Zuid-Afrika

28 april – 20 mei 2013

Zondag 28 april 2013

Terwijl Nederland zich opmaakt voor de inhuldiging van koning Willem-Alexander, vertrekken wij naar Schiphol voor een rondreis van drie weken door Zuid-Afrika. We vliegen naar Johannesburg, maar gaan gelijk door naar Pretoria. Na een dag acclimatiseren, gaan we vervolgens onder andere naar Kruger National Park, de Panoramaroute, Swaziland, Hluhluwe-Imfolozi National Park, de Drakensbergen, Addo Elephant National Park, Graaff Reinet, de Garden Route, Oudtshoorn, Stellenbosch en Kaapstad. Het belooft een mooie reis te worden. In Nederland is het voorjaar, maar voor de tijd van het jaar slecht weer; in Zuid-Afrika is het najaar, maar volgens de voorspellingen juist heel mooi weer. De vlucht van elf uur – bijna in een rechte lijn naar het zuidelijk halfrond – verloopt voorspoedig. Ik dood de tijd met de film Zero Dark Thirty en lezen in m’n reisgids. Op de luchthaven van Johannesburg worden we opgehaald door een vertegenwoordiger van de reisorganisatie en naar ons hotel gebracht. Het zal het enige contact met de reisorganisatie zijn – de rest van de reis doen we op eigen gelegenheid.

Maandag 29 april 2013

Het is prachtig weer, de lucht strakblauw en een aangename 27 graden. We hebben vandaag alle tijd om in Pretoria rond te kijken. Alles is op loopafstand van het hotel. Wel moet je af en toe goed opletten waar je bent, want het stadsbestuur is bezig om alle straatnamen die verwijzen naar het koloniale verleden of naar de tijd van de apartheid te wijzigen en straten te vernoemen naar gezichtsbepalende personen en strijders voor de rechten van zwarten. Zo is Edward Street omgedoopt in Nelson Mandela Drive en is de Beatrix Street nu de Steve Biko Street. In de Rough Guide staan nog de oude straatnamen, dus dat is soms verwarrend. Pretoria is de bestuurlijke hoofdstad van Zuid-Afrika (de wetgevende hoofdstad is Kaapstad en de juridische Bloemfontein). Het is niet echt een mooie stad; de straten in het centrum worden overheerst door winkels en kantoren in grauwe gebouwen en veel verkeer. Pretoria heeft ook weinig echte bezienswaardigheden in de categorie ‘must see’. Maar het is een prima plek om een dag te acclimatiseren. We bezoeken een paar bezienswaardigheden, zoals het Paul Kruger House, waar de voormalige president van Zuid-Afrika (van 1884 tot 1903) woonde. Tegenover dit historische pand staat een Nederlandse gereformeerde kerk. Het centrale plein van Pretoria is Church Square, een plein met een groen park in het midden, waar een standbeeld van Kruger staat. Aan de zuidkant van het plein staat de Raadsaal, het oude parlementsgebouw, en aan de overkant daarvan bevindt zich het Paleis van Justitie, waar Nelson Mandela in 1964 tot een levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld. Op de hoek van Church Square zit Café Riche, een goede (en eigenlijk ook de enige) plek om een kop koffie te drinken en een broodje te eten. Een paar blokken van Church Square staat het stadhuis van Pretoria. Op het plein voor het stadhuis staan de standbeelden van Martinus Wessel Pretorius, die de stad in 1855 stichtte, en van zijn vader Andries Pretorius, naar wie hij de stad vernoemde. Een ander historisch gebouw is het Melrose House, een huis in Victoriaanse stijl, waar het Verdrag van Vereeniging, dat een einde maakte aan de tweede Brits-Boerenoorlog, werd getekend. Melrose House ligt aan Burgers Park, net als Church Square een plek waar de inwoners van Pretoria in het gras van de zon genieten. We sluiten onze stadswandeling later vanmiddag af bij de Union Buildings, het huidige parlementsgebouw, dat niet ver van ons hotel op een heuvel is gelegen, met een parkachtige terrastuin ervoor en uitzicht over de stad. Hier werd Nelson Mandela in 1994 beëdigd als president van Zuid-Afrika. Alle bezienswaardigheden, de straatnaamwijzigingen, op deze eerste dag in Zuid-Afrika wordt je al meteen geconfronteerd met allerlei aspecten van de geschiedenis van het land; de strijd tussen de Boeren en de koloniale heersers, de periode van de apartheid. Met die geschiedenis zullen we deze reis nog vaker geconfronteerd worden.

Dinsdag 30 april 2013

We zitten al om half zeven aan het ontbijt. Erg vroeg, maar we hebben vandaag een lange rit voor de boeg en ik moet de huurauto nog ophalen. Budget zit op een klein half uurtje lopen van het hotel. Op dit tijdstip gaan veel inwoners van de stad naar hun werk. Bij de bushaltes staan onwaarschijnlijk lange rijen, ik schat zeker een man of tachtig bij één halte. Je vraagt je af hoe lang die mensen daar moeten staan voordat ze eindelijk op hun werk komen. Na het verrichten van allerlei administratieve handelingen krijg ik bij Budget een lichtblauwe Toyota Corolla mee. In Zuid-Afrika rijdt men links en zit je als bestuurder dus rechts in de auto. Dat is in het begin even opletten: vooral als je afslaat moet je wel zorgen dat je op de goede helft van de weg terecht komt. J Maar moeilijk is het niet en eigenlijk ben je na vijf minuten gewend. De bewegwijzering is goed, dus als we Pretoria uitrijden, vinden we al snel de N4, de brede tolweg die ons van de provincie Gauteng naar de provincie Mpumalanga zal brengen. Er is niet veel verkeer op de weg, dus het rijdt lekker door en we stoppen onderweg alleen voor koffie (die bekerhouders in de auto zitten er niet voor niets J) en om een broodje te eten. Vanaf het plaatsje Belfast nemen we de R37 tot aan Lijdenburg en vervolgens de R36. Allemaal prima wegen, al moet je af en toe wel uitkijken voor de potholes. Het eerste stuk na Pretoria was het landschap licht glooiend, maar naarmate we noordelijker rijden wordt het landschap bergachtiger. Rechts liggen de bergen van de Blyde River Canyon (waar we over twee dagen naartoe zullen gaan). Na 430 kilometer rijden, komen we even na twee uur aan bij de lodge waar we vanavond zullen overnachten in een zogeheten ‘rondavel’: een rond huisje met rieten dak.

