20 november – 4 december 2010

Zaterdag 20 november 2010

Terwijl in Nederland de winter zich aandient, reis ik naar de andere kant van de Atlantische Oceaan voor een road trip door de Sunshine State: Florida. Lang in het vliegtuig zitten went nooit, in dit geval ben ik 9,5 uur onderweg. Om half zeven ’s avonds (lokale tijd, dus zes uur vroeger dan in Nederland), kom ik aan op Orlando International Airport. Ik heb voor vertrek al gemerkt dat je anno 2010 meer formulieren moet invullen om de Verenigde Staten in te komen dan twee jaar geleden. Zo moet iedere reiziger naar de VS zich vooraf aanmelden bij ESTA. Maar de beveiliging is op meer punten aangescherpt: op Schiphol maak ik voor het eerst kennis met het fenomeen bodyscan. Maar op de luchthaven van Orlando blijken de veiligheidsprocedures pas echt enorme proporties te hebben aangenomen. Bij de paspoortcontrole wordt niet alleen een vingerafdruk genomen van je duim (zoals eerst) maar van je duim èn al je vingers. Van beide handen. En een foto. De douanebeambte is van het soort dat graag een praatje maakt (waardoor de rij nogal langzaam gaat), maar als ik het benodigde stempel in m’n paspoort heb, kan ik m’n bagage gaan ophalen. Na even wachten bij de bagageband blijkt m’n rugzak gelukkig ook goed aangekomen. Een volgende douanebeambte checkt m’n paspoort nog een keer en daarna moet ik m’n bagage weer inleveren. Huh..? Na een gang en een deur blijkt waarom: we gaan het allemaal nóg een keer doen. Handbagage door de scanner, schoenen uit, door het detectiepoortje, schoenen weer aan en daarna (weer) op weg naar de bagageband. Alles bij elkaar ben ik bijna anderhalf uur bezig om de VS binnen te komen. Ik ben erg voor veiligheidsmaatregelen, maar de dubbele controle in Orlando is absurd.

Ik meld me bij de balie van Budget om m’n huurauto op te halen. Ik heb een ‘compact’ gereserveerd (want een kleine auto in de VS is toch altijd groot genoeg). De mevrouw achter de balie probeert me een ‘midsize’ aan te smeren, maar dat vind ik niet nodig en bovendien moet ik dan bijbetalen. Als ik in de parkeergarage kom, blijkt dat ik toch een blauwe Ford Fusion heb gekregen. Toch een ‘midsize’ dus. Als de ‘compacts’ op zijn, krijg je automatisch een grotere auto mee, maar tegen de prijs waarvoor je hebt gereserveerd. Maar goed dat ik ‘nee’ heb gezegd tegen de mevrouw achter de balie, want anders was ik duurder uit geweest en had ik dezelfde auto gehad…

Ik laat Orlando voor wat het is en rijd meteen via de Beach Line Expressway (Florida 528) naar Cocoa Beach. Dit kleine plaatsje ligt op een uurtje rijden van Orlando aan de Atlantische kust, vlakbij Cape Canaveral. Het was een lange reis en volgens m’n biologische klok is het inmiddels kwart over drie ’s nachts, dus als ik ben ingecheckt in m’n motel voor vannacht, ga ik snel slapen.

Zondag 21 november 2010

Sunshine state? Vandaag even niet. Het heeft vannacht flink geregend en het is vandaag bewolkt. Tegen alle weersvoorspellingen in. Een laatste stuiptrekking van het natte (orkaan)seizoen, zullen we maar zeggen. Als ik ga ontbijten, kom ik langs een informatiedesk van het Kennedy Space Center (KSC). De man achter de tafel vertelt me dat ik op een goed moment kom om KSC te bezoeken: het is nog vroeg in het seizoen (dus nog niet druk), de Space Shuttle (die binnenkort z’n laatste vlucht zal maken) staat op dit moment op het lanceerplatform èn, als het weer meewerkt, staat voor vanmiddag de lancering van een Delta-raket gepland. Een echte launch, het zou geweldig zijn om dat mee te maken! Voor het zo ver is, breng ik eerst de dag door op het Kennedy Space Center, dat op een half uurtje rijden van Cocoa Beach ligt.  KSC ligt, samen met Cape Canaveral (waar de lanceringen plaats vinden) midden in het Merritt Island Natural Wildlife Refuge. Dit is een groot natuurgebied aan de Atlantische kust. Het hele gebied is eigendom van de Amerikaanse lucht- en ruimtevaartorganisatie NASA, maar KSC beslaat maar een beperkt gedeelte van het gebied. De rest is beschermd natuurgebied. De faciliteiten van de NASA liggen verspreid door het gebied, dat grotendeels onontwikkeld is en waar veel vogels, alligators en zeekoeien.

