Stockholm

20 – 22 augustus 2010

Vrijdag 20 augustus 2010

Na een vlucht van anderhalf uur land ik keurig op schema op Arlanda International Airport. Ik heb alleen handbagage bij me en kan dus zo doorlopen. Via internet heb ik al een ticket geregeld voor de Arlanda Express, de trein die me in twintig minuten naar het centraal station van Stockholm brengt. De hoofdstad van Zweden, het land van Ikea en Volvo, van Abba en Roxette, van bossen en meren, ligt aan de oostkust van het land en heeft 1,8 miljoen inwoners. De stad is gebouwd op 14 eilanden, waarvan Norrmalm, Östermalm, Djürgarden, Södermalm, Kungsholmen en het historische Gamla Stan het centrum vormen.

Het is nog rustig in de winkelstraat Drottninggatan als ik op zoek ga naar een plek om koffie te drinken. Al snel loop ik een brug over naar het kleine eiland Helgeandsholmen. Dit eiland wordt gedomineerd door de Sveriges Rikstag, het parlementsgebouw van Zweden. Via een volgende brug kom je op het eiland Gamla Stan. Vanaf deze kant kijk je vooral aan tegen de robuuste zijgevel van het Kungliga Slottet, het Koninklijk Paleis. Een klein eindje verderop staat het Riddarhuset, een mede door een Nederlander ontworpen gebouw, waar in de 17e eeuw de adel vergaderde. Vanaf het kleine Riddarsholmen, met de gelijknamige kerk, kan je aan de andere kant van het water het Stadshuset zien, het in rode baksteen opgetrokken stadhuis van Stockholm, waar jaarlijks het banket van het Nobel Comité plaats vindt.

Bij het Koninklijk Paleis heeft zich inmiddels een aardige menigte verzameld. Iedere dag om precies kwart over twaalf vindt hier de wisseling van de wacht plaats. Dit is een heel gebeuren, een uitgebreid ritueel inclusief militaire fanfare. Nadat ik dit schouwspel heb aanschouwd, is het tijd om te gaan lunchen. Op het Stortorget, het pittoreske centrale plein van Gamla Stan, ga ik op een terrasje zitten, waar ik koffie en een broodje bestel. Het is er een drukte van belang, maar ik zie hier voornamelijk toeristen.

Na de lunch slenter ik door de oude straatjes van Gamla Stan. Hier is Stockholm ontstaan en veel huizen stammen uit de elfde eeuw. De gekleurde gevels, de keienstraatjes, de lantaarns aan de huizen, zeker in de wat stillere straatjes waan je je terug in de tijd. Om bij de eerstvolgende kruising weer in een straatje vol souvenirwinkeltjes en toeristen te belanden J. Hoewel Gamla Stan nog geen vier vierkante kilometer beslaat, loop je door de wirwar van straatjes al snel een heel eind.

Rond vier uur heb ik genoeg gezien en gelopen. Via Helgeandsholmen loop ik terug naar Norrmalm, waar het in de winkelstraat inmiddels een stuk drukker is geworden. Mijn hotel is het Nordic Sea Hotel, pal naast het centraal station. Hier krijgen m’n voeten even rust. Nadat ik een uurtje heb gerelaxed, ben ik weer helemaal opgeladen. Ik neem de metro naar station Slussen, op de noordoever van Södermalm. De straat Katarinavägen loopt wat omhoog, parallel aan het water, waardoor je vanaf hier een prachtig uitzicht over Gamla Stan hebt. Bij Slussen bevindt zich ook de Katarinahissen, waar je met een lift omhoog kan (een ‘his’ is een lift in het Zweeds). Bovenin is een uitkijkpunt (nog net iets hoger dan Katarinavägen) en een restaurant.

Om te eten loop ik terug naar Gamla Stan, waar ik in één van de vele straatjes beland op het bescheiden terras van Restaurang (nee, geen tikfout) C&C. Volgens de uitleg op de kaart is in dit pand al sinds de 17e eeuw een restaurant gevestigd.  En wat eet je als je in Zweden bent? Juist: Zweedse gehaktballetjes. Met een biertje erbij. Alcohol is in Zweden erg prijzig (vanwege de accijns om alcoholgebruik te ontmoedigen, wat natuurlijk niet lukt), maar de 4,5 euro voor een flesje is niet veel meer dan in Amsterdam. De temperatuur is heerlijk om ’s avonds nog buiten te kunnen zitten en in dit sfeervolle stukje Stockholm is dat echt genieten.

