15 – 21 juni 2018

Polen

Polen is misschien niet het eerste land waar je aan denkt als reisbestemming. Maar een week in de hoofdstad Warschau en de tweede stad van het land Krakau heeft bevestigd wat ik al dacht: Polen is zeer de moeite waard om te bezoeken. Zowel Warschau als Krakau zijn verrassend mooie steden.

Dat Polen misschien niet hoog op je lijstje staat, heeft waarschijnlijk te maken met de geschiedenis. Het land heeft hevig geleden onder de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog lag Polen in puin en was twintig procent van de bevolking omgekomen. Tot overmaat van ramp werd het land tijdens de Yalta-conferentie ook nog eens aan de Russische invloedsfeer toebedeeld en belandde het aan de andere kant van het ‘ijzeren gordijn’. Ruim veertig jaar communisme had vooral stagnatie tot gevolg. Maar sinds de val van de muur in 1989 en de ondergang van het communisme, heeft Polen zich razendsnel tot een modern land ontwikkeld. Het land schakelde in één keer over van een centraal geleide economie naar een vrije markteconomie en sindsdien is de levensstandaard van de gemiddelde Pool verdubbeld. Wel is er een groot verschil tussen de steden (modern, gemiddeld hoger opgeleid en kosmopolitisch) en het platteland (armer en conservatiever). Wie Warschau en Krakau bezoekt, maakt dus vooral kennis met het moderne Polen.

Warschau

De Poolse hoofdstad Warschau is vanaf Schiphol maar een uur en veertig minuten vliegen en vanaf de Frédéric Chopin-luchthaven ben je met de trein in twintig minuten in het centrum van de stad. Daar kom je aan op Warzawa Centralna (het centraal station), dat nog uit de Sovjet-tijd stamt, wat je vooral aan de buitenkant goed kan zien, maar van binnen helemaal is gemoderniseerd. Als je het station uitloopt, loop je tegen een modern winkelcentrum aan, met daarachter hoge glazen kantoortorens.

Dit contrast tussen oude Sovjet-architectuur en moderne, 21e eeuwse gebouwen en straten vind je in Warschau overal. Zo is de Ulica Jerozolimskie een drukke doorgaande weg met grijze woonkolossen in ‘oostblok-stijl’ en zonder groen, terwijl om de hoek de Nowy Swiat ligt, een moderne en sfeervolle winkelstraat, met fraaie gestucte gevels, restaurants en terrassen. Dit is indirect het gevolg van de Tweede Wereldoorlog: Warschau werd toen vrijwel volledig verwoest. Na de oorlog werd de stad herbouwd, waarbij veel gebouwen in het centrum geheel in oude stijl werden herbouwd. Vandaar de vele negentiende-eeuwse gevels in de Nowy Swiat. Op andere plekken verschenen nieuwe gebouwen, met de in de Sovjet-tijd gebruikelijke architectuur.

Bijvoorbeeld het niet te missen Palac Kultury i Nauki (paleis van cultuur en wetenschap), tegenover Warzawa Centralna. Het contrast met het moderne winkelcentrum kan haast niet groter. Het complex, waarin onder meer een congrescentrum, een theater, musea en een bioscoop zijn gevestigd, is in 1955 gebouwd en was destijds een cadeautje van Sovjet-leider Stalin. Dat is ook precies de reden waarom de inwoners van Warschau niet onverdeeld positief zijn over het imposante gebouw. De architectuur is typisch communistisch, inclusief metershoge beelden van heldhaftige arbeiders, waarvan er één het werk van Marx, Engels en Lenin in zijn handen heeft. De toren van het complex is met 231 meter nog altijd het hoogste gebouw van Polen.

Via de Nowy Swiat en de Ulica Krakowskie Przedmieście kom ik langs een plein waar een beeld van Mikolaj Kopernik staat, bij ons beter bekend als Copernicus, de Pool die aantoonde dat de aarde om de zon draait (en niet andersom). Vervolgens loop ik naar de Ogród Saksi (Saksische tuinen). Dit park is in de achttiende eeuw aangelegd naar voorbeeld van de tuinen van Versailles. Net als in Versailles hoorde ook dit park bij een paleis, maar dat is in de Tweede Wereldoorlog verwoest en nooit herbouwd.