In het visitor’s center van KSC is van alles te zien en doen. Als eerste ga ik naar een 3D-film over het International Space Station (ISS), een spectaculaire film met NASA-beeldmateriaal van in en buiten het ISS. Na de film meld ik me voor een bustour over het NASA-terrein. De bus brengt je buiten het visitor’s center, onder andere langs het immense Vehicle Assembly Building, waar raketten zoals de Apollo en de Space Shuttles in elkaar worden gezet. Vanaf een uitzichttoren kan je het KSC-terrein overzien. Vanaf hier zie je goed dat je je midden in een natuurgebied bevindt, waar hier en daar grote gebouwen en lanceerplatforms boven de begroeiing uitsteken. Vanaf hier is, op enige afstand, ook het lanceerplatform met de Space Shuttle te zien. Op veilige afstand, want een geheel met benzine gevulde aandrijfraket is een explosief object en ook bij de lancering wil je niet in de buurt zijn. De bustour brengt je ook naar het Apollo/Saturn V Center, waar je na een introductiefilm in een hangar komt met een levensgrote replica van de Apollo-raket. Hiermee is de droom van president John F. Kennedy verwezenlijkt, die kort voor z’n voortijdige dood de ambitie uitte dat de VS binnen een decennium een man op de maan zou zetten. De Apollo is immens groot (111 meter lang). Als je bij de onderkant staat, me de enorme uitlaten, voel je je erg klein. De expositie is één groot eerbetoon aan de astronauten en de missies naar de maan. Ook is hier de echte landingsmodule van de Apollo 14 te zien.

Terug bij het visitor’s center neem ik een kijkje bij de replica van de Space Shuttle Explorer en na de lunch volgt een ander hoogtepunt van KSC: de Rocket Launch Experience. Dit is een levensechte simulator, waar je plaats neemt in een nagebouwde capsule (in de echte Space Shuttle zitten drie astronauten, in deze wat ruimere versie zit je met veertig mensen). Op een groot scherm kan je zien wat er ‘buiten’ gebeurt (de ontsteking van de motoren en zo), binnen wordt je eerst in een verticale toestand gebracht en wordt door middel van geluid en trilling een lancering nagebootst. Het is alsof je een echte lancering meemaakt, waarbij je eerst met 3.000 mijl per uur door de dampkring schiet en daarna met 17.000 mijl de ruimte in wordt geschoten. Na afloop ben je blij dat al je botten nog op hun plek zitten J.

Na een wandeling door de rocket garden en de verplichte gift shop houd ik KSC voor gezien. Zou de lancering doorgaan? De man die ik vanochtend sprak, heeft me de plek gewezen waar je de lancering het beste kan zien: bij Port Canaveral is een pier en vanaf die pier heb je prachtig uitzicht over Cape Canaveral. Een uur voor de lancering verschijnt er boven de Atlantische oceaan een enorme regenboog, die aan de ene kant in de oceaan eindigt en aan de andere kant precies op Cape Canaveral. Een teken van moeder natuur dat de lancering doorgaat? Een half uur voor de lancering spreek ik iemand die al veel lanceringen heeft gezien en volgens hem is de lancering nog niet geannuleerd. De lancering van de Delta-raket is al meerdere keren uitgesteld, maar vanavond gaat-ie dan toch echt de lucht in. Met tientallen anderen zie ik vanaf de pier de raket gelanceerd worden. Het is al donker (om half zes gaat de zon onder en de lancering is om zes uur), maar als de motoren worden ontstoken kleurt de hele hemel oranje-rood. Daarna wordt het weer donker en verschijnt er een felle oranje-rode lichtbundel boven de horizon. Slechts een paar seconden later is de Delta-raket in de wolken verdwenen, maar het geluid is nog steeds hoorbaar en even later verschijnt de raket nog even als een stipje aan de hemel. Heel bijzonder om ‘live’ een lancering op Cape Canaveral mee te maken. Een uniek begin van mijn vakantie!