We hebben even tijd om te relaxen voordat we ons om half vier bij de receptie melden voor een vier uur durende ‘game drive’ in de Manyeleti Reserve. Een game drive is een rit in een open terreinauto, waarbij je op zoek gaat naar wilde dieren. Wilde dieren zijn het meest actief de eerste uren na zonsopkomst en rond zonsondergang. Al snel komen we de eerste impala’s tegen en kort daarna zien we de eerste olifant, die langs de kant van het pas loopt te grazen. In de verte zien we heel even een witte neushoorn en even later zien we twee giraffen. Allemaal prachtige beesten en het is erg mooi om ze zo in het wild te zien. Rond de schemering zien we een groep buffels. Nadat de zon is ondergegaan, speurt ‘tracker’ Prince met een zoeklicht de omgeving af; blijkbaar schrikt dat de wilde dieren niet af. Ze zijn hier natuurlijk ook wel gewend aan menselijke bezoekers. Het is altijd afwachten of de dieren zich laten zien, er is geen enkele garantie dat je tijdens game drives ook echt dieren ziet. Maar tijdens onze rit door de wildernis hebben we veel geluk. Niet ver van de weg zien we een luipaard. Een stukje verder staat een groepje impala’s nietsvermoedend te grazen en het luipaard ligt te wachten tot het donker genoeg is om aan te vallen (en tot wij weg zijn waarschijnlijk J). Hij trekt zich niets aan van onze aanwezigheid en we kunnen hem dus vanaf nog geen tien meter bekijken. Het is een prachtig dier en het is heel bijzonder om hem zo in zijn natuurlijke omgeving te zien. Van de ‘Big Five’ (olifant, buffel, neushoorn, leeuw en luipaard) hebben we er op deze avond al meteen vier gezien. De terugweg is koud; het is een heldere avond en flink afgekoeld. In de lodge krijgen we nog een prima buffet geserveerd, in de open lucht. Daarna gaan we na een lange dag moe maar erg tevreden naar bed.

Woensdag 1 mei 2013

We staan vandaag weer vroeg op. Niet omdat we weer zoveel gaan rijden als gisteren (vandaag ‘slechts’ 150 kilometer), maar we rijden vandaag door het Kruger National Park. De maximum snelheid is daar op de onverharde wegen veertig kilometer per uur en omdat je ook wilde dieren probeert te spotten en af en toe wilt stoppen, ligt de gemiddelde snelheid niet boven de twintig kilometer per uur. Omdat we zo vroeg vertrekken, kunnen we niet in de lodge ontbijten, maar we hebben (heel attent) ontbijtpakketjes meegekregen. Om zeven uur melden we ons bij de Orpen Gate, één van de toegangspoorten tot het park. Het Krugerpark is veruit het bekendste wildpark in Zuid-Afrika. Het park bestrijkt een maar liefst 414 kilometer lang gebied langs de grens met Mozambique. Je kan dus niet in één of twee dagen het hele park zien. Handig is wel dat je gewoon met je eigen auto door het Krugerpark kan rijden. Het park is vernoemd naar voormalig president Kruger, maar dat schijnt meer te zijn gedaan omdat Kruger grote populariteit genoot dan dat hij nou zo’n dieren- of natuurliefhebber was.mIn het Krugerpark kan je veel verschillende routes rijden. Wij volgen de H7 van Orpen naar Satara, een afstand van 43 kilometer waar je ongeveer drie uur over doet. Vanaf Satara nemen we de H1-3 naar het zuiden naar Tshokwane en vanaf daar de H10 naar Lower Sabie Rest Camp, waar we zullen overnachten. Onderweg nemen we soms nog een zijweggetje of volgen we een ‘loop’. ’s Ochtends vroeg is het nog een beetje bewolkt, maar het trekt in de loop van de dag helemaal open, prachtig weer dus. We rijden in een rustig tempo, voortdurend het landschap afspeurend op zoek naar wilde dieren. Soms denk je iets te zien, rijd je langzaam een klein stukje terug, om na nog een keer goed kijken vast te stellen dat het een boomstronk was en geen leeuw. J In de loop van de dag zien we ontzettend veel wilde dieren: giraffen, olifanten, verschillende antilopesoorten (impala’s, nyala’s, springbokken, bosbokken, ik houd ze allemaal niet uit elkaar…), wildebeesten, apen, zebra’s, nijlpaarden en diverse vogels. Zoals ik gisteren al schreef: erg mooi om deze dieren in hun natuurlijke omgeving te zien. Sommige dieren staan echt vlakbij de weg, anderen zijn wat verder weg, maar daar heb je een zoomlens voor. Overigens zien we soms ook kilometers lang geen enkel dier en dan ineens een hele kudde zebra’s. De impala’s zijn erg schichtig en rennen snel weg bij onverwachte bewegingen. De olifanten gaan gewoon onverstoorbaar door met eten, de giraffen kijken geïnteresseerd terug en de zebra’s zijn vooral met elkaar bezig. De nijlpaarden liggen in het water, met hun kraaloogjes vlak boven het oppervlak, de neushoorns hebben de gewoonte precies de tegenovergestelde kant op te lopen als ze een auto zien. Het landschap wisselt een beetje, soms is het wat dichter begroeid, elders zijn open stukken grasland met hier en daar een boom en wat struiken. Het gras is overal goudgeel – het is hier immers herfst, al zou je dat niet zeggen met dit mooie weer.  Je mag onderweg onder geen beding je auto uit (een leeuw zou je als smakelijke lunch kunnen beschouwen), dus het is wel fijn dat je af en toe zogeheten ‘rest camps’ tegenkomt, waar je wel de auto uit mag en koffie kan drinken of kan lunchen. Die lunches zijn hier overigens vaak dingen in de categorie fast food, in mijn geval een broodje ‘boerenwors’ en koffie. Nadat we ’s middags bij Lower Sabie Rest Camp zijn ingecheckt rijden we nog een stukje verder ten zuiden van Lower Sabie over de H4-2, de S28 en de S137. We hopen nog leeuwen en misschien cheeta’s te zien, maar we zien vooral weer olifanten, giraffen, impala’s en nijlpaarden. Het is al donker als we weer bij het rest camp aankomen. Dat levert ons een vermaning op van de wacht bij de poort: de poort gaat namelijk om half zes dicht en je mag in het donker niet zelfstandig door het prak rijden. We kijken zo onschuldig mogelijk, zeggen sorry en gelukkig blijft het daarna bij de vermaning.

Donderdag 2 mei 2013

Je wordt hier vanzelf wakker door de geluiden van vogels. Om kwart over zeven rijden we weg uit Lower Sabie. We rijden vandaag via de H4-1 naar het noordwesten, nemen dan een stuk H1-2 naar het noordoosten, rijden dezelfde weg terug en vervolgens via de S83 naar Skukuza. Een groot deel van de route is de begroeiing behoorlijk dicht, dus het is lastig om dieren te spotten. Toch zien we er weer aardig wat: impala’s en andere antilopen natuurlijk (die lopen echt overal), apen (zowel naast als midden op de weg), nijlpaarden, roofvogels en mooi gekleurde andere vogels, ik-weet-niet-precies-wat-voor-bokken, krokodillen en een schildpadje. Rond lunchtijd zijn we bij Skukuza, waar we aan een tafeltje op het terras een tijdje relaxen en wat eten. Het is midden op de dag en dan zie je meestal de minste dieren, dus gaan we pas rond half drie weer rijden. Het laatste stuk door het Krugerpark loopt via de H11 en S1 naar het westen, waar we het park via de Phabeni Gate verlaten. Maar niet voordat we nog zebra’s zijn tegengekomen (midden op de weg), witte neushoorns hebben gezien (vlak langs de weg) en onze lichte frustratie hebben geuit over het feit dat we nog steeds geen leeuwen hebben gezien. Nadat we het Krugerpark zijn uitgereden, is het nog maar een klein stukje naar het plaatsje Hazyview. Onze lodge blijkt zestien kilometer ten zuiden daarvan te zitten, midden tussen de bananenplantages, rustig gelegen aan het eind van een twee kilometer lang pad dat van de weg een dal inloopt. Een mooie plek om te relaxen. Het echtpaar dat de lodge runt, verzorgt ’s avonds ook het eten. Zuid-Afrikaans, heerlijk, maar ook erg veel.

