7 – 23 september 2018

Seattle

Na een vlucht van een kleine tien uur land ik op vrijdag 7 september aan het eind van de ochtend lokale tijd op Seattle-Tacoma International Airport. De komende twee weken ga ik een road trip doen door de staten Washington en Oregon, in het noordwesten van de Verenigde Staten. Deze regio wordt de Pacific Northwest genoemd en staat bekend om zijn liberale politieke klimaat, een relaxte sfeer, de natuur die oneindig veel mogelijkheden voor outdoor-activiteiten biedt, wijnbouw (Washington is de tweede wijnproducent van de VS na Californië) en natuurlijk de koffiecultuur, die mede te danken is aan Starbucks, de koffieketen die in 1971 in Seattle begon.

De paspoortcontrole en bagage-afhandeling gaan snel en soepel en vervolgens neem ik de light rail naar de stad. Seattle is met 660.000 inwoners grootste stad in de Pacific Northwest, maar dus kleiner dan Amsterdam en voor Amerikaanse begrippen zeker niet groot (Washington en Oregon samen hebben ongeveer elf miljoen inwoners, slechts 3,5% van het totale aantal inwoners in de VS). De studio die ik via Airbnb heb geregeld, is op loopafstand van station Westlake in Belltown, een wijk met veel appartementen, koffietentjes, cafés en restaurants. En twee straten verwijderd van de Space Needle, hèt icoon van Seattle. De futuristisch ogende toren met een soort vliegende schotel bovenop is in 1962 gebouwd ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling dat jaar. Seattle staat bekend om het wisselvallige weer (een ‘Nederlands’ klimaat), maar op mijn eerste (mid)dag in de stad is het lekker weer. Ik wandel langs de Space Needle en vervolgens naar het Olympic Sculpture Park. In dit moderne park, dat de gemeente in 2007 samen met het Seattle Art Museum heeft ontwikkeld, staan diverse beelden en sculpturen. Daarnaast biedt het park fraai uitzicht over de Puget Sound, het water waar Seattle aan ligt, met de bergen van Olympic National Park in de verte. Heb ik meteen gezien waar ik deze reis over twee weken zal eindigen. J

Na mijn wandeling ga ik op het terras van een café om de hoek bij mijn logeeradres zitten om wat te eten en drinken. Het tijdsverschil met Nederland is negen uur en ik ga dus op tijd naar bed om daar ze snel mogelijk aan te wennen. Het gevolg is dat ik de volgende ochtend al vroeg wakker ben. Ik ontbijt in het centrum bij één van de vele lokale vestigingen van Starbucks en daarna loop ik richting de waterkant. Daar bevindt zich Pike Place Market. In de oude markthallen en galerijen worden hier al sinds 1907 verse groenten, vis, vlees, bloemen, maar ook allerlei biologische producten en dergelijke verkocht. Ook zitten er diverse winkels. Het grote neon Public Market Sign is al even symbolisch voor Seattle als de Space Needle. Bij Pike Place Market zit ook de allereerste Starbucks. “Fresh coffee, tea and herbs” zegt het originele logo met de bekende zeemeermin, dat er nog steeds hangt. De Original Starbucks is nu geliefd bij toeristen: dagelijks staat er een lange rij wachtenden voor de deur.

’s Middags loop ik 4th Avenue af, langs de Central Library – een groot, modern, glazen gebouw uit 2004, ontworpen door Rem Koolhaas – naar het Pioneer Square Historical District. In dit deel van Seattle stammen de meeste gebouwen uit eind negentiende eeuw. De voornamelijk uit rode baksteen opgetrokken panden met gietijzeren brandtrappen vervingen vanaf 1889 de oude houten gebouwen die tijdens een grote brand in dat jaar waren verwoest. Je vindt er moderne koffietentjes naast oude bars en saloons. En de witte Smith Tower, gebouwd in 1914 en met 42 verdiepingen hoog voor die tijd. Tegenwoordig staan er uiteraard hogere torens in downtown Seattle, waaronder het Columbia Center, waar ik op zondagochtend naartoe ga. Vanaf de 73e verdieping heb je een geweldig uitzicht over Seattle en omgeving. Het is het hoogste gebouw van Seattle, dus je hebt er vrij uitzicht: Chinatown, de haven en het stadion richting het zuiden, richting het oosten Interstate 5, die vanaf Seattle langs de oostkust van de VS naar San Diego loopt, en het begin van Interstate 9, die dwars door de VS naar Boston aan de oostkust loopt. En richting het noorden downtown, Belltown en jawel: de Space Needle. J