Maandag 22 november 2010

Na het ontbijt gooi ik m’n spullen in de auto en vertrek ik zuidwaarts, het mooie weer tegemoet. Het eerste stuk rijd ik nog over de A1A langs de kust, vanaf Indialantic pak ik de 192 naar het westen en vanaf Melbourne de 441 naar het zuiden. Dit is een lange, doorgaande weg door het hart van Florida, langs ranches met namen als ‘Saddle & Gun Ranch’ en ‘Capital R Ranch’ en door kleine plaatsjes als Yeehaw Yunction (wie verzint dat soort namen? J), totdat ik bij Okeechobee kom. Dit stadje ligt aan het gelijknamige meer. Ik ben dan inmiddels drie uur onderweg en stop dan ook bij Lake Okeechobee voor een pauze. Na Lake Okeechobee rijd ik weer oostwaarts naar de kust en vanaf Boca Raton neem ik weer de A1A, die hier Ocean Boulevard heet en parallel aan de kust loopt. Hier worden hotels en resorts afgewisseld met de kapitale villa’s van degenen die het zich kunnen veroorloven om direct aan de kust te wonen. Om half drie kom ik aan op mijn bestemming voor vandaag: Fort Lauderdale. Het is prachtig weer en daar wil ik na m’n lange rit natuurlijk wel even van genieten. Ik parkeer de auto aan de boulevard en leg even verderop m’n handdoek op het strand. Met de zon hoog aan de hemel en de verkoelende oceaanbries is het hier even heerlijk relaxen.

’s Avonds loop ik vanaf m’n motel naar downtown Fort Lauderdale, een wandeling van iets meer dan twee kilometer. Het is een lekkere wandeling, maar downtown Fort Lauderdale blijkt niet echt de moeite waard. Het is er rustig op deze maandagavond. Ik loop wat rond, maak wat foto’s en besluit daarna weer terug te lopen.

Dinsdag 23 november 2010

De van palmbomen voorziene Las Olas Boulevard verbindt downtown Fort Lauderdale met Fort Lauderdale Beach. Op weg naar de kust kom je langs een deel van de stad dat bestaat uit woonwijken die worden gescheiden door kanalen (reden waarom Fort Lauderdale wel het ‘Venetië van Florida’  wordt genoemd). Hier staan kasten van huizen met dure auto’s en in het water liggen zeiljachten en motorjachten, sommige nog groter dan de huizen waar ze naast liggen. De mensen hier hebben veel geld en dat laten ze zien ook. Sommige boten zijn echt belachelijk groot. Aan het eind van Las Olas Boulevard kom je weer bij de A1A, die hier Seabreeze Boulevard heet. Ik parkeer m’n auto bij South Beach Park. Langs de fraaie boulevard loopt een wandelpromenade waar gejogd, gefietst en geskate wordt. Tussen de palmbomen door kijk je uit over een fraai strand met om de honderd meter een huisje van de life guard en natuurlijk het blauwe water van de Atlantische Oceaan. Als je de ‘beach vibe’ nog niet had, dan krijg je ‘m hier vanzelf wel J. Na een kop koffie (ok, twee) zoek ik het strand op. Voorzien van water, broodjes, boek en reisgids houd ik het hier wel even uit.