Aan de Ulica Krakowskie Przedmieście bevindt zich ook het Palac Radziwittów, tegenwoordig ook wel het Palac Prezydencki (presidentieel paleis) genoemd. Dit is de officiële residentie van de Poolse president. Maar in 1955 werd hier het verdrag getekend waarmee het Warschaupact in het leven werd geroepen, de militaire tegenhanger van de NAVO gedurende de Koude Oorlog. Des te opvallender is het dat er bij het paleis nu drie vlaggen wapperen: de vlag van Polen, die van de Europese Unie en de vlag van de NAVO…

Mijn tweede dag in Warschau besteed ik in om Stare Miasto (de oude stad). Ook dit deel van Warschau is na de Tweede Wereldoorlog helemaal herbouwd en dat hebben ze knap gedaan. Het middeleeuwse centrum is geheel in oude stijl hersteld, inclusief pastelkleurige gestukte gevels, sfeervolle pleinen en autovrije keientraatjes. Ooit was de oude stad geheel ommuurd en een deel van de rode bakstenen muur staat er nog. Aan de zuidkant van de oude stad ligt het driehoekige plein Plac Zamkowy, met aan de oostkant het zalmkleurige Zamek Królewski (koninklijk paleis). Het origineel werd gebouwd in de veertiende eeuw, deze versie dateert van na de Tweede Wereldoorlog en heeft toen nog enige tijd gediend als residentie van de Poolse president.

Midden op Plac Zamkowy staat een 22 meter hoge zuil met een beeld van Sigismund III, de Poolse koning die in de zestiende eeuw de hoofdstad van Polen verhuisde van Krakau naar Warschau. Om het beeld wemelt het van de toeristen. Plac Zamkowy is één van de populairste toeristische trekpleisters van de stad, maar het centrale plein van de oude stad lig een eindje verderop. Rynek Starego Miasta wordt omringd door hoge klassieke gevels, waarvan er vele gedecoreerd zijn, en tegenwoordig ook door talloze terrassen. In het midden van het plein staat een fontein en aan beide korte einden nog werkende oude waterpompen. Het is een sfeervol plein dat doet denken aan de pleinen in bijvoorbeeld Rome en Madrid.

Aan de noordkant wordt Stare Miasto begrenst door een deel van de oude stadsmuur en door de Barbakan, een halfronde, van roodbruine baksteen gebouwde verdedigingstoren annex stadspoort. Voorbij de oude stadsgrens ligt Nowe Miasto (nieuwe stad), wat een beetje een misleidende naam is, want ook dit deel van de stad dateert uit de Middeleeuwen en Nowe Miasto heeft dezelfde stijl en uitstraling als Stare Miasto. Aan de rand van Nowe Miasto bevindt zich het Pomnik Powstania Warszawskiego (monument voor de opstand van Warschau). Dit in 1989 (een paar weken voor de val van de muur) onthulde monument is gebouwd ter ere van de inwoners van Warschau die in 1944 – tevergeefs – in opstand kwamen tegen de Duitse bezetters.

Op zondagochtend, mijn derde dag in Warschau, wandel ik van Stare Miasto, waar ik logeer, helemaal naar de zuidkant van het centrum. Dit deel van de stad, grofweg ten zuiden van de Ulica Jerozolimskie, is zo’n deel dat na de Tweede Wereldoorlog in Sovjet-stijl is herbouwd. Grote, grijze appartementengebouwen, sommige met grote afbeeldingen van heldhaftige arbeiders, staan langs brede straten waar blauwe trams rijden die toch ook al een jaar of veertig, vijftig oud zijn. De oude Trabanten en Skoda’s zijn verdwenen, maar het is niet heel moeilijk om je voor te stellen hoe grauw het hier uitgezien moet hebben in de tijd dat Polen nog aan de andere kant van het ijzeren gordijn lag.

Vervolgens loop ik naar Lazienki Park, een groot groen park dat ooit tot het jachtgebied van de Poolse koning behoorde. In het park bevinden zich meerdere voormalige paleizen en buitenverblijven van verschillende Poolse koningen, waaronder het Palac na Wyspie (paleis op het water), dat middenin een langwerpig meer (of eigenlijk meer een grote vijver) is gebouwd. Lazienki Park is een groene oase waar je even weg bent van de drukte van de stad. Hoewel je daar op een zonnige zondagmiddag wel de drukte in het park zelf voor terug krijgt.

Krakau

Op maandagochtend neem ik de trein van het verrassend mooie Warschau naar het driehonderd kilometer zuidelijker gelegen Krakau. De intercity is luxe, comfortabel en met gratis koffie, maar hij heeft wel vertraging. We vertrekken tien minuten te laat en komen een half uur te laat aan. Volgens mij rijd je dan gewoon te langzaam.