Zondagmiddag ga ik naar de wijk Capitol Hill, waar ik een tijdje doorbreng in de enorm grote Elliott Bay Book Store en relax en van het mooie weer geniet in het Cal Anderson Park. Na twee dagen Seattle is het op maandagochtend tijd om mijn huurauto te halen. Ik verlaat de stad in noordelijke richting, naar het stadje Mukilteo, ongeveer een half uur rijden. Hier bevindt zich de fabriek van vliegtuigfabrikant Boeing en ik heb me aangemeld voor een rondleiding. Uit veiligheidsoverwegingen mag er niets mee naar binnen: geen tassen, geen telefoons en (helaas) geen fotocamera’s. In de fabriek – een enorme hangar, in volume het grootste gebouw ter wereld – worden de modellen 747, 767, 777 en 787 gemaakt. In 2017 bouwde Boeing hier 760 toestellen, die voor belangstellenden tussen de 250 miljoen (787) en 400 miljoen (747) dollar per stuk (!) kosten. In de fabriek wordt aan meerdere vliegtuigen tegelijk gewerkt en als bezoeker kijk je vanaf een hoog gelegen balkon neer op de gigantische werkvloer waar de vliegtuigen in elkaar worden gezet. Fascinerend om te zien.

Door de Cascades naar Yakima

Na de rondleiding bij Boeing rijd ik richting het oosten en na een klein uur rijd ik de bergen van de Cascade Range in, de bergketen die van noord naar zuid door de staten Washington en Oregon loopt en die ervoor zorgt dat de regen die vanaf de Pacific wordt aangevoerd in het westelijk deel van deze staten valt. Ik logeer in Snoqualme Pass met de bedoeling de volgende dag naar Alpine Lakes Wilderness te gaan en een dag later naar Mount Rainier National Park. Maar als het even later begint te regenen en ik de verwachting voor de volgende twee dagen bekijk, blijkt dat ik mijn programma beter kan aanpassen. Mount Rainier moet nog even wachten en in plaats daarvan rijd ik de volgende ochtend door naar Yakima. Zodra ik de Cascades aan de oostkant uitrijd, verdwijnt de bewolking en maakt de regen plaats voor de zon.

Aan deze kant van de bergketen valt juist heel weinig regen en dat zie je meteen: de omgeving is er veel droger. De US90 gaat door glooiend grasland, het gras is er goudgeel en hier en daar staat een boerderij. De US82 naar het zuiden loopt door een gortdroog heuvellandschap (dat niet zou misstaan in het veel zuidelijker gelegen Arizona), totdat ik na anderhalf uur rijden de Yakima Valley inrijd. Hier is het groener, maar ook hier valt niet veel regen en dat maakt de Yakima Valley erg geschikt voor wijnbouw. De vallei is ingedeeld in meerdere AVA’s (American Viniculture Areas): de Yakima Area, de Rattlesnake Area, de Prosser Area en de Red Mountain Area. Ik bezoek eerst de Rattlesnake Area, waar de wijngaarden op glooiende heuvels liggen met prachtig uitzicht over de omgeving en de droge, kale uitlopers van de Cascades op de achtergrond. De grond is er kurkdroog en daarom zie je overal irrigatiesystemen langs de wijnstokken lopen. De rode druiven zijn al geoogst, de witte hangen er nog, maar dat zal niet lang meer duren.

Na de Rattlesnake Area rijd ik ook nog even door de Yakima Area. In totaal zitten er in de Yakima Wine Valley zo’n tachtig wijnhuizen, merendeels kleine familiebedrijven. Het klimaat is er blijkbaar niet alleen geschikt voor wijnbouw, want ik zie ook veel appelboomgaarden. In de wijngaarden zie ik van alles: van cabernet tot merlot tot malbec, en van chardonnay tot pinot gris tot riesling. Alles groeit hier blijkbaar. Ik ben met de auto, dus wijnproeven bewaar ik totdat ik terug ben in Yakima, een beetje slaperig stadje. Bij Gilbert Cellers in downtown Yakima krijg ik een paar heerlijke wijnen geschonken. Ik kan gelukkig lopend terug naar mijn motel. J

