Luxemburg & Belgische Ardennen

13 – 19 september 2020

Via Dinant naar Luxemburg

Op zondag rijden we via Antwerpen, Brussel en Namen naar Dinant. Deze niet al te grote stad in het zuidoosten van België is fraai gelegen aan de rivier de Maas. Achter de oude gevels aan de kade rijst een hoge rots op, waarop zich een oude citadel bevindt. Daarnaast is Dinant bekend als de geboorteplaats van Adolphe Sax, de bedenker van de saxofoon – een feit dat niet onopgemerkt blijft als je bij de Pont Charles de Gaulle aankomt, met aan weerszijden grote saxofoons in de kleuren van diverse landen. Dinant is een welkome tussenstop op weg naar Luxemburg en een prima plek om te lunchen.

Vanuit Leiden is het vier uur rijden naar Luxemburg (of Lëtzebuerg, zoals het land officieel heet). Het is niet het kleinste land van Europa, maar wel klein: net geen 2.600 vierkante kilometer. Het land telt ongeveer 600.000 inwoners, waarvan er 114.000 in de hoofdstad wonen. Uniek aan dit landje is zijn staatsvorm: Luxemburg is het enige groothertogdom ter wereld, een constitutionele monarchie met een groothertog als staatshoofd.

In de loop van de geschiedenis is het hedendaagse Luxemburg nogal eens door machtigere staten onder de voet gelopen. Zo is het onderdeel geweest van het Romeinse Rijk en het Habsburgse Rijk, was het een tijdlang één van de Verenigde Provincies der Nederlanden, vervolgens Frans, Oostenrijks, weer Frans, en opnieuw Nederlands, onderdeel van Pruisen en bezet door nazi-Duitsland. Pas na de Tweede Wereldoorlog is Luxemburg een onafhankelijk land geworden.

Luxemburg is rijk geworden door de staalindustrie, maar tegenwoordig is de bankensector de belangrijkste inkomstenbron. Het land is erg internationaal georiënteerd: er werken 150 verschillende nationaliteiten en de helft van de inwoners is niet in Luxemburg geboren. Iedere dag reizen 120.000 mensen vanuit België, Frankrijk en Duitsland naar het groothertogdom om er te werken. Frans, Duits en Luxemburgs worden er door elkaar gebruikt.

De officiële vlag van Luxemburg is rood-wit-blauw, net als de Nederlandse, maar dan met een lichtere kleur blauw. Daarnaast zie je op veel plekken de onofficiële vlag: blauw-wit gestreept met een rode leeuw. Zou handig zijn als de Luxemburgers die als officiële vlag zouden aannemen, om verwarring met de Nederlandse vlag te voorkomen.

Luxemburg-stad

Aan het begin van de middag komen we aan in de hoofdstad van Luxemburg die, om het makkelijk te maken, ook Luxemburg heet. We bezoeken het Museum voor moderne kunst (MUDAM), dat is gevestigd in een mooi modern gebouw, maar wat zich ín het gebouw bevindt kan ons  minder boeien. Het museum bevindt zich in de wijk Kirchberg, aan de noorkant van het Paffenthal, waar de rivier Alzette doorheen stroomt. De wijk bevat moderne hoogbouw aan brede boulevards, die leiden naar de Europese instituties die hier zijn gevestigd, waaronder de Europese centrale bank. Vooral het fraaie spierwitte gebouw van de Luxemburgse Philharmonie, met zijn 823 slanke witte zuilen, springt in het oog.

Luxemburg-stad is gebouwd op de plek waar twee rivieren, of beter riviertjes: de Pétrusse en de Alzette, samenkomen. De twee riviertjes stromen aan de voet van een klif en precies op die klif werd in het jaar 963 voor het eerst een fort gebouwd, genaamd Lucilinburhuc. Dat eerste fort is er niet meer, maar de fortificaties die in de jaren daarna zijn gebouwd, zijn er nog wel. Het hele oude deel van Luxemburg-stad staat op de werelderfgoedlijst van Unesco.

De volgende dag is het stralend zonnig weer en maar liefst dertig graden. Niet gek voor september. We beginnen onze stadswandeling op Place de la Constitution. Midden op dit plein staat Gëlle Fra, de gouden dame, op een twaalf meter hoge obelisk. Vanaf de rand van het plein heb je een weids uitzicht over het groene Parc de la Pétrusse en de Pont Adolphe, die de vallei van de Pétrusse overspant.

Het oude deel van Luxemburg-stad bestaat uit kleine straatjes met gebouwen uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw, en diverse pleinen, zoals het Place d’Armes, met bomen en terrassen. Dit plein was er al in 1671. Iets verderop bevindt zich Place Guillaume II, vernoemd naar de Nederlandse koning Willem II, wiens standbeeld midden op het plein staat. Aan de zuidkant van het grote, wat sfeerloze plein, staat het in 1830 gebouwde stadhuis van Luxemburg-stad.

Een smalle straat leidt vanaf het plein naar het Palais Grand-Ducal, het Koninklijk Paleis. Net als het Koninklijk Paleis op de Dam in Amsterdam was ook dit paleis aanvankelijk het stadhuis van Luxemburg-stad. Het werd gebouwd in 1573 en kreeg in 1890 de functie van koninklijk paleis. Naast het paleis staat het relatief kleine gebouw van de Kamer van Vertegenwoordigers, de ‘Tweede Kamer’ van Luxemburg.