Woensdag 24 november 2010

Ik verlaat Fort Lauderdale weer via de A1A. Naarmate ik dichterbij Miami kom, neemt de hoogbouw aan de kust toe. Hotels, hotels, appartementen en… hotels. En een Starbucks! Daar word ik sowieso altijd blij van. Tijd voor koffie en een broodje. Eenmaal in South Beach parkeer ik de auto op Ocean Drive. Even voor de duidelijkheid: Miami Beach is niet het strand van Miami. Miami is de stad aan de westkant van Biscayne Bay, die Miami scheidt van Miami Beach, een aparte stad aan de andere kant van Biscayne Bay. Miami Beach heeft een heel eigen sfeer en South Beach is ‘the place to be’. Het leven draait hier eigenlijk maar om twee dingen: het strandleven en het uitgaansleven. De A1A heet hier Collins Avenue, maar het beroemdste stukje South Beach is Ocean Drive. Langs deze boulevard, slechts van het strand gescheiden door ‘the promenade’ vindt je de pastelkleurige hotels in art deco stijl die iedereen wel eens op televisie heeft gezien. Cavalier, The Carlyle, Leslie en Cardozo zijn een paar fraaie voorbeelden van de art deco stijl waar Miami Beach om bekend staat. Het hele stuk tussen 7th street en 14th street vormt het art deco district.

Na m’n lunch (tip: Le Sandwicherie J) vraag ik me af wat ik vanmiddag zal gaan doen. Strand, strand of strand? Het kilometers lange brede witte zandstrand ligt er aanlokkelijk bij en dus besteed ik ook vanmiddag weer twee uurtjes aan het strand. ’s Avonds besluit ik voor de verandering eens uit eten te gaan. Vijf minuten lopen vanaf m’n hotel bevindt zich de Espanola Way, dat zich graag voordoet als een ‘authentiek’ (ja ja) stukje Spanje: een klein straatje met allemaal Spaanse restaurantjes en sfeervol verlichte terrasjes. De tapas bij Tapas y Tintos zijn een aanrader.

Donderdag 25 november 2010

Het is vandaag Thanksgiving Day, een nationale feestdag in de VS. De meeste mensen zijn vandaag vrij en winkels zijn gesloten, dus downtown Miami maakt een beetje doodse indruk. Nou is downtown Miami sowieso niet zo interessant. Een paar historische gebouwen (het Dade Country Court House en het vervallen Post Office), een paar musea en culturele podia en Bayside Park, een park aan Biscayne Bay. There’s is always a Starbucks when you need one, ook op Thanksgiving Day, dus na m’n wandeling door downtown is het tijd voor koffie. Daarna rijd ik naar Little Havana. In deze wijk, ten zuiden van downtown, wonen veel Cubanen die hun land na de machtsovername door Fidel Castro in 1959 zijn ontvlucht. Miami heeft een grote Cubaanse gemeenschap en veel inwoners van Miami hebben Spaans als tweede of zelfs als eerste taal. Het hart van Little Havana is SW 8th street, die hier Calle Ocho heet. Ter hoogte van 13th avenue vindt je een aantal monumenten, waaronder een eeuwige vlam voor ter nagedachtenis aan de Cubaanse Amerikanen die hebben meegevochten bij de voor de Amerikanen dramatisch verlopen invasie in de Varkensbaai in 1961, bedoeld om Castro af te zetten.

Via de A1A (hier McArthur Causeway, in Miami hebben ze er een handje van om één weg verschillende namen te geven) die met een paar grote bruggen over Biscayne Bay voert, rijd ik terug naar Miami Beach. Vanmiddag besteed ik weer een paar uurtjes met een boek op het strand (ik heb tijdens een reis nog nooit zoveel op het strand gelegen).

Vrijdag 26 november 2010

Vanaf het terras van de Starbucks kijk ik Ocean Drive af terwijl de zwoele oceaanbries voor verkoeling zorgt. De dag na Thanksgiving Day wordt in de VS ‘black friday’ genoemd, omdat die dag dé opruiming van het jaar begint. Veel mensen hebben een lang Thanksgiving-weekend vrij en vandaag wordt massaal besteed aan shoppen. Ik slenter langs Lincoln Road, de winkelstraat van South Beach, maar de meeste mensen zijn naar de grote malls aan de randen van de stad, dus op Lincoln Road is het niet erg druk. Ik doe vandaag niet zoveel: koffie drinken, slenteren langs Ocean Drive, boekje lezen op het strand, broodje halen bij Le Sandwicherie, een ultiem relaxed dagje. Bij Presto Pizza krijg ik ’s avonds een pizza voorgeschoteld waar je met z’n tweeën ook heel goed van kan eten. Ik eindig de dag met een wandeling langs de vloedlijn, met m’n voeten in het warme water. Het klimaat is toch wel het aantrekkelijkst van Florida. In Miami komt de temperatuur zelden onder de vijftien graden. Nadeel is wel dat je tussen juni en oktober rekening moet houden met tropische stormen en dat je je af en toe schrap moet zetten voor een orkaan.