Vrijdag 3 mei 2013

Vandaag gaan we de Panoramaroute rijden. Dit is een ‘scenic drive’ door de noordelijke uitlopers van de Drakensbergen, waar de Blyde River zich een weg door de rotsen heeft gebaand. Van Hazyview rijden we eerst naar Graskop, eerst langs bananenplantages, daarna door uitgestrekte naaldbossen. Zo te zien worden deze bossen gebruikt voor de houtproductie, want op sommige stukken zijn de bomen gekapt en op andere stukken zijn nieuwe jonge bomen beplant. Vanaf Graskop rijden we de R532 eerst in één keer af tot aan de noordkant van de zestig kilometer lange Panoramaroute, om vervolgens op de terugweg langs de verschillende uitkijkpunten te rijden. Het is een prachtige omgeving waar je op diverse plekken van een geweldig uitzicht kan genieten (zeker met dit mooie weer: het is 28 graden en de lucht is strakblauw). Zoals bij de ‘Three Rondavels’, waar de bergen zijn afgesleten in de vorm van drie van die traditionele ronde hutjes met rieten daken. Beneden in de diepte zie je de Blyde River slingeren. Persoonlijk vind ik dit het mooiste punt op de route. Heel anders is ‘Bourke’s Luck Potholes’, waar de Blyde River en de Treur River (een leuk koppel J) bij elkaar komen en aparte vormen in de rotsen hebben uitgesleten. Dichter bij Graskop bevindt zich nog ‘God’s Window’, met uitzicht over de eindeloze dennenbossen. Aan het eind van de middag zijn we terug in onze lodge in Hazyview en is het met een flesje wijn goed toeven op de veranda voor onze kamer (waar één van de loslopende pony’s ook nog even een kijkje komt nemen).

Zaterdag 4 mei 2013

Wat opvalt als je in Zuid-Afrika onderweg bent, is dat er veel (verkeers)politie aanwezig is. Ook is het land bezaaid met flitspalen en snelheidsbeperkende maatregelen (zoals venijnige drempels). Dat moet ook wel, want Zuid-Afrika heeft één van de hoogste ongevallenpercentages in de wereld. Toch rijden Zuid-Afrikanen heel netjes. Zo gaat het langzamere verkeer half (of helemaal) op de vluchtstrook rijden als er sneller verkeer aankomt en wordt er met de lichten geseind als bedankje. Ook hebben ze hier de ‘four way stop signs’ die ik uit de Verenigde Staten ken (bij de kruising moet iedereen stoppen en wie als eerste bij de kruising aankomt, mag ook als eerste doorrijden, in Nederland zou dat nooit werken). De wegen zijn goed, al is het op sommige stukken wel oppassen voor de potholes, die funest kunnen zijn voor je banden en velgen. Op sommige stukken weg is nauwelijks verkeer, op andere stukken zorgt vrachtverkeer ervoor dat de reis wat trager gaat.

We verlaten Hazyview en rijden via de R40 en R538 naar het zuiden. Het is even zoeken naar de juiste weg, maar uiteindelijk komen we bij de N4, die we een eindje naar het oosten volgen, om vervolgens weer zuidwaarts te rijden in de richting van de grens met Swaziland. Na het zetten van de nodige stempels in onze paspoorten rijden we dit kleine koninkrijk binnen. Swaziland (één miljoen inwoners) is een voormalig Zuid-Afrikaans en Brits protectoraat dat in 1968 zelfstandig is geworden. Het land heeft geen meerpartijendemocratie en wordt traditioneel geregeerd door een koning, die altijd afkomstig is van de Dlamini-clan. De koning trouwt met meerdere vrouwen (ieder jaar in augustus kiest hij in een traditionele dansceremonie een nieuwe), die samen tientallen kinderen krijgen, waarvan er uiteindelijk één de volgende koning wordt. De lange rit gaat over de groene heuvels, met Piggs Peak als hoogste punt, langs naaldbossen en grasland. De wegen zijn hier iets smaller dan in Zuid-Afrika, maar wel goed en wat opvalt is dat er hier meer mensen langs de weg lopen. Nadat we langs de hoofdstad Mbabane zijn gereden, nemen we de MR103, de eZulwini Valley Road. Al snel komen we bij de afslag naar de Mlilwane Wildlife Sancuary, een relatief klein park, waar we de komende nacht in het rest camp zullen slapen. Dat doen we in een traditionele ‘bee-hive’, een ronde hut van hout en gras (maar wel met een moderne badkamer erachter J). De nyala’s, kudu’s en zwijnen lopen hier gewoon tussen de hutjes door. Voor ons is Swaziland slechts een tussenstop op weg naar Bayala, nog een kleine driehonderd kilometer verderop.

Zondag 5 mei 2013

Een goed ontbijt op een terras in de zon is altijd een goed begin van de dag. Over dat ontbijt: zowel hier in Swaziland als in Zuid-Afrika ontbijt men stevig: eieren (scrambled of als omelet gevuld met tomaat en champignons), bacon, worstjes en aardappels ontbreken nooit (naast broodjes, fruit en andere ‘continental beakfast’-dingen). Mlilwane Wildlife Sancuary ligt in de eZulwini Valley, waar, omringd door heuvels, zebra’s en nyala’s over het grasland lopen. We blijven niet lang in het park, maar rijden terug naar de doorgaande weg en nemen na het stadje Manzini de Grand Valley Road naar het zuiden. Dit is een erg mooie route, over de heuvels en de bergen, met prachtig uitzicht en overal kleine huisjes en traditionele ‘bee-hive’-hutjes. Rond het middaguur komen we bij de grensovergang bij Mahamba. We moeten een half uurtje in de rij staan en zijn daarna terug in Zuid-Afrika. Via de N2 rijden we de provincie KwaZulu Natal binnen. Aan het begin van de negentiende eeuw kwam hier de Zulu-cultuur op, onder leiding van Shaka Zulu, die de invloed van zijn stam tot in een groot deel van het huidige Zuid-Afrika uitbreidde. De Zulu’s werden uiteindelijk verslagen door de Boeren en later door de Britten, maar de Zulu-identiteit is nog steeds aanwezig. De huidige president van Zuid-Afrika, Jacob Zuma, is een Zulu. Onze overnachtingsplek in Bayala is prachtig gelegen: geheel verlaten aan het eind van een tien kilometer lange onverharde weg. Helaas is het water in het zwembad te koud om een duik te nemen, maar op de bedjes er omheen is het heerlijk relaxen. De informatiemap op de kamer (die ook door een gekko als zijn thuis wordt beschouwd) vermeldt dat het water uit de kraan niet geschikt is voor consumptie. Beetje jammer dat je dat pas leest nadat je al vier glazen op hebt. (Overigens geen nadelige gevolgen van ondervonden.)

