4 – 6 december 2015

Het is vrijdagmiddag, even na één uur als we op weg gaan naar Brugge, de oude hanzestad bij onze zuiderburen in Vlaanderen. Ondanks het feit dat het vrijdagmiddag is, hebben we geen last van files en om ongeveer vier uur komen we aan op onze bestemming. We brengen onze bagage naar het hostel waar we de komende twee nachten zullen slapen en stallen de auto in de parkeergarage bij het station.

Het begint al te schemeren als we de stad in lopen. De middeleeuwse binnenstad van Brugge is prachtig bewaard gebleven en het hele centrum van Brugge staat sinds 2000 op de werelderfgoedlijst van Unesco. Vanaf de Begijnvest lopen we langs de Poertoren (onderdeel van de oude stadsvesting en gebruikt als opslagplaats voor kruit) naar het Minnewater, waar vroeger de schepen aanlegden die handelswaar vervoerden tussen Brugge en Gent.

Op onze eerste wandeling door de stad lopen we langs de Rozenhoedkaai en de Vismarkt en het Stadhuis naar de Burg en de Markt. Morgen zullen we hier nog terugkomen, maar het is ook erg de moeite waard om hier tijdens de schemering te gaan kijken. De straatverlichting is aangegaan en de oude gebouwen worden prachtig uitgelicht.

We zijn zo langzamerhand wel toe aan een biertje en daarvoor gaan we naar l’Estaminet, een bruin eetcafé aan het Koningin Astridpark. In dit typisch Vlaamse café drinken we het lokale bier: Brugse Zot en bestellen we later op de avond wat te eten. Wanneer we terug zijn in ons hostel, drinken we ook daar nog een biertje, voordat we even na middernacht ons bed opzoeken.

De volgende dag gaan we de stad pas echt goed verkennen. Te voet, want de binnenstad van Brugge is compact en dus prima lopend te bezichtigen. We starten in het oostelijk deel van de Brugse binnenstad, die bestaat uit volksbuurten met kleine arbeidershuisjes gelegen aan oude kasseienstraatjes. Hier zit ook café Vlissinghe. Dit is het oudste café van Brugge: sinds 1515!

Het binnenste, en oudste, deel van het centrum is omringd door grachten, reien genoemd. Deze verbonden Brugge met andere steden en met de Noordzee. We wandelen langs de Gouden Handrei en de Augustijnenrei, waar je langs tal van fraaie oude gevels komt. Dit is het Hanzekwartier, ooit het commerciële hart van Brugge. Als je goed zoekt, vind je hier ook nog twee heel oude houten huizen.

Aan het eind van de Spiegelrei ligt het Jan van Eykplein, met uiteraard een groot standbeeld van de schilder Jan van Eyk. Hier meerden schepen aan waarmee Brugge internationaal handel dreef. In het uit 1477 stammende Oude Tolhuis werden in die tijd de tolrekeningen geïnd. Een ander mooi gebouw is de oude Poortersloge, waar vooraanstaande zakenlieden bijeenkwamen om handel te drijven.

Op het nabijgelegen Sint Jansplein drinken we koffie en daarna nemen we een kijkje onder het Crown Palace hotel. Op de plek waar nu dit hotel staat, stond vroeger de Sint Donaaskathedraal. Deze werd in 1799 verwoest, maar de fundamenten liggen er nog. Het nieuwe gebouw is er als het ware overheen gebouwd en de fundamenten van de oude kathedraal maken nu deel uit van de congresruimtes onder het hotel.

Op onze rondwandeling door Brugge belanden we vervolgens (weer) op de Burg, één van de twee centrale pleinen in de stad. De Burg is de plek waar in de negende eeuw een vesting werd gebouwd, die in de tijd daarna uitgroeide tot wat nu de stad Brugge is. De zuidkant van het plein wordt gedomineerd door de gevel van het uit 1376 daterende stadhuis van Brugge. De gevel is rijk versierd. Links van het stadhuis staat de Brugse Vrije, een achttiende-eeuws gebouw met een met goud versierde gevel, dat tot begin jaren tachtig van de vorige eeuw fungeerde als gerechtshof.

Achter het stadhuis bevindt zich de Vismarkt en daar om de hoek de Rozenhoedkaai, misschien wel de meest gefotografeerde plek van Brugge. Via de Breidelstraat lopen we naar de Markt. Op dit grote plein, dat wordt omgeven door zeventiende-eeuwse gildenhuizen, vind je in deze tijd van het jaar een ijsbaan en kerstmarkt. De oostkant van het plein wordt gemarkeerd door de fraaie gevel van het Provinciaal Hof, aan de zuidkant van de Markt staat het Belfort, met zijn 83 meter hoge klokkentoren. Deze kan je beklimmen voor weids uitzicht over de stad. Aan de voet van het Belfort staan twee groene frietkotten. Deze staan er al sinds 1897.

Na de lunch lopen we langs het water van de Dijver richting het Arentshof. Dit is ongetwijfeld één van de meest pittoreske plekjes van Brugge. Langs de smallen reien staan hier eeuwenoude huisjes, met daarachter de grote Onze Lieve Vrouwekerk. Het geheel bij de omgeving passende Bonifaciusbruggetje ziet er oud uit, maar is pas in het begin van de twintigste eeuw gebouwd.

Aan de andere kant van de kerk bevind je je midden in de drukte van de toeristen die zich door de Mariastraat en Katelijnestraat begeven. Dat is misschien het enige nadeel aan Brugge: er zijn ontzettend veel toeristen. Daarmee in sterk contrast staat de stilte op het nabijgelegen Begijnhof. Dit hof werd in 1245 gesticht en bestaat uit huisjes met witgeschilderde gevels rondom een grote binnentuin.

Iets verderop, aan het Walplein, zit Brouwerij De Halve Maan, de enige nog actieve stadsbrouwerij van Brugge. In deze brouwerij, begonnen als Brouwerij Henri Maes en al eeuwen eigendom van dezelfde familie, worden onder meer Brugse Zot en Straffe Hendrik gebrouwen. Twee biertjes die we na de rondleiding natuurlijk ook willen drinken.

Nadat we nog een rondje hebben gelopen, gaan we eten bij Het Gulden Vlies, een klein restaurantje waar we Vlaamse stoofschotel bestellen. Terug in het hostel doen we nog een drankje en duiken daarna, moe van het lopen en alle indrukken, ons bed in.

Nadat we de volgende ochtend hebben ontbeten, brengen we eerst onze bagage naar de auto. We lopen om de binnenstad heen, langs het Kanaal van Gent naar Oostende, dat de oostelijke grens van de Brugse binnenstad vormt. De veste, de in de dertiende eeuw aangelegde omwalling van de stad, vormt hier een langgerekt park langs het water. Hier vind je ook de Kruispoort en de Gentpoort, twee van de vier overgebleven middeleeuwse stadspoorten.

Nadat we een stukje door de kleine straatjes van het westelijk deel van de binnenstad hebben gelopen en koffie hebben gedronken, bezoeken we het Groeninge museum. Dit museum is geheel gewijd aan Belgische schilderkunst. Even een uurtje cultureel doen.

Na de lunch lopen we nog even langs De Halve Maan om inkopen te doen en daarna gaan we weer op weg naar huis. Waar we kunnen terugkijken op een zeer geslaagde citytrip in een prachtige oude stad, waar je je, ondanks het feit dat Brugge maar 2,5 uur rijden is, toch even helemaal weg voelt.