Via de Vismarkt lopen we richting de Bock-klif. Vanaf hier heb je een geweldig uitzicht op de oude stad, de stadsmuren en de wijk Grund beneden. Via de Chemin de Corniche kan je langs de bovenkant van de oude stadsmuur lopen en dit deel van het historisch centrum van Luxemburg-stad vanuit alle hoeken bekijken. De bijnaam van de Chemin de Corniche luidt dan ook ‘het mooiste balkon ter wereld’.

De rivier Pétrusse, die de oude stad bovenop de klif scheidt van de lager gelegen wijk Grund, is niet meer dan een vijftig centimeter breed stroompje. De groene vallei waar de Pétrusse doorheen stroomt is daarentegen een heerlijke groene oase midden in de stad en een fijne plek om te wandelen of te relaxen.

Echternach en Müllerthal

Op dinsdagochtend rijden we in een half uur van Luxemburg-stad naar Echternach, tegen de grens met Duitsland aan. Het is een klein dorpje met een pittoresk historisch centrum, dat wat Duits aandoet. Het hart van Echternach wordt gevormd door Place du Marché, een sfeervol plein met cafés en restaurants. Van alle oude gebouwen hier valt vooral het Dënzelt-gebouw op, een fraai pand uit de veertiende eeuw (maar sindsdien regelmatig verbouwd).

Echternach is gelegen aan de rand van het Müllerthal, een uitgestrekt natuurgebied waar je vele wandelingen kan maken. Nederlanders gaven dit gebied de bijnaam ‘Klein Zwitserland’, wat wellicht wat overdreven is: bergen vind je hier niet, wel heuvels, rotsen, grotten, valleien en bossen.

We wandelen ’s middags route E1 van Echternach naar Berdorf. Na een pittig begin, waar de route vrij steil omhoog loopt, volgt een prachtige wandeling door het bos (waar het gelukkig iets koeler is dan de dertig graden in de zon), langs metershoge kalkstenen rotsen en door de werkelijk prachtige Wolvenkloof. Een aanrader voor wie Luxemburg bezoekt.

Vianden en Clervaux

De volgende dag rijden we in een half uur naar Vianden, een klein dorpje met een groot middeleeuws kasteel, dat indrukwekkend bovenop een heuvel boven het dorp uit torent. Je ziet het tussen de elfde en vijftiende eeuw gebouwde kasteel eerder dan het dorpje.

Na de koffiestop en een wandeling door Vianden rijden we in een half uur door een glooiend landschap naar Clervaux. Ook dit is een klein dorp en ook hier kan je het kasteel niet missen. Anders dan het kasteel in Vianden staat het witte kasteel van Clervaux midden in het dorp. Het dateert uit de twaalfde eeuw, werd in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd, maar is sindsdien in oorspronkelijke staat hersteld.

In het kasteel is The Family of Man gevestigd, de grootste permanente  fototentoonstelling ter wereld. De collectie is in 1955 samengesteld voor het Museum of Modern Art in New York, sinds 1994 is zijn de foto’s te bekijken in het kasteel van Clervaux. Het is een prachtige tentoonstelling, met foto’s van mensen van over de hele wereld (in de jaren vijftig), allemaal in zwart-wit, gesorteerd aan de hand van thema’s als liefde, werk en oorlog. Zeer de moeite waard.

Belgische Ardennen

Op donderdagochtend passeren we de grens tussen Luxemburg en België en rijden we het oostelijk deel van Wallonië in. Dit is het bosrijke heuvellandschap van de Ardennen. Na een uurtje rijden, stoppen we in La Roche en Ardenne, misschien wel het populairste stadje in de Belgische Ardennen, gelegen aan de rivier Ourthe.

Vervolgens rijden we door het heuvellandschap van de Ardennenregio naar Durbuy. Durbuy ligt net als La Roche en Ardenne aan de rivier Ourthe. Het is een prachtig, maar erg toeristisch stadje, met een pittoresk centrum dat teruggaat tot de Middeleeuwen. De huizen langs de smalle keienstraatjes dateren vrijwel allemaal uit de zeventiende en achttiende eeuw. Aan de oever van de Ourthe bevindt zich het zeventiende-eeuwse Kasteel van Durbuy. Ook kan je een kijkje nemen bij de Roche du Valize, een hoge, 300 miljoen jaar oude rots met een bijzondere vorm, die het gevolg is van het langzaam omhoog duwen van de lagen kalksteen.

We overnachten in het verder niet zo bijzondere dorpje Theux, dat als uitvalsbasis dient voor de laatste twee dagen in de Ardennen.

Op vrijdag maken we een wandeling langs het riviertje Ninglinspo, nabij het dorp Aywaille. Een heerlijke wandeling van zes kilometer door het bos, langs het riviertje en kleine watervalletjes. Af en toe loop je over een houten brug het water over en regelmatig loop je over rotsen omhoog en omlaag, maar de wandeling is goed te doen. Het laatste deel loop je over een breed bospad, langs een uitkijkpunt en uiteindelijk weer terug naar het beginpunt.

Op zaterdag volgt een andere wandeling, deze keer langs het riviertje Hoëgne. Deze mooie wandeling is vergelijkbaar het die langs de Ninglinspo en voert ook door het bos, langs het water. Na een late lunch rijden we tegen het einde van de middag in een goede drie uur terug naar Leiden. Het was een geslaagde week weg in het verrassende Luxemburg en de groene omgeving van de Ardennen.