Zaterdag 27 november 2010

Ik verlaat Miami via de US 1, de federale weg die helemaal van Maine in het noorden van de VS langs de oostkust tot aan Key West loopt. Wanneer je Miami precies verlaat, is niet helemaal duidelijk, want het hele gebied tot aan de stadjes Homestead en Florida City is eigenlijk één groot stedelijk gebied (in Miami zelf wonen 400.000 mensen, in de ‘greater Miami’ in totaal 5,4 miljoen). Je bereikt Homestad na een goed uur rijden. Vanaf daar gaat de US 1 verder richting Key West. Ik neem de afslag naar links, naar de Card Sound Road richting upper Key Largo. Later zal blijken dat die weg op Key Largo weer samenkomt met de US 1, dus eigenlijk maakt het niet uit welke weg je neemt. De Card Sound Road loopt in ieder geval dwars door de mangroves. Mijn bestemming vandaag is Key Largo, de grootste van de ‘upper Keys’, waar ik John Pennekamp Coral Reef State Park zal bezoeken. Nou heeft de VS veel nationale parken en wildlife refuges, maar Pennekamp is het enige park dat zich onderwater bevindt. Het park omvat 75 vierkante mijl aan koraalrif voor de kust van Key Largo. Voor 25 dollar kan je een 2,5 uur durende boottocht maken. Een moderne catamaran brengt je een aantal kilometers de oceaan op. Het is een prachtige dag voor een boottocht over dit beschermde stukje Atlantische Oceaan. De catamaran is voorzien van glazen panelen in de bodem, zodat je door het heldere ondiepe water het koraalrif en de daar levende vissen kan bewonderen. Je kan er ook duikexcursies maken, maar voor niet-duikers zijn de glass-bottomed boats een ideale uitvinding. Het zicht op het koraal is prachtig en we zien tientallen vissen.

Nadat ik wat boodschappen heb gehaald, ga ik op zoek naar The Pelican, het motel waar ik vannacht zal logeren. Het motel blijkt te bestaan uit terrein met een aantal losse huisjes met kamers. Eén ervan is vannacht voor mij. The Pelican ligt aan het water van de Florida Bay. Palmbomen, een aanlegsteiger, bootjes in het water en de ondergaande zon. Wat een plek om de dag te eindigen!

Zondag 28 november 2010

The Florida Keys? Voor wie het niet weet: de keys is een lange rij eilandjes ten zuiden van het vaste land van Florida. Het zijn er naar men zegt ongeveer 45, waarvan de meeste met elkaar zijn verbonden door de US 1, die hier de Overseas Highway wordt genoemd. De afstand van het vaste land tot aan Key West is 113 mijl. Op het laatste eiland, Key West, ben je dichterbij Cuba (90 mijl) dan bij Miami. Ik rijd in eerste instantie tot aan Big Pine Key. Onderweg kom je door een paar kleine plaatsjes en langs veel motels, hotels, botenverhuur en winkels die visartikelen verkopen. Vissen is hier overduidelijk één van de populairste hobby’s. Over de ene brug na de andere passeer ik eilandjes met namen als Plantation Key, Indian Key, Duck Key, Grassy Key en Conch Key, totdat ik bij de grootste brug van allemaal kom: de Seven Mile Bridge (inderdaad: een zeven mijl lange brug).