Columbia River Gorge en Mount Hood

Highway 97 brengt me op woensdagochtend naar de Columbia River, die de grens vormt tussen Washington en Oregon. Het is wisselvallig weer, buien en korte opklaringen wisselen elkaar af. Ik bezoek vandaag de Columbia River Gorge, een bestemming waar ik vooraf een ander beeld bij had. Gelet op de naam verwachtte ik een rivier die door een (smalle) kloof stroomt, maar de Columbia River blijkt een broertje van de Maas: een brede rivier, waar bovendien een snelweg langsloopt. In 1915 was de oude US30, een tweebaansweg, de eerste geasfalteerde weg in de Pacific Northwest en de eerste ‘scenic byway’ in de VS, maar met de twee keer tweebaans US84 ernaast, vind ik het toch wat minder ‘scenic’.

De Columbia River is dan ook niet de belangrijkste reden waarom dit een National Scenic Area is. Dat is het uitgestrekte natuurgebied dat aan de zuidkant van de rivier ligt. In 2016 is hier een grote natuurbrand geweest (doordat een tiener er vuurwerk afstak) en sindsdien zijn grote delen van het natuurgebied gesloten. Dat geldt ook voor veel wandelpaden naar watervallen, maar een paar plekken zijn inmiddels weer toegankelijk, zoals de Herman Creek Trail. Het is een wandeling van ongeveer een uur, door een stuk bos waar je de gevolgen van de brand van twee jaar geleden nog goed kan zien, maar waar de natuur zich tegelijkertijd zichtbaar aan het herstellen is. Mooi om te zien dat de zwartgeblakerde bomen inmiddels weer door nieuw groen worden omringd. Na de wandeling rijd ik naar Multnomah Falls, de op één na hoogste waterval in de Verenigde Staten. De waterval is fraai en met Benson Bridge ervoor erg fotogeniek, maar het is er ook erg druk. Aan het westelijke eind van de Columbia River Gorge bezoek ik nog Crown Point, een hoog gelegen punt met panoramisch uitzicht. Donkere wolken hangen dreigend boven de Columbia River.

Nadat ik in Gresham heb geslapen, ga ik op donderdag naar Mount Hood National Forest, een groot gebied met bossen rondom de 3.400 meter hoge Mount Hood in de Central Cascades. Je kan hier diverse wandelingen maken. Ik loop eerst de trail naar Mirror Lake, qua afstand een bescheiden wandeling, maar omdat het pad omhoog de berg oploopt, is het toch best een stevige wandeling. Bij helder weer weerspiegelt Mount Hood in het water van Mirror Lake, maar het is vanochtend bewolkt, dus er valt weinig te weerspiegelen. Het is er wel heerlijk rustig. Ik loop om het meer heen en vervolgens weer terug. Nadat ik koffie heb gehaald, rijd ik naar Lost Lake, dat aan de noordwestkant van Mount Hood ligt. De weg naar Lost Lake blijkt afgesloten, dus ik volg de bordjes ‘omleiding’. De alternatieve route is eenbaans, nauwelijks onderhouden en ik kom niemand anders tegen. Op een gegeven moment gaat de weg onverhard verder, wat altijd het moment is dat je denkt: ‘Waar ben ik aan begonnen?’ De route is wel heel mooi, door de bergen en ondanks de bewolking vang ik onderweg een glimp van Mount Hood op. Bewolking en zon wisselen elkaar in hoog tempo af, maar meer dan een glimp zal het niet worden. Na een tijdje rijd ik zowaar weer over asfalt. Een blik op de kaart leert dat ik over de Lolo Pass Road ben gereden. Lost Lake heeft in ieder geval een toepasselijke naam. Ook hier is het heel rustig. De wandeling van vijf kilometer om het meer heen is vlak, dus goed te doen.

