Cuidad Vieja

Halverwege de oostkust van Spanje, aan de Middellandse Zee, ligt Valencia. Het is de op twee na grootste stad van Spanje en heeft ongeveer evenveel inwoners als Amsterdam. Omdat Valencia op maar twee uur vliegafstand ligt èn je begin maart al van de voordelen van het Mediterrane klimaat kan genieten, is het een perfecte citytrip-bestemming. Een bezoek aan de stad stond dan ook al lang op mijn lijstje.

Ik heb een hotel geboekt aan het Plaza de Ayuntamiento, in het zuidelijke deel van de oude stad, la Cuidad Vieja. Aan dit plein vind je behalve het stadhuis ook het oude postkantoor, een statig gebouw van buiten en werkelijk prachtig van binnen. De centrale hal functioneert nog steeds als postkantoor, maar als je omhoog kijkt, kijk je recht in een indrukwekkende koepel. Vanaf het Plaza del Ayuntamiento loop ik naar het Estación del Norte. Dit treinstation, geopend in 1917, heeft van binnen muren en plafonds die vrijwel geheel met mozaïek zijn betegeld. De oude houten loketten zijn nog altijd in gebruik.

Naast het Estación del Norte bevindt zich de Arena, waar – helaas – nog altijd stierengevechten plaatsvinden. Op een beeld van een stierenvechter heeft iemand de tekst geschreven: “No es cultura, es tortura!” (Het is geen cultuur, maar mishandeling). Mee eens. Na een paar minuten lopen kom ik bij de Mercado de Colón, een markthal uit het begin van de twintigste eeuw, waar nu allerlei restaurantjes zijn gevestigd. De enorme klassieke overkapping vormt een fraai contast met de strakke, moderne doorkijk naar de ondergrondse verdieping, die later is toegevoegd.

Via de Plaza de Patriarca, vernoemd naar het aan het plein gelegen klooster (nu museum) en de binnenplaats van het naastgelegen Centro Cultural La Nau, voormalig universiteitsgebouw, loop ik richting de Jardines del Turia. Oorspronkelijk stroomde de rivier Turia dwars door Valencia, maar regenval zorgde regelmatig voor overstromingen. In de jaren zestig werd daarom besloten om de rivier om de stad heen te leiden. De oorspronkelijke loop van de rivier kwam daardoor droog te liggen en op de bedding werd een park aangelegd, de Jardines del Turia. Dit park loopt nu als een groen lint langs de oost- en noordkant van de oude stad. De oude bruggen die ooit de rivier overspanden, zijn er nog steeds en in het park kan je heerlijk wandelen, fietsen, sporten of in het gras liggen.

De volgende dag bezoek ik het noordelijke deel van de oude stad, een plek met alleen maar hoogtepunten. Dat begint al meteen in de Mercado Central. Een dergelijke markthal vind je in veel Spaanse steden en de kramen verkopen de dingen die je verwacht: groenten, fruit, vlees, vis, kaas. Maar wat deze Mercado speciaal maakt, in mijn ogen, is het gebouw zelf. Een werkelijk schitterende hal, gebouwd in het begin van de twintigste eeuw. Het is van buiten al erg fraai, maar als je binnenkomt, sta je in een enorme hal met een hoog dak en in het midden een enorme koepel. Het is één van de mooiste markthallen die ik ooit heb gezien.

Tegenover de Mercado Central staat La Lonja, gebouwd in de vijftiende eeuw als handelsbeurs voor onder meer zijde en wol. Je komt binnen via een besloten binnentuin en tegenover ingang bevindt zich een gebouw waar het Consulado del Mar was gevestigd. Hier werden handelsconflicten op zee beslecht. Het hoogtepunt van La Lonja is echter de Sala de Contratación. Deze adembenemend mooie zaal heeft een zeventien meter hoog plafond, dat wordt ondersteund door prachtige gedraaide zuilen. Dergelijke zuilen heb ik nog nooit eerder gezien. Ik vind het een erg indrukwekkende zaal.

In de oude stad van Valencia zijn twee stadspoorten bewaard gebleven. De Torres de Quart bevindt zich aan de oostkant van de oude stad en is gebouwd in de vijftiende eeuw. Het is een robuuste poort, geflankeerd door twee indrukwekkende dikke torens. Aan de noordkant van de oude stad staat de Torres de Serranos, uit de veertiende eeuw. Het is een zeer fraaie stadspoort, waarin je naar boven kan voor een geweldig uitzicht over de stad.

Het noordelijke deel van la Cuidad Vieja kent talloze sfeervolle straten, waaronder de oudste straat van Valencia, de Calle de Caballeros. De straten worden overal geflankeerd door oude panden in die typisch Spaanse bouwstijl, met balkonntjes en oude lantarens. Ik loop via het Plaza del Carmen, vervolgens langs het vijftiende eeuwse Palau de la Generalitat, waar het regiobestuur van Valencia is gevestigd, en kom dan bij het Plaza de la Virgen.

Het Plaza de la Virgen is het centrale plein van de oude stad. Hier staat de Middeleeuwse kathedraal en een grote fontein met beeltenis dat aan Neptunus doet denken, maar dat de Rio Turia uitbeeldt. Het is een druk, gezellig plein, met cafés en terrassen en sinaasappelbomen (die je sowieso overal in de stad tegenkomt). Een smal straatje verbindt het Plaza de la Virgen met het Plaza de la Reina. Ook hier vind je cafés en terrassen.

Cuidad de las Artes y las Ciencias

De volgende dag wandel ik op m’n gemak door de Jardines del Turia richting de Cuidad de las Artes y las Ciencias, aan de zuidoostkant van de stad. Dit complex ligt aan het einde van de Jardines del Turia en is net als het park gebouwd op de voormalige rivierbedding. De futuristisch vormgegeven gebouwen zijn ontworpen door de uit Valencia afkomstige architect Santiago Calatrava en ook al heb je er al heel vaak foto’s van gezien, in het echt zijn ze indrukwekkend om te zien.

Het eerste gebouw dat je tegenkomt is het Palau de les Arts Reina Sofia, een soort eivormig gebouw met natuurlijke ronde vormen, dat vanuit verschillende hoeken en vanaf verschillende afstanden er heel anders uitziet. Naast het Palau staat (ligt?) het Hemisfèric, een soort half boven een vijver liggende glazen bol, met binnen in de glazen koepel een witte bol waar een planetarium en IMAX bioscoop in zijn ondergebracht. Het Hemisfèric reflecteert prachtig in het water.

Het enorme gebouw ernaast is het Museo de las Ciencias Principe Felipe. In tegenstelling tot de ronde vormen van het Palau en het Hemisfèric is dit museum juist een heel recht, langgerekt gebouw. Ertegenover, aan de andere kant van een vijver bevindt, zich het Umbracle, een soort tropische tuin met witte bogen.

Ik vind de architectuur van het Cuidad de las Artes y las Ciencias echt waanzinnig. De futuristische gebouwen doen bijna surrealistisch aan. Alle gebouwen van het complex zijn spierwit en steken dus prachtig af tegen de blauwe lucht en de reflecties in het water maken het af. Het zijn zeer dankbare objecten voor fotografen. 

Behalve het bewonderen van alle oude en moderne architectuur biedt Valencia uiteraard ook alle gelegenheid om lekker te eten, drinken en van het mooie weer te genieten. Het is een erg prettige stad, sfeervol en gezellig, kortom zeer citytrip waardig!