Aan de andere kant van de Seven Mile Bridge ligt Big Pine Key. Daar bezoek ik vanmiddag Bahia Honda State Park, een klein park met een strandje. De Overseas Highway is gebouwd op de fundamenten van de Overseas Railway, die spoorwegmagnaat Henry Flagler tussen 1905 en 1912 aanlegde. Dankzij de spoorweg van Flagler werd Florida (tot dan toe een vrij ontoegankelijk uithoek van het land) ontsloten. In 1935 werd Florida getroffen door een allesverwoestende orkaan, die ook de Overseas Railway in puin legde. In de jaren daarna is de Overseas Railway vervangen door de Overseas Highway, die dus op de oude fundamenten werd gebouwd. Op een aantal plaatsen zijn later nieuwe, grotere bruggen gebouwd, waar de oude brug vaak nog naast ligt. In Bahia Honda State Park vind je nog een deel van de oude spoorbrug, waar de nieuwe weg letterlijk bovenop is aangelegd.

Ik zou vannacht op Big Pine Key slapen, maar in plaats daarvan besluit ik door te rijden naar Key West. Dat is nog maar 25 kilometer rijden en er is verder niets dat me op Big Pine Key houdt. En dus kom ik eind van de middag aan bij het Blue Marlin Motel in Key West, een uitstekend motel met een (zeker voor motels) fijn zwembad. Eind van de middag loop ik naar Duval street, dé straat in Key West, met alle winkeltjes, restaurants en cafés. Het terras en het eten van The Mexican Café zijn een aanrader.

Maandag 29 november 2010

De zon staat weer hoog aan de hemel en het is hier in Key West met zo’n dertig graden warmer dan de afgelopen dagen. Je merkt hier duidelijk dat je in het Caribisch gebied bent. Ik heb vandaag alle tijd om Key West te verkennen. Ik begin met koffie en ontbijt bij The Coffee & Tea House aan Duval street. Duval street is zoals gezegd dé straat van Key West. Er zitten vooral heel veel cafés, waaronder de bekende Sloppy Joe’s Bar, The Green Parrot en Tony’s Saloon. ’s Avonds is het naar men zegt één groot drinkfestijn (vooral in het hoogseizoen). Tja, van die tropische temperaturen krijg je dorst hè J. Verder veel toeristenwinkeltjes met foute t-shirts en Key West-souvenirs. Aan de zuidkant van het eiland vind je een soort grote boei dat ‘the southern most point’ van de Verenigde Staten markeert (alleen de protectoraten Guam en Puerto Rico liggen zuidelijker). Hier wil iedereen op de foto. Ondanks dat hele toeristische ziet de Old Town van Key West er leuk uit. Veel huizen stammen nog uit de koloniale tijd of zijn in die stijl gebouwd. Veel houten huizen dus, met veranda’s en luiken voor de ramen. Aan de noordkant van Duval street is Mallory Square. Dit plein bestaat eigenlijk uit twee delen: de kade waar de cruiseschepen aanmeren en het gedeelte er net voor, dat ook een soort toeristische attractie is, gericht op al die passagiers die van die cruiseschepen komen.

Ik heb al ruim een week het nieuws in Nederland niet gevolgd, maar als ik ’s middags bij het zwembad lig, hoor ik via smsjes dat het in Nederland gesneeuwd en gevroren heeft en dat er zowaar al wordt geschaatst. En dat voor eind november! Het is moeilijk voor te stellen dat het in Nederland zo winters is als je hier bij dertig graden in de zon ligt.

’s Avonds zie ik op Mallory Square de zon ondergaan, waarna ik wel aan wat eten en een drankje toe ben. In Sloppy Joe’s Bar is het gezellig druk èn er is live muziek. De gemiddelde leeftijd van de band is nog geen achttien jaar, maar hun optreden is geweldig goed. Ze spelen een aanstekelijke mix van uptempo bluegrass en rock covers. Cocktail erbij, en nog één… ik vermaak me wel.