Crater Lake en Willamette Valley

Wanneer ik eind van de middag naar het zuiden rijd en de Cascades achter me laat, is het verschil in het weer meteen merkbaar: de wolken blijven rond de bergen hangen en hier schijnt de zon. In dit deel van Oregon kleurt het droge gras goudgeel en boeren sproeien hun land. Ik overnacht in Bend en rijd de volgende ochtend verder naar Crater Lake National Park, helemaal in het zuiden van Oregon. Wat nu Crater Lake is – zoals de naam al zegt: een groot kratermeer – was ooit Mount Mazama, een grote vulkaan van zo’n 3.600 meter hoog. Volgens geologen is Mount Mazama ongeveer 7.700 jaar geleden uitgebarsten, waarbij de vulkaan is geïmplodeerd. In de ingestorte krater heeft zich vervolgens het diepste meer van de VS gevormd. Het meer vult de krater niet tot de rand, waardoor het lijkt alsof het water rondom door bergen wordt omringd. Op de kraterrand loopt een weg met diverse uitkijkpunten, waar je een prachtig uitzicht over het helder blauwe water. Dat kan overigens maar vier maanden per jaar, van juni tot september. Tijdens de andere acht maanden is dit hele gebied bedekt met een dikke laag sneeuw. Ik vind het een erg mooie plek, zeer de moeite waard om (enigszins) voor om te rijden. J

Het is zaterdagochtend als ik naar de Willamette Valley rijd. De vallei is vernoemd naar de gelijknamige rivier en ligt grofweg tussen Salem en Portland. In de vallei en op de omringende Eola-Amity Hills vind je tientallen wijngaarden. In tegenstelling tot de Yakima Valley in Washington, waar zo’n beetje alle bekende druivensoorten te vinden zijn, draait de Willamette Valley voor het overgrote deel om pinot noir (en een beetje pinot gris en chardonnay). De Willamette Valley heeft een mild klimaat, is iets koeler dan de Yakima Valley en er valt iets meer regen. Waar in de Yakima Valley de rode druiven al geoogst waren en de witte nog niet, duurt het hier nog even voordat de druiven rijp zijn. Een wijnboer met wie ik een praatje maak, maakt zich dan ook een beetje zorgen over de regen die voorspeld is. Nadat ik in McMinnville heb geluncht, ga ik uiteraard nog even wijnproeven. Ik ben geen fan van piot noir, maar in deze omgeving ontkom je er natuurlijk niet aan dat ook bij een proeverij vooral pinot noir wordt geschonken. Ook na vandaag ben ik geen fan van deze druif…

Portland

Hoewel Salem de hoofdstad is, is Portland de bekendste stad van Oregon. Ik overnacht in een voorstad en neem vanaf daar de light rail naar de stad. Die light rail vertrekt naast mijn motel en is in twintig minuten in downtown Portland. Wel zo handig. Ik doe rustig aan, drink uitgebreid koffie, slenter door een enorme boekhandel en loop daarna een rondje door ‘old town’, niet verrassend het oudste deel van Portland. De meeste gebouwen hier stammen uit eind negentiende en begin twintigste eeuw. Later ontwikkelde deze wijk zich tot Chinatown, waardoor er een beetje raar contrast is ontstaan tussen de historische gebouwen en de Chinese lampionnetjes en straatnaambordjes (Chinatown is inmiddels alweer naar ergens verhuisd en de wijk is een beetje vervallen). Het valt me op dat er erg veel daklozen op straat zijn. In Seattle waren de daklozen me al opgevallen, maar hier in Portland is het nog erger. In ieder straat zit er wel één, of soms een groepje, ik zie zelfs op sommige plekken koepeltentjes op straat staan waar mensen in slapen.

De Willamette River (die van de Valley) loopt dwars door Portland en zeker acht bruggen verbinden west-Portland met oost-Portland. Langs de westoever van de rivier is het Tom McCall Waterfront Park aangelegd. Bomen, gras en een wandelpad langs de rivier bevinden zich op de plek waar voorheen een snelweg liep. Aan de noordkant van het park is ieder weekend de Saturday Market, die vreemd genoeg op zaterdag èn zondag plaatsvindt. Portland staat bekend vanwege zijn food trucks. In Nederland kennen we tegenwoordig vooral in de zomer food truck-festivals, maar hier zijn ze er permanent, vooral op straathoeken en op braakliggende stukken grond, zoals op de hoek van Washington Street en 9th Avenue. Do as the locals do, dus daar haal ik mijn eten. J