Maandag 6 mei 2013

De reden dat we in Bayala zijn, is omdat we vandaag naar het Hluhluwe-Imfolozi National Park gaan. Dit wildpark is qua oppervlakte slechts 1/23 van het Krugerpark, maar minstens zo mooi en de ‘Big Five’ loopt ook hier rond. Voordat we bij het park aankomen, rijd ik bij een benzinestation met de voorspoiler tegen een stoepje aan. Daardoor raakt een stuk plastic aan de onderkant van de spoiler los en die schuurt de daaropvolgende kilometers over het wegdek. Zo kunnen we niet verder, dus bij het plaatsje Hluhluwe stoppen we bij een benzinestation. Meteen komen er twee jongens aangelopen om te helpen het probleem op te lossen. Ik stel voor om het loszittende stuk plastic eraf te snijden en laat één van de jongens in zijn tas nou een mes hebben, dat zo scherp is dat het door hard plastic snijdt alsof het boter is… (Makes you wonder, doesn’t it? J) De rest van het loszittende plastic wordt vakkundig met een tie rap vastgezet en daarna kunnen we weer verder. Superaardig dat die jongens zo spontaan komen helpen en ze krijgen dan ook een welverdiende fooi.

Het Hluhluwe-Imfolozi National Park (inmiddels al door hoe je dat uitspreekt?) bestaat uit twee delen die later tot één park zijn gemaakt. We komen het park binnen aan de noordkant, in het Hluhluwe-deel. De merendeels onverharde wegen (met de nodige kuilen en gaten) slingeren zich over de heuvels. Het gras staat hier nog vrij hoog, dus het is niet overal eenvoudig om dieren te spotten. Toch komen we er in de loop van de dag genoeg tegen: olifanten, zebra’s, bavianen, impala’s, diverse vogels, zwijnen en neushoorns. We zien zelfs vrij zeldzame zwarte neushoorns. Het hoogtepunt is de zwarte neushoorn met baby, die vlak bij de weg, op een paar meter afstand van de auto loopt te grazen. Heel indrukwekkend. Overigens zegt het onderscheid tussen witte en zwarte neushoorns niets over hun kleur: ze zijn allebei grijs. Zwarte neushoorns hebben echter een ronde snuit, witte een brede die een beetje op een stofzuiger lijkt (die brede bek werd ook wel ‘wijd’ genoemd en in het Engels klinkt dat als ‘white’, vandaar witte neushoorn). Helaas weer geen leeuw vandaag. J Los van de dieren is Hluhluwe-Imfolozi sowieso een prachtig park, met een landschap dat zeker niet onderdoet voor het veel bekendere Krugerpark. We brengen er de hele dag door. Aan het eind van de dag ben ik dan ook bekaf. Ongemerkt ben je toch tien uur achter elkaar aan het rijden geweest.

Dinsdag 7 mei 2013

Onze huurauto heeft wat te lijden… Zaten we gisteren nog met het losse stuk plastic, vandaag vertelt de dame van de lodge bij het ontbijt dat onze linker voorband lek is. We gaan kijken en inderdaad: zo plat als het maar kan. Ook hier blijkt men uiterst behulpzaam: een man van de lodge komt helpen om het wiel te verwisselen. In een kwartiertje zit het reservewiel onder de auto en kunnen we weer op weg. Vandaag staat de langste rit van deze reis op het programma: van Bayala naar Bergville, bijna vijfhonderd kilometer verderop. Het eerste stuk rijdt lekker door, over de N2 naar Kwadukuza, met de radio aan een coffee-to-go in de bekerhouder. J Vervolgens nemen we de R74 richting Greytown, een mooie route over de heuvels van KwaZulu Natal. Het is hier groener dan in het noordoosten van het land. Ergens tussen Greytown en Mooirivier, langs de R622, stoppen we ergens om een broodje te eten en na Mooirivier gaan we verder via de N3 tot aan de afslag Bergville. Onze lodge ligt net buiten het dorpje, prachtig gelegen met uitzicht op de Drakensbergen. Het is ruim dertig graden en gaan na deze lange rit even welverdiend relaxen bij het zwembad en daarna op de veranda bij onze kamer met het bovengenoemde uitzicht, een flesje wijn en het gezelschap van een grijs gestreepte kat. Jammer dat het al om een uur of zes donker wordt en te fris om nog langer buiten te zitten, maar toch, je hoort mij niet klagen.

Woensdag 8 mei 2013

In het binnenland van KwaZulu Natal, en doorlopend tot in het zelfstandige staatje Lesotho, bevinden zich de Drakensbergen. Een groot deel van deze bergketen is een nationaal park: het Ukhahlamba Drakensberg National Park, dat op de Unesco Wereld Erfgoedlijst staat. Wij zitten bij het noordelijke deel van de Drakensbergen. Dit deel, het Royal Natal National Park, op zo’n 45 kilometer van Bergville, schijnt het mooiste stukje van de Drakensbergen te zijn. Na een stevig ontbijt (zo’n eerder al genoemde omelet met tomaat, kaas en champignons) zijn we klaar om in het Royal Natal National Park te gaan wandelen. We lopen eerst een makkelijk (deels verhard) pad richting watervallen. De omgeving is prachtig, je loopt door een vallei met de bergen overal om je heen. In een uur loop je naar de watervallen en terug. De tweede wandeling is een wat stevigere klim: we lopen een deel van de Tugela Gorge Walk, langs berghellingen door de kloof waar de Tugela River stroomt. Hoog boven ons uit torenen de imposante rotsen die het ‘amfitheater’ worden genoemd, omdat ze in een lichte boog lopen en vrijwel loodrecht duizend meter de lucht in steken, met de Mont-aux-sources als hoogste berg. We lopen ruim anderhalf uur, deels in de zon (het is wederom schitterend weer), deels tussen de begroeiing. Het water van de Tugela River staat laag, het is meer een kabbelend beekje, maar het uitzicht over de bergen en de vallei is prachtig. Het was een eindje (om)rijden, maar zeker de moeite waard.

