Malta

20 – 27 juni 2021

Midden in de Middellandse Zee, ten zuiden van Sicilië, ligt Malta. Het bestaat uit drie eilanden: Het hoofdeiland Malta, het kleinere Gozo en het nog kleinere Comino. Samen zijn ze twee keer zo groot als Texel. Aan die geringe omvang dankt Malta de aanduiding ‘dwergstaat’. Het land ligt op drie uur vliegen van Nederland en telt ongeveer 435.000 inwoners.

De geschiedenis van Malta gaat ver terug in de tijd. Al in de prehistorie kent het eiland een hoogontwikkelde cultuur. De oudste van de grote prehistorische complexen op Malta (vaak aangeduid als tempels, al is het niet duidelijk of het ook echt tempels waren) dateren uit de periode 3600-2500 voor onze jaartelling. Ter vergelijking: Dat is duizend jaar ouder dan de piramides in Egypte.

Malta is door de eeuwen heen altijd een belangrijke stop geweest in de handel tussen de volken rond de Middellandse Zee en die strategische ligging zorgt ervoor dat de eilanden in de loop van de eeuwen diverse keren worden veroverd: eerst door de Romeinen, daarna door de Arabieren en vervolgens door de Noormannen.

In de zestiende eeuw komt Malta onder bestuur te staan van de Ridderorde van Sint Jan, in de hoop dat zij kunnen helpen om de opkomende Ottomanen het hoofd te bieden. In 1565 proberen de Ottomanen Malta te veroveren, maar in de Grote Slag om Malta worden de Ottomanen door de soldaten van de ridderorde verslagen. De Grote Slag om Malta wordt nog steeds ieder jaar herdacht op de nationale feestdag 8 september.

Malta blijft echter een speelbal van de Europese grootmachten. In 1798 worden de eilanden door het Frankrijk van keizer Napoleon veroverd. Twee jaar later al komt het land in Britse handen en vanaf 1814 is Malta kroonkolonie van Groot-Brittannië. Na de Tweede Wereldoorlog krijgt Malta een vorm van zelfbestuur, maar het duurt nog tot 1964 tot het een onafhankelijk land wordt. Aanvankelijk blijft Malta onderdeel van de Britse Commonwealth, met koningin Elizabeth als staatshoofd, maar ook daaraan komt een einde als Malta in 1974 een republiek wordt. Sinds 2004 is het land lid van de Europese Unie.

Al die verschillende culturen (Romeinen, Arabieren, Noormannen, de ridderorde, de Fransen en de Britten) hebben allemaal hun stempel gedrukt op de cultuur van het hedendaagse Malta.

Valletta

Ten tijde van de Grote Slag om Malta was Mdina de hoofdstad van Malta. Nadat de Ottomanen waren verslagen, bouwde de Ridderorde van Sint Jan een nieuwe hoofdstad op het schiereiland Sceberras, aan de noordkant van Malta, waar tot dan toe alleen een fort stond. De stad werd vernoemd naar Jean de la Vallette, de leider van de ridderorde tijdens de Grote Slag.

Valletta is de kleinste hoofdstad van de Europese Unie. De oude stad, die op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat, is maar één kilometer bij zeshonderd meter en is de oudste stad ter wereld waar de straten in een zogeheten ‘gridpatroon’ zijn aangelegd. De smalle, rechte straten worden omringd door hoge, brede verdedigingsmuren.

Het is zonnig en warm (35 graden) als ik Valletta verken. De straatnaambordjes zijn tweetalig: Maltees en Engels, en alle gebouwen in de oude stad zijn gebouwd met dezelfde gelige/zandkleurige steen. Op enkele plekken na, zoals de nieuwe stadspoort en het daarachter gelegen moderne parlementsgebouw, is het een aaneenschakeling van fraaie historische architectuur.

Zoals het aan het grote Pjazza San Gorg gelegen Grand Master’s Palace. Dit was ooit de residentie van de Grootmeesters van de Ridderorde van Sint Jan. Na de onafhankelijkheid van Malta zetelde hier het parlement, totdat het in 2015 naar het moderne parlementsgebouw verhuisde. Het Grand Master’s Palace is wel nog steeds de officiële residentie van de president van Malta.

Het paleis heeft een lang, groen, gesloten balkon (gallarija). Dit inspireerde Maltezers om ook hun balkon te overdekken, met als gevolg dat je deze unieke Maltese stijl van gesloten houten balkons overal in de oude stad ziet. Naast het Grand Master’s Palace staat de National Library met een fraaie zuilengalerij ervoor.

De meeste straten in de oude stad zijn vrij smal, waardoor de zon niet tot de grond komt. Dat is wel prettig, gezien het klimaat in Malta. Eén van de meest fotogenieke straatjes is Strait Street. Ooit was hier het ‘red light district’ van Valletta. Dat het Sceberras schiereiland rotsig was voordat Valletta erop werd gebouwd, is nog goed te zien: sommige straten lopen steil omhoog en omlaag, sommige zijn voorzien van traptreden om het klimmen wat makkelijker te maken.