Zaterdag 21 augustus 2010

Na het ontbijt (in een ontbijtzaal waar het net zo druk is als de Kalverstraat op zaterdagmiddag) loop ik Norrmalm in. Dit deel van Stockholm is in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw grotendeels platgegooid. Het resultaat is dat de meeste gebouwen in de architectuur van die tijd zijn gebouwd. Te oud om modern te zijn, niet oud genoeg om mooi te zijn, maar dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Dit is het zakencentrum en winkelhart van Stockholm, behalve het centraal station vind je hier het warenhuis NK (een soort Bijenkorf) en de winkelstraat Drottninggatan.

Halverwege de ochtend is het tijd voor een typisch Zweedse gewoonte: fika. Wat eigenlijk neerkomt op koffie met cake of gebak. Wil je het echt lokaal aanpakken, dan neem je een kanelbüllar bij je koffie. Daarna loop ik naar Södermalm. Hier vind je veel minder toeristen. Deze wijk ademt daardoor veel meer de sfeer van een ‘normale’ stadswijk, met appartementen-gebouwen, kleine winkeltjes (antiekzaakjes, boetiekjes en galeries) en veel populaire cafés. Aan het begin van de middag breng ik een bezoek aan het populaire fotomuseum Fotografiska, aan de kade van Södermalm.

Hier aan het water kan je even heerlijk uitrusten en genieten van het uitzicht op Gamla Stan. Op dat moment is het nog heerlijk weer, een beetje bewolkt, maar de temperatuur is aangenaam. Net als ik Södermalm weer inloop, drijft er een donkere wolk over die onaangekondigd opengaat. Iedereen begint te rennen op zoek naar een droog plekje. De bui duurt maar dertig seconden, daarna is het weer droog, maar iedereen die buiten liep is nat J. Even later stap ik de kleine koffiebar SoFo (South of Folkungagatan) binnen, waar net als in de andere ‘kaffe bars’ de lokalo’s rond deze tijd weer van een fika genieten. Terwijl het buiten afwisselend regent en droog is, breng ik de volgende 2,5 uur in SoFo door met koffie, kanelbüllar en een goed boek. De sfeer in Södermalm is relaxed en dat geldt ook voor SoFo.

Zondag 22 augustus 2010

Vandaag is het prachtig weer. Nadat ik bij m’n hotel ben uitgecheckt, loop ik naar Kungsholmen. Op het puntje van dit eiland, ten westen van Norrmalm, staat het Stadshuset. Behalve de opvallende klokkentoren heeft het in de jaren twintig van de vorige eeuw gebouwde stadhuis een fraaie binnenplaats. Door de zuilengalerij heb je uitzicht over het water met Riddarsholmen aan de overkant. Een prachtige plek.

Ik loop langs het water terug naar Norrmalm en over de kade van Gamla Stan, de Skeppsbrokajen. Al dat water maakt Stockholm tot een bijzonder fraaie stad. Onderweg maak ik nog de nodige foto’s. Als je voor de tweede of derde keer ergens langs komt, zie je toch weer andere dingen. Zoals de 17e eeuwse gevelsteen in Gamla Stan, met de tekst: “Gaet het wel, men heeft veel vrinden. Keert het luck, wie kan se vinden”. Inderdaad, in oud-Nederlands.

Op een terrasje aan het Järntorget in Gamla Stan drink ik nog een keer koffie. Daarna neem ik de ferry naar Djürgarden. Hier vind je het Vasamuseum (over een bij de eerste vaart gezonken schip), openluchtmuseum Skansen en een pretpark. Als je de mensenmassa die hier op zondagmiddag naartoe komt achter je hebt gelaten, loop je in een enorm groot park. Djürgarden bestaat grotendeels uit dit park, waar je prima kan wandelen, fietsen, hardlopen of picknicken. Dan doen veel inwoners van Stockholm dan ook op een mooie zondagmiddag als dit. Je hebt het idee dat je je buiten de stad bevindt, zo rustig en groen is het hier.

Na een lange wandeling loop ik een brug over en kom ik aan de zuidkant van Östermalm. Hier langs de kade liggen veel zeiljachten en vissersboten. In Östermalm is alles net even hipper, chiquer en duurder. Terug in het centrum van de stad loop ik nog winkels in, waarna ik een plek opzoek om een broodje te eten. Aan het eind van de middag is het alweer tijd om naar de luchthaven te gaan. Ik heb een heerlijk relaxed weekend gehad, in een al even relaxte stad. Door oude straatjes slenteren in Gamla Stan, wat drinken in één van de cafés in Södermalm, shoppen in Norrmalm, het kan allemaal in Stockholm. Een stad die als bestemming voor een citytrip absoluut een aanrader is.