Dinsdag 30 november 2010

Vandaag is een relaxte dag. Ik begin met een boek aan het zwembad (het is wederom prachtig weer), waarna ik naar het winkelcentrum aan de noordkant van het eiland rijd om wat boodschappen te halen. Key West is overigens het enige gedeelte van de VS dat ooit succesvol is afgescheiden. Dat was in 1982, toen de Amerikaanse douane langs de Overseas Highway een controlepost om illegale vluchtelingen tegen te gaan. Omdat ook inwoners van Key West zich moesten legitimeren, besloot het eiland zich af te scheiden. Zodoende werd de Conch Republic in het leven geroepen. Natuurlijk is Key West niet echt afgescheiden, maar de geest van de Conch Republic is nog springlevend. Het is nu een soort geuzennaam voor het eiland, dat in menig opzicht ‘anders’ is dan het vasteland van de VS.

In de loop van de middag loop ik weer richting Duval street, kijk wat rond en loop even een internetcafé in. De zonsondergang is vanavond nog beter dan gisteren. Ik mak (geheel per ongeluk) een perfecte foto, als een zeemeeuw (die natuurlijk ook niet weet wat hij doet) precies op het goede moment m’n beeld invliegt. Soms moet je een beetje geluk hebben. O ja, je kan natuurlijk niet op Key West zijn geweest zonder Key Lime Pie te hebben gegeten J.

Woensdag 1 december 2010

Ik vertrek al vroeg uit Key West voor de lange rit over de Overseas Highway, terug naar het vaste land van Florida. Onderweg haal ik even koffie; dat is toch één van die grote gemakken in de VS: bij ieder benzinestation staat verse koffie klaar en voor anderhalve dollar heb je zo’n heel grote beker, die je een plekje kan geven in de bekerhouder in de auto. Ideaal tijdens een road trip als dit. Mijn bestemming vandaag is Everglades National Park. De Everglades is groter dan het nationale park en beslaan een groot deel van zuid-Florida. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht (onder andere door mij zelf) is Everglades geen moerasgebied. Het is ondergelopen prairie (of grasland). In feite is Everglades één grote, traag voortbewegende rivier van gras, die water van het noordelijker gelegen Lake Okeechobee naar het lager gelegen zuid-Florida brengt en uiteindelijk naar de Golf van Mexico. Het gebied was ooit nog veel groter, maar werd steeds meer bedreigd door landbouw, urbanisatie en vervuiling. De afgelopen jaren is een uitgebreid programma ter bescherming en herstel van Everglades in gang gezet.

Precies om twaalf uur kom ik bij de Ernest Coe Entrance aan de oostkant van het park (er is ook een noordelijke ingang, daar ga ik morgen naartoe). Je kan hier de Anhinga Trail lopen, een pad dat je door een mooi stukje van het park brengt waar veel vogels zitten (onder andere de Anhinga, waar de route naar is vernoemd). In het water hoor je voortdurend het geplons van vissen en er zwemmen de nodige alligators rond. De indianen noemden dit gebied Pa-Hay-Okee, wat zoveel betekent als rivier van gras. Dit is ook de naam van een uitkijkpunt in het park, waar je een goed uitzicht hebt over de ondergelopen prairie. Het ziet eruit als grasland, maar je kan er niet lopen, want het is allemaal water. Morgen deel twee van Everglades National Park.

Donderdag 2 december 2010

Ik heb vannacht geslapen in Florida City, zo’n plek waar je alleen wilt slapen en daarna weer zo snel mogelijk wilt vertrekken. De US 41, ook wel Tamiami Trail genoemd, loopt langs de noordkant van Everglades National Park. Langs de weg staan vele reclames voor zogenaamde ‘airboat rides’, tochten met platte boten met een grote propeller achterop die met hoge snelheid door Everglades varen. In het nationale park mogen ze niet komen, maar ook daarbuiten zijn deze boten niet bevorderlijk voor de natuur, dus daar doe ik niet aan mee. Na een uurtje rijden kom ik bij Shark Valley, de noordelijke ingang van het park. In Shark Valley (geen zorgen: er zitten geen haaien) loopt een weg waar je als toerist in een soort trammetje kan worden rondgereden. Dat doe ik niet. In plaats daarvan huur ik een fiets om de 24 kilometer lange route door de rivier van gras te fietsen. Er is verder niemand te bekennen, dus ik fiets in alle rust door dit uitgestrekte deel van het park. Onderweg kom je veel vogels en alligators tegen. Sommige alligators liggen in het water, maar anderen liggen in het gras vlak naast de weg. Ik moet zeggen dat ik nog nooit zo dicht langs loslopende alligators gekomen ben. Ze houden er eigenlijk niet van om gestoord te worden, maar gelukkig laten ze me ongestoord voorbij fietsen J. Halverwege de route staat een uitkijktoren, vanwaar je een mooi uitzicht over de omgeving hebt.