Donderdag 9 mei 2013

In de negentiende en het begin van de twintigste eeuw was het gebied dat nu Zuid-Afrika is, het toneel van een drietal oorlogen. Eerst tussen de Boeren en de Zulu’s, toen tussen de Britten en de Zulu’s en vervolgens tussen de Britten en de Boeren. De Britten waren er op uit om de toenmalige South African Republic en de Orange Free State te veroveren. De bloedigste veldslag vond plaats bij Spioenkop. Het machtige Britse leger leed er de grootste verliezen uit zijn geschiedenis, nota bene tegen een klein, slecht georganiseerd vrijwilligersleger van Boeren. Op de heuvel waar de veldslag plaatsvond, liggen de massagraven van de gesneuvelde Britse soldaten en staan monumenten voor de gevallenen aan beide zijden. Eén van de “worst sieges in British history” was het beleg van het nabijgelegen stadje Ladysmith. De boeren hielden hier 118 dagen stand tegen de pogingen van de Britten om de stad te veroveren. Het kleine Ladysmith Siege Museum vertelt het verhaal van het beleg met onder andere foto’s die tijdens de oorlog zijn gemaakt. Na Ladysmith rijden we via de N3 naar Durban. Hier vertrekt eind van de middag onze vlucht naar Port Elisabeth. We leveren de auto in – we hebben in anderhalve week al drieduizend kilometer gereden. In Port Elisabeth begint het tweede deel van onze reis. En halen we een verse huurauto op.

Vrijdag 10 mei 2013

Het regent in Port Elisabeth, dat is even wennen na anderhalve week zon en 25-30 graden. Nou is er in deze industrie- en havenstad niets interessants te zien of te doen en daarom waren we toch al van plan om de stad vanochtend al meteen te verlaten en naar Addo Elephant National Park te rijden. Als we het binnenland inrijden, wordt het weer al snel beter, de zon breekt door, maar het blijft met vijftien graden wel aan de frisse kant. Addo is het derde en laatste wildpark dat we tijdens deze reis zullen bezoeken. We rijden weer zelf door het park en zien natuurlijk veel olifanten, maar ook zebra’s, kudu’s, roofvogels en deze keer ook jakhalzen en stokstaartjes (en familie van het stokstaartje: de yellow mongoose). Maar weer geen leeuwen helaas. Die zijn blijkbaar collectief in staking deze weken. Op een gegeven moment komen we een groepje olifanten tegen die op en langs de onverharde weg lopen te grazen. De grote olifant midden op de weg stelt onze aanwezigheid niet echt op prijs en begint intimiderend gedrag te vertonen. Ik zet de auto in z’n achteruit en rijd een meter of tien naar achteren. Daar lijkt de olifant genoegen mee te nemen. Gelukkig, want ik begon me al af te vragen hoe hard deze Toyota kan in z’n achteruit – je wilt immers geen boze olifant op je motorkap. Je wordt overal gewaarschuwd niet te dicht bij olifanten te komen, want als ze boos worden, zijn ze in staat je auto op z’n zijkant te leggen. Maar gelukkig lopen de olifanten even later tussen de struiken door en kunnen we er ongehinderd langs rijden. Het is al met al weer een mooie rit met veel wilde dieren (misschien klinkt het een beetje blasé, maar bij de zoveelste impala denk je wel: “pff, weer een impala…”).

Zaterdag 11 mei 2013

Eén van de dingen die me opvalt aan Zuid-Afrika is de Amerikaanse ‘look & feel’ van het land. Het land dat de afgelopen twee decennia in hoog tempo aan het moderniseren is, lijkt de Verenigde Staten als grote voorbeeld te hebben. Zo heeft Zuid-Afrika sinds 1994 een grondwet die begint met “Wij, het volk van Zuid-Afrika” (analoog aan het “We the people” in de Amerikaanse grondwet) en is aan die grondwet, net als in de VS, een ‘Bill of Rights’ met burgerrechten toegevoegd. Maar je ziet het ook: de snelle opkomst van grote shopping malls aan de rand van de stad, de inrichting van kleine stadjes, met benzinestations en fastfoodketens langs de hoofdweg en de lage bungalowachtige bouwstijl van de huizen daarachter, de groene bewegwijzering en de reclameborden langs de weg, de lange rechte wegen door een kaal landschap met alleen wat bergen op de achtergrond – soms heb ik het idee in de Verenigde Staten rond te rijden. Totdat ik besef dat ik links rijdt en een bord tegenkom dat naar een plaatsje als Vergelegen leidt natuurlijk.

Via een niet al te boeiende route over de N10 en R63 rijden we vanochtend van Addo naar Graaff Reinet. Er is weinig verkeer op de weg, het landschap is vrij kaal met hier en daar een dorpje. We rijden deels door kleine bergketens met namen als Suurbergen, Die Smaldeel en The Kamdeboo, waar een dikke, grijze bewolking hangt. De bewolking blijft echter rondom de bergen hangen en in Graaff Reinet, dat in een dal van die laatste bergketen ligt, is het prachtig weer. Graaff Reinet is één van de oudste stadjes van Zuid-Afrika. Het is eind achttiende eeuw gesticht door Nederlanders die vanuit de Westkaap kwamen. Het is een klein stadje, gebouwd rondom de Nederlands-gereformeerde kerk, met diverse straatjes met wit gepleisterde huisjes in Nederlands-Kaapse stijl. Alles is op loopafstand van elkaar en eigenlijk heb je niet zoveel tijd nodig om alles te bekijken (tenzij je je urenlang wilt vergapen aan het interieur van het Reinet House). Na de lunch hebben we dus nog wat tijd over om te relaxen op het kleine plaatsje bij onze lodge.

Zondag 12 mei 2013

Bij deze lodge doen ze aan room service: het ontbijt wordt op je kamer gebracht. We rijden vandaag weer naar de kust, met Knysna als bestemming. De eerste anderhalf uur gaan door de kale vlaktes van de provincie Oostkaap. Een lange, rechte weg, nauwelijks begroeiing, weinig verkeer. Eén van de grappige dingen die opvallen als je in Zuid-Afrika onderweg bent, is dat je het koloniale verleden van het land terug ziet in de plaatsnamen. Zo hebben stadjes en dorpen soms Nederlandse plaatsnamen als Arnhem, Utrecht en Dordrecht. En die plaatsen liggen dan vlakbij Abderdeen, Worcester of Somerset – een erfenis uit de Britse tijd. Ook kom je plaatsnamen tegen als Riebeeck, Rustenburg, Morgenzon en Mooirivier. Bij Uniondale rijden we op de Outeniqua Mountains af. Daar kan je ómheen (via N9 en N12), of óverheen. Wij kiezen voor die tweede optie. De R339 is een onverharde weg die via de Prince Edward Pass dwars over de Outeniqua Mountains loopt. Er zitten wat potholes in en naast bredere stukken zijn er ook een paar slechtere en smallere gedeelten (en nee, er is nergens een vangrail), maar de weg begint dan ook niet voor niets bij een gehucht dat Avontuur heet. J De route is langzamer, maar veel korter en veel mooier: diepe kloven, bossen en uitzicht over groene valleien. Na anderhalf uur zijn we de bergen over. Knysna is een middelgroot stadje dat aan een lagune ligt. Het is een prima uitvalsbasis voor een bezoek aan Tsitsikamma National Park (dat morgen op het programma staat), maar verder is het niet heel boeiend: vier shopping malls, zeven kerken en een Waterfront annex jachthaven met toeristenwinkeltjes en restaurants (waar je overigens prima vis kan eten).