Aan het eind van het schiereiland bevindt zich Fort St. Elmo. Dit fort is gebouwd in 1552 en was bedoeld om de toegang tot de Grand Harbour te bewaken. Nu is er een oorlogsmuseum in gevestigd. Iets verderop bevindt zich de Siege Bell Memorial, een monument voor de Maltese soldaten die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld.

Aan de oostkant van het schiereiland liggen de Lower Barrakka Garden en, iets verderop, de Upper Barrakka Garden. Deze groene oases in de stad (die verder weinig groen kent) zijn eind zestiende eeuw aangelegd als tuin voor de leden van de ridderorde. Beide tuinen zijn gelegen bovenop de fortificaties en bieden een fantastisch uitzicht over Valletta, de Grand Harbour en Vittoriosa en Senglea aan de andere kant van het water.

Bij de Upper Barrakka Garden bevindt zich ook de Saluting Battery, een rij kanonnen die op het water zijn gericht. Deze waren niet bedoeld om schepen in de Grand Harbour te beschieten, maar om ze te begroeten. Nog steeds wordt er iedere dag met enig ceremonieel en vooral veel toeristen een schot gelost.

Vittoriosa

Beneden aan de voet van de vestingmuur, bij de ferry terminal, liggen traditionele houten bootjes (dghajsa), waarmee ik me in een paar minuten naar de overkant van de Grand Harbour laat brengen. Net als Valletta is Vittoriosa gebouwd op een smal schiereiland. Tot de Grote Slag heette het stadje Birgu (veel mensen noemen het nog steeds zo) en was het de plek waar de Grootmeesters van de Ridderorde van Sint Jan waren gevestigd.

Vittoriosa bestaat uit fotogenieke smalle straatjes met oude huizen met houten balkonnetjes. Het Inquisitor’s Palace was in de zestiende eeuw zowel rechtbank, als tribunaal en gevangenis. De Armoury was de wapenopslag van de ridderorde. En te midden van deze oude gebouwen ligt het bescheiden plein Misrah ir-Rebha, waar het Victory Monument herinnert aan de Maltese overwinning in de Grote Slag.

Op de punt van het schiereiland staat Fort St. Angelo. Dit fort was het hoofdkwartier van de ridderorde tijdens de Grote Slag en in de twintigste eeuw nog het hoofdkwartier van de Britse Middellandse Zeevloot. Net als op Fort St. Elmo wappert ook op Fort St. Angelo behalve de vlag van Malta (een rood vlak en een wit vlak met een kruis) de vlag van de Ridderorde van Sint Jan (rood met een wit kruis). Een scherp contrast met al dat historisch erfgoed vormt de zee aan superluxe jachten in de haven van Vittoriosa.

Blue Grotto, Hagar Qim en Mdina

Op mijn derde dag in Malta loop ik na het ontbijt naar het busstation en neem ik de bus naar Wied iz-Zurrieq. De route volgt niet bepaald de kortste weg, maar loopt door allerlei dorpjes. Hulde voor de manier waarop de Maltese buschauffeurs de bussen door die smalle straatjes sturen!

Onderweg krijg ik een aardig beeld van hoe Malta er buiten de hoofdstad uitziet. Het is een soort mix van Sicilië en Noord-Afrika. In Valletta had ik het gevoel in een Italiaanse stad te lopen, maar terwijl we met de bus over het zuidelijke deel van Malta rijden, heb ik eerder het gevoel in Noord-Afrika te zijn dan in Europa.

Na een half uur ben ik in Wied iz-Zurrieq, een kleine gehucht aan de zuidkant van Malta. In de eerste helft van de zeventiende eeuw bouwde de ridderorde achttien uitkijktorens langs de gehele kust van Malta en Gozo. Deze moesten ervoor zorgen dat vijandige Ottomanen tijdig werden onderkend. Ze staan er vandaag de dag nog steeds, onder andere hier bij Wied iz-Zurrieq.

Ik koop een kaartje voor een boottochtje langs de grotten die hier langs de kust zijn. Met klein bootje en vier andere toeristen varen we de deinende Middellandse Zee op. Altijd leuk om de kust vanaf de andere kant te zien. We varen langs hoge kliffen. De bekendste van de grotten hier is de Blue Grotto. Deze achter een prachtige natuurlijke rotsboog gelegen grot heet zo vanwege de blauwe reflectie van het zonlicht in het kristalheldere water.

Na het boottochtje (en een koffiestop) loop ik van Wied iz-Zurrieq naar de grootste prehistorische ruïnes van Malta: De tempels van Hagar Qim en Mnajdra. Het is twee kilometer lopen en bloedheet, ruim 35 gaden. De complexen van Hagar Qim en Mnajdra zijn gebouwd op een hoge klif met uitzicht over zee. Een soort groot wit tentdak beschermt de ruïnes tegen verdere erosie. De tempels zijn gebouwd met enorme stenen, waarvan de grootste tot twintig ton wegen. Gebouwd tussen 3600 en 2500 voor onze jaartelling. Bijzonder oud, maar er is helaas weinig van over.