Pioneer Square is het centrale plein van downtown Portland. Aan één kant staat het uit 1875 daterende Pioneer Courthouse. Niet alleen hier en in de wijk ‘old town’, maar overal in Portland staan veel oude gebouwen. En anders dan in ‘old town’ zien ze er erg goed uit. Daartussen staat ook veel moderne nieuwbouw, maar de oude gebouwen geven de stad wel een leuke sfeer. Net als de street art die ik op verschillende plekken tegenkom. De officieuze slogan van de stad is ‘Keep Portland weird’ en dat is wel toepasselijk. De mix van historische gebouwen, de street art, de food trucks, de koffietentjes, microbreweries en wijnbars geeft de stad een eigen karakter. Nadat ik mijn eerste dag in Portland heb afgesloten in een wijnbar (de prijzen van wijn in de VS zetten wel aan tot bescheiden drinken…), doe ik de tweede dag rustig aan. Ik ga even naar een winkelcentrum en vervolgens naar Washington Park, een groot park in het westelijke deel van Portland, met onder meer de Portland Zoo, een botanische tuin en een Japanse tuin. Maar je kan ook gewoon door het park wandelen en in het gras of op een bankje met een boek van de zon genieten.

Mount Saint Helens en Mount Rainier

Het is dinsdagochtend als ik Portland verlaat en in twee uur naar Mount Saint Helens rijd. Het eerste stuk gaat nog over een saaie snelweg, daarna slingert een tweebaansweg zich door de heuvels en bergen omhoog. Ja, we zijn weer terug in de Cascades. J Het is prachtig weer en vanaf de diverse uitkijkpunten heb je een prachtig uitzicht op Mount Saint Helens en de omgeving. Bij één van de uitkijkpunten loopt een smal pad langs de berghelling. Er is daar niemand, op de krekels na is het er stil en je hebt er prachtig uitzicht op de vulkaan en de vallei. Kortom: een perfecte plek om te lunchen. Mount Saint Helens is ‘maar’ 2.500 meter hoog, maar veertig jaar geleden was de vulkaan nog vierhonderd meter hoger. In 1980 is tijdens een grote uitbarsting de hele top van de vulkaan aan met name de noordkant helemaal weggeblazen. Grote hoeveelheden lava en rots kwamen terecht in de omgeving, die nu een National Monument is. De natuur heeft zich inmiddels grotendeels hersteld en aan de noordkant kan je de nieuwe krater goed zien, net als de oude lavastromen in de vallei.

Nadat ik op de terugweg nog even ben gestopt bij Coldwater Lake, is het nog zo’n 2,5 uur rijden naar Ashford. Verschillende landschappen wisselen elkaar af: eerst groen begroeide berghellingen, vervolgens een vrijwel vlakke vallei met hier en daar een boerderij, en daarna naaldbossen die zo te zien vooral voor de houtkap bedoeld zijn. Eind van de middag ben ik bij mijn motel, letterlijk naast de ingang van Mount Rainier National Park. Mount Rainier is met 4.400 meter de op vier na hoogste berg van de ‘lower 48’ en omdat de omliggende bergen allemaal veel lager zijn, steekt hij solitair overal bovenuit, wat hem nog imposanter maakt dan zijn hoogte doet vermoeden. Ook Mount Rainier is een vulkaan, maar hij is in de negentiende eeuw voor het laatst uitgebarsten.

De volgende ochtend rijd ik het park in. De weg naar Mount Rainier toe is al prachtig: de tweebaansweg slingert door de naaldbossen omhoog. Het is bewolkt en ik probeer tussen de bomen en wolken door een glimp van de berg op te vangen, maar ik zie niets dan wolken. Op een gegeven moment – de weg loopt steeds verder omhoog – rijd ik de wolken zelfs ín. Maar na een paar haarspeldbochten kom ik plotseling boven de bewolking uit. Ineens is de lucht strakblauw en na nog een bocht doemt hij ineens voor me op: de machtige Mount Rainier. Hèt ‘Oh wow!’-moment van deze reis.