Maandag 13 mei 2013

De meningen verschillen over de vraag van waar tot waar de Garden Route langs de Zuid-Afrikaanse zuidkust precies loopt. Duidelijk is wel dat het Tsitsikamma National Park het hart vormt van wat wel Zuid-Afrika’s paradijs wordt genoemd. De kuststrook is hier bedekt met uitgestrekte bossen, die doorlopen tot aan de ruige kust, waar de golven tegen de rotsen slaan. Het gebied is in de achttiende eeuw gekolonialiseerd door Nederlanders die vanuit de Westkaap kwamen. Het Tsitsikamma-deel van de Garden Route is 68 kilometer lang, onder meer de Storms River en de Groot River monden hier uit in de Indische Oceaan. Bij de Storms River kan je via een hangbrug over de monding van de rivier lopen, die via een diepe kloof in de oceaan uitmondt. Op de rotsen lopen klipdassies rond (een soort uit de kluiten gewassen marmotten). Heel anders is Nature Valley, dat onderdeel is van hetzelfde nationale park, maar dat een rustige, groene vallei is, waar een ‘scenic drive’ zich door bossen en langs rivieren en stille lagunes slingert. Er wordt vaak hoog opgegeven over de bekende Garden Route. Het is zeker een mooie omgeving, maar persoonlijk vind ik het niet heel bijzonder (de kustwegen op het Kaap schiereiland vind ik mooier, daarover later meer).

Dinsdag 14 mei 2013

We rijden nog een stuk evenwijdig aan de kust en nemen bij het plaatsje George de N12 naar het noorden. We rijden meteen weer de Outeniqua Mountains in, over de prachtige Outeniqua Pass. Eenmaal over de bergen duik je een groene vallei in en vanaf daar is het niet ver meer naar Oudtshoorn. Dit compacte Karoo-stadje staat bekend als de ‘struisvogelhoofdstad van de wereld’, vanwege de vele struisvogelboerderijen in de omgeving. Sommige verzorgen shows met struisvogels en bieden een ritje aan op de rug van een struisvogel. Dat lijkt me niet iets waar de vogels veel lol aan zullen beleven, dat soort show farms laten we dan ook links liggen. De struisvogels worden tegenwoordig vooral gefokt voor het vlees. Vroeger waren ook de veren erg in trek. Ik vind het vooral erg grappige en fotogenieke dieren. Struisvogels kunnen 2,5 meter groot worden en tot 150 kilo wegen. Ze hebben een ogenschijnlijk onhandige lichaamsbouw, met vleugels waarmee ze niet kunnen vliegen, maar het zijn wel de snelste loopvogels ter wereld en halen snelheden tot 65 kilometer per uur. Als we langs de weg stoppen bij een veld waar enkele tientallen struisvogels staan, komen ze met hun karakteristieke koppen met grote ogen enthousiast en nieuwsgierig op ons afgerend. We lopen ook even door Oudtshoorn zelf heen. De vele Nederlandse straatnamen verraden de geschiedenis van het stadje. Het Nederlands/Afrikaans op borden is soms onbedoeld grappig, zoals het bord waarop take away coffee letterlijk is vertaald als ‘wegneemkoffie’. Of het bord ‘Inligting aftrekplek’, om de lokale VVV aan te duiden. Onze B&B ligt een eindje buiten Oudtshoorn, bovenop een heuvel met prachtig uitzicht over de vallei. En we kunnen hier natuurlijk niet vertrekken voordat we struisvogelbiefstuk hebben gegeten. Voor degene die naar Oudtshoorn willen: restaurant Paljas is daarvoor een prima locatie.

Woensdag 15 mei 2013

We verlaten Oudtshoorn en leggen vandaag een grote afstand af: vierhonderd kilometer met als eindbestemming Stellenbosch. De route gaat via de ‘scenic drive’ R62, door een afwisselend landschap van bergen, kale vlaktes, kleine stadjes en – naarmate we verder naar het westen rijden – steeds meer wijngaarden. Het is duidelijk dat we de Zuid-Afrikaanse wijnregio inrijden. Via de R43 en de R45 rijden we over de Franschhoekpas. De druiven zijn al in februari/maart geplukt en vanwege de herfst kleuren de druivenranken hier en daar al geel en bruin. In de loop van de middag komen we aan in Stellenbosch, het hart van de wijnlanden. Het levendige universiteitsstadje is in de zeventiende eeuw gesticht door de Nederlandse gouverneur van Kaapstad: Simon van der Stel. Stellenbosch wordt ook wel de Eikenstad genoemd, vanwege de vele eikenbomen die langs de straten staan. De Nederlandse geschiedenis is hier overal aanwezig: in de straatnamen (de Dorpstraat is de hoofdstraat), in de witte Nederlands-Kaapse huizen, de Nederlands-gereformeerde kerk, het kruithuis van de VOC en natuurlijk ‘Oom Samie se winkel’ in de Dorpstraat. Er zitten ook veel cafétjes en restaurantjes en alles is op loopafstand van elkaar. Al met al een erg leuk stadje.

