20 – 22 juni 2015

“Kde se pivo vaří. Tam se dobře daří.” (Waar bier wordt gebrouwen is het leven goed.  – Tsjechisch gezegde)

Nové Městó

Na een héél vroege start land ik om kwart over acht (’s ochtends wel te verstaan) op Václav Havel International Airport, de luchthaven van de Tsjechische hoofdstad Praag (of Praha in het Tsjechisch). Dat is vijf kwartier nadat we van Schiphol zijn opgestegen. Hoewel de Tsjechische Republiek, in 1993 ontstaan na het uiteenvallen van de federale republiek Tsjechoslowakije,  in 2004 tot de Europese Unie is toegetreden, maakt het land geen deel uit van de Eurozone. Dus nadat ik ben geland, haal ik eerst Tsjechische kronen en daarna ga ik met de bus en de metro de stad in.

Praag heeft een lange en bewogen geschiedenis, die in de negende eeuw begint met de bouw van Pražsky Hrad, oftewel het kasteel van Praag. In de zestiende eeuw kwam het gebied dat nu Tsjechië is onder het Habsburgse Rijk te vallen en in 1583 werd Praag daar de hoofdstad van, in plaats van Wenen. Ik heb drie dagen om deze oude stad te verkennen en ik begin in Nové Městó, wat ‘nieuwe stad’ betekent. Maar dan wel nieuw in vergelijking met Staré Městó (oude stad), want Nové Městó dateert uit de veertiende eeuw. De bouw ervan begon in 1348, maar de meeste huidige gebouwen dateren uit de negentiende en het begin van de twintigste eeuw.

Nadat ik bij Globe Bookstore and Café koffie heb gedronken, loop ik de Resslove straat uit, waar ik een eerste blik werp op de Vltava, de rivier die dwars door Praag loopt. Praag is bekend om zijn oude architectuur, maar hier op de hoek bij de rivier staat juist een opvallend modern gebouw: het in 1996 gebouwde ‘Dancing Building’. Ik wandel langs de boulevard, eerst Rašínovo Nábřeží en daarna Masarikovo Nábřeží geheten, met zijn statige gevels die uit het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw dateren. Als je bij de Legii Most (Legioensbrug) komt, zie je verderop de Karlovo Most (Karelsbrug) liggen, en op de andere oever van de rivier Pražsky Hrad, waar de spitse torens van de St. Vitus kathedraal bovenuit steken.

Op de hoek van Masarikovo Nábřeží en Národni Třída staat het uit 1881 daterende nationale theater van Praag. Via de winkelstraat Národni Třída kom ik aan het noordelijke eind van Václavské Námeští. Hoewel námeští ‘plein’ betekent, is het meer een lange, brede boulevard. Hier hebben veel historische gebeurtenissen plaatsgevonden, in 1918 werd hier het uitroepen van de Tsjechoslowaakse republiek gevierd en in 1989 de val van het communisme. Nadat de politie hardhandig een studentenprotest had neergeslagen, verklaarden Alexander Dubček en Václav Havel hier op 17 november 1989 dat er een eind was gekomen aan het communistische regime van Tsjechoslowakije. Een maand later werd de voormalige dissident Havel president.

Langs Václavské Námeští, vernoemd naar hertog Václav van Bohemië (die in de tiende eeuw leefde), staan prachtige gebouwen, zoals Hotel Evropa met zijn opvallende gele gevel, en het met muurschilderingen gedecoreerde Whiel House. Aan het eind van de boulevard staat een groot beeld van Václav te paard en daarachter bevindt zich het eind negentiende eeuw gebouwde Nationaal Museum van Tsjechië (dat helaas al enige tijd gesloten is voor renovatie). Voor dit gebouw zette Jan Palach in 1968 zichzelf in brand uit protest tegen het binnenvallen van de Sovjettroepen. In Lucerna Palace, één van de winkelgalerijen langs Václavské Námeští, kom ik één van de vreemdste kunstwerken tegen die ik ken: een groot, hangend beeld van Václav te paard, maar het paard is dood en hangt op zijn kop, zodat Václav op zijn buik zit. Curieus…