Vanuit Krakow Glowny, het centraal station van Krakau, loop je (net zoals in Utrecht) direct een modern winkelcentrum in. Waar je ook meteen tegen C&A en Peek & Cloppenburg aanloopt. Je verwacht het niet… Als je de uitgang van het winkelcentrum eenmaal hebt gevonden, is het maar een klein stukje lopen naar Stare Miasto (de oude stad). Tot 1596 was Krakau de hoofdstad van Polen en sinds 1978 staat de hele oude stad op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Stare Miasto is heel compact, autoluw en ondanks de vele toeristen hangt er een prettige, relaxte sfeer. Dat het prachtig weer is (zonnig en zo’n 25 graden) helpt natuurlijk ook.

Stare Miasto dateert uit de veertiende en vijftiende eeuw en was ooit geheel omgeven door een stadsmuur met acht poorten en een brede gracht. Begin negentiende eeuw, toen deze verdedigingswerken niet langer nodig waren, is de stadsmuur afgebroken (behalve een stuk aan de noordkant) en de gracht gedempt. En wat nou zo briljant is: Op die plek is een stadspark aangelegd, de Planty. Een groene band die de hele oude stad omringt. Waar in het oude deel van Krakau je ook bent, als je de straat uitloopt, loop je het park in. Ideaal!

Rynek Glówny, het centrale plein van Krakau, is dé eyecatcher van de stad. Het in 1257 aangelegde plein meet tweehonderd bij tweehonderd meter en is daarmee het grootste middeleeuwse plein van Europa. Het is een werkelijk schitterend plein, indrukwekkend groot en omringd door statige gevels en vele terrassen. Midden op het plein staat het Sukiennice, een grote middeleeuwse markthal die zo groot is dat hij het plein eigenlijk in twee pleinen opsplitst. Aan de oostkant van het Sukiennice staat de Wieza Ratuszowa (stadhuistoren). Deze zeventig meter hoge toren maakte ooit deel uit van het stadhuis dat hier stond, maar dat in 1820 is afgebroken.

Op het andere deel van het plein staat de Bazylika Mariacka, een kerk die opvalt door het feit dat hij twee verschillend vormgegeven torens heeft die ook niet even hoog zijn. Ieder uur klinkt vanuit de hoogste van de twee torens een trompetgeschal. In de dertiende eeuw werd dit ook al gedaan, maar tijdens een aanval op de stad werd de trompetspeler van het moment door een pijl gedood. Om die reden stopt de melodie die ieder uur klinkt nog steeds halverwege. Apart stukje historisch bewustzijn…

In één van de zijstraten van Rynek Glówny bevindt zich het uit de vijftiende eeuw daterende Collegium Maius, het oudste universiteitsgebouw van Polen. Hier heeft onder andere Copernicus gestudeerd. Aan de noordkant van Stare Miasto staat nog een deel van de oude stadsmuur, met de Brama Florianska, de veertiende-eeuwse stadspoort die ooit de belangrijkste toegangspoort tot de stad was. Net buiten de poort staat de Barbakan, de naamgenoot van die in Warschau, een in de zestiende eeuw gebouwd rond verdedigingswerk met zeven torentjes. Typerend voor Krakau zijn verder de karretjes die je op vrijwel iedere straathoek ziet waar ‘obwarzanek’ wordt verkocht: een soort kruising tussen een bagel en een pretzel.

Op mijn derde dag in Krakau bezoek ik het Zamek Królewski na Wawelu (Wawel-kasteel). Op een heuvel even ten zuiden van Stare Miasto was de residentie van de Poolse koningen, totdat Warschau in de zestiende eeuw de nieuwe hoofdstad werd. Op de heuvel is een ommuurde vesting gebouwd, met daarbinnen een kathedraal en een renaissance-paleis naar Italiaans voorbeeld, gebouwd in de zestiende eeuw. Het paleis wordt nu dagelijks door busladingen vol toeristen bezocht. Wawel is voor de Polen een belangrijk symbool van hun nationale identiteit en de lange Poolse geschiedenis. Nationalisme is de Polen sowieso niet vreemd, wat nog eens wordt versterkt door het feit dat Polen een ontzettend homogeen land is: 97% is van Poolse afkomst en 90% daarvan is katholiek.

Nadat ik het mij iets te toeristsiche Wawel-kasteel heb verlaten, loop ik om de heuvel heen, langs de rivier de Wisla door de wijk Kazimierz en weer terug naar Stare Miasto. De oude stad van Krakau is echt supermooi, één van de mooiste oude steden die ik tot nu toe heb gezien, met als fijne bonus het omringende stadspark. Kortom: zoek je een citytrip-bestemming? Of twee? Ik kan Warschau en Krakau van harte aanbevelen!