Donderdag 16 mei 2013

Aanvankelijk lijkt het weer vandaag niet helemaal mee te werken, maar het valt uiteindelijk mee. Alleen tussen de middag valt er een flinke regenbui. De meeste wolken blijven gelukkig rond de bergen hangen en dus is het zonnig als we enkele van de honderden wijnhuizen in de omgeving van Stellenbosch bezoeken. We bezoeken Neethlingshof, gevestigd in een fraai wit Nederlands-Kaaps landhuis, waar de eerste druiven al in 1692 werden geplant. Een eindje verder ligt Morgenzon, ook mooi, en iets ten zuiden van Stellenbosch ligt Uva Mira, mooi gelegen op een heuvel tussen de (verkleurende en hier en daar al kale) wijngaarden. In het voorjaar en de zomer zijn de wijngaarden zo ver je maar kan kijken groen. De herfstkleuren geven de omgeving in deze tijd van het jaar een heel ander beeld. En de architectuur van de landhuizen en de mooie omgeving maken het toch wel de moeite waard. Bij de meeste wijnhuizen kan je ook aan een wijnproeverij deelnemen, maar dat bewaren we voor vanmiddag. J Eerst rijden we terug naar Stellenbosch om te lunchen. Nadat de aangekondigde regenbui is gevallen, rijden we naar wijnhuis Vergelegen in Somerset West, veertien kilometer ten zuiden van Stellenbosch. Het wijnhuis werd in 1699 gesticht door Willem Adriaan van der Stel (de zoon van Simon), die de grond die nu de wijngaarden vormen naar verluidt illegaal verkreeg en slaven van de VOC inzette om het land te bewerken. Het hoofdgebouw van het wijnhuis is een prachtig Nederlands-Kaaps gebouw, zij het dat deze geel is in plaats van wit. Het gebouw staat tegenover een rij enorme oude eikenbomen. Vergelegen laat zich erop voorstaan kwaliteitswijnen te maken. De wijngaarden beslaan 160 hectare en liggen op de hellingen van de Helderberg. De druiven voor de rode wijnen (Cabernet, Merlot en Shiraz)  groeien op de (warmere) noordhellingen, de druiven voor de witte wijnen (Sauvignon Blanc en Chardonnay) op de (koelere) zuidhellingen. We zijn deze middag de enige gasten en krijgen dus een privérondleiding. Vergelegen wil alleen kwaliteitswijnen produceren en selecteert daarom – naar eigen zeggen – alleen de beste druiven (in tegenstelling tot de wijnhuizen die aan massaproductie doen en waar iedere druif in de wijn belandt). Alle druiven worden met de hand geplukt en geselecteerd. We bezoeken ook de moderne wijnkelder, met grote rvs-ketels waar 220 liter wijn in kan. De Sauvignon Blanc rijpt in deze rvs-ketels, maar de Chardonnay en de rode wijnen worden een verdieping lager in houten vaten bewaard. Na afloop van de rondleiding krijgen we de gelegenheid om vier Vergelegen-wijnen te proeven. Ze zijn erg lekker en wel wat anders dan de (overigens ook lekkere) wijnen die ik doorgaans in huis heb. Erg leuk om te doen.

Vrijdag 17 mei 2013

Met de zon weer hoog aan een strakblauwe hemel rijden we van Stellenbosch via de R310 naar de kust. Bij de kruising met de snelweg N2 ligt een uitgestrekte township. Kleine onderkomens van golfplaat en hout, krap op elkaar gebouwd, zonder sanitair en electriciteit, waar duizenden, zo niet tienduizenden mensen wonen. Ook dit is Zuid-Afrika. Decennia van apartheid hebben hun sporen achtergelaten en nog steeds zijn de verschillen tussen arm en rijk, tussen de mensen met en de mensen zonder kansen, erg groot. Op andere plekken hebben we ook al sloppenwijken gezien. Soms met daar vlak naast een huisvestingsproject, met nieuwe, iets grotere en in ieder geval wind- en waterdichte huisjes. Sinds de afschaffing van de apartheid wordt er door dergelijke projecten actief geprobeerd om de situatie van de allerarmsten in Zuid-Afrika te verbeteren. Maar de townships bieden niettemin nog altijd een troosteloze aanblik.

We blijven de R310 volgen langs de oostkust van het Kaap schiereiland. Langs kustplaatsjes, waar gepensioneerden golfen en joggen en jongeren komen surfen. Heb je die plaatsjes eenmaal gehad, dan volgt een prachtige kustweg met uitzicht over False Bay. We stoppen even na Simonstown, bij Boulders Beach. Hier ‘woont’ een grote kolonie Afrikaanse pinguins. Deze dieren komen normaal alleen voor op eilanden, dit is één van de slechts twee kolonies die op het vasteland leven. Via een boardwalk kan je vrij dicht bij de pinguins komen. Sommige zitten in de duinen met een nest, anderen staan op het strand bij hun donzige jongen, springen op de rotsen of zwemmen in zee. Ze zijn ontzettend grappig om te zien, je kan er naar blijven kijken.

Een groot deel van het schiereiland is onderdeel van het Table Mountain National Park. Naarmate je zuidelijker rijdt, wordt de omgeving verlatener en kaler en uiteindelijk kom je daar waar deze rit over het schiereiland om begonnen is: Kaap de Goede Hoop (of Kaap die Goeie Hoop, zoals het bord in goed Afrikaans vermeldt). Even een misverstand uit de wereld helpen: Kaap de Goede Hoop is niet het meest zuidelijke puntje van Afrika. Dat is Cape Agulhas, zo’n driehonderd kilometer naar het oosten. De indrukwekkende rots is wel de plek waar de Portugezen in de vijftiende eeuw als eerste om de zuidpunt van Afrika meenden te varen en daarmee de gedroomde doorgang naar ‘de oost’ vonden. Vandaar dat ze het Kaap de Goede Hoop noemden. Dat ze nog er nog niet waren bleek pas later (vandaar dat de baai aan de andere kant False Bay heet). Voor de kust van de Kaap zijn in de loop van de eeuwen veel schepen vergaan. Ook zijn hier vele Nederlandse schepen van de VOC langs gevaren, op weg naar Nederlands-Indië (of andersom). Vanwege het laagseizoen is het er niet druk. Het waait flink en het water van de oceaan slaat op te rotsen. Uiteraard maken we foto’s bij het bekende bord en daarna lopen we nog naar boven, de rotsen op. Toch een bijzondere plek om te staan, met aan de ene kant de Indische Oceaan en aan de andere kant de Atlantische Oceaan. Het mag dan niet het meest zuidelijke puntje van Afrika zijn, het is vooralsnog wel de meest zuidelijke plek waar ik ben geweest.

Na ons bezoek aan de Kaap rijden we via de westkant van het schiereiland weer terug naar het noorden. Vanaf het plaatsje Noordhoek loopt een prachtige kustweg met de bergen aan de ene en de oceaan aan de andere kant, met schitterend uitzicht over de Houtbaai. Chapman’s Peak Drive is maar negen kilometer lang, maar telt naar verluidt 114 bochten (ik heb ze niet geteld). Hierna is het niet ver meer naar de laatste bestemming van deze reis: Kaapstad. Hoewel we eerst aan de verkeerde kant van Signals Hill belanden, vinden we daarna snel ons hotel, dat tussen het centrum en de Tafelberg ligt. Nadat we even hebben gerelaxt, lopen we de stad in voor een wandeling door het centrum. Kaapstad is in 1652 ontstaan, toen de VOC zich hier onder leiding van Jan van Riebeeck als eerste permanent vestigde. Als eerste, dat wil zeggen dat wel eerst de oorspronkelijke bewoners, de Khoikhoi verjaagd moesten worden. De kolonie diende vooral om de schepen van de VOC die tussen Nederland en Nederlands-Indië voeren te bevoorraden. Tegen 1700 was de kolonie uitgegroeid tot een stad en kreeg het de naam Kaapstad. In de negentiende eeuw namen de Britten Kaapstad over en schaften zij de slavernij af. De stad kwam tot bloei en in 1910 werd Kaapstad de administratieve hoofdstad van het nieuwe verenigde Zuid-Afrika. Vandaag de dag heeft Kaapstad 3,5 miljoen inwoners en dat aantal zal naar verwachting groeien tot vijf á zeven miljoen. De stad is de afgelopen jaren in hoog tempo gemoderniseerd, getuige onder andere de vele hoogbouw, het nieuwe internationale congrescentrum en het voetbalstadion dat voor het wereldkampioenschap van 2010 werd gebouwd. We lopen via het stadspark Company’s Garden, in 1652 begonnen als tuin om de schepen van de VOC van verse groenten en fruit te voorzien, langs het Tuynhuis (het kantoor van de president) en de Houses of Parliament. Het centrum van Kaapstad is een moderne, drukke stad, met veel verkeer en foeilelijke hoogbouw naast oude Victoriaanse huizen. Het ene moment sta je voor het klassieke stadhuis, waar Nelson Mandela zijn eerste toespraak hield nadat hij was vrijgelaten, even later sta je bij een lelijk winkelcentrum. Gezelliger is Green Market Square (of Groentemark, zoals er op het straatnaambordje staat) met cafétjes en terrasjes. Long Street is vooral een aaneenschakeling van uitgaansgelegenheden. Eén van de positieve dingen aan Kaapstad is de keuze aan goede restaurants. Onze keuze valt op Miller’s Thumb, een goed visrestaurant, waar de alleen aan de oostkust van Zuid-Afrika voorkomende kingklip wordt geserveerd.