Na de lunch loop ik naar Hlavní Nádraží, het centraal station van Praag. De oude centrale hal in art nouveau-stijl is erg fraai. Daarna loop ik terug via Karlovo Námeští (Karelsplein), over de Jiráskuv Most naar de andere kant van de Vltava, waar mijn hotel is. Nadat ik heb gedoucht en omgekleed, ga ik bij de Kolkovna Olympia bar-restaurant aan een bartafeltje bij de open deuren zitten. Kolkovna is een leuke bar, waar voornamelijk locals komen. Vanavond leven ze mee met het Tsjechische voetbalelftal onder 21 jaar, dat tegen Servië speelt (en wint). Ik bestel een typisch Tsjechische maaltijd en een Master, een èrg lekker, koperkleurig Tsjechisch bier. Na zdraví, oftewel: proost!

Malá Strana

De volgende ochtend sta ik vroeg op om de Karlovo Most, oftewel de Karelsbrug te bekijken. Overdag is de 500 meter lange brug net zo druk als de Kalverstraat op zaterdagmiddag, maar ’s ochtends vroeg is het er nog stil en kan je in alle rust van de fraaie brug genieten. De Tsjechische koning Karel IV gaf in 1357 opdracht tot de bouw van de brug. In 1390 was de brug klaar en tot in de negentiende eeuw hette de burg simpelweg ‘stenen brug’. Aan beide kante wordt het begin van de brug gemarkeerd met poorten en langs de brug staan beelden van allerlei heiligen. Nadat ik de brug heb bewonderd, ga ik terug naar het hotel om te ontbijten.

Na het ontbijt loop ik langs de memorial voor de slachtoffers van het communisme, een kunstwerk dat bestaat uit menselijke beelden die in verschillende staat van ontbinding verkeren. Vervolgens loop ik naar Malostranske Námeští, het centrale plein van de wijk Hradčany, ten noorden van Malá Strana, dat in tweeën wordt gedeeld door de St. Nicholas kerk. Ondanks dat er in Praag diverse grote kerken te vinden zijn, zijn de Tsjechen allesbehalve een religieus volk. In tegenstelling tot bijvoorbeeld in Polen, waar 90% van de bevolking katholiek is, is in Tsjechië maar 20% van de bevolking religieus. De overgrote meerderheid is atheïst of agnost.

Via de Nerudova straat kom ik bij Pražsky Hrad, het kasteel waar vroeger de Tsjechische koningen zetelden. De eerste vesting werd hier al in de negende eeuw gebouwd en latere koningen hebben het kasteel in de loop van de eeuwen verbouwd en uitgebreid. Pražsky Hrad  is het grootste antieke kasteel ter wereld en beslaat ruim zeven hectare. Je betreedt het door een vestingmuur omgeven complex door de hoofdpoort, met grote standbeelden van vechtende titanen aan weerszijden. Het complex heeft meerdere binnenplaatsen, die worden omringd door statige gebouwen en paleizen en met poorten met elkaar verbonden zijn. Zodra je bij de derde binnenplaats komt, loop je tegen de immense gevel van de St. Vitus kathedraal aan, die vooral zo indrukwekkend is omdat je er na de poort meteen vlak voor staat. De bouw van de kathedraal begon in 1344 en werd pas in 1929 afgerond. Vanaf het Pražsky Hrad heb je een mooi uitzicht over de stad.

Van het kasteel loop ik naar de Valdštejnská Zahrada (Wallenstein tuinen), een serie in de zeventiende eeuw aangelegde tuinen rond een paleis waar nu de Tsjechische senaat is gevestigd. De tuinen met bronzen beelden van Griekse goden, is een oase van rust in de stad. Detail: de beelden zijn kopieën; de Zweden hebben de originelen in 1648 gestolen en deze staan nu in Stockholm. Terug bij Malostranske Námeští ga ik op een terras zitten om te lunchen. Weer een Tsjechisch gerecht, deze keer met een Erdinger weissbier. Na de lunch wandel ik over het schiereilandje Kampa, een klein wijkje rond een pleintje, waar vandaag allemaal eetstalletjes staan. Op Kampa bevindt zich ook de John Lennon Wall, een muur waar ten tijde van het communisme behalve een beeltenis van de in 1980 vermoorde Lennon stond, maar ook allerlei politieke graffiti. Ondanks dat de autoriteiten deze steeds verwijderden (zowel westerse popmuziek als politieke propaganda waren immers verboden), kwamen ze steeds terug. Van de oorspronkelijke afbeeldingen en teksten is weinig over, nu wordt de muur vooral gesierd door teksten die door toeristen zijn aangebracht.