Er staat een stevige wind en die heb ik op de terugweg pal tegen. Eenmaal terug bij het visitor’s center heb ik m’n lichaamsbeweging voor vandaag dus wel weer gehad. Ik laat Everglades National Park achter me en vervolg m’n weg langs de US 41. Ik moet nodig tanken en nou is de VS zo’n beetje bezaaid met benzinestations (soms meerdere vlak naast elkaar), maar op dit stuk van de Tamiami Trail zit er niet één. Op het moment dat ik nog benzine heb voor ongeveer achttien mijl kom ik gelukkig eindelijk een benzinestation tegen. Ik gooi de tank vol en haal meteen koffie.

Ik ga vanmiddag naar Sanibel Island. Dit eiland ligt aan de westkust van Florida, ter hoogte van Fort Myers, in de Golf van Mexico. De weg er naartoe is de 687, maar die staat niet zo goed aangegeven (of ik heb een bord gemist), dus als ik voorbij Naples ben, is het even zoeken naar de goede weg, maar via Fort Myers kom ik uiteindelijk toch op de 687, ook wel de Sanibel Causeway genoemd. Deze verbindt Sanibel Island met een grote brug met het vaste land. Sanibel is een lang, smal eiland, waar vooral welgestelde Amerikanen mooie grote huizen hebben met uitzicht over de Golf van Mexico. Het eiland heeft een paar mooie stranden die vooral bekend zijn vanwege de grote hoeveelheden schelpen die hier aanspoelen. Niet alleen kleintjes, maar ook grote. Ik bezoek een stuk strand aan de zuidkant van het eiland (waar ook een oude vuurtoren staat) en één aan de westkant van het eiland, waar de grotere schelpen te vinden zijn en waar je de zon kan zien ondergaan.

Nadat ik ben ingecheckt bij de Anchor Inn, ga ik eten bij The Lazy Flamingo, een soort kruising tussen een familierestaurant en een sportsbar.

Vrijdag 3 december 2010

M’n reis zit er bijna op. Vandaag rijd ik van Sanibel Island naar Sarasota. Ik parkeer de auto bij de jachthaven en loop Main Street door. Er zitten veel restaurantjes (noem een keuken en hij is hier vertegenwoordigd), maar verder kan ik geen enkele reden bedenken waarom je Sarasota zou moeten bezoeken. Of toch wel? Sarasota heeft een aantal mooie stranden met fijn wit poederzand en uitzicht over de Golf van Mexico. Ik besteed vanmiddag daarom nog een paar uurtjes op Lido Beach, op het gelijknamige eiland (Lido Key), zeg maar Sarasota-aan-zee. Daarna ruim ik alvast de auto en pak ik m’n tas alvast grotendeels in. Morgen terug naar Orlando.

Zaterdag 4 december 2010

Via de Interstate 75 en (vanaf Tampa) Interstate 4  rijd ik vanochtend terug naar Orlando. Ik heb nog wat tijd over en die besteed ik in Orlando Premium Outlets, een groot winkelcentrum met outlet stores. Ik slaag niet echt, maar ik ben er wel een paar uurtjes zoet. Eenmaal terug op Orlando International Airport lever ik de huurauto weer in. Ik heb ruim 1.300 kilometer gereden. Op de luchthaven blijk ik wederom alle tijd te hebben, want vanwege de sneeuw in Nederland zal mijn vlucht 2,5 later vertrekken dan gepland. Gelukkig heb ik een boek en m’n mp3-speler, dus ik kom de tijd wel door tot de lange vlucht naar huis. Zondagmiddag ben ik terug in Nederland na een leuke road trip door de Sunshine State.