Zaterdag 18 mei 2013

Zelfs de inwoners van Kaapstad verbazen zich erover: het is bijna winter, maar het is 26 graden en de lucht is strakblauw. Geen ‘tafelkleed’ op de Tafelberg dus (de bewolking die het zicht op de karakteristieke berg vaak ontneemt). We staan op tijd op, want om negen uur moeten we op de boot zitten voor ons bezoek aan Robbeneiland. Het is zo’n tien minuten rijden van ons hotel naar The Waterfront, het moderne winkel- en restaurantcomplex aan de haven. Hier vertrokken vroeger de boten met gevangenen naar Zuid-Afrika’s beroemdste gevangenis – nu de boten met toeristen. Het is een kleine vijftig minuten varen (vooral omdat de oude boot niet zo snel is). Onderweg komen een paar dolfijnen langszij gezwommen (maar ze verdwijnen alweer snel). Robbeneiland, dat aan de noordkant van Kaapstad in Table Bay ligt, werd al in de zeventiende eeuw gebruikt om veroordeelden naar te verbannen. De Nederlander Jan van Riebeeck, die hier in Zuid-Afrika in zo’n beetje ieder dorp en stad een straat naar zich vernoemd weet, stuurde de eerste gevangene naar Robbeneiland, wegens de moord op een Nederlandse herder en de diefstal van zijn vee. Daarna volgden nog vele onder de VOC veroordeelde (politieke) gevangenen. Vervolgens stuurden de Engelsen er criminelen, deserteurs en later ook prostituees, leprapatiënten en gekken naartoe. Vanaf 1961 was Robbeneiland de beruchte ‘maximum security prison’. In 1964 werd Nelson Mandela tot levenslang veroordeeld en naar Robbeneiland overgebracht. De omstandigheden in de gevangenis waren zwaar. Gedetineerden mochten maar één keer in de zes maanden bezoek ontvangen en een brief versturen, ze werden gedwongen tot zware arbeid, onder meer in een zandsteengroeve, en regelmatig geslagen en geïntimideerd. Toch verbeterden de omstandigheden zich in de loop der jaren wel iets. Mede door een bezoek van het Rode Kruis kwamen er bedden en hoefden gevangenen niet meer op de grond te slapen. Ook kregen de gevangenen op een gegeven moment schoenen. De laatste politieke gevangene verliet Robbeneiland in 1991, de laatste gevangene in 1996. Bezoekers krijgen een rondrit over het eiland en bezoeken het cellencomplex. Daar kan je een blik werpen in de kleine, sobere cel waar Mandela jarenlang heeft verbleven. Op de binnenplaats voel je de brandende zon die de gevangenen moesten weerstaan tijdens de dwangarbeid en ondanks de aanwezigheid van andere toeristen voel je in de smallen gangen de benauwdheid van deze gevangenis. De ex-gevangene die ons rondleidt, vertelt over het leven in gevangenschap, maar weet ook – op theatrale wijze – een boodschap over te brengen: over de strijd van de zwarte bevolking voor gelijke rechten, de onrechtvaardigheid van het apartheidsbewind, de bijdrage die de boycot en sancties van het westen hebben geleverd en de enorme verworvenheden van het democratische Zuid-Afrika. Wij realiseren het ons niet altijd, maar de overgang van de apartheid naar het democratische Zuid-Afrika wordt hier echt als een enorme vooruitgang ervaren en veel zwarten zijn daar – ondanks de grote ongelijkheid die er nog altijd is – enorm trots op. Dat vergeving en verzoening daarna – dankzij Nelson Mandela – leidend zijn geworden, en niet wraak en vergelding, mag een wonder heten. Op weinig plekken voel je de geschiedenis van Zuid-Afrika zoals hier. Erg indrukwekkend.

Terug op het vasteland, lopen we een tijdje rond aan het Waterfront. Dit was al de haven van de eerste Kaapkolonie en in 1990 is het gebied geheel gemoderniseerd. Het is gezellig druk op de terrassen en in de winkelcentra. Met een wijntje en tapas genieten we op één van de terrassen vanmiddag van het goede leven.

Zondag 19 mei 2013

Onze laatste dag in Zuid-Afrika. Wie dat wil kan voor achttien euro met een kabelbaan de Tafelberg op om van het uitzicht te genieten. Wij zien daar vanaf en doen vandaag rustig aan. We lopen een tijdje rond door Victoria Wharf, een groot winkelcentrum bij het Waterfront, drinken iced coffee op een terras, lopen langs de Beach Road naar het Green Point Lighthouse en eten nog één keer vis bij Wang Thai, een goed restaurant met uitzicht op de haven. In de loop van de middag rijden we naar de Cape Town International Airport. Het enige benzinestation dat we nog tegenkomen, zit aan de verkeerde kant van de weg, maar na een illegale u-bocht en een klein stukje in de verkeerde rijrichting rijden, kunnen we alsnog de tank laten volgooien. Tijdens het tweede deel van de reis hebben we bijna tweeduizend kilometer gereden (vijfduizend in totaal deze reis). Nadat we de auto hebben ingeleverd begint het lange wachten in de ongezellige luchthaven en tijdens de elf uur durende vlucht terug naar Nederland. Maar dat is het waard. Het was een mooie reis. De wilde dieren in de nationale parken hebben denk ik de meeste indruk gemaakt, Kaap de Goede Hoop en Robbeneiland waren ook erg de moeite waard. Het is ook een afwisselende reis geweest: steden (Pretoria en Kaapstad), bergen (onder andere de Panoramaroute en de Drakensbergen), kust (Garden Route en het Kaap schiereiland) en dus heel veel wilde dieren. In een land dat goed te bereizen is en waar je door het overal aanwezige Nederlands (sorry: Afrikaans) weliswaar ver van huis bent, maar toch ook weer niet.