Bij Paradise (gewoon de bordjes volgen, dan kom je er vanzelf J) start ik mijn wandeling. De Skyline / Golden Gate Trail is vier mijl lang en dat lijkt niet zoveel, maar onderweg overbrug je een hoogteverschil van 520 meter en dat maakt het een pittige wandeling. Maar ook een ontzettend mooie wandeling. Het pad loopt vanaf het begin al vrij stijl omhoog, je komt steeds een beetje dichter bij Mount Rainier en je hebt steeds weer ander uitzicht. De Nisqually Glacier is goed te zien. In de vallei hangt de bewolking als een witte deken tussen de bergen, een surreëel, beetje mystiek gezicht zo van bovenaf. Onderweg kom ik eekhoorns en enorme marmotten tegen en naarmate ik hoger kom, verandert de begroeiing op de berghellingen. Na een uur lopen kom ik bij Panorama Point, waar je een weids uitzicht hebt (duh…) en in de verte Mount Baker, Mount Hood (in de wolken) en Mount Saint Helens kan zien liggen. Het pad loopt nog verder omhoog, tot boven de boomgrens, waar een sub-alpine klimaat heerst. Hier liggen nog resten sneeuw (van de vorige winter!). Toch is het niet koud, dankzij de zon hoef ik niet eens een jas aan.

Via de vallei wandel ik weer terug naar het beginpunt. De bewolking die aan het begin van mijn wandeling nog in de vallei hing, is inmiddels opgestegen en hangt nu rondom Mount Rainier, die daardoor weer aan het zicht onttrokken is. Ik heb vanochtend heel veel geluk gehad om Mount Rainier zo in volle glorie te zien. Het is een fantastische wandeling, echt ontzettend mooi. Al met al is Mount Rainier National Park het hoogtepunt van de reis. Na drie uur lopen ben ik terug bij het begin en zeer voldaan.

Olympic National Park

Ik eindig mijn reis door de Pacific Northwest op de Olympic Peninsula, het grote schiereiland, zeg maar grofweg tussen Seattle en de Grote Oceaan. Er valt hier veel regen (aangevoerd vanaf de oceaan), waardoor het een erg groen gebied is met bossen, bergen en meren. Highway 101 loopt langs de rand om het schiereiland heen, verder zijn er weinig wegen en het overgrote deel van het schiereiland is dan ook ontoegankelijke wildernis. Sinds 1938 is dit een beschermd natuurgebied: het Olympic National Park. Na een hele ochtend rijden kom ik op de Olympic Peninsula aan. Ik stop even bij Ruby Beach, want je kan natuurlijk geen road trip in de Pacific Northwest doen zonder de Pacific ook echt even gezien te hebben. J Het is niet bepaald strandweer (bewolkt en fris), maar ik loop toch even een eindje langs het strand. Voor de kust staan een aantal grote rotsen in de branding en op het strand liggen grote hoeveelheden vergrijsde boomstammen, slachtoffers van westerstorm en hoogwater.

Het westelijke deel van Olympic National Park is ook het natste en herbergt het Hoh Rain Forest. Jawel, een regenwoud in de VS. Veel krijg ik niet te zien van dit regenwoud, want de weg naar het visitor center (waar ook wandelroutes beginnen) blijkt afgesloten. Meer dan de ‘scenic drive’ kan je niet doen, maar daardoor krijg je toch een beetje een indruk van het dicht beboste gebied, met grote bomen die met mos zijn bedekt. In de middag begint het te regenen (het heet niet voor niets rain forest…) en dat blijft het die dag doen. Ik overnacht in Forks, haal boodschappen en breng de rest van de middag door met lezen en relaxen. De volgende dag is alweer de laatste dag van mijn road trip. Ik rijd eerst naar Crescent Lake. Dit grote meer is duizenden jaren geleden door gletsjers uitgesleten. Ik wandel langs het meer en door een mooi stuk bos, met varens en met cederbomen die honderden jaren oud zijn en die (ook hier) met mos zijn begroeid. Ook loop ik langs Marymere Fall, een kleine waterval, diep in het bos. Na anderhalf uur wandelen rijd ik verder naar Hurricane Ridge. De weg slingert omhoog en het uitzicht wordt steeds weidser. Eenmaal boven heb je een panoramisch uitzicht over schijnbaar eindeloze dennenbossen en de bergen van de Olympic Mountains vullen de horizon. Het is grotendeels bewolkt en er staat op deze hoogte een harde, koude wind.

’s Middags rijd ik naar Tacoma, op een half uur rijden van de luchthaven, waar ik de volgende dag de auto inlever en weer naar Nederland vertrek. Mijn road trip door de Pacific Northwest zit er alweer op. Een relaxte reis, waarvan ik vooral Crater Lake en Mount Rainier als hoogtepunten zal herinneren.