Ik slenter nog wat langs de rivier door Na Kampě ( Kampa park), en door de straatjes van Malá Strana, een sfeervolle wijk met keienstraatjes, statige huizen, parkjes en restaurants en cafés. Midden in de Vltava rivier ligt Strélecký Ostrov, een eiland dat vrijwel geheel uit park bestaat en waar de inwoners van Praag in het gras en langs het water van een relaxte zondagmiddag genieten, terwijl op een podium een bandje staat te spelen en een tentje bier en snacks verkoopt. Nadat ik een tijdje in het park heb gerelaxt, loop ik naar Kolkovna Olympia (nu al mijn stamkroeg J), waar ik deze keer buiten ga zitten.

Staré Městó

Mijn laatste dag in Praag begin ik weer bij de Karelsbrug. De toren aan de kant van Staré Městó markeert zowel het begin van de Karelsbrug als de entree tot de oude stad. Bovenin de toren heb je een prachtig uitzicht over Staré Městó, Nové Městó, de Vltava en Malá Strana aan de overkant. Vlakbij de brug staat het Klementium, een door Jezuïeten gebouwd complex van gebouwen uit de zeventiende en begin achttiende eeuw, met onder andere een uit 1720 stammende astronomische toren. In het Klementium is tegenwoordig de Nationale Bibliotheek gevestigd. Het centrale plein van Staré Město, en één van de drukste plekken in Praag, is Staroměstské Náměstí, met het uit 1338 daterende oude stadshuis. Dé bezienswaardigheid hier is de astronomische klok uit de vijftiende eeuw. Ieder uur klinkt er een belletje en paraderen de twaalf apostelen langs twee raampjes boven de klok, terwijl zich op het plein een massa toeristen heeft verzameld. Aan de kant van het oude stadhuis is Staroměstské Náměstí een parkje met bomen, de rest van het plein is de locatie voor festivals en demonstraties, omgeven door fraaie gebouwen en een groot standbeeld van Jan Hus.

Via de oude straatjes van Staré Městó loop ik naar vijftiende eeuwse  Prašná Brána (de Kruittoren) en langs het Obecní Dum (het concertgebouw), een rijk gedecoreerd art nouveau-gebouw uit het begin van de twintigste eeuw. In de oudheid volgden Tsjechische koningen de Královska Cesta (de Koninklijke Route), vanaf de Kruittoren via Staroměstské Náměstí over de Karelsbrug naar het kasteel, om daar gekroond te worden. Na al deze bezienswaardigheden loop ik een stukje noordwaarts om te gaan eten bij restaurant Lokál. Aansluitend ga ik naar het Prague Beer Museum, wat geen museum is, maar een – ook bij inwoners van Praag populaire – bar waar ze dertig verschillende Tsjechische bieren op de tap hebben. De Tsjechen drinken meer bier per hoofd van de bevolking dan welk ander volk dan ook. En dat doen ze vermoedelijk al sinds in het Tsjechische stadje Plzěn in 1842 het pils werd uitgevonden. Het meest gedronken bier (pivo in het Tsjechisch) is světlé (licht bier), maar je kan ook tmavé (donker bier) krijgen en Tsjechen bestellen soms ook een half-om-half. Achter het bier wordt hier niet het alcoholpercentage vermeld, maar een aanduiding in °, bijvoorbeeld 10° (desítka) of 12° (jedenáctka), waarbij de eerste lichter en zoeter is en de tweede voller en bitterder.

Hoe kan je een citytrip in Praag nou beter afsluiten dan met een bierproeverij in dit café? J Je kiest vijf soorten bier uit die geserveerd worden in kleine glazen (niet de grote glazen van 400 of 500 ml die hier standaard zijn. Ik proef de Konrad, Kášter, Kvasar, Merlin en Lucky Bastard. Erg leuk, en lekker. Het is een mooi slot van een zeer geslaagde citytrip. Praag is een geweldige stad, met veel mooie gebouwen, een relaxte sfeer (ondanks de vele toeristen), talloze restaurantjes en lekker bier. Wat mij betreft verdient Praag een plekje in het rijtje Parijs, Rome, Londen, Berlijn.