New York, maar toch kan je redelijk eenvoudig je weg vinden. Het is wel een stad met niveauverschillen: straten lopen boven elkaar langs en onder elkaar door en als voetganger moet je je weg zien te vinden via oversteekplaatsen, tunneltjes onder de straat door of loopbruggen over de straat heen. Het valt me op dat de stad redelijk compact is. Binnen Central is alles op loopafstand van elkaar te vinden en niet één keer heb ik het gevoel dat ik ver moet lopen. Eén van de eerste dingen waar ik langs kom is een ‘lawaaidemonstratie’. Een honderdtal mensen staan met veel borden en spandoeken te demonstreren. De meeste spandoeken zijn in het Chinees, maar uit een bord maak ik op dat een aantal banken, waaronder ABN AMRO, mikpunt van de luidruchtige demonstratie zijn. Op straat zie ik hier en daar mensen met mondkapjes. Geen overbodige luxe, als je een paar uur door de stad loopt zoals ik, heb je genoeg uitlaatgassen voor een jaar ingeademd.

Een eindje verder staat het gebouw van de Bank of China, een strak gebouw dat de moeite waard is om te bezoeken. Op de 43e verdieping heb je uitzicht over de stad en de Victoriabaai. Hierna loop ik verder via Hong Kong Park, een beetje vreemdsoortig park, dat behalve groen en water ook een indoor game hall, een theemuseum en een tai chi veld herbergt. De schildpadden in het park lijken niet helemaal op hun plaats in deze miljoenenstad. Overal bevind je je tussen het verkeer. Auto’s, bussen, taxi’s en – heel apart – dubbeldeks trams. Een natuurlijk heel veel mensen. Toch is die drukte niet echt vervelend en voel ik me in Hong Kong geen moment onveilig.

Ik vervolg m’n stadswandeling richting ‘The Peak’, de berg die Central aan de zuidkant begrenst. Vanaf Hong Kong Park loopt een speciale tram naar de top van de berg. In een paar minuten legt de tram een hoogteverschil van 370 meter af. Je rijd af en toe in een hoek van 27 graden omhoog. Bovenop The Peak is het uitzicht spectaculair. Vanaf het observatiedek van The Peak Tower kan je de hele stad beneden je zien liggen. Mits het weer meewerkt. Heldere dagen zijn zeldzaam in Hong Kong, waar luchtvervuiling een gekend probleem is. Vandaag is het half bewolkt en een graad of twintig, dus prima weer, maar de lucht boven Hong Kong is heiïg. Aan de overkant van de baai kan je de wijken Kowloon en Tsim Sha Chui zien liggen, de wijken op het vaste land van China. Ik neem rustig de tijd om van het uitzicht te genieten.

Nadat ik de tram weer terug naar beneden heb genomen, loop ik via Queen’s Road een stuk naar het westen, waar Central overgaat in SoHo, wat hier staat voor South of Hollywood Street. Is Central hèt zakencentrum van Hong Kong, in SoHo zitten meer restaurantjes en winkeltjes en vind je vlagen van het meer traditionele Hong Kong. Zoals bijvoorbeeld op de traditionele markt in Graham Street, waar verse groenten en vis worden verkocht. Verser dan hier krijg je de vis niet: de garnalen, kreeften en diverse soorten vis liggen levend in ondiep water of op ijs. Even verderop nog een stukje traditie: tussen de (lelijke) hoogbouw staat de Chinese Man Mo tempel. Binnen hangt een sterke geur en staat het blauw van de rook. Op diverse altaren zetten mensen brandende wierookstokken neer. Ik ben hier op een willekeurig moment, maar het is een komen en gaan van mensen die, op weg naar werk of huis, even kort binnenlopen om een kort offerritueel uit te voeren.

Hong Kong is niet echt een mooie stad. Het is wel een prettige stad, compact, schoon en het voelt veilig. Het is overduidelijk een Chinese stad, maar met Engelse accenten. Zo is de stad volledig tweetalig, rijden auto’s aan de linkerkant van de weg en verwijzen veel straatnamen naar het verleden (toen Hong Kong nog een Britse kroonkolonie was). Verder draait het in Hong Kong voornamelijk om twee dingen: geld verdienen en geld uitgeven. Overal in de stad vind je grote winkelcentra waar je naar hartelust kan shoppen. Ik loop terug via de kade, waar vanaf de piers de ferries vertrekken naar de andere delen van de stad. Vanwege de beperkte tijd die ik in Hong Kong te besteden heb, kom ik er niet meer aan toe om naar de overkant van de baai te varen, naar Tsim Sha Tsui. Ik heb inmiddels zere voeten van het lopen en neem vanaf Hong Kong Station de metro terug naar de luchthaven. Daar heb ik nog even de tijd om te eten voordat m’n vlucht naar Hanoi vertrekt. Maar het nachtje zonder slaap begint nu toch z’n tol te eisen. Elf uur gevlogen, een nacht slapen overgeslagen en een hele dag in Hong Kong rondgelopen, van vakantie rust je uit, toch?