Van Hagar Qim neem ik de bus naar Mdina, de voormalige hoofdstad van Malta. Mdina is een ommuurde stad (medina betekent ook ommuurde stad) op een plek waar al 1000 jaar voor onze jaartelling een oude citadel was. De Arabieren hebben vanaf de negende eeuw hoge verdedigingsmuren gebouwd en een (droge) slotgracht gegraven. Mdina binnen stappen is een stap terug doen in de tijd. De vrijwel verlaten straatjes zijn erg fotogeniek, vrijwel verlaten en nog mooier dan die in het drukkere Valletta.

Gozo

Dag vier van mijn bezoek aan Malta (de temperatuur is inmiddels opgelopen tot 38 graden) breng ik door op buureiland Gozo. Om kwart voor negen vertrekt de fast ferry naar het Gozo, Ghawdex in het Maltees. In drie kwartier vaar je van Valletta naar de haven van Mgarr. Vanaf daar neem ik de bus naar de ‘hoofdstad’ van Gozo: Victoria, ook bekend als Rabat (nog geen zevenduizend inwoners, dus meer een dorp).

Het hart van Victoria is Pjazza Indipendenza of it-Tokk (de ontmoetingsplaats), een bescheiden plein met terrassen en de opvallende ronde gevel van een gebouw uit 1733 waar destijds de gemeenteraad zetelde. Ten zuiden van Pjazza Indipendenza ligt Il Borgo, een wijk met oude smalle straatjes en het sfeervolle Pjazza San Gorg.

Aan de noordkant van Pjazza Indipendenza vind je Il Kastell, de ommuurde citadel op een heuvel, die grotendeels uit de vijftiende eeuw stamt. Ook hier worden oude, verlaten straatjes omringd door de hoge verdedigingsmuren en bastions, alles in dezelfde gelige/zandkleurige steen. Vanaf de muren heb je weids uitzicht over Gozo.

Vanuit Victoria neem ik de bus naar Zebbug, aan de noordkant van Gozo, en loop vanaf daar richting de kust. Bij de Xwieni Bay, een kleine baai met een kiezelstrandje en helder water, liggen de eeuwenoude Salt Pans. Al sinds tijd van Romeinse Rijk wordt hier op een natuurlijke wijze zout gewonnen uit zeewater. Zeewater loopt ondiepe bassins in, verdampt en het zout blijft achter. Het is een fotogenieke plek, met de Middellandse Zee op de achtergrond.

Nadat ik even bij de baai heb gezeten, loop ik naar het nabij gelegen Marsalforn, ooit een vissersdorp, nu voornamelijk bestaande uit vakantieresorts. Vanaf hier neem ik de bus naar Xaghra, een slaperig (bijna uitgestorven) dorp. Hier bezoek ik de Ggantija Temples. Dit prehistorische complex (of wat er van over is), zijn tussen 3600 en 3000 voor onze jaartelling gebouwd. Ook hier metershoge muren gemaakt van enorme stenen, tot vier meter hoog en meer dan vijftig ton per stuk.

In Xaghra loop ik ook nog even langs de Ta’Kola windmolen uit 1725. De Ridderorde van Sint Jan bouwden in de zestiende en zeventiende eeuw over heel Gozo dit soort molens, bedoeld voor de productie van meel. Er zijn er nog maar een paar van over.

Marsaxlokk

De zon staat weer hoog aan de hemel en de temperatuur is alweer boven de dertig graden als ik op vrijdagochtend op het dakterras van mijn hotel in Valletta aan het ontbijt zit. Na het ontbijt neem ik de bus naar Marsaxlokk, een oud vissersdorp in het zuidoosten van Malta. De natuurlijke haven hier is de plek waar de Ottomanen tijdens de Grote Slag om Malta hun invasie begonnen en waar Napoleon aan land kwam om Malta te veroveren. En in 1989 vond hier de topontmoeting tussen de Amerikaanse president Bush sr. en Sovjetleider Michael Gorbatsjov plaats.

Marsaxlokk is een vissersdorp zoals je je dat voorstelt: Een kade met oude huizen langs een baai waar kleurige vissersbootjes in het water dobberen. Wel een beetje jammer dat de horizon wordt verpest door een elektriciteitscentrale en een containerhaven.

Nadat ik rondje heb gelopen en koffie heb gedronken, wandel ik naar St. Peter’s Pool. Dit is een populaire zwemplek, ruim twee kilometer vanaf Marsaxlokk. Het is een warme wandeling, met op het hoogste punt een mooi uitzicht over de Il-Hofra z-Zghira baai. De iets verderop gelegen St. Peters Pool is een mooie kleine baai tussen vrijwel vlakke rotsen, met helder azuurblauw water. Ik breng hier een tijdje door, neem een verkoelende duik in het water en loop daarna terug naar Marsaxlokk om de bus terug naar Valletta te nemen.

Op mijn laatste dag in Malta bezoek ik museum MUZA en relax ik met een boek in de schaduw van de bomen in de Upper Barrakka Garden. Op zondagochtend vroeg vlieg ik weer terug naar Nederland, na een bloedhete, maar geslaagde week in het historisch en cultureel erg interessante Malta.